Het arrest Haarlemse doodslag (HR 7 mei 1985, NJ 1985/821) is een arrest van de Nederlandse Hoge Raad dat betrekking heeft op het leerstuk van causaliteit in het strafrecht en het criterium van redelijke toerekening.
Casus Verdachte brengt op 21 mei 1983 te Haarlem met een mes een aantal steekwonden toe in het hoofd en het lichaam van het slachtoffer. Het slachtoffer komt op 28 mei 1983 te overlijden. Uit een artsenrapport blijkt dat de dood mogelijk voorkomen had kunnen worden indien er medisch gezien beter was opgetreden. Rechtsvraag Voor het bewijs van doodslag is een causaal verband noodzakelijk tussen de gedraging van de verdachte en het overlijden van het slachtoffer. Kan in dit geval het overlijden van het slachtoffer redelijkerwijs aan de gedraging van de verdachte worden toegerekend? Het gaat hier dus om het leerstuk van causaliteit in het strafrecht en de toepassing van het criterium van redelijke toerekening. Procesgang De verdachte wordt veroordeeld voor doodslag (artikel 287 Sr). Hij voert als verweer aan dat de dood van het slachtoffer niet rechtstreeks het gevolg is van zijn handelen. Aangezien uit onderzoek blijkt dat het slachtoffer had kunnen overleven bij ander of beter medisch ingrijpen, betoogt de verdachte dat de fatale afloop niet langer aan de steekwonden kan worden toegerekend. Volgens hem ontbreekt daarmee het noodzakelijke causale verband tussen de steekpartij en het overlijden van het slachtoffer. De verdachte wordt door de rechtbank en het hof veroordeeld voor doodslag
Hiertegen gaat verdachte in cassatie in bij de Hoge Raad. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Hoge Raad De Hoge Raad overwoog: Eerste middel
Tweede middel
Zie ook Arrest Niet behandelde longinfectie (1997)
Categorie:Nederlands arrest (strafrecht)