Paralititan ("getijdengigant" of "waddenreus"Vrij vertaald van het Engelse "tidal giant") is een uitgestorven geslacht van plantenetende sauropode dinosauriërs behorende tot de groep van de Titanosauria, dat leefde in het late Krijt, zo'n 95 miljoen jaar geleden.Malam, J en Parker, S. (2003) Dinosaurussen en andere prehistorische dieren. Bath: Parragon Books Ltd. De enige benoemde soort is Paralititan stromeri.
In 2000 werd bij een oase in Egypte door Amerikaanse onderzoekers een skelet ontdekt van een sauropode. Het kreeg al in 2001 een aparte soortnaam. Het skelet was niet volledig. Daardoor is het niet zeker hoe groot het dier was. Ook is de schedel niet bekend.
Het skelet had heel lange opperarmbeenderen. Daarom dachten de wetenschappers eerst dat Paralititan heel lang was en heel zwaar, wel zestig ton. Het zou een van de grootste dinosauriërs zijn die ooit waren gevonden. Later keken onderzoekers vooral naar de wervels. Die waren niet heel erg groot. Ze stelden het gewicht bij naar twintig ton. De lengte zou twintig meter zijn geweest. Zelfs dan was Paralititan een van de grotere gevonden sauropoden. Net als andere sauropoden moet Paralititan een viervoeter zijn geweest met een lange nek en een kleine kop.
Paralititan leefde in een heel heet klimaat. Hij liep rond op wadden aan de kust. De zandplaten werden steeds overspoeld door het getij. Er groeiden zaadvarens op die diep geworteld waren. Die varens at Paralititan op. Hij scheurde ze af met zijn kop en slikte ze heel in, zonder echt te kauwen. In zijn grote buikholte werden de planten verteerd door bacteriën. Paralititan werd zelf ook gegeten, door een grote theropode roofsauriër, Carcharodontosaurus.
Vondst en naamgeving In 1998 kwamen doctoraalstudent Joshua Smith en zijn medestudent Matt Lamanna van de University of Pennsylvania tot de conclusie dat een van de meestbelovende locaties op de planeet voor het opgraven van fossielen de Bahariya-oase in Egypte was waar verzamelaar Richard Markgraf in 1912, 1913 en 1914 beenderen voor Ernst Stromer geborgen had wat een schat aan vondsten had opgeleverd. Daarna had geen paleontoloog de vindplaats nog bezocht, terwijl de specimina op 25 april 1944 door een bombardement op München waren vernietigd. Een gelukkig toeval wilde dat aan hun universiteit de geoloog Robert Giegengack was verbonden die met zijn assistente Jennifer Smith in 1999 een expeditie zou uitvoeren naar de Dachla-oase. Joshua bood zijn diensten aan op voorwaarde dat ook een paar dagen uitgetrokken zouden worden om de Bahariya te bezoeken. Op 21 februari 1999 lokaliseerde men de belangrijkste vindplaats van Markgraf op de Gebel-el-Dist. De locatie bleek bezaaid te zijn met beenderen van sauropoden en Theropoda. Na terugkeer in de VS rapporteerde Joshua dit op 10 maart aan Lamanna. Hierop werd professor Peter Dodson geïnformeerd die concludeerde dat de universiteit een expeditie naar de Bahariya moest organiseren. Men kreeg daarvoor financiële steun van een kleine filmmaatschappij, MHP Entertainment, die een team zou meesturen om opnamen te maken voor een documentaire. De universiteit zelf trok maar $5000,- uit; filantroop Emilie de Hellebranth gaf $10.000,- en de Delaware Valley Paleontology Society $1000,-. Mark Hufnagel, Jim Milio en Melissa Jo Peltier van de filmmaatschappij dekten de rest van de uitgaven tot een totaal van zestigduizend dollar. Milio moest daarvoor een tweede hypothecaire lening op zijn huis nemen. Uiteindelijk zou dit zijn geld opleveren toen het grotere Cosmos Studios de rechten overkocht.Nothdurft, William; Joshua Smith; Matt Lamana; Ken Lacovara; Jason Poole & Jen Smith, 2002, The Lost Dinosaurs of Egypt: The Astonishing and Unlikely True Story of One of the Twentieth Century's Greatest Paleontological Discoveries, Random House, 272 pp
Op 10 januari 2000 vertrok de expeditie uit Amerika. Josh Smith, Jen Smith, Lamanna, Giegengack en Dodson waren allen van de partij. Naast vier vrijwilligers deed ook preparateur Jason Pool mee en verder Kenneth Lacovara, een sauropodenexpert. Op 11 januari in Caïro aangekomen werden ze versterkt door de Egyptische geoloog Joesri Attia en diens assistenten Medhat Said Abdelghani en Jassir Abdelrazik. Bij aankomst op de heuvel van de Gebel-el-Dist bleek de locatie toch wat tegen te vallen. Weliswaar lagen overal losse botten verspreid, vooral van Aegyptosaurus, maar Markgraf had de lagen kennelijk grondig "leeggetrokken" zodat er geen meer complete skeletten over waren. Men ontdekte weer zijn graafsleuven waar soms nog wat slechter materiaal al in gips verpakt aanwezig was. Men begon te vrezen dat de hele expeditie een verspilling van alle geld en inspanning geweest was en ging dus snel op zoek naar betere locaties in de buurt. Bij de Gebel Fagga vond men een wat vollediger skelet van een sauropode. Dat was ook in dit opzicht tweede keus dat men liever een exemplaar van een theropode gevonden had. Gelukkig identificeerde Lacovara het als een nog onbekende soort.
De eerste paralititan werd in 2000 opgegraven in de Bahariyaformatie in Egypte, die stamt uit het Cenomanien. Het was het eerste fossiel van een tetrapode opgegraven in dat gebied sinds 1914 en het eerste dat sinds 1935 beschreven werd.
De typesoort Paralititan stromeri kreeg op 1 juni 2001 zijn naam van Joshua B. Smith, Matthew Carl Lamanna, Kenneth John Lacovara, Peter Dodson, Jennifer R. Smith, Jason Charles Poole, Robert Giegengack en Yousry Attia door een publicatie in het gerenommeerde blad Science. Dat laatste leverde veel extra publiciteit op maar betekende ook dat het artikel tamelijk summier moest zijn omdat Science daarvoor steeds maar een gering aantal bladzijden ter beschikking stelt. Essentiële maar te "technische" informatie werd verbannen naar de voetnoten. Paralititan stromeri, de soortnaam bedacht door Lacovara, betekent letterlijk: "Stromers getijden-titaan" of "Stromers waddenreus". De geslachtsnaam is afgeleid van het Griekse para en halos, wat "dicht bij de zee" betekent. Waddenafzettingen worden aldus "paralisch" genoemd en een wad is een tidal flat. De Titanen waren een geslacht van mythologische reuzen en sinds Titanosaurus was het gebruikelijk geworden om de namen van titanosauriërs het achtervoegsel ~titan te geven. De soortaanduiding is een eerbetoon aan Ernst Stromer von Reichenbach, de Duitse paleontoloog en geoloog die in 1911 de Bahariyaformatie ontdekt had.
De belangrijkste vondst van Paralititan betreft het holotype CGM 81119. Het bestaat uit een gedeeltelijk skelet zonder schedel. Het omvat zestien botten, die volgens optimistische persberichten samen een ongeveer een kwart van het skelet vertegenwoordigden. In 2005 werd vastgesteld dat naast 100% van de schedelelementen, ook 93,7% van de botten van het postcraniaal skelet ontbrak.Kristina Curry Rogers, 2005, "Titanosauria: A PHYLOGENETIC OVERVIEW", pp 50-103 in: Kristina A. Curry Rogers & Jeffrey A. Wilson (eds) The Sauropods: Evolution and Paleobiology, University of California Press, 358 pp Behalve wat fragmenten gaat het om: twee staartwervels uit de staartbasis waaronder de eerste; twee vergroeide achterste sacrale wervels, vermoedelijk de vijfde en zesde; ribben; delen van de schouderbladen; het complete rechteropperarmbeen; een stuk van het linkeropperarmbeen en een onderste stuk van een middenhandsbeen. "CMG" staat voor Cairo Geological Museum. Het wordt westerse onderzoekers niet meer toegestaan de vondsten mee naar huis te nemen zoals in de tijd van Stromer. Het skelet lag niet in verband. Op een ovaal met een lengte van acht meter lagen kleinere clusters botten. Het skelet bevond zich aan de rand van een oude stroomgeul zoals bleek uit de zandafzetting. Men achtte de stroomsnelheid daarin echter te gering om een enorm karkas mee te voeren. Daarom nam men aan dat het dier op het wad gestorven was. Aaseters zouden het daarna in stukken gescheurd hebben wat de opeenhopingen van beenderen zou verklaren. Bij de botten lag een tand van de grote theropode Carcharodontosaurus.
In 1932 had Stromer alle sauropode botten die in de Bahariya gevonden waren onder voorbehoud aan Aegyptosaurus toegewezen. De benoeming van een tweede sauropode soort uit het gebied was aanleiding daar nog eens kritisch naar te kijken. In 2001 werden elementen die geen onderscheidende kenmerken bezaten van een van beide dieren, namelijk de wervel 1912V11166, de staartwervels 1912V11167 en de staartwervel 1912V11165, "gedemoveerd" naar een meer onbepaalde positie als Titanosauria incertae sedis. De zeer grote voorste ruggenwervel 1912V11164, in 1932 door Stromer geclassificeerd als een Riesiger Sauropode van een onbestemd geslacht en soort,E. Stromer, 1932, "Ergebnisse der Forschungsreisen Prof. E. Stromers in den Wüsten Ägyptens. II. Wirbeltierreste der Baharîje-Stufe (unterstes Cenoman). 11. Sauropoda", Abhandlungen der Bayerischen Akademie der Wissenschaften Mathematisch-naturwissenschaftliche Abteilung, Neue Folge 10: 1-21 werd in 2001 onder voorbehoud toegewezen aan Paralititan. Dit was voornamelijk op grond van de omvang: het holotype omvat immers geen ruggenwervels dus de bouw ervan kan niet vergeleken worden.
In 2002 verscheen een populair-wetenschappelijk boek over de expeditie in 2000.
Beschrijving thumb|De opperarmbeenderen wijzen op een gigantische lichaamsomvang thumb|De eerste staartwervel is echter niet extreem groot
Grootte en onderscheidende kenmerken