Het annihilationisme is een christelijke leer of een dogma dat zondaren na de wederkomst vernietigd worden, en niet eeuwig zullen lijden in de hel of de poel van vuur. Deze zienswijze wordt door een minderheid van de christenen aangehangen. De gedachte erachter is dat het eeuwige leven voorwaardelijk is, en alleen bestemd is voor diegene die het ontvangen. God zal alle zondaren vernietigen waardoor alleen de rechtvaardigen eeuwig leven zullen ontvangen.

Sommige annihilationisten geloven dat zondaren in de hel zullen lijden terwijl ze vernietigd worden. Andere geloven dat de hel sowieso een valse leer is, met een heidense oorsprong. Denominaties die het annihilationisme aanhangen zijn de zevendedagsadventisten en de Broeders in Christus (Christadelphians). Ook verschillende protestantse en anglicaanse schrijvers hangen de doctrine aan.

Historische ontwikkeling De leer van het annihilationisme heeft zijn wortels in het jodendom. Volgens David Bentley Hart lijken de ideeën van de rabbijn Hillel omtrent het laatste oordeel in de richting van het annihilationisme te wijzen.D. Bentley Hart: The New Testament. A translation, Yale University Press 2017, p. 450 Hillel leefde een generatie eerder dan Jezus. In ieder geval lijkt hij te geloven dat de mensen die in Gehenna (hel) terechtkomen daar voor een bepaalde tijd verblijven. De zielen van de overledenen ondergaan een soort zuiveringsproces, waarbij het er op lijkt dat degenen die dit proces niet doorstaan zullen ophouden te bestaan. Een heel klein groepje heel slechte mensen zal voor eeuwig in Gehenna verblijven (nl. hen die niet in staat blijken te zijn zich te verbeteren).D. Bentley Hart: That All Shall Be Saved, Yale University Press, New Haven en Londen 2019, p. 114 Zijn tijdgenoot (en tegenspeler) Sjammai dacht er blijkbaar hetzelfde over.F.W. Farrar: Mercy and Judgment, Macmillan & Co., Londen 1882, p. 212 Rabbi Akiva, die een generatie ná Jezus leefde meende dat het verblijf in Gehenna niet langer dan twaalf maanden zou duren.Rosj Hasjana (Talmoed), 17F.W. Farrar: Eternal Hope, E.P . Dutton & Co., New York 1878, p. 211Farrar: "I have already stated that the Jews, studying the Old Testament without any polemical about this subject [i.e. endless torment], and with any temptation to interpret every passage of it in the darkest sense which might gratify their passionate, and not unnatural, indignation against the world which treated them with such unbounded cruelty and scorn, have yet never held or taught the doctrine of endless torment as any part of their religion", Eternal Hope, p. 207. Verg. op pag. 108: "Even the few Rabbis who held another opinion [i.e. that of endless torment] were far more merciful in their interpretation than modern Christians."; verg. ook Mercy and Judgment (1882), p. 212: "The Rabbis ascribe this notion of the twelve months' Gehenna, not to Akiba, but to the school of Hillel, and therefore to a periode long before Akiba."Het dient hier wel te moeten worden opgemerkt dat het concept van eindeloze marteling - een Auschwitz zonder einde - voorkomt in 4 Ezra en het Boek Henoch.

De grote meerderheid van de christelijke theologen heeft tot zeker het einde van de middeleeuwen vastgehouden aan de doctrine van een letterlijke hel, eeuwig dan wel tijdelijk. Verwijzingen naar een voorwaardelijk eeuwig leven zijn te vinden bij Justinus de Martelaar (rond het jaar 165). Rond het jaar 330 draagt Arnobius expliciet het concept van het annihilationisme uit. Ook in preken van John Wesley zijn sporen van het idee van het annihilationisme terug te vinden.

Halverwege de 19e eeuw won de doctrine van het annihilationisme aan invloed binnen de kerken en groepen die voortkomen uit de beweging rond William Miller. Het gaat dan onder andere om de zevendedagsadventisten, de broeders in Christus en Jehova’s getuigen. In 1965 schreef de zevendedagsadventist en historicus Le Roy Froom een boek dat een belangrijke invloed zou uitoefenen, namelijk The Conditionalist Faith of our Fathers.

Sinds de jaren zestig van de twintigste eeuw heeft het annihilationisme binnen de protestantse theologie aan gezag gewonnen. In de laatste jaren voor zijn dood droeg William Branham, een invloedrijke Bijbelleraar, de leer van het annihiliationisme uit. Basil Atkinson, John Wenham en andere geleerden aan de Universiteit van Cambridge vervulden een belangrijke rol in het meer gezag geven van deze leerstelling. Verschillende invloedrijke evangelicale theologen, waaronder John Stott, wezen ook de klassieke helleleer af. Een reden waarom sommige auteurs de doctrine van een eeuwige pijniging in de hel afwijzen, is omdat zij deze niet verenigbaar vinden met het idee van Gods alomvattende liefde. De liberale Britse theoloog Hastings Rashdall (1858-1924) droeg een vergelijkbaar standpunt uit.Margaret J. Rayner: The Theology of Hastings Rashdall (diss.), University of Gloucestershire, Gloucestershire 2005, p. 242

Standpunt De aanhangers van de doctrine verwijzen vaak naar het Nieuwe Testament waar Jezus erover spreekt dat God zowel "ziel én lichaam" kan laten omkomen.Matteüs 10:28 In de Hebreeuwse Bijbel staat dat God "de ziel die zondigt zal laten sterven".Ezechiël 18:4 (SV)

Hun visie op het leven na de dood is gebaseerd op teksten als Johannes 11:11 waar staat: "‘Onze vriend Lazarus is ingeslapen, ik ga hem wakker maken’" en 1 Tessalonicenzen 4:15 (NBV): "Wij zeggen u met een woord van de Heer: wij, die in leven blijven tot de komst van de Heer, zullen de doden in geen geval voorgaan." Volgens deze visie is de mens (of zelfs de menselijke ziel) sterfelijk en heeft, wanneer iemand gestorven is, de ziel geen besef van tijd. In zekere zin "slaapt" de ziel dus, tot zij bij de wederkomst van Christus zal ontwaken. Volgens sommige geleerden hadden de oude Hebreeën geen concept van de eeuwige ziel of van inherente onsterfelijkheid.In ieder geval geloofden rond de jaartelling een groot aantal joden in een eeuwige ziel, zie D. Bentley Hart: New Testament. A Translation, Yale University Press, New Haven en Londen 2017, p. 488: "In the intertestamental period, when Judaism was well developed in the direction of what we now know as Rabbinic tradition, and had been absorbing and synthesizing Persian and Greek styles of thought for centuries, most Jews (with the exception, apparently, of “mortalist” Sadducees), like most gentiles (again, with some exceptions), were well accustomed to thinking of the soul as in some sense discrete from the flesh, able to persist in some conscious condition after the death of the body." Verg. ook P.W. van der Horst: Het vroege jodendom van A tot Z, Meinema, Zoetermeer 2006, pp. 174-175: "In het nabijbelse jodendom komt echter onder invloed van de Griekse filosofie de voorstelling van een onsterfelijke ziel als de eigenlijke kern van de mens die het lichaam overleeft." De scheiding van ziel en lichaam werd echter wel als tijdelijk gezien: op de jongste dag, de opstanding, zouden lichaam en ziel weer verenigd worden. Deze opvatting is ongeveer gelijk aan die van de meeste Kerken. Voor hen zou de mens na overlijden naar Sheol gaan, de woonplaats van de doden, een zwart eind, verwant aan het Griekse idee van de hades.

Volgens Hendrikus Berkhof lijkt de gedachte dat waarin de tegenstanders van God vernietigd worden zowel aan Gods liefde als aan de ernst van de menselijke beslissing recht te doen. Maar, zegt Berkhof, de annihilatio is een nederlaag van de liefde van God, die versluierd is door een machtsdaad van God.Verg. D. Bentley Hart: That All Shall Be Saved, Yale University Press, New Haven en Londen 2019, pp. 86-87 In dezelfde trant laat ook de Amerikaanse theoloog David Bentley Hart zich uit.D. Bentley Hart: The New Testament. A translation, Yale University Press, New Haven en Londen, 2017, in het postscriptum.; verg. ook zijn That All Shall be Saved, Yale University Press, New Haven en Londen, 2019 De Nederlandse pedagoog en theoloog Philip Kohnstamm was een aanhanger van het annihilationisme.Ph. Kohnstamm: De Heilige, H.D. Tjeenk Willink & Zonen, Haarlem 1931, p. 299 e.v.

Teksten ten faveure van het annihilationisme Teksten die gebruikt worden om de doctrine van het annihilationisme te verdedigen: Psalmen 92:7-8 "Een onverstandig man weet hier niets van en een dwaas begrijpt dit niet: wanneer de goddelozen groeien als gras en allen die onrecht bedrijven, bloeien om tot in eeuwigheid weggevaagd te worden!"

Ezechiël 18:20 - "De mens die zondigt, díe zal sterven..." In het Hebreeuws wordt er gesproken over de ziel die zondigt: נָ֫פֶשׁ (nefesh). Maleachi 4:1-3 "Want zie, die dag komt, brandend als een oven. Dan zullen alle hoogmoedigen en allen die goddeloosheid doen, stoppels worden. En de dag die komt, zal ze in vlam zetten, zegt de HEERE van de legermachten, Die van hen wortel noch tak zal overlaten. Maar voor u die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan en onder Zijn vleugels zal genezing zijn; en u zult naar buiten gaan en dartelen als kalveren uit de stal. U zult de goddelozen vertrappen. Voorzeker, stof zullen zijn worden onder uw voetzolen op die dag die Ik bereiden zal, zegt de HEERE van de legermachten." Marcus 9:43-44 "En als uw hand u doet struikelen, hak hem dan af; het is beter voor u verminkt het leven in te gaan dan met twee handen heen te gaan in de hel, in het onuitblusbare vuur, waar hun worm niet sterft en het vuur niet uitgeblust wordt." Deze tekst verwijst naar Jesaja 66:24 waar het over dode lichamen gaat die buiten de stad liggen als afgrijzen, dus niet over mensen met bewustzijn die door vuur en wormen worden gepijnigd. Jesaja 66:24 "En zij zullen de stad uit gaan en zien de dode lichamen van de mannen die tegen Mij in opstand zijn gekomen; want hun worm zal niet sterven en hun vuur zal niet uitgeblust worden, en zij zullen voor alle vlees een afgrijzen zijn." Matteüs 10:28 - "En wees niet bevreesd voor hen die het lichaam doden en de ziel niet kunnen doden, maar wees veeleer bevreesd voor Hem Die zowel ziel als lichaam te gronde kan richten in de hel." Matteüs 13:40 - "Zoals dan het onkruid verzameld en met vuur verbrand wordt, zo zal het ook zijn bij de voleinding van deze wereld: de Zoon des mensen zal Zijn engelen uitzenden, en zij zullen uit Zijn Koninkrijk verzamelen alle struikelblokken, en hen die de wetteloosheid doen, en zij zullen hen in de vurige oven werpen; daar zal gejammer zijn en tandengeknars." In het Grieks wordt voor verbrand het woord κατακαίω gebruikt wat zoiets betekent als opbranden of vernietigen door vuur. In tegenstelling tot καίω dat slechts verbranden betekent. In de Septuaginta wordt in Exodus 3:2 verteld dat de doornstruik brandde in het vuur (καίω), maar niet verteerde (κατακαίω). Johannes 3:16 "Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft." Handelingen 3:23 "En het zal zo zijn dat al wie niet geluisterd zal hebben naar deze Profeet, uit het volk uitgeroeid zal worden."

Romeinen 6:23 "Want het loon van de zonde is de dood, maar de genadegave van God is eeuwig leven, door Jezus Christus, onze Heere." Hebreeën 10:26-27 "Want als wij willens en wetens zondigen, nadat wij de kennis van de waarheid ontvangen hebben, blijft er geen slachtoffer voor de zonden meer over, maar slechts een verschrikkelijke verwachting van oordeel en verzengend vuur, dat de tegenstanders zal verslinden." 2 Petrus 2:6 "en als God de steden Sodom en Gomorra tot as verbrand en tot de vernietiging veroordeeld heeft een tot een voorbeeld gesteld heeft voor hen die goddeloos zouden leven;..." 2 Tessalonicenzen 1:8-9 "... wanneer Hij met vlammend vuur wraak oefent over hen die God niet kennen, en over hen die het Evangelie van onze Heere Jezus Christus niet gehoorzaam zijn. Zij zullen als straf het eeuwig verderf ondergaan, weg van het aangezicht van de Heere en van de heerlijkheid van Zijn macht,..."