Belle van Zuylen of Belle de Zuylen (volledige naam Isabella Agneta Elisabeth van Tuyll van Serooskerken; vanaf haar huwelijk ook Isabelle de Charrière (Zuilen, 20 oktober 1740 – Colombier, 27 december 1805) was een Franstalige schrijfster en componiste. Ze schreef romans, (zelf)portretten, fabels, poëzie, novelles, pamfletten, toneelstukken, opera's (libretti en muziek) en componeerde verder liederen, menuetten en klaviersonates. Ze schreef duizenden brieven, waarvan er meer dan 2600 bewaard zijn gebleven.

Levensloop thumb|links|Slot Zuylen met slangenmuur te Oud-Zuilen, 2012. thumb|left|Landhuis 'Le Pontet' in Colombier, 2011

Isabella Agneta Elisabeth van Tuyll van Serooskerken werd geboren in een adellijke familie op slot Zuylen aan de Vecht. Ze was de oudste dochter van Diederik Jacob Van Tuyll van Serooskerken (1707-1776), heer van Zuilen, Westbroek en Swesereng (voorzitter van de Ridderschap van Utrecht en gedeputeerde ter Staten-Generaal) en Jacoba Helena de Vicq (1724-1768). Van Zuylen was de oudste van zeven kinderen, die onderwijs aan huis kregen van Franstalige gouvernantes en gouverneurs. Haar broers en zussen waren Reinout Gerard (1741-1759), Willem René (1743-1839), Diederik Jacob (1744-1773), Vincent Maximiliaan (1747-1794), Johanna Maria (1746-1803) en Geertruida Jacoba (1749-1749). Ze woonde tot en met haar dertigste op Slot Zuylen; in de winter verbleef ze in hun huis op de Kromme Nieuwegracht 3-5 te Utrecht.20 plekken in de stad Utrecht verbonden met Belle van Zuylen door Utrecht Time MachineGevelteken met citaat van Belle van Zuylen op haar ouderlijk huis Kromme Nieuwegracht 3 te Utrecht sinds 1996, ugtf.nl

De uit Genève afkomstige Jeanne-Louise Prevost was Van Zuylens gouvernante vanaf haar achtste tot haar dertiende levensjaar.De gegevens over haar werkzaamheden voor de Van Zuylens komen van James Boswell die in 1764 Prevost bezocht. Prevost schreef zich overigens al in bij de Waalse Kerk te Utrecht op 26 oktober 1746. Zie voor de inschrijving Kees van Strien: Isabelle de Charrière. Early Writings 2005 p. 8 noot 5. Voor haar tiende jaar ging Van Zuylen met Prevost een jaar naar Genève, waar Van Zuylen Franse les kreeg. Ze speelde toneel in Molières L'École des femmesVertaling Het school voor de vrouwen 1753 bij DBNL en bezocht Chambéry en Aix-les-Bains, waar ze tweemaal naar de thermale baden geweest is.Ík heb geen talent voor ondergeschiktheid. (1987) p. 125 Achteraf gaf ze de voorkeur aan het spelen op het strand aan het Meer van Genève boven haar bezoeken aan Versailles, de schilderijen van de Bibliothèque de l'Arsenal en de decoraties van de Opera van Parijs. In Parijs ontmoetten ze de schilder Maurice-Quentin de La Tour, met wie ze dineerden en Jacques Necker.

In 1753 keerde Prevost om gezondheidsredenen terug naar Genève, echter zonder afscheid te nemen. Ze schreef Van Zuylen, die in Den Haag was, een afscheidsbrief en bleef met haar corresponderen tot en met 1758 (zover er brieven bekend zijn). Ze verhuisde naar Neuchâtel, waar Van Zuylen haar in oktober-november 1771 bezocht.

Haar ouders gaven haar veel gelegenheid tot leren (lessen Engels, Italiaans, Latijn, Duits, muziek, natuurkunde en godsdienstles voor haar belijdenis). Zij kreeg wiskundeles van Laurens Praalder. Hierdoor was ze hoger opgeleid dan de meeste vrouwen en vaak ook mannen uit haar tijd. Frans was in hogere kringen al eeuwenlang, ook elders in Europa, de lingua franca. Van Zuylen wilde van "het land van iedereen" zijn en schreef haar werken bijna uitsluitend in het Frans.

Eind 1754 maakte ze kennis met de rooms-katholieke Poolse graaf Pieter Dönhoff, ritmeester van de cavalerie van het Cannenburg-regiment, die bevriend was met haar aangetrouwde oom Leonard de Casembroot (majoor van hetzelfde regiment, dat gelegerd was te Utrecht). Het was liefde op het eerste gezicht van haar kant. Hij toonde echter weinig belangstelling. Ze werd neerslachtig en verdween achttien maanden teneinde hem niet opnieuw te zien. Ze bleef tot in december op Slot Zuylen en ging toen naar familie in Den Haag.https://web.archive.org/web/20141207214531/http://www.hetutrechtsarchief.nl/collectie/handschriften/belle-van-zuylen/001 Bij terugkomst schreef ze hem een brief over deze voor haar nog steeds pijnlijke situatie.http://www.hetutrechtsarchief.nl/collectie/handschriften/belle-van-zuylen/002 Ze schonk hem een snuifdoos.Kees van Strien, Isabelle de Charrière/Belle de Zuylen Early writings. New material from Dutch archives (2005) p. 77-78

In 1755 schreef Belle aan haar oudste broer Reinout 'Overdenkingen over de vriendschap'.Reflexions sur 'l'amitié' in: Oevres Complètes I, 89-90 na publicatie in Revue des deux mondes, xvii (1839) p. 738-768 verdwenen. Lees: Charles-Augustin Sainte-Beuve, Poètes et romanciers modernes de la France/Mme de Charrière RDDM p.742

Na haar anonieme publicatie van Le Noble schreef Dönhoff twee brieven onder pseudoniem. De eerste brief als 'Ridder van Nivers' aan de uitgever van het tijdschrift waar de novelle in verscheen met het verzoek om de naam van de vrouwelijke auteur om met haar te kunnen corresponderen. De tweede brief schreef hij een half jaar later onder het pseudoniem 'Markies d'Arnonville' aan Van Zuylen zelf, via de Nederlandse schrijver Gijsbert Jan van Hardenbroek, die alle liefdesbrieven die geschreven werden aan zijn geliefde Belle van Zuylen in kopie verzamelde.Kees van Strien Isabelle de Charrière. Early writings. (2005) p. 180-222. Samengevat in het nawoord van Kees van Strien in De Edelman. Amsterdam, Van Oorschot, 2013.

Vele huwelijkskandidaten uit binnen- en buitenland meldden zich bij haar vader; graaf Friedrich von Anhalt-Dessau (1761); Christian von Brömbsen (1762); Jean-Laurent Garcin (1762); neef Frits van Tuyll van Serooskerken (1762); de rooms-katholieke Eugène Noyel de Bellegarde, markies, heer van Marches en van Cursinge, een vriend van David-Louis de Constant d'Hermenches (1764-68); James Boswell, Laird van Auchinleck (1766); Rijngraaf Friedrich III von Salm-Kyrburg (1766); graaf Georg Ernst von Sayn-Wittgenstein-Berleburg (1768); baron Gijsbert Jan van Hardenbroekhttp://www.hetutrechtsarchief.nl/collectie/handschriften/belle-van-zuylen/011 (1768); David Wemyss, bekend als Lord Elcho (1770).

Van Zuylen ging op 15 januari 1771, op dertigjarige leeftijd, in ondertrouw en trouwde op 17 februari van dat jaar te Zuilen met de uit het Vorstendom Neuchâtel afkomstige Charles-Emmanuel de Charrière de Penthaz (1735-1808), de voormalige gouverneur in het buitenland van haar broer Willem René.Kees van Strien, Monsieur de Charrière travelling tutor to Belle's brother Willem-René. In: Cahiers Isabelle de Charriere / Belle de Zuylen, papers 7 (2012) p. 109-116. Tot teleurstelling van Van Zuylen bleef het huwelijk kinderloos. Tijdens de (emigratie)reis naar het Vorstendom Neuchâtel, die in juli 1771 begon, verbleef het echtpaar twee maanden in Parijs. Hier volgde Van Zuylen tekenles bij Maurice-Quentin de La Tour. Hij maakte een pastelschets van haar. Beeldhouwer Jean-Antoine Houdon vervaardigde een terracotta buste van haar (met twee gipsen afdrukken voor haar broer Ditie en haar nicht Annebetje).

In september reisde het echtpaar door naar het Vorstendom Neuchâtel en vestigde zich in het familiehuis 'Le Pontet' te Colombier (bij Neuchâtel). Van Zuylen woonde daar met haar schoonvader François (1697-1780) en haar twee ongetrouwde schoonzusters (stiefzusters van elkaar), Louise (1731-1810) en Henriette (1740-1814).Vanwege de godsdienstvrijheid in het vorstendom kwamen vele vluchtelingen hier naartoe, zoals Béat Louis de Muralt, de grootvader van moederskant van Van Zuylens echtgenoot, Jean-Jacques Rousseau en de Britse graaf David Wemyss.

In 1777 bracht Van Zuylen samen met vriendin Claire Cramer-Delon een onaangekondigd bezoek aan de Franse schrijver en filosoof Voltaire in zijn huis te Ferney. Hij trok zich onmiddellijk terug elders in huis, omdat hij het laxeermiddel cassia had ingenomen.

Isabella Agneta Elisabeth van Tuyll van Serooskerken overleed op 65-jarige leeftijd in 'Le Pontet', volgens de overlijdensakte aan een kankergezwel. Twee dagen eerder was ze al in coma geraakt. Haar echtgenoot was van haar dood dusdanig van streek dat hij bij de begrafenis niet aanwezig was. Al in 1802 liet ze in haar testament haar geschriften na aan Henriette L'Hardy (1768-1808), een jongere vriendin.

Eind negentiende eeuw werd haar graf in Colombier geruimd. Waar de restanten van Van Zuylen herbegraven zijn, is niet bekend.Pierre en Simone Dubois schreven in hun boek 'Zonder Vaandel. Belle van Zuylen 1740-1805, een biografie' (1993) op p. 728: "is gestorven op 27 december 1805 (...) en begraven op de 29e van deze maand (...) het oude kerkhof is later veranderd in een tennisbaan."

Werk Van Zuylen werd in haar tijd door enkele kenners zeer gewaardeerd om haar werk, dat evenwel geen grote oplagen kende en die ze zelf betaalde (behalve Caliste, dat in Parijs gedrukt werd). Vertalingen verschenen tijdens haar leven in het Duits en in het Engels. Sommige werken verschenen eerder in het Duits dan in het Frans.. Suzan van Dijk, Serooskerken, Isabella Agneta Elisabeth van Tuyll van, in: Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland. URL: https://resources.huygens.knaw.nl/vrouwenlexicon/lemmata/data/zuylen [07/12/2015]

Na haar dood werden haar boeken soms, maar niet veel herdrukt.http://www.dbnl.org De Franse criticus Sainte-Beuve besprak ze in de jaren 1839-1845. De Zwitser Philippe Godet publiceerde na twintig jaar onderzoek in 1906 een uitgebreide biografie over haar. In 1908 wijdde Marie Loke, de eerste vrouwelijke lector in Nederland, haar oratie Les débuts du roman personnel: Madame de Charrière et son oeuvre aan Belle van Zuylen. Later in de twintigste eeuw werd Van Zuylen bekender door recensies en vertalingen, toen vooral Simone Dubois en later haar man Pierre vanaf 1969 over haar schreven. Van Zuylens verzameld werk verscheen in het Frans tussen 1979 en 1984 bij uitgeverij van Oorschot te Amsterdam.

Op 22-jarige leeftijd publiceerde Van Zuylen anoniem haar eerste novelle, Le Noble, in een Franstalig tijdschrift bij uitgeverij Evert van Harrevelt te Amsterdam. De gecorrigeerde versie kwam in 1763 in boekvorm uit, maar die oplage werd door haar vader uit de handel genomen omdat het een satire was op haar eigen adellijke milieu.literatuurmuseum.nl Afbeelding van de titelpagina van Le Noble 1763. "Le Noble, Conte Moral. On ne suit pas toujour ses aïeux, ni son père. La Fontaine.". Geraadpleegd op 14 april 2020.Kees van Strien, The publication history of Le Noble, womenwriters.nl, november 2010. Geraadpleegd op 14 april 2020.www.belle-van-zuylen.eu De Edelman, Nederlandse vertaling door Robert Egeter van Kuyk. Verbeterd door R. de Jong-Belinfante. Bundel Alles of niets, Meulenhoff, Amsterdam 1986. Geraadpleegd op 14 april 2020.

Le Noble werd door de Heer van Obdam & Cie (Jacob Jan van Wassenaer Obdam en toneelspeelster en zangeres Rosette BaptisteAnna de Haas, Rose Albertine Françoise Anselme, Digitaal Vrouwenlexicon Nederland, 2014Kees van Strien, Isabelle de Charrière, Early writings. New material from Dutch archives. (2005) p. 37) bewerkt tot de opera buffa De Deugd is den Adel waerdig (Vertu vaut bien noblesse). De opera werd op 2 maart 1769 opgevoerd in de 'Fransche Comedie' te Den Haag, met muziek die mogelijk was gecomponeerd door de vader van Van Wassenaer Obdam.Le Noble als opéra bouffe. Tekst uit 's-Gravenhaegse Maendagse Courant 24 februari 1769. In: Lettre de Zuylen 3 (1978) p. 7Dubois, Zonder vaandel (1993) p. 104-106Albert Dunning, 'Un gentilhomme hollandais, diplomate-compositeur, à la cour de Louis XV. Nouvelles recherches sur le comte Unico Wilhelm van Wassenaer', in Revue de Musicologie, 74 n1 (19880101) p. 27-51