thumb|Portret Carl Heinrich Wilhelm Anthing Carl Heinrich Wilhelm Anthing (Saxen-Gotha, 11 november 1766 – Den Haag, 7 februari 1823) was een Nederlands beroepsmilitair: hij was de eerste commandant van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger, formeel van 1815 tot 1819.

Persoonlijk Anthing was de zoon van Johann Philip Anthing en Dorothea Amilia Schierschmidt.

In 1792 trouwde hij met Anna Maria Brascamp (1768-1802) uit welk huwelijk hij een zoon had, Johannes Philippus: deze werd als militair zijn aide-de-camp en vervolgens zijn adjudant in Indië.

Na het overlijden van zijn vrouw hertrouwde hij met Johanna Amalia Sophie von Lettow (1783-1848). De zus van zijn tweede vrouw was getrouwd met Johann Heinrich Traugott Vogel (1758-1807/1812) die tijdens de napoleontische oorlogen vermist raakte (tussen 1807 en 1812); deze hadden twee zonen, Wilhelm en Carl, die door hun oom Anthing opgevoed werden als zijn pleegkinderen.

Loopbaan Anthing trad in 1782 als cadet in militaire dienst en kwam in 1786 naar Nederland als deel van het "Regiment Saksen-Gotha". Na de capitulatie van de hertog kwam het regiment in dienst van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Anthing was aanwezig bij het beleg van Willemstad en maakte deel uit van het garnizoen van Heusden, toen die stad in 1795 aan Daendels werd overgegeven.

In 1795 trad Anthing in dienst van de Bataafse Republiek. In 1799 nam hij met wisselend succes deel aan de strijd tegen de Engelsen en Russen die in Noord-Holland geland waren. Van 1800 tot 1808 diende hij in een "Bataafsche afdeeling" onder Dumonceau in Duitsland en Oostenrijk. In 1809 kreeg hij bevel over een brigade. In 1810 werd Anthing benoemd tot gouverneur van Breda en werd geconfronteerd met maarschalk Oudinot die de vesting in bezit kwam nemen: Anthing nam ontslag.

Toen enige maanden later Nederland werd ingelijfd bij het Eerste Franse Keizerrijk kwam Anthing in dienst bij het Franse leger, waar hij enkele veldslagen meemaakte en in 1814 gewond werd. Op 19 juni 1814 werd Anthing door Lodewijk XVIII van Frankrijk tot luitenant-generaal benoemd; op 6 augustus vroeg hij ontslag uit Franse dienst, hetgeen hem verleend werd.

Dezelfde maand nog werd hij in het Nederlandse leger ingedeeld (als generaal-majoor) waar hij opdracht kreeg commandant te worden van het nieuw te vormen leger in Nederlands-Indië.

Indische Brigade Nadat Holland was ingelijfd door Frankrijk had Groot-Brittannië de Indische Archipel veroverd: Java viel als laatste in 1811. Na het herstel van de Nederlandse onafhankelijkheid zegden de Britten toe de meeste koloniën terug te geven. Om het gezag aldaar weer over te nemen werd een nieuw legeronderdeel opgericht dat onder leiding zou komen te staan van luitenant-generaal Anthing.

Dit zou deels bestaan uit inlandse troepen, maar deels uit een in Nederland gevormde eenheid. Deze laatste werd, als de Indische Brigade, eerst betrokken bij het Anglo-Nederlands leger dat de teruggekeerde Napoleon moest bestrijden. In de Zuidelijke Nederlanden onder bevel van prins Frederik diende het tijdens de Slag bij Waterloo tot het voorkomen van een omtrekkende beweging. Na nog enige actie in Noord-Frankrijk (onder meer de inname van Le Quesnoy) keerde de Indische Brigade terug naar Nederland om zich in te schepen naar Nederlands-Indië.

Op 29 oktober 1815 vertrok Anthing naar Nederlands-Indië met zeshonderd man aan boord van het schip De Ruyter richting Batavia. De reis verliep niet voorspoedig: alleen al op De Ruyter overleden onderweg 48 personen. Tijdens een tussenstop in de Golf van Benkoelen, half mei, besloot Anthing de tocht niet aan boord van De Ruyter voort te zetten. Hij kocht een schoener voor zijn familie en enkele officieren: ze landden bij Anyer op West-Java en gingen verder over land naar Batavia, waar ze op 10 juni aankwamen.

Nederlands Indië Op 19 augustus 1816 werd het bestuur door de Engelsen aan het Nederlandse gezag overgedragen. Anthing maakte een inspectiereis door Java en Madura en leverde op 23 oktober een rapport op over de staat van de forten.

Hij bleef commandant tot 23 januari 1818; op 5 mei 1819 werd hij opgevolgd door generaal-majoor Hendrik Merkus de Kock. In de tussentijd werd de functie waargenomen door gouverneur-generaal Godert van der Capellen.

Na zijn aankomst terug in Nederland (1819) ging Anthing in 1820 met pensioen.

Categorie:Militair in de Verenigde Provinciën Categorie:Gouverneur van Breda Categorie:Commandant van het KNIL Categorie:Nederlands luitenant-generaal