thumb|Jan van Schaffelaar werpt zich van den toren te Barneveld (Georg Sturm, Rijksmuseum) thumb|Standbeeld van Jan van Schaffelaar, met op de achtergrond de Oude Kerk waar hij vanaf gesprongen is Jan van Schaffelaar (voor 1445 – Barneveld, 16 juli 1482) was een huurling (ruter) die aan zijn einde kwam nadat hij tijdens de Stichtse Oorlog van de door Hoeken belegerde toren van Barneveld sprong.

Levensloop Over de persoon Jan van Schaffelaar is maar weinig bekend. Van Schaffelaars vrouw werd Aleid genoemd. Hij liet een dochter Wendelmoet van Schaffelaar na. Uit onderzoek is gebleken dat er in de 14e eeuw op de grens van Leusden en Barneveld een hoeve stond met de naam De Schaffelaar waaraan de bewoners hun naam ontleenden.Prins 1982, blz. 128-137 en Janse

Er bestaan twee familietakken die vanuit de oorspronkelijke Van Schaffelaar-hoeve zijn uitgewaaierd naar onder meer Arnhem en Amersfoort. Hij zou vermoedelijk "rond 1445 zijn geboren".Prins 1982, blz 37 Volgens A.H.J. Prins zou zijn naam voorkomen op een "monsterrol met honderden namen van Henegouwse en Gelderse voetboogschutters en hun bereden escorte," uit 1476 als "francquenet," dwz "vrije knecht" (vgl "knight") maar Janse en Berents hebben die naam niet op de rol gevonden.Ms. Nr.j822/10, Archives Nationales, Paris, geciteerd in Prins 1987, blz 10, 55; Berents (2017), p. 22 en eindnoot 16 op p. 222. Van Schaffelaar heeft zich kennelijk gevoegd als zwaar-gewapende Gelderse ruiter bij een grote Bourgondische legermacht, die met Karel de Stoute tegen de Zwitsers en de hertog René II van Lotharingen optrekt.Prins 1987, blz. 10 en 55; Janse, blz. 12 Na zijn jaren in Frankrijk zou hij weer teruggekeerd zijn naar het Sticht.

Tijdens de Stichtse Oorlog werd de Bisschop van Utrecht David van Bourgondië, bastaardzoon van Filips de Goede, uit Utrecht verjaagd door de Hoeken. Daarop werd de stad door Kabeljauwen belegerd om de Utrechtse bevolking uit te hongeren. Hertog Jan II van Kleef liet voedsel naar de stad brengen voor de inwoners, waarop de bisschoppelijke troepen trachtten deze transporten te onderscheppen. Onder hen was Van Schaffelaar, gelegerd op kasteel Rosendael te Rozendaal.

De enige bron voor de torensprong van Jan van Schaffelaar is de Hollands-Utrechtse kroniek 1481-1483, die in 1698 werd gepubliceerd door de Utrechtse historicus Antonius Matthaeus, en in het begin van de 17e eeuw (in origineel of in afschrift) in bezit was van Adriaan van Winssen. Volgens deze bron werd op 16 juli 1482 in Barneveld de toren van wat nu de Oude Kerk heet ingenomen door een groep van ongeveer 19 Kabeljauwen, waaronder Van Schaffelaar. Hoekse soldaten belegerden de toren en beschoten deze met kanonnen. Zij gaven aan het aanbod tot overgave van de Kabeljauwen pas te zullen accepteren als Jan van Schaffelaar naar beneden zou worden geworpen. De Kabeljauwen weigerden dat, hoewel de keus (alle Kabeljauwen dood of alleen Van Schaffelaar dood) niet zo moeilijk was. Van Schaffelaar zei toen: "Lieve gesellen, ic moet ummer sterven, ic en wil u in geenen last brenghen". Hij ging op de torentrans staan, zette zijn handen in zijn zij en sprong naar beneden. Hij overleefde de val, maar werd op de grond alsnog door de Hoeken doodgeslagen.

In 1486 werd in een akte de overdracht aan dochter Wendelmoet van zijn boerderij in Leusden bevestigd. De boerderij was een erfpacht van de Paulusabdij in Utrecht.Janse, blz. 86

Jan van Domselaar In 1978 werden bij restauratiewerkzaamheden aan de kerk van Barneveld ook de graven in de kerk onderzocht. Daarbij werden ook de overblijfselen van Jan van Domselaar bestudeerd, die gehuwd was met Lijsbeth van Schaffelaar. De oud-Barnevelder dr. A.H.J. Prins veronderstelde dat Van Domselaar de achternaam van zijn vrouw had overgenomen, en dan zou de persoon in het graf dus dezelfde persoon zijn als Van Schaffelaar, die hij niet in archiefstukken was tegengekomen.Prins 1981, blz. 10-14 Een latere vondst in 1988 van een akte waarin Van Schaffelaar wordt genoemd als pachter van een boerderij in Leusden maakt de gelijkstelling met de Barnevelder Van Domselaar onwaarschijnlijk. Berents ontkracht dat Van Schaffelaar en Van Domselaar een en dezelfde persoon zou zijn.

Culturele inspiratie Het verhaal van Jan van Schaffelaar is een inspiratiebron geweest voor verscheidene, geromantiseerde literaire werken, waarvan de in Nederland bekende romantische historische roman De Schaapherder (1838) van Jan Frederik Oltmans (1806-1854) de meeste invloed had. Dankzij de roman kreeg de torensprong, die eerder maar een voetnoot was in de geschiedenis van de Stichtse Oorlog, nationale bekendheid.

Op 15 september 1903 werd op het Torenplein van Barneveld een standbeeld van Jan van Schaffelaar onthuld, ontworpen door Hendrik ten Ham E.Jzn. (kunstschilder) en vervolgens uitgevoerd door Bart van Hove.Prins 1982, blz. 4 en 307 noot 5

De jeugdboekenschrijfster Thea Beckman heeft het verhaal van Van Schaffelaar geromantiseerd in haar boek Hasse Simonsdochter (1983). In dit boek redt Van Schaffelaar het hoofdpersonage Hasse Simonsdochter als zij wordt aangevallen door een paar veedrijvers die het Kampereiland passeren. Van Schaffelaar doodt daarbij een van de veedrijvers en wordt daarvoor door de Kampenaren ter dood veroordeeld. Hasse Simonsdochter verbidt hem echter, waardoor zij met elkaar moeten trouwen.

Zie ook Museum Nairac Tweede Utrechtse Burgeroorlog Willem van Wachtendonk

Categorie:Persoon in de Hoekse en Kabeljauwse twisten Categorie:Geschiedenis van Barneveld