right|150px|Twee kruisen der Eerste Klasse Op 22 oktober 1849 stichtte keizer Frans Jozef I van Oostenrijk, apostolisch koning van Hongarije, een Kruis voor Militaire Verdienste (Duits: "Militärverdienstkreuz") in drie graden. De achtergrond van de instelling was de in de 19e eeuw toegenomen behoefte aan onderscheidingen. In de 18e eeuw waren er ridderorden voor de officieren maar de lagere rangen werden niet gedecoreerd. In de 19e eeuw wenste men meer en meer specifieke onderscheidingen uit te reiken, ook aan diegenen die men niet in een Ridderorde, een exclusief gezelschap, wenste op te nemen. Het instellen van Kruisen van Verdienste maakte het preciezer belonen van verdienste mogelijk en voorkwam al te frequente bevorderingen binnen de rangen van de beschikbare ridderorden.

De officiële toekenningscriteria waren volgens het instellingsbesluit " ter onderscheiding van officieren die zich in de oorlog door buitengewone bekwaamheid, moed en vastbeslotenheid in het oog van de vijand hadden onderscheiden" of "in vredestijd bijzondere ijver getoond hadden ", in het Duits "für Offiziere in einer Stufe gestiftet, die sich im Kriege für außerordentliche Umsicht, Mut und Entschlossenheit vor dem Feinde besonders bewährt oder in Friedenszeiten hervorragenden dienstlichen Eifer gezeigt ".

Het Oostenrijkse Kruis van Verdienste was een wit geëmailleerd kruis pattée met rode randen en een rode ring rond een wit medaillon met de zilveren letters "VERDIENSTE". De achterzijde was glad maar wit geëmailleerd.

De kruisen werden in Oostenrijk gefabriceerd De juweliers Mrss. Friedrich Rothe met het stempel "F.R.", Rothe & Neffe, Kammerjuwelier, Wien en V. Mayer met het stempel "V.M" fabriceerden kruisen. De kruisen werden gekeurd door het Hauptmünzamt Wien met "Windhundpunze" voor het oude Oostenrijkse keur of een kop van Diana gestempeld.

In oorlogstijd werden alle Oostenrijkse kruisen en ridderkruisen van een "Kriegsdekoration" voorzien. Deze Oorlogsdecoratie kreeg de in Oostenrijk gebruikelijke vorm van een krans van lauwer- en eikenbladeren. In het geval van het Kruis voor Militaire Verdienste werd het kruis op een zilveren of groen geëmailleerde krans gelegd.

De onderscheiding werd mét zwaarden en zonder zwaarden toegekend. De zwaarden waren in alle gevallen van goud of verguld zilver en zij werden als gekruiste zwaarden op het lint aangebracht.

Het lint was rood met wit, de strepen waren zowel verticaal als horizontaal. Het lint werd in Oostenrijk altijd in de vorm van een driehoek opgemaakt.

Men droeg de onderscheiding op de linkerborst, na de ridderkruisen van de Oostenrijkse en Hongaarse orden maar vóór de medailles. Het lint werd ook als baton op de borst gedragen en ook daarop werden dan kleine gekruiste zwaarden gespeld. De Oostenrijkers droegen het Kruis voor Militaire Verdienste ook wel als miniatuur aan een lint of een verguld kettinkje op de revers van een rokkostuum of gala-uniform.

De kruisen voor Verdienste werden veel uitgereikt en zij zijn dan ook niet bijzonder kostbaar. In 2010 kostte een kruis met de oorlogsdecoratie en de zwaarden op het lint honderd euro. Omdat veel Oostenrijkse veteranen na de Eerste Wereldoorlog en de ineenstorting van de Dubbelmonarchie in andere legers werden opgenomen komt het Kruis voor Militaire Verdienste ook voor in combinatie met onderscheidingen van andere staten zoals Duitsland.

Het Kruis voor Militaire Verdienste stond hoger in de officiële hiërarchie van de Oostenrijkse orden en eretekens dan het Signum Laudis maar lager dan de ridderkruisen van de Oostenrijkse orden en de Hongaarse Orde van Sint-Stefanus.

Geschiedenis Het Kruis voor Militaire Verdienste werd ingesteld op de aanbeveling van veldmaarschalk graaf Radetzky. Het was bestemd om in oorlogstijd te worden toegekend aan officieren die hun opdracht, in het oog van de vijand", dat wil zeggen aan het front, bijzonder verdienstelijk hadden uitgevoerd. Ook voor uitstekende verdiensten in vredestijd kon het kruis, oorspronkelijk opgericht in slechts één klasse, worden toegekend.

De eerste verleningen volgden al snel om alle officieren, die onder graaf Radetzky hadden gediend in de Italiaanse campagnes van 1848/49, met name de Slag bij Custoza in 1848 en de Slag bij Novara in 1849 te decoreren. Oostenrijk had deze oorlog gewonnen. Men verleende iets minder dan 1.500 onderscheidingen in 1849 en 1850, voornamelijk aan de eerdergenoemde officieren. Daarna werd het Kruis voor Militaire Verdienste zelden uitgereikt. Tijdens de Oostenrijks-Sardijnse Oorlog van 1859, de Tweede Duits-Deense Oorlog van 1864, de Pruisisch-Oostenrijkse Oorlog van 1866 en de Russisch-Turkse oorlog van 1877 werden 1,878 kruisen verleend, met name voor het bezetten van het Turkse Bosnië-Herzegovina. Ook aan de verdedigers van de Europese ambassadewijk in Peking werden na het neerslaan van de Bokseropstand Kruisen voor Militaire Verdienste toegekend. Het ging om twee Beierse officieren en een Saksische officier die door Frans Jozef I werden gedecoreerd voor hun diensten tijdens de Bokseropstand.

De eerste grote herziening van de statuten van het Kruis voor Militaire Verdienste vond plaats op op 12 januari 1860, toen de oorlogsdecoratie ("Kriegsdekoration") werd ingevoerd. Net als bij de Oostenrijkse civiele orden was deze versiering een groene lauwerkrans (Lorbeerkranz) tussen de armen van het kruis, wanneer dat werd uitgereikt voor bijzondere daden voor de vijand ("für besondere Taten vor dem Feind"). Voortaan (en met terugwerkende kracht), zouden onderscheidingen in oorlogstijd worden onderscheiden van de onderscheidingen in vredestijd door het aanbrengen van de krans.

Tot aan de Eerste Wereldoorlog waren toekenningen aan niet-Oostenrijks-Hongaarse officieren ongebruikelijk. Alleen tijdens de Pruisisch-Oostenrijkse Oorlog van 1866 werd een aantal officieren van het Saksische leger onderscheiden. In dat jaar werden 1066 kruisen verleend, vierenvijftig aan buitenlanders en tien aan de vrijwilligers van het "österreichisch-mexikanischen Freiwilligenkorps" die in Mexico 's keizers broer, keizer Maximiliaan van Mexico ondersteunden in zijn tot mislukken gedoemde poging om in Mexico een keizerrijk te stichten.Statistieken 1849-1899 op austro-hungarian-army.co.uk

De volgende belangrijke verandering vond plaats op 23 september 1914, kort na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Het Kruis voor Militaire Verdienste werd nu verdeeld in drie klassen. De bestaande decoratie, gedragen op een driehoekig lint, werd de IIIe klasse. Een om de hals te dragen kruis werd opgericht als de IIe klasse en een Steckkreuz, zonder lint gedragen op de borst, werd de nieuwe Eerste Klasse van het Kruis voor Militaire Verdienste. Deze indeling gemaakt van het Kruis voor Militaire Verdienste daadwerkelijk een orde, met de derde klasse gelijk aan badge van een ridder, de 2e klasse badge die gelijkwaardig zijn aan een commandeur, en de 1e klasse die gelijkwaardig zijn aan de borstster van een Grootkruis in een ridderorde. Toch wordt deze decoratie niet tot de Oostenrijkse ridderorden in engere zin gerekend.

Een drager van een eerder toegekend Kruis voor Militaire Verdienste zou zijn oudere kruis zonder versiering naast het nieuw verworven kruis met de oorlogsdecoratie mogen blijven dragen. De ontvanger van een hogere klasse van het Kruis voor Militaire Verdienste zou de lagere klasse blijven dragen. De statuten bepaalden dat alle drie de klassen met of zonder de oorlog Decoratie zouden worden toegekend, maar gezien de situatie in oorlogstijd werden, de meeste onderscheidingen met de oorlogsdecoratie uitgereikt.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd een aantal kruisen zonder zwaarden maar met oorlogsdecoratie verleend aan de hoge ambtenaren van de Oostenrijk-Hongaarse bondgenoten. Duitse officieren die aan het gezamenlijke Russische front dienden naast de Oostenrijks-Hongaren of dienden in de Pruisische regimenten waarvan de Oostenrijkse keizer "einhaber" of "Chef" was, Dat waren het Beierse XIIIe Regiment Infanterie "Kaiser Franz Jozef von Österreich", het Pruisische IIe Garde Grenadiersregiment "Kaiser Franz", en het Pruisische Huzarenregiment No. XVI "Kaiser Frans Jozef von Österreich, König von Ungarn" . Ook van het Württembergse IVe Regiment Infanterie No. 122 en het Saksische Eerste Regiment Uhlanen No. 17 was Frans Jozef chef.Almanach de Gotha 1900 Uiteraard werden aan zijn Russische, Roemeense, Portugese en Britse regimenten, het 5e Regiment van de Dragoon Guards, geen Kruisen voor Militaire Verdienste toegekend. Deze regimenten vochten tegen Oostenrijk en haar bondgenoten. Zijn Zweedse regiment was tijdens de Eerste Wereldoorlog neutraal.

Anders dan de Oorlogskruisen van de geallieerden werd het Oostenrijkse Kruis voor Militaire Verdienste niet aan instellingen of steden toegekend. Het kruis werd ook niet als vaandeldecoratie aan regimenten toegekend.

De Bondsrepubliek Oostenrijk stelde in 1989 een nieuwe onderscheiding in die sterk op het oude Keizerlijk-Koninklijke Kruis voor Militaire Verdienste lijkt. Ook dit Militaire Teken van Verdienste is een militaire onderscheiding.

De zwaarden op het Kruis voor Militaire Verdienste Onderscheidingen waren voor de Centralen, de bondgenoten Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en Turkije, erg belangrijk. Men verleende veel meer onderscheidingen dan de Geallieerde machten. Dat maakte het moeilijk om de Oostenrijkse Militaire Maria Theresia-orde, de hoogste en meest begeerde onderscheiding voor dapperheid, exclusief te houden. Op 13 december 1916 volgde daarom een nieuwe wijziging van de statuten. Voor dapperheid zouden in het vervolg zwaarden worden toegekend.

Gekruiste gouden of verguld zilveren kruisen op het lint van het Kruis voor Militaire Verdienste IIIe Klasse.

Gekruiste gouden of verguld zilveren kruisen tussen de armen van het Kruis voor Militaire Verdienste IIe Klasse.

Gekruiste gouden of verguld zilveren kruisen tussen de armen van het Kruis voor Militaire Verdienste IIe Klasse.

De zwaarden, altijd in goud uitgevoerd, werden boven de lauwerkrans van de Oorlogsdecoratie bevestigd.

De gespen op het lint van de IIIe Klasse Op 1 augustus 1917 ging men ertoe over om de IIIe Klasse van het Kruis voor Militaire Verdienste in het vervolg ook een tweede of derde maal te verlenen. De langdurige en zeer zware gevechten op twee fronten zorgden voor zoveel voordrachten dat het moeilijk werd om de IIe Klasse exclusief te houden. Daarom werd het Britse systeem van gespen op het lint bij herhaalde toekenning van dezelfde onderscheiding nu voor het eerst ook in Oostenrijk-Hongarije toegepast. Zilveren gespen, zonder versiering of opschrift, werden op het lint aangebracht.

Een tweede toekenning van de IIe Klasse De druk op de Ie Klasse van het Kruis voor Militaire Verdienste werd na vier oorlogsjaren te hoog. Om ook deze graad exclusief te houden bepaalde Keizer Karel van Oostenrijk op 8 februari 1918 dat ook de IIe Klasse in het vervolg een tweede maal kon worden verleend. In dat geval zou een tweede ronde lauwerkrans aan de bevestiging waarmee het kruis om de hals werd gedragen worden bevestigd. De kruisen kregen in deze vorm een verhoging.

Kruisen met briljanten