De verdringingsreeks is in het waterbeheer de algemeen gebruikte term voor de rangorde van maatschappelijke en ecologische behoeften, die bij waterschaarste of dreigende waterschaarste in Nederland bepaalt hoe de waterbeheerders het beschikbare oppervlaktewater verdelen. Waterveiligheid staat voorop, en vervolgens het voorkomen van klink en zettingen, het vermijden van onomkeerbare natuurschade en het veiligstellen van drinkwater en energie. Daarna krijgen tijdelijke beregening van kapitaalsintensieve gewassen en proceswater voorrang boven de overige watergebruikers.

De verdringingsreeks is vastgelegd in artikel 3.14 van het Besluit kwaliteit leefomgeving op basis van artikel 2.42 uit de Omgevingswet. De rangorde geldt voor de waterbeheerders — Rijkswaterstaat en waterschappen — met het doel om de maatschappelijke, ecologische en economische gevolgen van de waterschaarste zoveel mogelijk te beperken.

Van waterschaarste is sprake wanneer er niet voldoende water van voldoende kwaliteit is voor de diverse maatschappelijke en ecologische functies. Per functie zijn er andere kwaliteitseisen aan het water. Voor natuur kan bijvoorbeeld het vermijden van gebiedsvreemd water van belang zijn en voor landbouw het zoutgehalte. Per natuurtype en gewas verschillen de eisen aan de waterkwaliteit.

Typen maatregelen bij waterschaarste Wanneer de beheerder een (dreigende) waterschaarste vaststelt, vormt de verdringingsreeks het afwegingskader voor eventuele maatregelen. Maatregelen voor waterverdeling kunnen feitelijk of juridisch zijn.

Feitelijke maatregelen gaan vooral over het sturen of vasthouden van water. Bijvoorbeeld met de hoofdkranen (stuw Driel, de Haringvlietsluizen, de Stevinsluizen en Lorentzsluizen in de Afsluitdijk en de sluizen van IJmuiden) in de rijkswateren. Daarnaast kunnen zowel Rijkswaterstaat als waterschappen via nevenkranen de waterverdeling beïnvloeden. Met hoofdkranen wordt vooral geanticipeerd op tekorten en water gebufferd; met nevenkranen wordt water daadwerkelijk verdeeld bij schaarste.

Juridische maatregelen betreffen bijvoorbeeld het verlenen en handhaven van vergunningen voor koelwaterlozingen. Waterschappen kunnen onttrekkingsverboden instellen. Vooral laagwaardig watergebruik kan hiermee worden beperkt bij (dreigende) schaarste.

De waterbeheerder is verantwoordelijk voor een zo goed mogelijke verdeling van het beschikbare oppervlaktewater bij tekorten. Belanghebbenden moeten zelf de risico’s van hun activiteiten inschatten en maatregelen nemen om deze te beperken. Bijvoorbeeld het aanleggen van bassins, alternatieve koeling (lucht, koelvloeistoffen, koeltorens), andere waterbronnen, waterbesparing of gesloten processen. Wanneer een waterbeheerder een tijdelijke ontheffing verleent, bijvoorbeeld op een beregeningsverbod, kan hij aanvullende eisen stellen om toekomstige risico’s te verkleinen.

De waterbeheerder is niet alleen verantwoordelijk voor maatregelen die belanghebbenden in haar eigen gebied raken. De toepassing van de verdringingsreeks om de de maatschappelijke schade door waterschaarste te minimaliseren is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Als een andere regio bijvoorbeeld belang heeft bij doorvoer, dan moet de verdringingsreeks als uitgangspunt worden genomen.

De categorieën in meer detail De volgende rangorde van behoeften, geldt voor de verdeling van oppervlaktewater bij waterschaarste of dreigende waterschaarste:

Het waarborgen van de veiligheid tegen overstroming en het voorkomen van onomkeerbare schade met achtereenvolgens prioriteit voor: de stabiliteit van waterkeringen; het voorkomen van klink en zettingen en natuur, voor zover het gaat om het voorkomen van onomkeerbare schade. Nutsvoorzieningen, achtereenvolgens: drinkwatervoorziening, voor zover het gaat om het waarborgen van de leveringszekerheid; en energievoorziening, voor zover het gaat om het waarborgen van de leveringszekerheid. Kleinschalig hoogwaardig gebruik, gelet op het zo veel mogelijk beperken van de maatschappelijke en economische gevolgen: tijdelijke beregening van kapitaalsintensieve gewassen en industrieel proceswater.. Overige behoeften, gelet op het zo veel mogelijk beperken van de maatschappelijke en economische gevolgen: scheepvaart; landbouw; natuur (voor zover het niet gaat om het voorkomen van onomkeerbare schade); industrie; waterrecreatie; binnenvisserij; drinkwatervoorziening (niet het waarborgen van de leveringszekerheid); energievoorziening (niet het waarborgen van de leveringszekerheid); overige belangen. De verdringingsreeks is niet op alle onderdelen glashelder. Bijvoorbeeld de woorden 'tijdelijke beregening' of 'onomkeerbare schade' geven interpretatieruimte aan de waterbeheerder. Er is een handleiding die meer uitleg geeft op basis van de Nota van de toelichting bij het Waterbesluit, de totstandkomingsgeschiedenis van de verdringingsreeks en ervaringen uit de praktijk. Categorie 1

De stabiliteit van waterkeringen kan bij droogte met name in veengebieden in gevaar komen. Een voorbeeld is de kadebreuk bij Wilnis in 2003. Klink en zettingen zijn ook vooral, maar niet alleen, in veengebieden een risico.

De veenoxidatie die bij droogte kan optreden is ook een risico voor onomkeerbare schade aan de natuur. Om dit tegen te gaan wordt in laagveengebieden bij droogte oppervlaktewater aangevoerd uit het hoofdwatersysteem. In hoogveen wordt zoveel mogelijk voorkomen dat water wegstroomt door in de omgeving (grond)waterstanden op peil te houden. Onomkeerbare schade kan ook optreden door uitsterven van soorten (biotische schade). Als soorten na enkele jaren terugkeren of als met investeringen de schade hersteld kan worden is geen sprake van onomkeerbare schade.

Categorie 2, drinkwater en energie

Als de leveringszekerheid van drinkwater of energie in gevaar komt, en met waterverdeling kan dit worden voorkomen, dan hebben deze gebruikers in deze volgorde prioriteit. Drinkwater komt in Nederland voor ongeveer 40% uit oppervlaktewater. Voor deze locaties geldt de verdringingsreeks. De elektriciteitscentrales in Nederland gebruiken koelwater uit het oppervlaktewater. Veel van de centrales liggen langs de kust en zijn daar minder kwetsbaar voor hoge watertemperatuur.

Categorie 3, kleinschalig hoogwaardig gebruik Categorie 3 is een verbijzondering op categorie 4. Het gaat hier om een uitzonderlijke situatie waarbij met beperkte hoeveelheden water grote sociaaleconomische effecten zijn te voorkomen (kleinschalig hoogwaardig gebruik). Bij het belang van de beregening van kapitaalintensieve gewassen is sprake van een uitzondering op de positie die landbouw en de overige economische behoeften innemen in categorie 4. Het betreft hier gewassen waarbij een totale mislukking van de oogst dreigt als gevolg van het watertekort, terwijl met een relatief kleine hoeveelheid water een schade van een dergelijke omvang kan worden voorkomen, mede afhankelijk van het moment in het seizoen. Daarom valt dit in categorie 3. Grootschalig hoogwaardig watergebruik in landbouw en andere economische sectoren is onderdeel van categorie 4.

Grondwater en de verdringingsreeks De verdringingsreeks geldt bij waterschaarste en dreigende waterschaarste voor alle oppervlaktewateren. De provincie heeft de bevoegdheid om met nadere regels in de omgevingsverordening de verdringingsreeks ook van toepassing te verklaren op grondwater. Dat is nog niet gebeurd.

Nadeelcompensatie Het doel van de verdringingsreeks is om in waterschaarstesituaties het beschikbare water maatschappelijk gezien optimaal te verdelen. Inherent aan de verdringingsreeks is dat bepaalde behoeften (en dus groepen van gebruikers) worden achtergesteld ten opzichte van andere behoeften. De achtergestelde gebruikers kunnen daardoor eerder schade leiden dan de groepen van gebruikers aan wiens belang een hogere plaats in de rangorde is toegekend.

Door op voorhand alle belanghebbenden in kennis te stellen van de wijze waarop het beschikbare water wordt verdeeld in tijden van waterschaarste (door het wettelijk verankeren van de rangorde), weten gebruikers van tevoren waar ze aan toe zijn en kunnen ze zo nodig zelf voorzieningen treffen om eventuele schade te beperken. Verder is van belang dat uiteindelijk niet het handelen van de beheerder de oorzaak van schade is, maar het optreden van een natuurgebeurtenis (droogte). De beheerder probeert die gevolgen juist zoveel mogelijk te beperken, en doet dat op een vooraf duidelijk vastgelegde manier. Nadeelcompensatie voor deze schade zal alleen al om deze redenen niet snel aan de orde zijn.

Categorie:Waterbeheer in Nederland Categorie:Ruimtelijke ordening in Nederland