Het arrest Onbehoorlijk gedrag (HR 2 april 1985, NJ 1985/796) is een arrest van de Nederlandse Hoge Raad dat betrekking heeft op het legaliteitsbeginsel.
Casus en procesgang Verdachte wordt op 10 juni 1983 om 7.35 uur aangehouden in de restauratie op perron 1 van station Rotterdam CS. Zij legt aldaar haar geschoeide voeten op een aldaar staande stoel en scheldt een agent en aspirant-agent bij de spoorwegpolitie uit waarbij ze de woorden "Gorilla's, klootzakken, hufters en staatspooiers." gebruikt. Bovendien weigert ze een aanwijzing van iemand van de spoorwegpolitie om de ruimte te verlaten.
Aan verdachte wordt onder meer "onbehoorlijk gedrag" ten laste gelegd. Dit is verboden in artikel 4 aanhef en onder d van het Algemeen Reglement voor het Vervoer op de spoorwegen:
Rechtsvraag Voor de rechtsleer is met name het tweede aangevoerde cassatiemiddel in het arrest van belang, te weten:
Hoge Raad De Hoge Raad oordeelt:
Relevantie Het belang van het arrest schuilt in de manier waarop hier het legaliteitsbeginsel wordt toegepast. Volgens dat beginsel kan een gedraging alleen strafbaar zijn wanneer deze voldoet aan een duidelijke delictsomschrijving. Volgens de Hoge Raad is het in bepaalde gevallen onvermijdelijk dat men zich in een delictsomschrijving van enigszins vage termen bedient. In casu werd de term "onbehoorlijk gedrag" gebruikt binnen de context van stations en treinen en kan men dan uit hetgeen gebruikelijk is, afleiden wat onder gegeven omstandigheden als onbehoorlijk gedrag heeft te gelden. Aldus levert het geen schending van het lex certa-beginsel op.
Onbehoorlijk gedrag