De presocratische filosofie vormt de beginfase van de westerse filosofie, in de periode 600–400 v.Chr., voor de tijd dat Socrates en zijn volgelingen de filosofie beïnvloedden. Presocratische denkers waren afkomstig uit de Griekse kolonies, met name uit Ionië en Magna Graecia. Ze waren voornamelijk natuurfilosofen, die verklaringen bedachten voor het ontstaan en de werking van het heelal en van natuurprocessen. Daarvoor namen ze afstand van traditionele, religieuze denkbeelden, en speculeerden ze over een grondsubstantie of oerstof, waaruit alles in de kosmos voortkomt, en over principes die dat proces aansturen. In mindere mate richtten zij zich op de wiskunde, astronomie, epistemologie, logica en ethiek.
De presocraten kenden het aristotelische onderscheid tussen mythologische dichters en filosofische prozaschrijvers niet. Ze drukten zich nog mythisch-religieus uit en schreven soms in verzen. Wat hen echter onderscheidt van voorgangers is dat ze streefden naar discussie en theoretische verklaringen die reductionistisch, coherent en systematisch waren. Daarvoor ontwikkelden ze nieuwe, abstracte begrippen. Zodoende gelden ze als protowetenschappers.
Filosofische ideeën verspreidden zich via handelscontacten, en dankzij publieke voordrachten van rondreizende filosofen. De presocratici schreven enkele teksten, maar niet een daarvan is intact overgeleverd. Er bestaan alleen overgebleven losse fragmenten van hun werk, en daarnaast testimonia (getuigenissen) in het werk van latere schrijvers. Sinds de 19e eeuw onderzoeken historici, filosofen en filologen wat de presocratische denkbeelden inhielden, en wat hun betekenis was voor hun filosofische opvolgers in de klassieke oudheid.
Definitie en introductie thumb|De Duitse onderzoeker Hermann Diels. Hij publiceerde enkele studies van overgeleverde tekstfragmenten uit de klassieke oudheid, die van belang waren voor verder onderzoek. Door zijn Die Fragmente der Vorsokratiker werd het begrip 'presocraat' gangbaar.
Definitie Het begrip presocratische filosofie was in de oudheid onbekend; het werd bedacht door de Duitse onderzoeker Hermann Diels, die daarmee de Griekse filosofie bedoelde die nog niet door Socrates was beïnvloed. Hij introduceerde het begrip in 1903 in Die Fragmente der Vorsokratiker, de eerste volledige uitgave van fragmenten en testimonia (citaten en parafrases van hun werk bij latere klassieke auteurs, waaronder Plato en Aristoteles) van het werk van alle, overgeleverde presocraten.
In de Engelstalige vakliteratuur spreekt men van 'early Greek philosophers' ('vroege Griekse filosofen'), omdat presocraat misleidend is.D.T. Runia, in Curd & Graham (red.) 2008, blz. 28. Ten eerste leefden sommige presocraten, zoals Democritus, niet vóór maar tegelijk met Socrates. Ten tweede vormden ze geen uniforme groep van professionele filosofen. Ze waren onafhankelijke denkers die al dan niet gebruik maakten van rationele argumentatie, analogieën, observatie en experiment. Ten derde zijn de verschillen in opvattingen tussen de presocraten en Socrates met zijn volgelingen niet altijd even groot.A.A. Long, in Long (red.) 1999, blz. 7. Democritus' morele psychologie lijkt bijvoorbeeld op die van Socrates. De socratische leerling bij uitstek, Plato, bouwde voort op het werk van de presocraten in met name zijn latere dialogen.
Wat hen onderscheidde van hun voorgangers, veelal theologen, was niet zozeer het soort vragen dat zij stelden, maar meer de antwoorden die zij bedachten. Daarvoor deden ze namelijk geen beroep op traditionele, mythische opvattingen. Ze zochten naar een rationele ordening en verklaring van de natuur, die vanuit de natuur zelf begrepen moest worden, dus zonder goden als veroorzakers van het natuurgebeuren. De presocraten vormden hypothesen waarover ze discussieerden, en probeerden theorieën logisch en coherent te maken. Hun benaderingswijze was dus niet dogmatisch maar kritisch.Waterfield 2000, blz. xxiv. Guthrie 1985, blz. 29.
Latere, klassieke auteurs maakten een onderscheid tussen presocratische en postsocratische filosofie.Warren 2007, blz. 2. De eerste die dat deed, was Aristoteles (4e eeuw v.Chr.), die stelde dat Socrates zich had afgewend van de natuur, om zich te richten op de ethiek.Metafysica, 1.6, 987b2. Vergelijkbaar is de stelling van Cicero, dat 'Socrates de wijsbegeerte van de hemel naar de aarde heeft gehaald'.Tusculaanse gesprekken, 5, 10. Deze antieke categorisering, en perceptie, van de Griekse intellectuele geschiedenis werkt ook in het huidige, contemporaine onderzoek nog door.
Presocratische filosofen miniatuur|Grafische, chronologische weergave van presocraten en hun beïnvloeding. Rode pijlen geven tegenstellingen aan. miniatuur|Tijdschema van presocratische filosofen, gesorteerd op geboortedatum
Hieronder volgt een chronologische beschrijving van presocratische filosofen, opgedeeld in drie perioden.Gebaseerd op Long (red.) 1999, blz. xvi-xxviii, en op Barnes 1987, blz. 36-49. Grieken hadden de neiging om innovaties toe te schrijven aan individuele personen, en om van chronologisch opeenvolgende scholen te spreken. In werkelijkheid werden theorieën doorgaans stapsgewijs ontwikkeld, bestonden er geen duidelijke scholen of stromingen, en was beïnvloeding niet per se het gevolg van een leerling-meesterrelatie binnen een school.
Ionisch Thales (Milete, Ionië, 624 - 546 v.Chr.) geldt als de eerste filosoof, en gold in de oudheid als een van de Zeven Wijzen, en als modelfilosoof op allerlei vakgebieden. Zo zou hij astronomisch onderzoek hebben gedaan en een zonsverduistering hebben voorspeld in 585 v.Chr. Hij stelde dat water de archè (oersubstantie waaruit alles voortkwam) is van het heelal. Waarschijnlijk stelde hij niets op schrift. Naar hem en zijn stadsgenoten Anaximander en Anaximenes wordt verwezen als de Milesische school.
Anaximander (Milete, ca. 610 – ca. 546 v.Chr.) schreef als eerste een kosmologisch werk over het ontstaan van de kosmos en de mens, dat als een van de eerste Griekse prozawerken geldt. De uitvinding van de gnomon, het maken van de eerste wereldkaart en van een model van de sterrenhemel werden aan hem toegeschreven. De archè was volgens hem het oneindige (apeiron), een onbepaalde substantie waar de elementen aarde-water-vuur-lucht uit voortkwamen, dankzij de inwerking van warmte en kou. De platte aarde rustte volgens hem nergens op, maar hing in de lucht.
Anaximenes (Milete, bloeitijd 546 – 526 v.Chr.) was een jongere tijdgenoot van Anaximander, en bouwde voort op diens ideeën in een kosmologisch prozawerk. Zijn archè was het element lucht. Door verdunning en verdichting zou alles daaruit zijn gevormd. De hemellichamen draaien rondom een platte aarde. Anaximenes verklaarde tevens allerlei natuurfenomenen, zoals regenbogen. miniatuur|De tetractys was een heilig diagram van de pythagoreeërs. Van boven naar beneden: 1 + 2 + 3 + 4 punten = 10, het veronderstelde perfecte getal. De getallenleer wordt hier gecombineerd met geometrie. Met die combinatie speculeerden zij over de wording van de kosmos: 1 is een punt, 2 een lijn, 3 het kleinst mogelijke vlak, 4 het kleinst mogelijke lichaam. Xenophanes (Colophon, Ionië, ca. 570 v.Chr. – ?) reisde vanaf de Perzische invasie in 545 v.Chr. rond langs onder andere Zuid-Italiaanse steden. Hij schreef dichtwerken over kosmologie, theologie en epistemologie. Hij verwierp het traditionele godsbeeld en pleitte voor cultureel relativisme en scepticisme. Hij ging uit van één abstracte god, die goed, almachtig en alwetend was. Mogelijk beschouwde hij het element aarde als de archè.
Heraclitus (Efeze, Ionië, 540 – ca. 480/470 v.Chr.) was een aristocraat en vermoedelijk een oudere tijdgenoot van Parmenides. Hij schreef één werk, in cryptische, spreukachtige stijl, waarin hij de geldende normen, andere filosofieën en (in navolging van Xenophanes) het traditionele godsbeeld verwierp. Hij beschouwde de wereld als eeuwig en ongeschapen, stelde dat alle tegengestelden zoals dag en nacht uiteindelijk één onlosmakelijk geheel waren, en dat al het bestaande continu verandert. Die verandering ontstaat door inwerking van de archè vuur, volgens de natuurwet van de logos. Cratylus was een volgeling van Heraclitus.
Zuid-Italiaans Na de eerste Ionische filosofen, verschijnen er ook filosofen in de Griekse kolonies van Zuid-Italië. De tendens is daar dat men minder speculeert over de archè, maar meer over de metafysica. Xenophanes' scepsis over het menselijke kenvermogen vindt bij enkelen ingang.
Pythagoras (Samos, Ionië, ca. 570 v.Chr. – Metapontum, ca. 490 v.Chr.) reisde veel en migreerde rond 530 v.Chr. naar het Zuid-Italiaanse Croton. Daar vormde hij een religieus-filosofische sekte van pythagoreeërs en hield hij zich actief bezig met politiek. Hij stond bekend als een veelweter, schreef allerlei reinheidsregels voor en geloofde in reïncarnatie. Zijn leven is omringd door legendes en wonderverhalen. Hij stelde niets op schrift, maar voor zover bekend draaide zijn filosofie rond het leiden van een zuiver leven, getallen(symboliek), muziekleer en geometrie. Van zijn volgelingen Petron van Himera, Ion van Chios, Hippasus en Philolaus zijn wel tekstfragmenten overgeleverd.
Alcmaeon (Croton, bloeitijd midden 5e eeuw v.Chr.) was beïnvloed door de leer van Pythagoras en geloofde eveneens in reïncarnatie. Hij was arts en speculeerde over de werking van de zintuigen. Het was zijn overtuiging dat alles in tegenstellingen kon worden opgedeeld, zoals warm-koud, licht-donker, droog-nat.
Parmenides (Elea, ca. 515 v.Chr. – ca. 449/440 v.Chr.) was een edelman, wetgever van Elea, en de grondlegger van de Eleatische filosofie, die hij vervatte in het dichtwerk Over de natuur. Daarin besprak hij logische problemen over de werkelijkheid en de mogelijkheid die te kennen. Hij reageerde op Heraclitus met de opvatting dat de werkelijkheid één, onveranderlijk geheel is van 'het bestaande', zonder wording en leegte (het niet-bestaande), want alleen als iets onveranderlijk was en altijd bestond, kon het onderzocht en gekend worden. Hij beweerde als eerste dat de aarde een bol was. Met zijn ideeën over kenbaarheid en werkelijkheid vormde hij een kentering in de filosofie.
Zeno (Elea, 490 – 430 v.Chr.) ging in de leer bij Parmenides. Volgens Plato reisde hij samen met zijn leermeester naar Athene. Zijn filosofie was bekend bij Democritus en Anaxagoras, maar vormde geen systeem. Vermoedelijk schreef hij maar één werk, waarin hij Parmenides' leer verdedigde met Zeno's paradoxen, die moesten bewijzen dat bijvoorbeeld beweging onmogelijk is.
Melissus (Samos, 5e eeuw v.Chr.) was een politicus en admiraal. Hij is de derde vertegenwoordiger van de Eleatische filosofie en schreef Over de natuur of over dat wat is. Daarin stelde hij dat de kosmos niet eindig, maar oneindig moest zijn. Tevens ging hij ervan uit dat de werkelijkheid niet was wat ze leek, omdat zintuiglijke indrukken bedrog waren. miniatuur|Empedocles ontwikkelde de elementenleer met de vier elementen vuur, aarde, water en lucht. Daaruit zou de kosmos zijn opgebouwd; geboorte en dood bestaan in zoverre, dat combinaties van elementen ontstaan en weer oplossen. Empedocles baseerde zich op elementaire transformatie en de inwerking op materie door principes als verdichting en verdunning zoals beschreven door zijn voorgangers. De elementenleer zou tot in de vroegmoderne tijd van invloed zijn in de geneeskunde en alchemie.