De Europese staatsschuldencrisis of eurocrisis is de financiële crisis die eind 2009 uitbrak binnen de eurozone, nadat Griekenland, lid van de Europese Unie en van het eurogebied, zijn schulden niet meer zelfstandig dreigde te kunnen financieren. Dit gebeurde als uitloper van de twee jaar eerder wereldwijd uitgebroken kredietcrisis.
Het eurosysteem bleek een gebouw zonder hecht fundament te zijn. Het Groei- en Stabiliteitspact behoorde de Europese eenheidsmunt te stutten, maar de regels van het pact werden in 2004 geschonden door Frankrijk en Duitsland - de twee landen die aan de basis hadden gestaan van het Verdrag van Maastricht (1992) en de met dit verdrag op gerichte Economische en Monetaire Unie. Het begrotingstekort behoorde beperkt te blijven tot 3% van het bruto nationaal product. Duitsland ging erover, Frankrijk ging er zelfs fors over. Het gevolg was dat de euro kwetsbaar bij de eerste de beste economische crisis.Derk Jan Eppink, Het rijk der kleine koningen. Achter de schermen van het Europees parlement. Pelckmans/Nieuw Amsterdam, 2015, 149-150. Derk Jan Eppink was in deze periode lid van het Europees parlement en lid van de commissie die het meest met de eurocrisis te maken had. In zijn boek beschrijft hij zijn eigen betrokkenheid en de wijze waarop hij als Europees parlementariër ging handelen.
Met de kredietcrisis heerste op de financiële markten regelmatig onrust of zelfs paniek. Na Griekenland volgden meer landen die technisch failliet dreig(d)en te gaan. Naar de mening van sommigen liep op een aantal momenten door deze staatsschuldencrises de monetaire unie (de euro) gevaar. Pas circa medio 2014 was een situatie bereikt waarin van een voorlopig einde van deze crisis kon worden gesproken (behoudens ten aanzien van Griekenland).
Aanleidingen thumb|200px|Verloop van de overheidsschuld in de eurozone als geheel, 2000-2012 thumb|200px|Ontwikkeling overheidsschuld in enkele Europese landen, en de eurozone, en de EU, 1997-2010
Stijgende overheidsschulden na kredietcrisis De financiële huishouding van Europese overheden is door de kredietcrisis die in Amerika was ontstaan aanmerkelijk verslechterd. Als gevolg van de negatieve groei daalden de belastingopbrengsten, terwijl de uitgaven toenamen, door omstandigheden als stijgende werkloosheidsuitkeringen en kosten van reddingsoperaties van banken en andere bedrijven. Als gevolg hiervan steeg de overheidsschuld, uitgedrukt als percentage van het bruto nationaal product, significant. In de bovenste grafiek links is het verloop van de overheidsschuld van de eurozone als geheel weergegeven. De tweede grafiek geeft het verloop voor enige relevante landen apart, alsmede voor de eurozone en de Europese Unie als geheel. De omvang van de staatsschuld verschilde en verschilt van land tot land aanmerkelijk. Voor de eurozone als geheel lag dit in 2008 op circa 70%, maar in Italië en Griekenland op circa 100%, terwijl de Luxemburgse staatsschuld met circa 13% zeer bescheiden was.
Negeren verdragsregels eurogebied De Europese begrotingsregels, neergelegd in het Verdrag van Maastricht, bleken door het merendeel van de eurozonelidstaten veelvuldig overtreden te zijn. In de 11 jaar sedert het invoeren van de euro overtraden België en Italië ieder jaar één of beide criteria; Griekenland overtrad beide in alle 10 jaar dat men de euro gebruikte. Slechts Finland en Luxemburg voldeden ieder jaar aan beide criteria. De in het verdrag voorziene boetes werden geen enkele keer opgelegd. Euro-Area Countries Failed Fiscal Goals 57% of Time, Data Show
De tabel rechts geeft de ontwikkeling van de totale overheidsschuld (centrale overheid, lagere overheden en sociale zekerheidsfondsen) als percentage van het BBP van alle 27 lidstaten van de Europese Unie weer. 15 November 2010 Provision of deficit and debt data for 2009 - Second notification: Euro area and EU27 government deficit at 6.3% and 6.8% of GDP respectively Government debt at 79.2% and 74.0%. Gearchiveerd op 9 december 2013.Dit was de tweede publicatie: ten opzichte van de cijfers van april 2010 had Eurostat de Griekse cijfers aanmerkelijk bijgesteld. De cijfers voor 2010 werden op 26 april 2011 door Eurostat bekendgemaakt en waren van voorlopige aard. Provision of deficit and debt data for 2010 - first notification - Euro area and EU27 government deficit at 6.0% and 6.4% of GDP respectively - Government debt at 85.1% and 80.0% De cijfers voor 2011 werden op 22 oktober 2012 gepubliceerd. Provision of deficit and debt data for 2011 - second notification - Euro area and EU27 government deficit at 4.1% and 4.4% of GDP respectively. Gearchiveerd op 15 juli 2014. De cijfers voor 2012 zijn van voorlopige aard en dateren van 22 april 2013. Provision of deficit and debt data for 2012 - first notification - Euro area and EU27 government deficit at 3.7% and 4.0% of GDP respectively. Gearchiveerd op 31 mei 2014. De cijfers voor 2013 dateren van 23 april 2014. Provision of deficit and debt data for 2013 - first notification - Euro area and EU28 government deficit at 3.0% and 3.3% of GDP respectively - Government debt at 92.6% and 87.1%. Gearchiveerd op 17 september 2014. De cijfers voor 2014 dateren van 21 april 2015.Provision of deficit and debt data for 2014 - first notification. Gearchiveerd op 29 oktober 2022. (NB: Latere bijstellingen van deze cijfers zijn niet in deze tabel verwerkt.)
Ook de overheidstekorten (uitgaven minus inkomsten, als percentage van het BBP) lieten vaak een sterke verslechtering zien (een positief cijfer is een begrotingsoverschot over dat jaar, een negatief cijfer een begrotingstekort). (Bronnen: zelfde publicaties van Eurostat als hierboven. Ook hier zijn latere bijstellingen van deze cijfers niet in de tabel verwerkt) Totale overheidsschuldLand200620072008200920102011201220132014België88,1%84,2%89,6%96,2%96,6%99,2%101,1%101,5%106,5%Bulgarije22,7%18,2%13,7%14,6%16,2%16,3%18,4%18,9%27,6%Cyprus64,6%58,3%48,3%58,0%61,3%71,5%86,6%111,7%107,5%Denemarken32,1%27,4%34,2%41,8%42,8%46,4%45,4%44,5%45,2%Duitsland67,6%65,0%66,3%73,5%82,5%80,0%81,0%78,4%74,7%Estland4,5%3,8%4,6%7,2%6,7%6,1%9,8%10,0%10,6%Finland39,7%35,2%34,1%43,8%48,8%49,3%53,6%57,0%59,3%Frankrijk63,7%63,8%67,5%78,3%82,7%86,2%90,6%93,5%95,0%Ierland24,9%25,0%44,3%65,5%91,2%104,1%117,4%123,7%109,7%Italië106,5%103,6%106,3%116,1%119,3%120,7%127,0%132,6%132,1%Griekenland106,1%105,4%110,7%127,1%182%170,3%157,2%175,1%177,1%Hongarije65,7%66,1%72,3%78,4%82,2%82,1%79,8%79,2%76,9%Letland10,7%9,0%19,7%36,7%44,5%42,0%40,8%38,1%40,0%Litouwen18,0%16,9%15,6%29,5%37,8%38,3%40,5%39,4%40,9%Luxemburg6,7%6,7%13,6%14,6%19,5%18,7%21,7%23,1%23,6%Malta63,4%61,7%63,1%67,6%66,0%68,8%70,8%73,0%68,0%Nederland47,4%45,3%58,2%60,8%63,4%65,7%71,3%73,5%68,8%Oostenrijk62,1%59,3%62,5%69,6%72,5%73,1%74,4%74,5%84,5%Polen47,7%45,0%47,1%50,9%54,9%56,2%55,6%57,0%50,1%Portugal63,9%68,3%71,6%83,0%94,0%108,2%124,1%129,0%130,2%Roemenië12,4%12,6%13,4%23,6%30,5%34,7%38,0%38,4%39,8%Slovenië26,7%23,4%22,5%35,2%38,7%47,1%54,4%71,7%80,9%Slowakije30,5%29,6%27,8%35,4%41,0%43,6%52,7%55,4%53,6%Spanje39,6%36,1%39,8%53,3%61,7%70,5%86,0%93,9%97,7%Tsjechië29,4%29,0%30,0%35,3%38,4%41,4%46,2%46,0%42,6%Verenigd Koninkrijk42,9%44,5%54,4%%69,5%78,4%84,3%89,1%90,6%89,4%Zweden45,0%40,2%38,8%42,8%%39,4%38,6%38,3%40,6%43,9%Eurozone (17, 18 c.q. 19 landen)68,5%66,2%69,9%79,3%85,5%87,4%90,7%92,6%91,9%Europese Unie (27 c.q. 28 landen)61,5%59,0%62,3%74,0%79,9%82,4%85,2%87,1%86,8% Nadelen van hoge overheidsschuld Een land met een (te) grote overheidsschuld en/of (te) groot financieringstekort, zoals Griekenland sinds januari 2010, bevindt zich in een zogenaamde debt trap ("gevangen in schuld"): die slechte financiële positie leidt ertoe dat men een hogere rente moet betalen over zijn schuld (oftewel ‘de koersen van zijn staatsleningen dalen’), hetgeen de financiën verder doet verslechteren, met als gevolg een vicieuze cirkel van toenemende schulden en rentelasten. Een daling van de koersen van staatsleningen heeft verdergaande gevolgen dan alleen hogere financieringslasten van die overheid. Die hogere te betalen rente op staatsleningen pleegt een "aanzuigende" werking te hebben: banken plegen dan ook hogere tarieven voor bedrijfskredieten te vragen. Voorts hebben de gedaalde koersen gevolgen voor de eigen financiering van banken. Die plegen van elkaar geld te lenen tegen onderpand van staatsleningen ("repo's"); bij een daling van de waarde van dat onderpand moet men ofwel aanvullend onderpand verschaffen, ofwel de leningen (gedeeltelijk) aflossen. Dit kan de liquiditeit van zo'n bank in gevaar brengen. (Een variant hierop doet zich voor wanneer banken van een centrale bank kort geld lenen, hetgeen altijd geschiedt tegen onderpand van (normaliter) staatsleningen: een daling van de marktwaarde van dat onderpand vermindert de beschikbaarheid van die - vaak zeer goedkope - financieringsbron.) Griekse banken werden hiermee, naar verluidt, eind april 2010 geconfronteerd. Οι τράπεζες βρίσκονται σε μια ιδιότυπη πιστωτική ομηρία με υπαίτιο την χώραDie Banken sind Griechenlands Achillesferse
Risico Mohamed A. El-Erian, (toen) Co-Chief Investment Officer van vermogensbeheerder PIMCO, waarschuwde in maart 2010 voor de gevolgen van de sterk toegenomen overheidsschulden in de ontwikkelde landen (sovereign debt explosion): How to handle the sovereign debt explosion, Financial Times 10 maart 2010. die overheden worden gedwongen tot hogere belastingen en lagere uitgaven; durven ze dat niet aan dan dreigt inflatie, in het uiterste geval faillissement en confiscatie.
Bezorgdheid IMF over Europese overheidsschulden In de tussentijdse update van het Global Financial Stability Report IMF, Global Financial Stability Report, Market Update, January 2010 van het IMF, gepubliceerd op 26 januari 2010, uit het IMF zijn bezorgdheid over de omvang van overheidsschulden:
In een op 4 februari 2010 gepubliceerde studie stelde het IMF dat de crisis had geleid tot een verslechtering van de fiscale positie (overheidsschulden en begrotingstekorten) in de ontwikkelde landen die in vredestijd ongekend was. International Monetary Fund, Strategies for Fiscal Consolidation in the Post-Crisis World, February 4, 2010 In het Global Financial Stability Report van april 2010 waarschuwde het IMF eveneens voor de te hoge staatsschulden, hoewel men de algehele situatie ten opzichte van een half jaar ervoor wel verbeterd achtte. Summary Version, Global Financial Stability Report, April 2010