thumb|Graf op het kerkhof van Vollezele Aloïs Walgrave (Gent, 9 februari 1876 - Brugge, 28 februari 1930) was een Vlaams priester, dichter en prozaschrijver.

Levensloop Aloïs Walgrave werd geboren als de zoon van Aloys C. M. Walgrave (1844-1908), een Vlaamse schrijver en dichter. Na zijn studie thomistische wijsbegeerte en klassieke filologie in Leuven en het Diocesaan Grootseminarie in Mechelen, werd Walgrave leraar aan het Kleinseminarie van Hoogstraten. Leerlingen van hem waren de jezuïet Emiel Janssen en de schrijver en dichter Jozef Simons. In 1920 werd hij pastoor in Vollezele.

Walgrave was onder andere medewerker van Dietsche Warande & Belfort en van het culturele tijdschrift Jong Dietschland.

Zijn neven, zoons van zijn broer Jozef Walgrave, waren de dominicanen en hoogleraars Jan-Baptist Jozef Walgrave (1911-1986) en Jozef Walgrave (1914-1977), kloosternaam Valentinus.

Jef Tinel (1885-1972) schreef in 1921 muziek bij het evangeliespel De blindgeborene.

Walgrave was briefwisselend lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal en Letterkunde. Zijn vroegtijdige dood belette dat hij tot titelvoerend lid werd bevorderd.

Toen hij zwaar ziek werd, werd hij in het Brugse ziekenhuis Sint-Jan opgenomen en hij overleed er, pas 54 jaar geworden.

Guido Gezelle Walgrave had grote bewondering voor Guido Gezelle en werd een van zijn eerste biografen. Het werk, in twee delen, kwam niet zonder moeite tot stand. Walgrave had immers af te rekenen met de vijandschap van Cesar Gezelle, die zelf aan een biografie over zijn oom werkte, en die aan Walgrave de toegang ontzegde tot het Gezellearchief dat hij in bezit had.

Tegen het einde van de jaren twintig, was hij samen met Paul Allossery een van de twee hoofdredacteurs van de 'Jubileumuitgave' van Guido Gezelles verzamelde werken. Hij overleed vooraleer deze indrukwekkende uitgave het licht zag. Zijn bijdragen werden er postuum in gepubliceerd, soms bijgewerkt door Allossery.

In 1930 was hij, samen met August Vermeylen, voorzitter van het Huldecomité dat het Gezelle-eeuwfeest en de inhuldiging van het Brugse monument van de Meester voorbereidde.

Werken Stille stonden (1905) De blindgeborene (1907), evangeliespel; Noodkreet (1908) Zingende snaren (1909) Het spel van Onze-Lieve-Vrouw of Maria's leven, 2 dln. (1910), mysteriespel; Vrede op aarde (1911), kerstspel; Jeugddroomen (1913), gelegenheidsspel. Beloonde liefdadigheid (Digitale versie)

Studies over Gezelle: Eene studie over Gezelle's Kerkhofblommen (1858) (1912) Digitale versie) Gedichtengroei. Studiën op Guido Gezelle (1914) (Digitale versie) Het leven van Guido Gezelle, Vlaamschen priester en dichter (2 delen, 1923-1924) (I): (Digitale versie) II: (Digitale versie)

Literatuur Pastoor Aloïs Walgrave, inː Neerlandia, 1930. Arm. GHESQUIERE, Eerweerde Heer Aloïs Walgrave, inː Biekorf, 1930. Joris CAEYMAEX, Bij het sterfbed vazn Z. E. H. Aloïs Walgrave, inː Dietsche Warande en Belfort, 1930.* Joris EECKHOUT, Levensbericht van Aloïs Walgrave, in: Jaarboek Koninklijke Academie Nederlandse Taal en Letteren, 1934. Raf SEYS, Onderwijsinspecteurs langs Koekelare om, 1972. Raf SEYS, Aloïs Walgrave, in: Lexicon van West-Vlaamse schrijvers, Deel 2, Torhout, 1985.

Externe links

Categorie:Belgisch rooms-katholiek priester Categorie:Vlaams dichter Categorie:Vlaams schrijver Categorie:Belgisch persoon in de 19e eeuw