De Achttiendaagse Veldtocht is de operatie van het Belgische leger tijdens de Tweede Wereldoorlog vanaf de inval door het Duitse leger in Nederland, België, Frankrijk op 10 mei 1940 tot de capitulatie van het Belgische leger op 28 mei 1940. Het Duitse aanvalsplan hield geen rekening met nationale grenzen. De defensieve operaties van het Belgische leger worden daarom benaderd als een onderdeel van de gezamenlijke defensieve operaties van de legers van de aangevallen landen en het te hulp gekomen Britse expeditieleger.

Politiek-militaire achtergrond Tot de Eerste Wereldoorlog berustte het veiligheidsbeleid van België op de door het Verdrag van Londen opgelegde neutraliteit.

Na de Eerste Wereldoorlog had de Volkenbond veiligheid en vrede in Europa moeten verzekeren maar faalde. België verloor zijn vertrouwen in de Volkenbond. Na een vergeefse poging een defensief verdrag te sluiten met het Verenigd Koninkrijk sloot België op 7 september 1920 een militair akkoord met Frankrijk.Paul Louyet p. 15Luc De Vos en Frank Decat p. 7 De geheimhouding rond het akkoord lokte protest en agitatie uit van Vlaamsgezinde Belgen, die er een bedreiging voor de Vlaamse emancipatie in zagen. Nadat Duitsland in gebreke bleef inzake de herstelbetalingen voorzien in het Verdrag van Versailles, bezetten Franse en Belgische troepen in januari 1923 het Ruhrgebied.Paul Louyet p. 21 Aan de bezetting van de Ruhr kwam een eind in juli 1925.

In oktober van datzelfde jaar 1925 werden een reeks akkoorden gesloten, gekend onder de verzamelnaam Locarno, waaronder het Rijn-pact.Paul Louyet p. 24 Duitsland aanvaardde zijn westgrens zoals die vastgelegd was in het Verdrag van Versailles, alsook de eeuwige demilitarisering van het Rijnland. Frankrijk en België beloofden af te zien van agressie. Het gedemilitariseerde Rijnland dekte België. Frankrijk, België en Duitsland stelden zichzelf garant en ook het Verenigd Koninkrijk en Italië stelden zich borg. Zo werd ook het Verenigd Koninkrijk bij de veiligheidspolitiek van België betrokken. Het Belgische leger op vredesvoet werd afgebouwd tot zes divisies infanterie en twee divisies cavalerie.

De daaropvolgende jaren leidden de diplomatieke inspanningen van Frankrijk en de Verenigde Staten van Amerika tot de ondertekening op 27 augustus 1928 van het Briand-Kellogg-pact, ook door Duitsland. De oorlog als politiek dwangmiddel werd verbannen. In een sfeer van optimisme werd in België de duur van de legerdienst voor de helft van de dienstplichtigen verminderd tot acht maanden. In december 1929 besloot de Franse regering de Maginotlinie te bouwen met het oog op het vertrek van alle legers uit het Rijngebied in 1930. In 1929 kwam ook de te volgen Belgische defensiestrategie en het Frans-Belgisch militair akkoord van 1920 weer ter sprake. Er werd begonnen met de modernisering van de forten rond Luik en Namen en op 1 april 1932 begonnen de bouwwerken voor het fort van Eben-Emael.

In januari 1933 kwam Hitler aan de macht. Duitsland verliet de Volkenbond en de ontwapeningsconferentie die in februari 1932 onder auspiciën van de Volkenbond in Genève begonnen was. Op 2 augustus 1934 werd kanselier Hitler ook president en de onbetwiste leider, de Führer. De getalsterkte van de Reichswehr werd opgedreven tot 300.000 man, een flagrante inbreuk op de gesloten verdragen. In maart 1935 voerde Hitler de eenjarige militaire dienstplicht in. Op 7 maart 1936 zei Hitler het Verdrag van Locarno op en dezelfde dag bezetten Duitse troepen de gedemilitariseerde zone van het Rijnland. Frankrijk reageerde niet, evenmin als de andere grote staten.

Op 18 februari 1934 verongelukte koning Albert in Marche-les-Dames. Zijn zoon Leopold III volgde hem op.

België begon te twijfelen aan de doeltreffendheid van het dusver gevoerde veiligheidsbeleid en de gedachten daaromtrent evolueerden in de richting van neutraliteit of, naar het woordgebruik van die tijd, een onafhankelijkheidspolitiek.Mark Van den Wijngaert e.a. p. 18 "Welke defensiepolitiek?" Onder druk van onder anderen de Vlaamse parlementariërs werd het Frans-Belgische militair akkoord van 1920 herzien. Het voorzag voortaan enkel nog in stafbesprekingen. De koning hield in de ministerraad een pleidooi voor een 'uitsluitend en integraal Belgische' politiek en de overeenstemmende militaire financiële inspanningen, erop gericht België buiten de conflicten van zijn buren te houden. De minister voor Buitenlandse Zaken Henri Spaak pleitte op 20 juli 1936 voor een exclusieve en integraal Belgische politiek. De Kamer van Volksvertegenwoordigers keurde de Onafhankelijkheidspolitiek goed met 126 stemmen voor en 42 tegenLuc De Vos en Frank Decat p. 17 en op 14 oktober 1936 verzaakte de regering aan de verplichtingen van het verdrag van Locarno.Henri Bernard p. 12

Bij de annexatie door Duitsland van Oostenrijk in 1938 werd niet gereageerd. Bij de annexatie van Sudetenland en Bohemen en Moravië van Tsjecho-Slowakije in 1938 en 1939 reageerden Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk zeer terughoudend.Luc De Vos en Frank Decat p. 18 De contacten tussen de Belgische en Franse staven werden op discrete wijze hervat.

Op 23 augustus 1939 werd het Duits-Russisch Niet-Aanvalspact bekendgemaakt. Het was duidelijk dat Duitsland aanstuurde op oorlog. Op 1 september 1939 viel de Duitse Wehrmacht Polen binnen. De aandacht van België ging evenwel in de eerste plaats naar Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, waarvan gevreesd werd dat ze door België zouden trekken om Duitsland aan te vallen, wat voor het neutrale België onaanvaardbaar was. Na de capitulatie van Polen op 28 september 1939 verplaatste België het gros van zijn strijdkrachten naar het oosten. Terecht, want zoals inmiddels bekend werd, wilde Hitler nog in de herfst van 1939 in het westen aanvallen.

Frankrijk verklaarde op 3 september Duitsland de oorlog en beperkte zich verder tot de mobilisatie van de reserves en een beperkt en mislukt offensief in de Saar. Op 3 september verklaarde ook het Verenigd Koninkrijk de oorlog aan Duitsland. De officiële staat van oorlog tussen Duitsland enerzijds en Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk anderzijds zou later de naam Schemeroorlog krijgen (Frans: Drôle de guerre; Engels: Phony War).

De schemeroorlog, 3 september 1939 – 10 mei 1940 Militaire en politieke mobilisatie in België Na de bekendmaking op 23 augustus van het Duits-Russisch Niet-Aanvalspact besliste België zijn leger te mobiliseren. De mobilisatie begon drie dagen later, op 26 augustus, en verliep in vijf fasen.

In de eerste fase werden de actieve regimenten op oorlogsvoet gebracht. Op 28 augustus en 1 september werden de divisies van eerste reserve opgeroepen en in het oosten gekantonneerd.

Op 3 september 1939 nam koning Leopold III het bevel van de troepen.Henri Bernard p. 13 Dezelfde dag werd de katholiek-liberale regeringscoalitie uitgebreid met de socialisten, het kabinet mocht indien nodig regeren met besluitwetten en de parlementaire mandaten werden verlengd voor de duur van de oorlog. De politieke partijen Rex en het VNV (Vlaamsch Nationaal Verbond) legden loyaliteitsverklaringen tegenover België af. België bleef vasthouden aan zijn neutraliteitspolitiek. Op 29 september 1939 wees de Belgische regering de Britse voorstellen voor geheime stafcontacten af.Luc De Vos en Frank Decat, p. 21

Van 11 september 1939 tot 13 januari 1940 werden de divisies van tweede reserve opgeroepen. De Generale Staf werd omgevormd tot Groot Hoofdkwartier en in het Fort van Breendonk geïnstalleerd.

De meeste troepen werden tegenover Duitsland opgesteld. In uitvoering van de neutraliteitspolitiek werden ook aan de Franse grens een aantal eenheden geïnstalleerd. Eind september, na de Duitse veldtocht in Polen werd de dekking tegenover Frankrijk beperkt tot drie divisies.

De algemene mobilisatie ging door op 10 mei 1940, de dag van de invasie.

Het Belgische leger tijdens de schemeroorlog De gemobiliseerde troepen werden ingekwartierd in openbare gebouwen, scholen, bioscopen, parochiezalen, en later in houten barakken in de nabijheid van de stellingen. Hun dagen waren gevuld met werken aan de weerstandsstelling, (de KW-stelling), veldwerken, instructie, karweien, wachtlopen en alarmoefeningen. De eenheden gingen om beurten naar de oefenpleinen in Leopoldsburg, Casteau, Helchteren, Brasschaat en Elsenborn voor schietoefeningen.

Per maand kregen de soldaten vijf dagen vergunning (vrijaf). Tot 25% van de manschappen mocht afwezig zijn. Daarenboven werden ca. 50.000 man, (mijnwerkers, mijningenieurs, vaders van minstens drie kinderen, artsen, onderwijzend personeel, spoorwegpersoneel, ambtenaren) vrijgesteld en met onbepaald beroepsverlof gestuurd. Bij de vrijgestelden waren velen reserveofficier. De zonen van landbouwers kregen beroepsverlof tijdens de oogst. Ook de opgeëiste paarden werden naar huis gestuurd.

Terwijl de vrijgestelden een normaal loon ontvingen, dienden de opgeroepen soldaten rond te komen met 30 centiem per dag en na enige tijd 1 frank, d.w.z. de prijs van een pilsje. Een kleine vergoeding voor de echtgenote loste het probleem niet op. Klachten over de hachelijke financiële toestand van de gezinnen, de vele straffen, het schorsen van de verloven, de stationering in het anderstalig landsgedeelte werden door het paternalistische beroepskader en het gebrekkig gevormde reservekader slecht opgevangen. Er braken nogal wat ongeregeldheden uit: ongewettigde afwezigheden, drinkgelagen, samenscholingen, betogingen, bevelsweigering. Het “Werk koningin Elisabeth”, waar de socialistische voorman reservekapitein-commandant Hendrik de Man een belangrijke rol in speelde, poogde de soldaten op te beuren met toneel, cabaret, zang, het soldatenuurtje op de radio, colli.

Het Franse leger tijdens de schemeroorlog In Frankrijk verliep de mobilisatie en de schemeroorlog, de drôle de guerre, op vergelijkbare wijze als in België en met dezelfde gevolgen. De vrijstellingen heetten er affectations spéciales en hadden dezelfde effecten als in België. Het overheersend gevoel was dat er, voor Frankrijk, geen direct gevaar dreigde en dat wellicht de vrede nogmaals kon gered worden zoals in München na de inval in Tsjecho-Slowakije.

Duitse, Belgische, Franse, Nederlandse en Britse militaire en politieke activiteiten De schemeroorlog bleef niet beperkt tot werken aan de stellingen, afwachten en wachtlopen. De landen in oorlog ondernamen een beperkt aantal daadwerkelijke militaire acties en militaire en politieke initiatieven.

De Fransen veroverden enkele Duitse dorpen in het Warndtwald (6-13 september) in de omgeving van Saarbrücken. De Duitsers werkten verder aan de Siegfriedlinie. De Luftwaffe voerde tussen 1 september 1939 en 10 mei 1940 meer dan 500 verkenningsvluchten uit boven België.

Vanaf 9 oktober 1939 waren de Belgische autoriteiten op de hoogte dat een opmars doorheen België ter studie was bij de Duitse landmachtstaf (OKH (Oberkommando des Heeres)) en vanaf begin november vernamen de Belgen van betrouwbare bronnen dat de aanval binnen de kortste keren zou losbarsten.

Op 7 november 1939 stuurden koning Leopold III en koningin Wilhelmina een telegram naar Hitler, koning George VI van het Verenigd Koninkrijk en de Franse president Albert Lebrun, waarin zij hun diensten als bemiddelaars aanboden. Er kwam geen reactie.

België zou tot het uiterste vasthouden aan zijn neutraliteit maar bleef toch voortdurend in contact met Nederland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk voor het uitwisselen van informatie over eigen en Duitse plannen. Franse en Britse vragen om preventief België binnen te trekken werden afgewezen. Anderzijds waren noch Frankrijk noch het Verenigd Koninkrijk bereid duidelijke garanties te geven met betrekking tot de verdedigingsplannen en toekomst van België.