thumb|350px|De positie van de belangrijkste magmaseries in een K2O-SiO2-diagram. De verschillende series lopen van ultramafisch tot zeer felsisch en kunnen een groot aantal verschillende gesteenten bevatten. Een magmaserie of magmatische serie is in de petrologie en vulkanologie een groep verwante lichamen van magma of stollingsgesteente. Hoewel de chemische samenstelling van de magma's binnen een magmaserie sterk kan verschillen zijn er ook bepaalde overeenkomsten waardoor ze zich als groep onderscheiden. Deze overeenkomsten kunnen ontstaan door een gemeenschappelijke bron of een bepaald proces van magmadifferentiatie. Verschillen tussen magmaseries worden veroorzaakt door verschillen in de plaattektonische omgeving waar het magma ontstond en evolueerde.

Petrologen hebben in de loop der tijd een groot aantal magmaseries beschreven. Over welke eigenschappen aan een bepaalde serie worden toegeschreven is vaak verwarring ontstaan en de definities zijn niet altijd eenduidig vastgelegd. Een veel gebruikte indeling is de Irvine-Baragarclassificatie. Er zijn daarnaast veel relatief zeldzame magmaseries beschreven die niet in deze indeling voorkomen.

Alkaliene, subalkaliene en peralkaliene series Magma en stollingsgesteente wordt ingedeeld op grond de chemische samenstelling of mineralen. Extrusief gesteente is zeer fijnkorrelig zodat het meestal lastig is de mineraalinhoud te bepalen. In dat geval gebruiken petrologen een normatieve samenstelling, die berekend wordt uit de door chemische analyse bepaalde chemische samenstelling. De normatieve samenstelling bestaat meestal uit massapercentages van oxide. In het meeste magma zijn de belangrijkste oxiden silica (siliciumoxide - SiO2), natriumoxide (Na2O), kaliumoxide (K2O), calciumoxide (CaO), aluminiumoxide (Al2O3), ijzer(II)oxide (FeO) en magnesiumoxide (MgO).

De Irvine-Baragarclassificatie verdeelt stollingsgesteente in de alkaliene, subalkaliene en peralkaliene series. Deze hoofdindeling is gebaseerd op de relatieve hoeveelheid alkali-oxiden (oxiden van natrium en kalium). De alkaliene serie bevat relatief veel alkalimetalen (ten opzichte van silica). De subalkaliene serie bevat juist relatief weinig alkali's. De relatief zeldzame peralkaliene serie is nog rijker in alkali's dan de alkaliene serie. Verreweg het meeste stollingsgesteente ter wereld behoort tot de subalkaliene serie. De subalkaliene serie wordt op grond van het ijzergehalte onderverdeeld in tholeiitische (rijk in ijzer) en kalkalkaliene (rijk in alkali's en aluminium) series.

Het belang van deze indeling bleek aan het begin van de 20e eeuw, toen petrologen ontdekten dat in gebieden rond de Atlantische Oceaan vooral subalkaliene, en in gebieden rond de Grote Oceaan vooral alkaliene stollingsgesteenten voorkomen.Iddings (1892) maakte als eerste het onderscheid tussen alkaliene en subalkaliene samenstellingen; Harker (1909) noemde dit "Pacifisch" en "Atlantisch" Na de introductie van de theorie van platentektoniek in de jaren 50 van de twintigste eeuw ontdekte men dat alkaliene gesteenten alleen voorkomen bij subductiezones onder continenten (rondom de Atlantische Oceaan komen vrijwel geen subductiezones voor).

Indeling op grond van aluminium Een ander criterium is de hoeveelheid aluminiumoxide ten opzichte van de alkalimetalen en calcium zijn. De aluminiumverzadigingsindex is de verhouding tussen aluminium en de kalk-alkali's (Al2O3/K2O + Na2O + CaO). Bij de peralumineuze serie is deze index groter dan 1 (meer aluminiumoxide dan calcium-, natrium- en kaliumoxide samen). De metalumineuze serie wordt gekenmerkt door onderverzadiging in aluminium en relatief veel calcium. De peralkaliene serie bevat minder aluminium dan natrium en kalium samen.Best (2003), pp 34-35; McBirney (2007), pp 463-646; Winter (2001), pp 147-148

Categorie:Vulkanologie Categorie:Petrologie