Quatrevingt-treize (Frans voor 93, volgens de officiële spellingsregel wordt het getal echter als quatre-vingt-treize geschreven) is de laatste roman van Victor Hugo. De roman, die in 1874 verscheen, speelt zich af tijdens de verschrikkelijkste jaren van de Franse Revolutie: de Terreur. Oorspronkelijk was deze roman bedoeld als laatste deel van een trilogie over de Franse Revolutie. L'Homme qui rit zou het eerste deel zijn, maar Hugo heeft zijn opzet nooit afgewerkt. Het tweede deel over de monarchie werd nooit geschreven. Quatrevingt-treize gaf Hugo de gelegenheid om zijn conclusies over de Franse Revolutie en haar legitimiteit te publiceren. Bovendien verwees hij in dit boek impliciet naar de Parijse Commune die, na twee maanden opstand, in mei 1871 bloedig werd neergeslagen.

Ontstaan en ontvangst Quatrevingt-treize werd geschreven op Guernsey van december 1872 tot juni 1873, maar Hugo was al in 1862 met het project begonnen, na de uitgave van Les Misérables. Hij liet de roman tien jaar lang rusten, om zich te concentreren op andere romans, zoals Les Travailleurs de la mer (1866) en L’Homme qui rit (1869). Hugo begon pas vanaf december 1872 echt te schrijven aan de roman. In hetzelfde jaar werkte hij ook aan een belangrijke historische documentatie. Hij rondde de roman af tussen juni en juli 1873. Het boek verscheen op 19 februari 1874 bij uitgever Michel Lévy, en droeg de titel Quatrevingt-treize, eerste verhaal: De burgeroorlog. Het boek kende een onmiddellijk succes: na twaalf dagen waren er 8000 exemplaren verkocht; de luxe-editie was eind juni 1874 al uitgeput, en in 1876 werden er 200000 exemplaren gedrukt, voordat er bij uitgever Hugues een nieuwe, populaire en uitgebreid geïllustreerde editie verscheen. In 2015 verscheen de Nederlandse vertaling van Tatjana Daan, 1793, bij uitgeverij Papieren Tijger.

Samenvatting

Het verhaal begint wanneer de markies van Lantenac aankomt in Bretagne, en de leiding neemt over de Bretonse contrarevolutie tegen de Republiek. Hij wordt in het vizier gehouden door de revolutionairen, waaronder zijn neef, Gauvin. Gauvin heeft Cimourdain als mentor, die in opdracht werkt van het Comité de Salut Public. Het verhaal beschrijft het contrast tussen twee patronen, twee visies op de geschiedenis en twee waardesystemen. De markies van Lantenac belichaamt het ancien régime, het heilige, de traditie, de loyaliteit en het anti-materialisme, ten voordele van het spirituele. Zijn neef staat voor het modernisme en het revolutionaire en republikeinse idealisme.

Het derde, overkoepelende hoofdpersonage is de voormalige priester Cimourdin. Cimourdain is uitgezonden door het Comité de Salut Public. Hij werd klaargestoomd door Lantenac om mentor te zijn van Gauvin, aan wie hij zijn republikeins ideaal heeft doorgegeven. Gauvin staat voor de edelmoedige, saamhorige republiek, en Cimourdain voor haar zwarte, onbuigzame kant. Cimourdain is « la ligne droite qui ne connaît pas la courbe » (de rechte lijn die geen bochten kent), iemand die genadeloze gerechtigheid nastreeft, zonder gevoel voor de menselijke maat. Tenslotte spelen drie verlaten kinderen een hoofdrol in de roman, ieder met een eigen drama en einde.

In het boek trekken vooral twee fragmenten de aandacht: een verhaal over de bijzondere (fictieve) ontmoeting tussen drie grote figuren van de Franse Revolutie: Marat, Danton en Robespierre; en een gedetailleerde beschrijving van een zitting van de Nationale Conventie.

Analyse Quatrevingt-treize plaatst het verloop van de contra-revolutie in de Vendée op de voorgrond en toont het contrast tussen “les bleus”, de revolutionairen, en ”les blancs”, de monarchisten, aan. Hugo vindt het belangrijk onpartijdig te blijven, en laat zowel de negatieve punten als de deugdelijkheid van beide partijen zien. Een persoonlijke aantekening uit 1856 beschrijft zijn ambitie: "Als ik de geschiedenis van de Franse Revolutie zou neerschrijven (en dat zal ik doen), dan zou ik alle misdaden van de revolutionairen vermelden, maar ik zou wel zeggen wie de echte schuldigen zijn, en dat zijn de misdaden van de monarchie.”

Van Balzac naar Hugo Literatuurwetenschappers probeerden een verband te leggen tussen het respectievelijke werk van Balzac en Hugo over de burgeroorlog tussen republikeinen en royalisten (de chouannerie). Daarbij stellen ze zich vragen over Hugo’s stilzwijgen over zijn voorganger, voor wie hij een emotioneel eerbetoon had gehouden tijdens zijn lijkrede. Het is moeilijk in te schatten hoe sommige romans een voorbeeld of een inspiratie konden zijn voor Hugo, behalve dan die van Jules Barbey d'Aurevilly, die in niets lijkt op Hugo. Enkel Les Chouans van Honoré de Balzac lijkt een waarschijnlijke literaire bron van inspiratie voor Quatrevingt-treize. Toch verschijnt dat werk nergens in wat we "het archief" van Hugo in Quatrevingt-treize noemen. De zaak is dus nog niet gesloten.

Nederlandse vertaling Quatrevingt-treize verscheen in het Nederlands bij uitgeverij Papieren Tijger. . 1793. vertaald door T Daan

Categorie:19e-eeuwse roman Categorie:Werk van Victor Hugo