thumb|Sonja Boekman tussen de mannen (1975; gepubliceerd in Tubantia 15 mei 1975) Sonja Boekman (Hilversum, 29 december 1921 – Heemstede, 23 januari 2000) was een Nederlands juriste. Na een succesvolle carrière als advocaat werd zij raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden. De OSR Sonja Boekmanprijs is naar haar vernoemd.
Achtergrond Ze kreeg haar middelbareschoolopleiding aan het Montessori Lyceum Amsterdam, en deed examen aan het Kennemer Lyceum in Haarlem. Vlak na het behalen van het examen in 1939 emigreerde de familie (exclusief haar broer Jacob) naar de Verenigde Staten. Ze kreeg aldaar scholing aan het Hunter College in New York, dat toen nog op vrouwen gericht was. Ze studeerde er onder meer Urdu. In 1944 schreef ze zich in bij het Vrouwencorps van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger. Ze volgde een korte opleiding, onder andere aan het Netherlands-Indies Civil Administration (NICA); ze werd opgeleid om de Nederlandse regering over Nederlands-Indië weer op poten krijgen, voor het geval Japan de oorlog aldaar zou verliezen. Aan het NICA was ze de enige vrouwelijke student. Tijdens de opleiding aan het NICA begon haar interesse voor rechtsgeleerdheid. In 1946 zat haar dienstverband erop en scheepte ze zich in op de MS Tegelberg voor de reis naar Nederland. Eenmaal terug vestigde ze zich in Leiden en begon ze aan de studie rechtsgeleerdheid aan de Universiteit Leiden. Ze had een versneld studietempo omdat ze niet langer afhankelijk wilde zijn van haar ouders; in 1949 deed ze doctoraalexamen. Ze was toen al lid van de Vereeniging van Vrouwelijke Studenten te Leiden (VVSL). In 1956 promoveerde Boekman cum laude aan de Vrije Universiteit Amsterdam bij R.P. Cleveringa op de dissertatie De Handelsnaam. Ze specialiseerde zich in intellectueel eigendom.
Werk Na het afronden van de studie solliciteerde Boekman een half jaar; er zat echter niemand te wachten op een vrouwelijke advocaat; de advocatenwereld was een mannenbolwerk. Vanaf 1950 werkte zij als advocaat in Haarlem, bij het kantoor van mrs. Veenhoven en Pot. Tussen 1962 en 1997 was ze betrokken bij Bijblad Industriële Eigendom (BIE), waarvan ze ook een periode redacteur was. Tussen 1971 en 1973 was ze voorzitter van de studiecommissie over rechtsbijstand aan on- en mindervermogenden ingesteld door de Nederlandse Orde van Advocaten; volgens de commissie was die maar matig geregeld. In 1977 werd zij de eerste vrouwelijke deken van de Haarlemse Orde van advocaten. Verder is zij twintig jaar rechter-plaatsvervanger in de Haarlemse rechtbank geweest. Van 1983 tot 1992 was zij raadsheer in de Hoge Raad. Ook die benoeming ging niet zonder slag of stoot; ze werd diverse keren voorgedragen, en was in 1983 de derde vrouw die daar ooit benoemd was. Tevens was zij lid van het Benelux-Gerechtshof. Daarnaast was zij plaatsvervangend lid (1984), lid (1985) en plaatsvervangend voorzitter (1986) van het Hof van Discipline, het tuchtcollege voor advocaten. In 1993 bracht ze haar boek Advocatentuchtrecht uit.
In 1968 was zij advocaat van de activiste Yvonne Paul, die wekenlang op Schiphol verbleef ten einde toegang te krijgen tot de Verenigde Staten. Boekman werd in 1976 opgenomen in de Nederlandse koninklijke hofhouding. In 1981 was zij raadsvrouw bij de echtscheiding tussen de Nederlandse prinses Irene en prins Carel Hugo van Bourbon-Parma.
OSR Sonja Boekmanprijs De OSR Sonja Boekmanprijs werd ingesteld door de OSR Juridische Opleidingen en de Orde van Advocaten. De prijs, jaarlijks uitgereikt tot en met 2009, wilde bevorderen dat vrouwen in de advocatuur doorstromen naar topfuncties.
Privé Ze was dochter van Lea de Miranda en koopman Simon Boekman. Zelf bleef ze ongetrouwd. Haar broer Jacob Boekman zat in de Tweede Wereldoorlog in het communistisch verzet en werd na opsluiting in het Oranjehotel op 23 september 1943 gefusilleerd op de Waalsdorpervlakte. Boekman overleed op 78-jarige leeftijd. Ze deelt een grafsteen met haar ouders op Begraafplaats Westerveld-Driehuis.
Categorie:Nederlands advocaat Categorie:Raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden Categorie:Rechter bij het Benelux-Gerechtshof