miniatuur|Het project Blauwestad (2011-2012) thumb|Ontsluiting van Blauwestad op de A7 miniatuur|Het voormalige infocentrum, bijgenaamd 'Rode rups', dat in december 2013 gesloopt is.Geschiedenis van Blauwestad, geraadpleegd op 22 mei 2020. Gearchiveerd op 25 april 2020. thumb|Haven en woningen in het Havenkwartier van de Blauwestad Blauwestad is een gebiedsontwikkelingsproject voor wonen, werken en recreatie in het oosten van de provincie Groningen. Het gebied ligt in de gemeente Oldambt in de gelijknamige landstreek en ruwweg tussen de plaatsen Winschoten, Beerta, Midwolda, Oostwold, Finsterwolde en Scheemda op circa 30 autominuten van de stad Groningen. Tot het project behoort ook de woonkern Blauwestad met 1674 inwoners in mei 2026 (bron: gemeente Oldambt). Doel van het plan was om de leefbaarheid van de regio te verbeteren. Zowel de planvorming als de uitvoering heeft in het verleden te maken gehad met diverse tegenslagen, maar is na een aantal aanpassingen uitgegroeid tot een succesvol woon- en recreatieproject. Rond het Oldambtmeer is fors geïnvesteerd in de infrastructuur waardoor het gebied in toenemende mate bezocht wordt door toeristen uit binnen- en buitenland. Het huidige project wijkt in een aantal opzichten af van de eerste plannen voor de Blauwestad en wordt doorlopend aangepast aan de actuele ontwikkelingen. De voltooiing van het gehele plan zal later plaatsvinden dan aanvankelijk gedacht.

Opzet Het project bestaat uit de volgende elementen: een nieuw meer van ruim 800 hectare: het Oldambtmeer 350 hectare nieuw natuurgebied (Rondom project Blauwestad liggen de natuurgebieden de Tjamme, Reiderwolde, het Midwolderbos (met de Midwolderplas), de Ennemaborg, Meerland.) recreatieve voorzieningen waterberging bij een te hoge waterstand (er kan vier miljoen m³ extra water in het meer bij waterberging) de aanleg van woonkern Blauwestad met vijf verschillende woongebieden met ieder een eigen uitstraling: De Wei, Het Park, Het Riet, Het Havenkwartier en Het Wold, waar volgens de oorspronkelijke plannen ongeveer 1480 nieuwe woningen gebouwd zouden moeten worden. Nadat bleek dat er veel minder animo was dan verwacht, werd het aantal te bouwen huizen in 2013 teruggeschroefd tot bijna 1250 en is de opleverdatum verplaatst van 2016 naar 2051. Inmiddels is Blauwestad een van de snelst groeiende woonkernen van Nederland en telt het op de peildatum mei 2026:1674 inwoners, verdeeld over 691 woningen (bron: gemeente Oldambt). miniatuur|520px|In het midden: het oude informatiecentrum van het project Blauwestad in 2008 (vaak De Rups genoemd, gesloopt in 2013)

Na 2015 werd het project sterk bijgesteld. Naast vrije kavels voor onder architectuur gebouwde vrijstaande woningen wordt er ook ingezet op projectmatige gebouwde woningen, koop- en huurappartementen, horeca, kleinschalige winkels en kadewoningen voor wonen/werken. Deze worden aangeboden in de deelplannen "De Wei" en "Havenkwartier". De bouw van geschakelde woningen in "oud Hollandse stijl" nabij de havenkom in het "Havenkwartier" staat symbool voor deze projectmatige bouw. In 2021 is de laatste fase van dit project in de verkoop gegaan, het zogenaamde Arsenaal, een in een carré gebouwd complex van gezinswoningen en appartementen waarvan de bouw in 2023 gereed is gekomen. In 2026 is het appartementencomplex "de Reder" aan de Havenkade opgeleverd en is bekend gemaakt dat er nieuwe horecagelegenheden en detailhandel in het Havenkwartier gaan komen, waardoor dit deel het "kloppende hart" van de Blauwestad wordt.

Geschiedenis De eerste plannen voor aanpak van dit gebied dateren van het eind van de jaren 1980. Op dat moment liep de werkgelegenheid in de landbouw sterk terug door mechanisatie, ook in dit Oost-Groningse landbouwgebied. Ook het verlies van de strokartonindustrie zorgde voor steeds grotere werkloosheid. Een en ander werkte door in de algemene leefbaarheid van de regio. Na de Tweede Wereldoorlog vertrokken mensen omdat zij werk elders konden vinden, met name in de Randstad. Hierdoor is de gemiddelde leeftijd van de bevolking in dit gebied gestegen. Om iets te doen aan de leefbaarheid van de regio Oldambt - Reiderland ontstond het plan een economische impuls aan dit gebied te geven door nabij Winschoten een groot meer aan te leggen met woonkavels. Het eerste idee daarvoor ontstond in 1988 bij het Scheemder districtshoofd van Staatsbosbeheer Wim Haasken. Geconfronteerd met braak (gronden)liggende landbouwgronden, waarvoor boeren een vergoeding kregen in het kader van de bestrijding van de EU-overschotten, vroeg hij zich af of er met het gebied niet meer gedaan kon worden voor de bevolking. De omstandigheden voor landbouw waren niet ideaal. Het was vroeger een hoogveengebied, dat later met de veenwinning was afgegraven ten behoeve van de turfwinning. Daardoor was het maaiveld lager komen te liggen dan het omliggende zandige Schiereiland van Winschoten. Zo was het Huningameer ontstaan, dat later met behulp van de verbeterde ontwateringstechnieken weer was drooggelegd. Het gebied was minder vruchtbaar dan de Dollardpolders en het was in de jaren 1970 en 1980 herverkaveld, in het kader waarvan er veel zand was opgebracht. Het enige wat volgens Haasken nodig was om er weer een meer van te maken, was de pompen stil zetten en een verbinding te maken met het Winschoterdiep. Een jaar later wist hij met bevriend architect en dorpsgenoot Jan Timmer het Groninger bestuur (met name gedeputeerde Gerard Beukema) warm te krijgen voor het plan grote aantallen hectares grond onder water te zetten voor een Oldambtmeer, dat in zijn ogen ook bosrijk moest zijn. Het meer zou zich tot over de grens met Duitsland moeten uitstrekken. Een dergelijk meer zou ook kansen bieden voor de watersport.

In 1991 werd het gebied door minister Hans Alders van VROM aangewezen als een van de zes Nederlandse gebieden waarvan de leefbaarheid moest worden aangepakt. In het kader daarvan moest er een ontwikkelingsplan komen. Er kwamen verschillende plannen om het gebied weer tot bloei te brengen. Haaskens en Timmers' plan voor een groot meer werd in Groningen echter financieel onhaalbaar geacht. In Duitsland was er geen animo voor. Door stedenbouwkundige bureaus werden verschillende zogenaamde 'verbeeldingsplannen' gemaakt. Een ervan was van het Groninger bureau Heeling Krop en Bekkering, dat Winschoten, Scheemda, Heiligerlee, Midwolda, Oostwold, Finsterwolde en Beerta wilde omvormen tot een aaneengesloten 'blauwe stad' rond een meer met een rondweg voor het openbaar vervoer. Ook dit plan werd veel te duur geacht, maar leverde wel veel steun op tijdens inspraakrondes in 1993-94. Het leidde eind 1994 tot de oprichting van de 'Stichting ter ontwikkeling van de Blauwe Stad', die verder wilde met dit idee.

Naast de aanleg van de vierstrooks A7 met verbindingen met heel Europa, leek dit de beste manier om de streek leefbaar te maken. De stichting stelde zich ten doel een plan te ontwikkelen dat "haalbaar, uitvoerbaar en wervend" zou zijn. Er werd gekozen voor het verbeeldingsplan van stedenbouwkundige Yap Hong Seng en bureau Hagenbeek Architecten. Het plan voor de Blauwe Stad wierp veel stof op. De New York Times kopte in maart 1993 "Dutch Do the Unthinkable: Sea Is Let In". Een groot stuk op de zee gewonnen land zou immers teruggegeven worden. Het plan leverde matige steun op van de bevolking, die weinig zag in het onder water zetten van land. Tegelijk zag men geen alternatieven voor de ontwikkeling van het gebied. Het verzet tegen het plan was dan ook niet groot. De grond was minder vruchtbaar dan op de kleigebieden en de bedrijven waren er met gemiddeld 50 hectare relatief klein. Veel boeren hadden zowel grond in het gebied als erbuiten, waarvoor een ander bouwplan gold. Daardoor moesten ze in feite twee bedrijven runnen. Projectmanager Jan Kleine van gedeputeerde Beukema speelde handig in op het gebrek aan alternatieven. Hij schreef in het uiteindelijke Blauwe Stad-plan dat het plan "tegen de schenen van de ‘autonome ontwikkeling’ schopt"..."de verbeelding [vormt] van het in eigen handen nemen van de toekomst" en "daarmee ook een symbool van het vechten tegen achterstand, tegen uitsluiting, tegen gelatenheid [vormt]." Zelfs NCPN-prominenten als Koert Stek konden zich vinden in het plan, omdat 400 à 500 vaste banen in het vooruitzicht werden gesteld. Er bleef wel veel kritiek met betrekking tot de haalbaarheid. Halverwege 1997 werd het Blauwe Stadplan goedgekeurd door de drie betrokken gemeenten Winschoten, Scheemda en Reiderland en de Groninger Provinciale Staten. Hierbij speelde mee dat er ruimtelijke opgaven lagen voor 400 hectare aan te leggen natuurgebied (in het kader van de realisatie van de ecologische hoofdstructuur van Nederland), 200 hectare huizenbouw en 150 hectare bosbouw, met daarnaast toekomstige opgaven voor waterberging en aan te leggen infrastructuur. Dit alles kon in het Blauwe Stadplan worden samengevoegd, in plaats van verspreid over allerlei deelplannen in de regio, wat nadelig zou kunnen uitpakken voor de boeren.

Uitvoering In de daaropvolgende zeven jaar werden de planologische procedures doorlopen, contracten opgesteld met private partners en de gronden verworven. 52 boeren en 53 andere bewoners moesten verhuizen. Op 12 mei 2004 werd het project gestart. Onderdeel van het plan vormde het realiseren van 1480 dure woningen op 'ruime' kavels. Deze kavels werden bouwrijp gemaakt en er werden wegen, bruggen en nutsvoorzieningen aangelegd. Tijdens gesprekken met de Commissie-Alders (2009) uitte Auke ten Hoeve, wethouder ad interim bij de gemeente Reiderland en tevens lid ad interim van de Raad van Commissarissen Blauwestad, stevige kritiek op deze gang van zaken en daarmee op zijn voorgangers. De essentie is, dat door deze handelswijze alle kavels ineens in ontwikkeling waren genomen, in plaats van vlekgewijs te werken en pas met de volgende vlek te beginnen als de vorige nagenoeg vol is. Daarmee werd naar het oordeel van velen de vinger gelegd op de zere plek. De commissie-Alders nam zijn advies over om het woonplan-Blauwestad niet geïsoleerd te zien, maar samenhangend met de bestaande omgeving te ontwikkelen, en af te stemmen op de noodzakelijke ingrepen op de al bestaande woningmarkt ten gevolge van de bevolkingskrimp. Ook zou de verkooporganisatie niet alleen ingezet moeten worden voor de verkoop en marketing van de kavels in Blauwestad, maar binnen het gehele gebied. Kort daarna stelde op initiatief van deze wethouder, en afgestemd met de andere gemeente, de gemeenteraad van Reiderland de structuurvisie vast waarin het conglomeraat Beerta-Blauwestad-Finsterwolde werd genoemd. Daarmee werd de aanzet gegeven om dit gebied samenhangend te ontwikkelen. Hierbij werd voortgeborduurd op de visies van de bestaande dorpen, opgesteld door de bewoners zelf.

Voor de vraag op welke doelgroepen het project moest worden gericht werd de Rijksuniversiteit Groningen benaderd, waar vijftig studenten tot de conclusie kwamen dat er drie doelgroepen waren die zich aangetrokken zouden kunnen voelen tot de Blauwestad; 'carrièregerichte koppels zonder kinderen' (28-35 jaar), 'gezinnen met kinderen' (35-55 jaar) en '55-plussers'. Van deze categorieën zou, voor wat betreft de Blauwestad, de helft naar verwachting afkomstig zijn uit Noord-Nederland en de helft uit de rest van het land. In 2010 en 2011 is vastgesteld, dat weliswaar ouderen het gebied verlaten en zich vestigen in Winschoten, maar dat meer jonge en startende gezinnen in het gebied zijn komen wonen. Aanvankelijk nam het aantal kinderen voor basisscholen af, maar na 2009 nam dit weer toe. Daarmee daalt de gemiddelde leeftijd in dit gebied.