De Douze Études (1915) van de Franse componist Claude Debussy nemen een belangrijke plaats in in het piano-onderricht. Het betreft een serie werken die elk een aspect van de pianistiek onder de loep nemen. Van belang is het voorwoord van de componist bij de Études:

Achtergrond De etudes zijn een laat werk van Debussy. Ze behelzen veel bravoure, en virtuositeit. Ze grijpen qua opzet terug op de oefenwerken van Couperin, Muzio Clementi en Frederic Chopin. De etudes werken op de luisteraar enigszins magisch: elke etude geeft een schets van de mogelijkheden van de piano en van de pianist. In de etudes keert Debussy terug naar meer abstracte muziek. Dit heeft te maken met de Eerste Wereldoorlog: oorlog is niet mooi en de natuur werd dus ook niet langer als uitgangspunt genomen. Ten tweede had Debussy een aantal van zijn naaste vrienden verloren en voelde hij zich in die periode behoorlijk eenzaam. In de etudes valt op dat de melodische lijn min of meer verdwijnt en vervangen wordt door ritme en timbre. Met als andere werken uit deze periode van Debussy verwijst de titel naar meer abstractie. (Vergelijk ook bijvoorbeeld met Debussy's "Sonate" en "Jeux")

De afzonderlijke etudes De etudes vormen gezamenlijk kettingstructuren, schakels of elementen die doorgekoppeld worden:

Etude 1: Pour les cinq doigts; een knipoog naar pianopedagoog Carl Czerny, met een strak ritme. Het werk doet neoklassiek aan en is een Gigue. Bedoeld voor vijf vingers. Egaliteit van de aanslag is het te bestuderen onderwerp. Etude 2: Pour les tierces; een oefening in het spelen van gebonden (legato) tertsen. Opvallend is de Italiaanse tempoaanduiding moderato ma non troppo. Etude 3: Pour les quartes; een oefening in het spelen van gebonden kwarten. Etude 4: Pour les sixtes; een oefening in het spelen van gebonden sexten. Etude 5: Pour les octaves; een oktaafetude: trefzekerheid en oktaafkleuring. Etude 6: Pour les huit doigts; voor de acht vingers (zonder duimen). Een oefening in het egaal aansluiten van beide handen en het overnemen van een lijntje van de ene hand door de andere. Etude 7: Pour les degrés chromatiques; voor chromatiek (loopjes met de vingers dicht opeen) Etude 8: Pour les agréments; versieringen; polyritmiek en polymetriek Etude 9: Pour les notes répétées; repeterende tonen Etude 10: Pour les sonorités opposées; tegengestelde klanken (of "klankvelden"), een oefening in veel verschillende aanslagmanieren en articulaties Etude 11: Pour les arpèges composés; samengestelde uitgeschreven arpeggioformaties Etude 12: Pour les accords; akkoordspel, trefzekerheid in sprongen.

Categorie:Etude voor piano Categorie:Compositie van Claude Debussy Categorie:Compositie voltooid in 1915