thumb|De voorzijde van het Lothariuskruis Het Lothariuskruis is een kostbaar processiekruis dat omstreeks het jaar 1000 in het Rijnland is ontstaan, vermoedelijk in Keulen. Het gouden, met cameeën en edelstenen versierde kruis, een zogenaamd 'gemmenkruis' (Latijn: crux gemmata), bevindt zich in de schatkamer van de Dom van Aken in de Duitse stad Aken. Tijdens hoge kerkelijk feestdagen wordt het kruis nog altijd gebruikt bij vieringen in de Dom.
Geschiedenis De Akense kerkschat bevat talloze kunstvoorwerpen die door koningen en keizers zijn geschonken, soms bij gelegenheid van hun kroning in de Akense dom. Het Lothariuskruis is vermoedelijk omstreeks het jaar 1000 geschonken door keizer Otto III (980-1002), die waarschijnlijk ook de opdrachtgever was.
In 1932/33 onderging het kruis een ingrijpende restauratie door de Akense edelsmid Bernhard Witte, die het kruis opende, de gebroken houten kern repareerde door zilveren hoekstukken in te brengen, en gedeeltelijk de gouden zijbeplating verving. Verder verwijderde hij de zegelstenen – in totaal 39 – en verving ze door cabochons, geslepen stenen die beter pasten bij de andere stenen. De zegelstenen zijn in de Tweede Wereldoorlog verloren gegaan.
Uiterlijk Het kruis, zonder het laatgotische voetstuk, is 49,8 cm hoog, het heeft een breedte van 38,5 cm en is 2,3 cm diep. Het is gevat in een uit de 14e eeuw stammend bewerkt gouden voetstuk. De kern van het kruis is van eikenhout. Dit is bedekt met goud en verguld zilver en bezet met smaragden, amethisten, robijnen en parels. Het kruis bevat aan de voorzijde 102 edelstenen en 35 parels. De stenen, en de zetting ervan, zouden verwijzen naar de beschrijving van het hemelse Jeruzalem zoals dat voorkomt in de Bijbel in de Openbaring van Johannes.
thumb|De afbeelding van keizer Augustus Opvallend aan de voorzijde zijn twee cameeën. Centraal op het kruis bevindt zich een verhoogde afbeelding van de Romeinse keizer Augustus met de keizerlijke insignia dat dateert uit de 1e eeuw. Deze op zich heidense versiering verwijst naar de overwinning van Christus: de vergoddelijkte keizer dient als verwijzing naar en verbinding met de vermoedelijke opdrachtgever en schenker van dit kruis, keizer Otto III, die zichzelf volgens de Romeinse traditie als plaatsvervanger van God op aarde beschouwde.
Lager op de verticale balk van het kruis bevindt zich een intaglio van bergkristal met de afbeelding van Lotharius II, koning van Lotharingen van 855 tot 869, een achterkleinzoon van Karel de Grote. De inscriptie bevat de tekst XPE ADIVVA HLOTARIVM REG (God sta koning Lotharius bij). Aan deze afbeelding ontleent het kruis zijn naam.
Verdere opvallende elementen aan de voorzijde zijn een afbeelding van de Drie Gratiën en een leeuw in onyx. Deze beide afbeeldingen zijn gekanteld geplaatst.
Waar op de voorkant diverse heidense afbeeldingen voorkomen, is de achterzijde geheel gewijd aan de christelijke iconografie. In goud gegraveerd is een afbeelding van de gekruisigde Christus, zonder doornenkroon. De hand van God is naar hem uitgestrekt en bevat een lauwerkrans als teken van overwinning, waarin een duif is opgenomen, waarmee de Drie-eenheid wordt uitgebeeld.
Afbeeldingen
Zie ook Otto-Mathilde-kruis Mathilde-kruis Patriarchaalkruis (Vaticaan)
Categorie:Dom van Aken Categorie:Christelijke kunst Categorie:Ottoonse kunst Categorie:Kunst van de 10e eeuw Categorie:Kunst van de 11e eeuw Categorie:Kruis als christelijk symbool Categorie:Romeinse camee