thumb|De Isle of Man TT van 1992 De Isle of Man TT (Isle of Man Tourist Trophy) is een wegrace voor motorfietsen op het eiland Man. De race wordt sinds 1907 gehouden. De Snaefell Mountain Course, het stratencircuit op de openbare wegen van het eiland, is meer dan 60 kilometer lang en voert onder meer door dorpen en over de flanken van de berg Snaefell. De vele obstakels (rotondes, trottoirbanden, stenen muren, heggen en gebouwen) maken het een gevaarlijke race. Toch was de Isle of Man TT tot in de jaren zestig een van de meest prestigieuze wedstrijden ter wereld. Van 1949 tot 1976 maakten de belangrijkste klassen van de Isle of Man TT deel uit van het wereldkampioenschap wegrace. De TT-races worden gereden als tijdritten met een interval-start. Motorcoureur Joey Dunlop won hier vaak; hij deed dat maar liefst 26 keer, maar hij werd in 2024 voorbijgestreefd door zijn neef Michael Dunlop, die in dat jaar op 29 zeges kwam.

Ontstaan Aan het begin van de 20e eeuw waren er in het Verenigd Koninkrijk nog geen circuits. Het racen op openbare wegen was verboden omdat men het niet zinvol vond de weinige goede wegen voor de hele bevolking af te sluiten voor het plezier van enkelen. George Somerset, 3rd baron Raglan, de gouverneur van het Eiland Man had echter een grote mate van autonomie en hij zag mogelijkheden in het organiseren van een wedstrijd op Man, met name ten voordele van de plaatselijke middenstand. Hij gaf toestemming voor de eerste wedstrijd voor auto's, de Gordon Bennett Eliminating Trial in 1904, die werd gevolgd door de Gordon Bennett Tourist Trophy car races in 1905. In 1905 werd een poging ondernomen een kwalificatiewedstrijd voor het Britse motorrijdersteam voor deelname aan de Trophée International te houden. De motorfietsen konden het circuit niet helemaal gebruiken, omdat ze de steile heuvels van de "Highroads Course" niet konden beklimmen. Het idee voor de "Tourist Trophy" van Man ontstond in een gesprek in de trein van Oostenrijk naar huis na de Trophée International van 1906, waar net als in de eerdere jaren flink gesjoemeld was met de regels. De broers Harry en Charlie Collier, de secretaris van de Auto-Cycle Union (ACU) Freddie Straight en de voorzitter van de Fédération Internationale des Clubs Motocyclistes, markies Joseph de Mouzilly Saint-Mars zonnen op een manier om op Britse grond een eerlijke race te organiseren. Alleen op het Eiland Man bood het parlement, de Tynwald, de mogelijkheid om openbare wegen af te sluiten en af te wijken van de maximumsnelheid. Om toestemming te vergemakkelijken kreeg de wedstrijd de naam "Tourist Trophy" om het toeristische karakter te benadrukken. Door de problemen die de motorrijders ondervonden op de flanken van de Snaefell zette men een korter circuit uit aan de westkant van het eiland. Deze "St John's Short Course" liep van St John's via Kirk Michael en Peel terug naar St John's.

Isle of Man TT

Raceformat Al vanaf het begin kent de Isle of Man TT een interval-start. Coureurs starten een voor een (vanaf 1949 twee aan twee) met een vaste tussentijd. Pas aan het einde van de race kan dus worden vastgesteld wie er gewonnen heeft. Teams proberen wel altijd de tussentijden van de concurrentie te achterhalen en door te geven. Al in de jaren twintig had het team van BMW een telefoonverbinding met Ramsey, waardoor men de daar passerende rijders kon waarschuwen als een tegenstander sneller was of juist tot rustig rijden kon manen als de overwinning zeker was. De TT-organisatie zelf moest ook proberen al vóór het passeren van start/finish te achterhalen wie er naderde. Daarom richtte men in 1920 in Onchan een waarschuwingspost in: Signpost Corner. Daardoor konden de Manx scouts ook makkelijker en sneller het scorebord bijhouden. Vanaf Signpost Corner werden ook de teams gewaarschuwd zodat ze zich konden voorbereiden op een pitstop. Voor de coureurs betekent de interval-start dat ze altijd voluit moeten blijven rijden. Een snellere tegenstander kan tientallen seconden vóór of achter hen rijden en is dus niet in zicht. Voor het publiek is de wedstrijd alleen te volgen via de radio en omroepinstallaties.

Raceklassen De klasse-indeling was aanvankelijk een groot probleem. De technische ontwikkelingen gingen zo snel, dat de Fédération Internationale des Clubs Motocyclistes ze niet kon bijhouden waardoor alle organisatoren hun eigen regels moesten vaststellen. Toen het Europees kampioenschap wegrace in 1924 werd ingesteld, nam men de cilinderinhoudsklassen van de Isle of Man TT over: 250 cc zoals in de Lightweight TT, 350 cc zoals in de Junior TT en 500 cc zoals in de Senior TT. De Ultra-Lightweight TT, die 175 cc inhoud had, nam men nog niet over en die verdween ook in de TT weer snel, om pas in 1951 als 125cc-klasse terug te keren. Toen de Isle of Man TT in 1977 haar WK-status verloor, stelde men op Man weer eigen klassen samen. Daardoor was er geen enkel verband meer tussen de klassen in de TT en die van de FIM.

Circuits

De Isle of Man TT werd vanaf het begin verreden op stratencircuits, die gedurende de raceweek afgesloten werden voor het verkeer. Tijdens de trainingen gebeurde dat in de beginjaren nog niet, waardoor weleens gevaarlijke situaties konden ontstaan.

St John's Short Course

Aanvankelijk was het de bedoeling te rijden op de Four Inch Course, een iets kortere versie van de oorspronkelijke Highroads Course, die voor autoraces werd gebruikt. Bij kwalificatietrainingen met motorfietsen in 1905 was echter gebleken dat de eenvoudige eencilinders zonder koppeling en versnellingsbak de heuvels rond de berg Snaefell niet konden beklimmen. Daarom werd een kortere route aan de westkust van het eiland Man gekozen: de St John's Short Course.

Snaefell Mountain Course

De machines evolueerden echter heel snel, en in 1910 werd er op de Short Course al meer dan 80 km/h gemiddeld gereden. Juist de Britse merken hadden grote ontwikkelingen doorgemaakt en die waren nu juist wel voorzien van koppelingen en versnellingen. Daarom was het vanaf 1911 gunstiger nu juist wél over de Snaefell te rijden. Het circuit kreeg nu de naam Snaefell Mountain Course.

Markante punten Het 60 km lange circuit kent een groot aantal bij naam bekende markante punten. Behalve de eigen speciaal voor de TT geplaatste mijlpalen zijn er ook nog plekken langs het circuit die een lokaal gebruikelijke naam of de naam van een coureur hebben. Tussen deze markante punten liggen soms slechts enkele honderden meters. Op die manier kan het publiek via de speaker de race volgen, maar weten ook hulpverleners nauwkeurig op welke plaats ze moeten zijn. Binnen de Marshal Sectors gebruikt men ook nog extra namen om nauwkeurig aan te geven waar iets gebeurd is, zoals Cronk Aashen of Cammal Farm.

Boerderijen en cottages Ook gebouwen zijn markante punten, zoals boerderijen (Ballacraine = boerderij van McCrayne) en cottages: Sarah's Cottage, de voormalige herberg van Sarah Corlett, en Kate's Cottage, de herberg van George Rhodes Tate, wiens naam door een BBC reporter verhaspeld werd tot "Kate".

Oorspronkelijk naam Veel plaatsen hebben hun oorspronkelijke Manx-Gaelische namen. Ze zijn vaak genoemd naar landschapselementen, zoals grote stenen (Creg-ny-Baa = steen van de koe), heuvels (Cronk-ny-Mona = turfheuvel) en Rhencullen (hulstheuvel) en valleien: Glen Duff, Glen Helen, Glen Vine, Glenlough, Glentramman.

Genoemd naar coureurs Enkele voorbeelden van naar coureurs genoemde plaatsen zijn Birkin's Bend (Archie Birkin verongelukte hier in 1927 toen hij een viskar wilde ontwijken), Doran's Bend (Bill Doran raakte hier in 1950 gewond), Handley's Corner (Wal Handley viel hier in 1932).

Clypse Course

In de jaren vijftig, toen de Isle of Man TT al deel uitmaakte van het wereldkampioenschap wegrace, waren ook de lichtere klassen en de zijspanklasse belangrijk geworden. Het deelnemersveld was echter klein, omdat de Britse privérijders over het algemeen zwaardere machines prefereerden. Racen op de 60 km lange Mountain Course met een klein aantal deelnemers zou het schouwspel voor het publiek bijzonder saai maken. Bovendien waren buitenlandse coureurs er niet gelukkig mee, omdat het bijna onmogelijk was een dergelijke lange baan te leren kennen. De oplossing was een korter parcours, dat wel over een groot deel van het oorspronkelijke circuit ging, de Clypse Course. Het werd echter slechts gebruikt van 1954 tot 1959.

Billown Circuit

Toen in 2008 de Ultra-Lightweight TT en de Lightweight TT in ere hersteld werden, zocht men weer een korter circuit. Ten zuiden van de Mountain Course, bij Castletown, lag het Billown Circuit, dat al sinds 1955 werd gebruikt voor de Southern 100 en de National Road Races Meeting. In 2008 en 2009 werd het zodoende ook door de Isle of Man TT gebruikt.

Organisatie

In de eerste jaren werd gereden onder auspiciën van de Auto-Cycle Union, die verantwoordelijk was voor het samenstellen van het reglement. Door de snelle ontwikkelingen van de techniek aan het begin van de 20e eeuw was dat al moeilijk genoeg. Motorfietsen werden in de handel nog niet aangeduid met hun cilinderinhoud, maar met hun vermogen. De klant had de keuze tussen een- en tweecilinders, maar die laatsten waren toen nog in het nadeel. Daarom werden er in de beginjaren bijna jaarlijks reglementswijzigingen aangebracht. Op het eiland Man zelf werden marshals verzameld en hotels en "cottages" ontvingen gasten en zorgden voor eenvoudige maaltijden voor coureurs en toeschouwers. In 1922 ontstonden er kleine scheurtjes tussen de ACU en het gouvernement van Man, door de gestegen organisatiekosten. De ACU dreigde het evenement te verplaatsen naar Yorkshire of zelfs naar België, wat door de regering van Man werd beantwoord door dan de TT maar onder eigen verantwoordelijkheid te organiseren. In 1949, toen de TT van Man deel ging uitmaken van het wereldkampioenschap, werd de FIM hoofdverantwoordelijk, maar de directe organisatie bleef bij de ACU en het gouvernement van Man liggen. Vanaf 1989 is het Isle of Man Department of Tourism and Leisure hoofdverantwoordelijk voor de organisatie en sindsdien heet het evenement officieel ook "Isle of Man TT Festival".

Marshals Bij elke training en wedstrijd zijn ten minste 500 marshals nodig. In 1908 werden voor het eerst vrijwilligers opgeroepen om als marshal steun te verlenen. Toen zorgde ook het gouvernement al voor extra politie-inzet. Dat was ook nodig omdat er in 1907 veel ongelukken waren gebeurd tussen rijders, lokaal verkeer en loslopende schapen. In 1962 werd de Isle of Man TT Marshals Association Ltd. (IOMTTMA) opgericht. Zij ging doelgericht werken aan het werven en opleiden van de Marshals voor de TT en voor de Manx Grand Prix. Marshals worden opgeleid in EHBO, speciaal gericht op motorrijders (bijvoorbeeld het wel of niet afnemen van een helm), Incident Management, brandjes blussen, samenwerken met ambulances en helikopters, gebruik van radio's, verkeersregeling, wedstrijdvlaggen. Zij houden de organisatie op de hoogte van veranderende weersomstandigheden, met name de opkomende mist op de "Mountain Section".

Marshal Sectors Voor toeschouwers en rijders is het volgen van de wedstrijd via de speaker redelijk eenvoudig doordat gebruik wordt gemaakt van bekende markante punten en "milestones". Voor de marshals is het circuit opgedeeld in 12 sectoren. Elke sector heeft een Chief Sector Marshal (CSM) en een aantal Deputy Sector Marhals (DSM). De CSM kan persoonlijk marshals werven voor zijn sector. Hij heeft ook inzicht in specifieke problemen die rijders in zijn sector hebben. In de eerste sectoren zijn bijvoorbeeld in ronde 1 de banden nog koud. In de sectoren 9 t/m 11 (Gooseneck - Creg-ny-Baa) kan het weer (mist en windstoten) een rol spelen. Verder zorgt hij voor ambulanceposten. Marshals hebben shelters tot hun beschikking waarin ze kunnen schuilen.

Travelling marshals