Het arrest Toneelvereniging Cicero, of korter Cicero-arrest (HR 9 november 1954, NJ 1955/55) is een arrest van de Nederlandse Hoge Raad dat betrekking heeft op voorwaardelijk opzet bij de strafrechtelijke vervolging van een schending van auteursrecht en het leerstuk van voorwaardelijk opzet.
Samenvatting Toneelvereniging `Cicero' heeft vooraf aan het auteursrechtenbureau Internationaal Bureau voor Auteursrecht (IBVA) een bedrag van 25 gulden aan auteursrechten betaald voor het opvoeren van het toneelstuk `De man in burger'. Wat betreft de verplichte aankoop van acht tekstboekjes van het toneelstuk meent het bestuur, dat deze (tweede) voorwaarde ten onrechte is gesteld. Zodoende wordt de toneelvereniging geen opvoeringsvergunning verleend.
Na de opvoering wordt het bestuur strafrechtelijk vervolgd wegens ‘het medeplegen van het misdrijf: opzettelijk inbreuk maken op eens anders auteursrecht’. Het gerechtshof veroordeelt de bestuursleden tot (onder meer) een geldboete. Het cassatieberoep wordt verworpen. De Hoge Raad concludeert tot voorwaardelijk opzet van de kant van toneelvereniging Cicero, die immers `zich willens en wetens blootstelt aan de geenszins als denkbeeldig te verwaarlozen kans' dat de tweede voorwaarde terecht was gesteld. Met deze formulering heeft de Hoge Raad het voorwaardelijk opzet voor het eerst expliciet verwoord.
Casus De bewerker C.J. Pieters heeft de auteurs- en opvoeringsrechten van het (van oorsprong Amerikaanse) toneelstuk "De man in burger" overgedragen aan het toneelfonds Festa te Winschoten. Deze laat haar belangen behartigen door het Internationaal Bureau voor Auteurs- en Opvoeringsrechten (IBVA) ‘Holland’ te Alkmaar. De secretaris van de Nederlandse Amateur Toneel Unie heeft namens toneelvereniging Cicero geïnformeerd naar de condities om het betreffende toneelstuk te mogen opvoeren. Het schriftelijke antwoord hield in,
Bij toneelvereniging Cicero bestaat twijfel of de tweede voorwaarde (8 tekstboekjes) niet ten onrechte wordt gesteld. Het bedrag van 25 gulden is vooraf betaald en het toneelstuk wordt op 25 november 1951 opgevoerd. Voor deze voorstelling was geen opvoeringsvergunning verleend, omdat niet aan de tweede voorwaarde was voldaan.
Procesgang Na de opvoering werden de bestuursleden van toneelvereniging Cicero op basis van artikel 31 Auteurswet 1912 (inmiddels kortweg Auteurswet) vervolgd wegens ‘het medeplegen van het misdrijf: opzettelijk inbreuk maken op eens anders auteursrecht’. In hoger beroep werden de bestuursleden door het hof veroordeeld tot een geldboete van 1 gulden per persoon, een eenmalige schadevergoeding aan Festa van 8 gulden en een kostenveroordeling wat betreft de proceskosten van de benadeelde partij. Het cassatieberoep is verworpen.
Cassatiemiddel en pleidooi
De delictsomschrijving stelt als eis dat het misdrijf opzettelijk is gepleegd. Hiertegenover stelt het cassatiemiddel:
Wat betreft de tweede voorwaarde –de verplichte aankoop van acht tekstboekjes– stelt de toneelvereniging, dat zij ten tijde van de uitvoering in de veronderstelling verkeerde dat deze tweede voorwaarde (wellicht) ten onrechte was gesteld, reden waarom de verplichte aankoop niet had plaatsgevonden.
Voorts wordt geponeerd: (1) dat het auteursrechtenbureau (IVBA) had moeten aantonen dat de tweede voorwaarde niet ten onrechte was gesteld; (2) dat het auteursrechtenbureau het ook niet wist.
Hoge Raad Wat betreft artikel 31 Auteurswet concludeert de Hoge Raad tot voorwaardelijk opzet van de kant van toneelvereniging Cicero, die immers `zich willens en wetens blootstelt aan de geenszins als denkbeeldig te verwaarlozen kans' dat de tweede voorwaarde terecht was gesteld. De Hoge Raad overwoog:
Relevantie In dit arrest wordt voorwaardelijk opzet door de Hoge Raad (voor het eerst) uitdrukkelijk erkend. Dezelfde formulering (willens en wetens ...) is in een aantal arresten gebruikt, voordat de Hoge Raad op een andere formulering is overgestapt.
Trivia In het arrest wordt niet duidelijk waarom het verschil maakt van wie (Pieters of Festa) de tweede voorwaarde (afnameverplichting) afkomstig is. De tekst van dit belangrijk arrest m.b.t. voorwaardelijk opzet werd in december 2019 opnieuw gepubliceerd op de jurisprudentiesite rechtspraak.nl.arrest 9 november 1954Eerste 150 'oude' arresten gepubliceerd. Gearchiveerd op 25 november 2021.
Zie ook (1911) Hoornse taart (1979) Danszaal Soranus (1985) Aanmerkelijke kans (1996) Porsche-arrest (2000) Enkhuizer doodslag HIV-arresten
Toneelvereniging Cicero Categorie:Auteursrecht