thumb|250px|Het Apostolisch Paleis gezien vanaf het Sint-Pietersplein, met links de loggia's rondom de Cortile di San Damaso thumb|250px|Plattegrond van de Vaticaanse paleizen (rond 1900) Het Apostolisch Paleis (Italiaans: Palazzo Apostolico), ook wel Pauselijk PaleisVoor andere paleizen der pausen, zie Pausenpaleis (doorverwijspagina). of Heilig Paleis, is het officiële woon- en werkpaleis van de paus in Vaticaanstad. Het maakt deel uit van de Vaticaanse paleizen, die met zo'n 1.400 zalen en kamers en een oppervlakte van 55.000 m² tot de grootste gebouwencomplexen ter wereld behoren.

De Vaticaanse paleizen bevinden zich op een heuvel ten noorden van de Sint-Pietersbasiliek en het Sint-Pietersplein en omvatten onder meer het middeleeuwse Apostolisch Paleis, de kantoren van het Staatssecretariaat, de Sixtijnse Kapel, de Biblioteca Apostolica Vaticana, het Vaticaans Archief en grote delen van de Vaticaanse Musea.

Voor het ontwerp, de bouw en de inrichting van deze paleizen werden eeuwenlang de beste kunstenaars van hun tijd ingeschakeld, zoals Fra Angelico, Michelangelo, Rafaël en Bernini. Als onderdeel van Vaticaanstad zijn de apostolische paleizen dan ook door de UNESCO uitgeroepen tot werelderfgoed. Zie ook: Werelderfgoedlijst.

Algemeen Voor zover de gebouwen en vertrekken niet tot de Vaticaanse Musea gerekend worden, behoren ze formeel tot het Apostolisch Paleis zoals dat door de paus gebruikt wordt voor religieuze en ceremoniële doeleinden. Als het Apostolisch Paleis in engere zin geldt het gebouw waar zich sinds 1589 het privé-appartement van de paus bevindt.

Het Apostolisch Paleis heeft als bijzonderheid dat het hele gebouw heilige, gewijde grond is. Hierdoor mogen overal sacramenten worden toegediend en zo werden bijvoorbeeld sommige liturgische plechtigheden, zoals bisschopswijdingen, niet alleen in de kapellen, maar ook in verschillende zalen uitgevoerd."Pracht en Praal van de Paus. Schatten uit het Vaticaan", uitg. Ludion/Museum Catharijneconvent, Utrecht, 2003, p. 52

Wanneer de paus gedurende de maanden juli en augustus in zijn zomerresidentie te Castel Gandolfo verblijft, heeft ook dat gebouw de status van Apostolisch Paleis.

Tot aan de val van de Kerkelijke Staat in 1870 fungeerde het in 1583 gebouwde Palazzo del Quirinale als de pauselijke zomerresidentie. Hoewel gelegen in het centrum van Rome, was het hier, op een begroeide heuvel, toch aangenamer dan in het Vaticaan. Sommige pausen, zoals paus Benedictus XIV (1740-1758), resideerden hier gedurende hun gehele pontificaat."Pracht en Praal van de Paus, schatten uit het Vaticaan", uitg. Ludion/Museum Catharijneconvent, Utrecht, 2003, p. 53 Sinds 1929 is het pauselijk zomerverblijf in Castel Gandolfo.

thumb|center|600px|Links van de Vaticaanse Obelisk de Sint-Pietersbasiliek en rechts daarvan, boven de colonnades van Bernini, het Apostolisch Paleis

Bouwgeschiedenis Beknopt chronologisch overzicht van de verschillende onderdelen van de Vaticaanse paleizen: 1277: Paus Nicolaas III laat naast de oude Sint-Pietersbasiliek een kasteel van twee verdiepingen bouwen. 1378: Paus Urbanus VI vestigt zich na zijn terugkeer uit Avignon definitief in het paleis naast de Sint-Pieter. Ca 1450: Paus Nicolaas V restaureert het middeleeuwse paleis en laat de Cappella Niccolina door Fra Angelico decoreren. 1475-1481: Paus Sixtus IV laat de Sixtijnse Kapel bouwen. 1484-1487: Paus Innocentius VIII breidt het pauselijk paleis in oostelijke richting uit en laat de Villa Belvedere bouwen. 1492: Paus Alexander VI laat een nieuwe vleugel met de Torre Borgia bouwen en op de eerste verdieping het Appartamento Borgia door Pinturicchio decoreren. 1506: Paus Julius II laat in het middeleeuwse paleis de Stanze di Raffaello door Rafaël en de Sixtijnse Kapel door Michelangelo decoreren. Tevens laat hij de villa Belvedere door Bramante middels zijvleugels verbinden met het Apostolisch Paleis. 1512-1519: Paus Leo X laat aan de oostkant van het Apostolisch Paleis de loggia's van Bramante en Rafaël bouwen. 1538-1573: Paus Paulus III laat Antonio Sangallo de Jongere de Sala Regia en Capella Paolina ontwerpen. 1561-1565: Paus Pius IV laat Pirro Ligorio het noordelijke uiteinde van het Belvederehof voltooien met een reusachtige nis en laat een tweede vleugel haaks op de loggia's van Bramante en Rafaël bouwen. 1574-1577: Paus Gregorius XIII laat achter de nieuwe loggia's een vleugel bouwen met de Capella Matilda en de Sala Bologna en van 1578-1580 de 120 meter lange Kaartengalerij op de westelijke zijvleugel van de Belvederehof. 1586-1589: Paus Sixtus V laat Domenico Fontana het nieuwe Apostolische Paleis en een nieuwe vleugel voor de Vaticaanse Bibliotheek in de Belvederehof bouwen. 1656-1667: Paus Alexander VII laat Bernini de Scala Regia bouwen als nieuwe toegang tot de Vaticaanse paleizen vanaf het Sint-Pietersplein. 1860: Paus Pius IX laat de Scala Pio IX bouwen, die vanaf de Bronzen Poort direct uitkomt op het Cortile di San Damaso. 1903: Paus Pius X verplaatst het pauselijk appartement van de eerste naar de derde verdieping van het nieuwe Apostolisch Paleis. 1964: Paus Paulus VI laat de inrichting van het nieuwe Apostolisch Paleis sterk versoberen. 1996-1999: Paus Johannes Paulus II laat de in 1987 tot Redemptoris Mater-kapel omgedoopte Capella Matilde geheel nieuw decoreren. 2009: Paus Benedictus XVI heropent de gerestaureerde Capella Paolina.

Het middeleeuwse paleis Het oudste gedeelte van de Vaticaanse paleizen is het middeleeuwse paleis, dat onder paus Nicolaas III (1277-1280) naast de oude Sint-Pietersbasiliek werd gebouwd. Het bestond uit een vierkant gebouw met twee verdiepingen rond een binnenplaats, de Cortile di Pappagalli.

Dit kasteelachtige gebouw was echter nog niet de pauselijke hoofdresidentie. Sinds het begin van de 4e eeuw resideerden de pausen namelijk, als bisschop van Rome, in een oorspronkelijk Romeins paleis naast de kathedraal van Sint-Jan van Lateranen.

Nadat paus Gregorius XI in 1377 was teruggekeerd uit de zogeheten Babylonische ballingschap der pausen in Avignon, vestigde zijn opvolger, paus Urbanus VI, zich definitief in het Vaticaanse paleis naast de Sint-Pietersbasiliek. Dit symboliseert tevens dat het pausschap zich voortaan op de gehele wereld richt, nadat het bisdom Rome, gesymboliseerd door het Lateraanse paleis naast de kathedraal, veiliggesteld was.

Voor de veiligheid liet Nicolaas III al in 1277 de Passetto (doorgang) bouwen, een nog altijd bestaande muur tussen het Vaticaanse paleis en de Engelenburcht (Castel Sant Angelo) aan de Tiber. Hierover kon de paus bij gevaar vluchten en zich in de burcht verschansen, zoals paus Clemens VII nog deed bij de Plundering van Rome in 1527.

Rond 1450 liet paus Nicolaas V ter verdediging van het Apostolisch Paleis op een vooruitgeschoven positie richting de stad een zwaar rond bastion bouwen, dat naar hem de Torrione di Niccolò V heet. In de 16e eeuw zou paus Sixtus V direct achter dit bastion het nieuwe Apostolische Paleis bouwen. Tegenwoordig bevinden zich in dit bastion de kantoren van het Instituut voor Religieuze Werken, beter bekend als de Vaticaanse Bank.F. Mayer e.a., "Vatikan, Kleinstaat Weltkirche", uitg. Orell Füsseli, Zürich, 1979, p. 113. thumb|Wandschildering door Fra Angelico in de Capella Niccolina van het middeleeuwse paleis In 1475 richtte paus Sixtus IV de Vaticaanse Bibliotheek (Biblioteca Apostolica Vaticana) op, en bracht deze onder in 4 zalen op de begane grond van het middeleeuwse paleisgebouw. Deze waren tot dan toe in gebruik geweest als wijnkelder en graanopslag. Vanaf de ingang aan de westkant waren in de zalen de volgende collecties ondergebracht: de Latijnse Bibliotheek de Griekse Bibliotheek de Geheime Bibliotheek (voor de meest waardevolle geschriften) de Pauselijke Bibliotheek

Al deze zalen werden van rijke wand- en gewelfschilderingen voorzien en kregen kasten en lezenaars die ontworpen waren door Giovanni di Dolce, die tezelfdertijd de Sixtijnse Kapel bouwde. De zalen zouden echter te vochtig blijken en als gevolg van de uitvinding van de boekdrukkunst ook te klein om de snel groeiende collectie te kunnen herbergen. In 1587 werd de bibliotheek daarom verplaatst naar de nieuwe bibliotheekvleugel in de Belvederehof.F. Mayer e.a., "Vatikan, Kleinstaat Weltkirche", uitg. Orell Füsseli, Zürich, 1979, p. 156-157.

Cappella Niccolina Het middeleeuwse pauselijke paleis werd rond 1450 door paus Nicolaas V gerestaureerd en deels herbouwd. Daarbij liet hij onder meer in 1448 de kleine pauselijke privékapel door Fra Angelico decoreren. Deze kapel van 6,6 bij 4 meter, die naar zijn opdrachtgever Cappella Niccolina genoemd wordt, is de enige nog bewaard gebleven kapel met fresco's van Fra Angelico. Tegenwoordig is de kapel niet meer als dusdanig in gebruik.

De Sixtijnse Kapel thumb|De Sixtijnse Kapel gezien vanaf de koepel van de Sint-Pietersbasiliek, met bovenaan de Torre Borgia en het middeleeuwse pauselijke paleis

Naast de kleine Cappella Niccolina was er, zeker sinds 1368, ook nog de Grote Kapel (Cappella Maggiore of Cappella Magna). Dit was een van verdedigingswerken voorziene middeleeuwse zaal, die gebruikt werd voor grotere bijeenkomsten van het pauselijk hof.www.vaticanstate.va - The Sistine Chapel

In 1475 gaf paus Sixtus IV opdracht tot het bouwen van een nieuwe kapel, die naar hem de Sixtijnse Kapel genoemd wordt. Ook deze kapel werd weer voorzien van verdedigingswerken, ter mogelijke afweer van het Florence van de Medici's en de Ottomanen. De kapel werd gebouwd door Giovanni di Dolce en kreeg de afmetingen van de Tempel van Salomo: 40,23 meter lang, 13,41 meter breed en 20,7 meter hoog. Op 15 augustus 1483 werd de kapel ingewijd door Sixtus IV en toegewijd aan de Maria-Tenhemelopneming.

In opdracht van Sixtus IV werd het interieur vanaf 1481 beschilderd door Botticelli, Ghirlandaio, Cosimo Rosselli en Signorelli uit Florence en door Perugino en Pinturicchio uit Umbrië. De schilderingen werden voltooid door zijn neef en latere opvolger paus Julius II. Deze gaf Michelangelo opdracht het plafond te beschilderen, waar deze van 1508 tot 1512 mee bezig was. In opdracht van paus Paulus III zou Michelangelo ten slotte tussen 1536 en 1541 zijn wereldberoemde fresco Het laatste oordeel op de wand achter het altaar schilderen.

De Sixtijnse Kapel fungeerde als de pauselijke hofkapel, waarin de meeste liturgische plechtigheden plaatsvonden, slechts de hoogfeesten werden in de Sint-Pieter gevierd."Pracht en Praal van de Paus. Schatten uit het Vaticaan", uitg. Ludion/Museum Catharijneconvent, Utrecht, 2003, p. 51 De vieringen in de Sixtijnse Kapel werden opgeluisterd door het Koor van de Sixtijnse kapel, waarvoor zich aan de noordwand van de kapel een balkon bevindt.

Ook het conclaaf om een nieuwe paus te kiezen vindt sindsdien in de Sixtijnse Kapel plaats. Het linker deurtje in de westwand van de kapel leidt naar de pauselijke sacristie, die ook wel de Kamer der Tranen (=Stanza delle lacrime) genoemd wordt. Het is de ruimte waar een nieuwgekozen paus zijn nieuwe witte gewaad aangemeten krijgt. Achter deze sacristie bevindt zich een trap waarmee de pausen onopvallend de Sint-Pieter konden bereiken. Tegenwoordig is de Sixtijnse Kapel te bezichtigen wanneer er geen vieringen of conclaven plaatsvinden.

Appartamento Borgia thumb|Detail van het fresco Verrijzenis met paus Alexander VI in het Appartamento Borgia