Johan Herman Strategier (Arnhem, 10 augustus 1912 – Doorwerth, 26 oktober 1988) was een Nederlands componist, muziekpedagoog, dirigent en organist.

Familie Herman Strategier was de zoon van Joseph Hendrikus Augustinus Strategier en Jacoba Hendrica Herckenrath. Vader was niet alleen winkelbediende, maar ook recensent bij een van de plaatselijke dagbladen en organist aan de Sint-Walburgiskerk in Arnhem. Hijzelf was sinds 1938 getrouwd met Maria Dominica (Riet) Flipse. Ze kregen 10 kinderen. Zoon Felix Strategier was acteur en theatermaker. Zoon Michiel Strategier is musicus en speelt piano en cello.Tuning the future (geraadpleegd 5 april 2023). Gearchiveerd op 26 maart 2023. Zijn beroep is pianostemmer. Een muzikaal kleinkind van Strategier is de harpist Godelieve Schrama, kind van dochter Lydwien Strategier en Nico Schrama.

Levensloop Vroege periode Bijna automatisch betekenden de werkzaamheden van zijn vader dat Herman na verloop van tijd hand-en-spandiensten bij het orgel ging verrichten (bladzijden omslaan, registreren), waardoor hij reeds op jeugdige leeftijd met het instrument vertrouwd raakte.

Zijn eerste muzieklessen kreeg Herman Strategier van plaatselijk musicus Jacobus Johannes Ruygrok. Nadat Strategier op 16-jarige leeftijd zijn HBS-diploma had behaald, meldde hij zich aan bij de RK Kerkmuziekschool Sint Caecilia in Utrecht, een internaat dat enkele jaren eerder was opgericht. Op dit instituut, waar hij onder meer orgellessen volgde bij Hendrik Andriessen en muziektheorie bij Johan Winnubst, heerste een streng regime en werden aan de studenten hoge eisen gesteld. "Een instelling dus, die over het algemeen te idealistisch gedacht was. Maar als men wilde, kon men op de kerkmuziekschool ontzaglijk veel opsteken. Het nogal straffe rooster van het internaatsleven bood in ieder geval zo goed als geen afleiding. (...) Maar zonder twijfel spoorde het systeem aan tot hard werken", zou Strategier later zeggen. In 1932 sloot hij aldaar zijn studie af.

Na een verblijf van drie jaar in Nijmegen, waar Strategier aan de St.-Annakerk werkzaam was, volgde in 1935 een aanstelling als dirigent-organist aan de Sint-Walburgiskerk in zijn geboorteplaats, waar hij zijn vader opvolgde, die kort daarvoor was overleden. In deze kerk bouwde hij een nieuw repertoire op en leidde hij onder meer een uitvoering van de Missa in die festo van Alphons Diepenbrock. Hoewel hij reeds zelf leraar muziektheorie was aan de Arnhemse muziekschool, achtte hij het als aanstaand componist belangrijk zich nog verder te bekwamen. Daarom volgde hij vier jaar lang Hendrik Andriessens vormleer- en instrumentatielessen, die voor de ontwikkeling van zijn creatieve geest van het grootste belang zouden blijken te zijn. Waarschijnlijk leerde Strategier in 1938 Jan Mul kennen en niet veel later ook Albert de Klerk, beiden evenals hij sterk door Hendrik bezielde organisten en componisten, beiden eveneens werkzaam als kerkmusicus. Hun leven lang zouden zij bevriend blijven. Samen met muziek-kalligrafe Annie Bank richtten zij in de oorlogsjaren een clandestiene uitgeverij op waar iedereen die daarvoor belangstelling had liturgische muziek en orgelmuziek kon bestellen. In dezelfde periode nam hij gedurende enkele maanden de honneurs waar als orgeldocent aan de kerkmuziekschool toen Hendrik Andriessen door de Duitsers werd gegijzeld en naar het interneringskamp Sint-Michielsgestel werd overgebracht.

De aanval op Arnhem in september 1944 dwong Strategier met zijn jonge gezin de stad te verlaten. Terwijl de Sint-Walburgiskerk aan de vlammen ten prooi viel, vond hij uiteindelijk onderdak bij zijn vriend Jan Mul in Haarlem, over wie hij later zou zeggen dat men "zijn gulle gastvrijheid ook in zijn muziek kan terugvinden".

Naoorlogse tijd Na de oorlog was Strategier gedurende enkele jaren dirigent-organist van de St.-Jozefkerk in Zeist. In 1949 verwierf hij zich een belangrijke post: hij werd organist van de Sint-Catharinakathedraal in Utrecht. Hij volgde Hendrik Andriessen op, die al vanaf 1934 aan de kerk verbonden was, maar Utrecht nu zou verlaten. Strategier kreeg er de beschikking over een fraai Maarschalkerweerd-orgel, dat tien jaar eerder op voorstel van Hendrik Andriessen van een tweeklaviers instrument tot een orgel met drie manualen was omgevormd. Hij zou dit orgel tot 1963 bespelen. De traditie van de orgelimprovisaties, waar Hendrik Andriessen befaamd om was, werd met de komst van Strategier voortgezet. De Nederlandse muziekpublicist en componist Wouter Paap schrijft: "Zijn spel was minder gericht op een monumentale samenvatting dan wel op een meditatieve weerspiegeling van de gedachten, welke in de liturgie van de zondag worden overwogen. Hierin openbaarde zich een creatieve persoonlijkheid met een geheel eigen, ingekeerd, maar waakzaam en diep medelevend karakter." Naast bovengenoemde werkzaamheden was Strategier jarenlang docent muziektheorie aan enkele vakinstituten, met name van 1946 tot 1965 aan de R.K. Kerkmuziekschool St. Caecilia (later Nederlands Instituut voor Katholieke Kerkmuziek), waar hij vroeger zelf zijn opleiding had genoten, en aan de conservatoria van Rotterdam en Utrecht en het Instituut voor Muziekwetenschap van de Rijksuniversiteit Utrecht. Hij was daarin geen theoreticus pur sang, maar iemand die de theorie vanuit de praktijk goed kende en zijn kennis op een speelse, enthousiasmerende manier op zijn studenten wist over te dragen. Met velen van hen onderhield hij zijn leven lang contacten. In 1977 beëindigde hij zijn muziekpedagogische arbeid.

In Strategiers muzikale activiteiten deden zich tussen 1949 en 1959 geen grote wijzigingen voor. De eerste uitvoering begin 1956 van zijn Rembrandtcantate voor solisten, koor en orkest, geschreven in opdracht van de gemeente Leiden ter gelegenheid van het feit dat Rembrandt van Rijn 350 jaar eerder werd geboren, bracht daarin echter verandering. Na een grootse première door de verzamelde koren van de stad en het Utrechts Stedelijk Orkest onder leiding van de componist vroeg het Nederlands Madrigaalkoor in Leiden hem enkele jaren later de vaste dirigent te worden, wat hij tot 1973 zou blijven. Met dit semiprofessionele ensemble boekte Strategier veel successen; onder meer werkte hij in 1968 tijdens het Holland Festival samen met de Italiaanse componist en dirigent Bruno Maderna. Op zijn programma’s stonden werken van Giovanni Pierluigi da Palestrina, Jan Pieterszoon Sweelinck, Alphons Diepenbrock, Francis Poulenc en vele anderen, maar ook eigen composities. Eind 1963 klonk, wederom met medewerking van het Utrechts Stedelijk Orkest, kort na de moord op de Amerikaanse president John F. Kennedy, het Requiem van Maurice Duruflé (opus 9 uit 1947) tijdens een herdenkingsconcert dat door de Amerikaanse ambassadeur werd bijgewoond. Ook Strategiers eigen Requiem in memoriam matris et fratris uit 1961 werd verscheidene keren uitgevoerd, onder meer bij Dodenherdenkingen in Leiden en Utrecht.

Hoewel hij na zijn werkzaamheden aan de kathedraal in Utrecht geen vaste organistenbaan meer had, speelde hij nog regelmatig in een kleine kerk in Zeist, waar hij na zijn Utrechtse periode weer woonde. Ook na zijn verhuizing naar Doorwerth in de provincie Gelderland was hij niet meer officieel als actief kerkmusicus werkzaam, maar hij onderhield nauwe contacten met de trappistenabdij in Zundert, waarvoor hij vanaf 1980 veel componeerde en waar hij dikwijls kerkdiensten begeleidde. Daarnaast vond hij de gelegenheid om in opdracht nog enkele grote werken te schrijven. Op 26 oktober 1988 overleed Strategier na een ongeneeslijke ziekte in zijn slaap. Hij werd begraven op de RK Begraafplaats te Doorwerth.

Gedurende een groot aantal jaren nam Strategier in het Nederlandse muziekleven een vooraanstaande positie in, als kerkmusicus, als componist, als docent en als rijksgecommitteerde bij talloze muziekexamens. Tweemaal werd hij wegens zijn grote verdiensten onderscheiden: in 1968 tot ridder in de Orde van Oranje-Nassau en in 1973 tot Ridder in de Orde van Sint-Gregorius de Grote.

Oeuvre Strategier componeerde dagelijks en zijn oeuvre is veelzijdig: er zijn zo'n 400 werken voor de meest uiteenlopende bezettingen en genres, veelal in opdracht geschreven. Als componist werd hij, evenals zijn vrienden Jan Mul en Albert de Klerk, allereerst sterk beïnvloed door de monumentale stijl van Hendrik Andriessen, die in de katholieke kerkmuziek een krachtig tegengeluid had laten horen tegenover de in Nederland nog sterk heersende stijl van het neo-palestrijnse caecilianisme (de 19e-eeuwse kerkmuzikale vernieuwingsbeweging) en het laatromantische Duitse idioom. Daarnaast vertoont de muziek van deze drie jonge componisten in de melodievorming en vele modale wendingen volop de invloed van het gregoriaans, terwijl dankzij hun vertrouwdheid met renaissance- en barokmuziek hun meerstemmigheid rijkelijk is voorzien van polyfone technieken zoals de motetstijl en canons. Ten slotte zijn ze allen sterk geïnspireerd door de muziek van componisten als Fauré, Debussy en Ravel. Bij Strategier, die een grote bewondering voor Fauré had en diens werken veelvuldig speelde, leidden deze invloeden uiteindelijk tot een speelse, makkelijk toegankelijke muziek, een doorzichtig lijnenspel met een soepele stemvoering vanwaaruit als vanzelfsprekend een fijnzinnige harmoniek ontstond.

Kerkmuziek Strategier was in de allereerste plaats een rooms-katholiek kerkmusicus. Vanaf zijn studiejaren tot aan zijn vertrek uit de Utrechtse kathedraal in 1963 was hij zeer intensief bij de kerkmuziek betrokken, als organist, dirigent en componist. De omschakeling van de Latijnse liturgie naar de Nederlandse liturgie halverwege de jaren zestig werd door hem niet met veel enthousiasme ontvangen. Hij zei erover: "Het gregoriaans wordt van tafel geveegd terwijl er een liedjes-cultuur voor in de plaats komt." Maar zonder zijn kerkmuzikale basis te verloochenen, voelde hij zich geleidelijk steeds beter thuis in de vernieuwde liturgie en de daarmee verbonden nieuwe opvattingen omtrent functionaliteit en rolverdeling, die na het Tweede Vaticaans Concilie zo sterk afweken van wat hij tot dan toe gepraktiseerd had. Ook raakte hij steeds meer vertrouwd met het Nederlands als kerktaal, met alle consequenties die deze taal had voor de verhouding woord-toon en de daarbij behorende melodievorming. Strategier gebruikte geestelijke teksten van een groot aantal Nederlandse dichters, onder anderen Gabriël Smit, Guillaume van der Graft, Michel van der Plas, Gerard Wijdeveld en Jacques Schreurs. Ook zette hij regelmatig teksten van Guido Gezelle op muziek en in Zundert ten slotte was het vooral de psalmvertaling van Ida Gerhardt en Marie van der Zeyde die voor hem een bron van inspiratie was.