Het arrest Brandao/Joral (HR 3 mei 2002, NJ 2002/393) is een belangwekkend arrest van de Hoge Raad dat van belang is voor het leerstuk van het indirect tegenstrijdig belang in het Nederlandse ondernemingsrecht. Het wordt gerekend tot de zogenaamde standaard arresten.

Casus Mevrouw Brandao is 50% eigenaar van Sundat Curaçao NV. Op 17 april 1997 komt een managementovereenkomst tot stand tussen Sundat en Joral Management NV. Joral zal tegen een bedrag van NAƒ 50.000 per maand en verder gemaakte kosten gedurende zeven jaar personeel beschikbaar stellen in de personen van Johan Alfred M. en Robert Anthony M.. Bij het aangaan van de overeenkomst wordt Sundat vertegenwoordigd door directeur Alfred John M., terwijl Joral wordt vertegenwoordigd door de directeuren John Alfred M. en Robert Anthony M.. John Alfred en Robert Anthony zijn beiden zoons van Alfred John M. Vader Alfred John M. sterft op 29 juni 1997.

Procesgang Brandao vordert vernietiging van het bestuursbesluit van Sundat om de managementovereenkomst aan te gaan. Deze vordering wordt door de rechtbank op de Antillen toegewezen. Dit vonnis wordt vernietigd door het Antilliaanse Hof. Brandao gaat in cassatie bij de Hoge Raad in Den Haag.

Rechtsvraag In Brandao/Joral spelen meerdere rechtsvragen, onder meer naar de actio pauliana. Ten aanzien van indirect tegenstrijdig belang is de belangrijkste vraag in hoeverre een aandeelhouder de vernietiging van een intern bestuursbesluit tot het aangaan van een overeenkomst op grond van tegenstrijdig belang kan inroepen.

Hoge Raad De Hoge Raad stelt:

Voorts merkt de Hoge Raad op dat de interne vernietiging van het bestuursbesluit binnen Sundat niet automatisch ook de vernietiging van de overeenkomst tussen Sundat en Joral inhoudt:

Relevantie De relevantie van het arrest Brandao/Joral schuilt in de positieve informeringsplicht die geldt voor het bestuur van een vennootschap tegenover de algemene vergadering van aandeelhouders in gevallen van tegenstrijdig belang.

Het gevolg van het arrest Brandao/Joral was dat er een zekere onrust ontstond over de rechtszekerheid van interne besluiten. Waren in beginsel alle besluiten waarbij mogelijk een tegenstrijdig belang aan de orde was, maar waarbij het bestuur de algemene vergadering van aandeelhouders, niet op de hoogte had gebracht, vernietigbaar? In het arrest Bruil-Kombex uit 2007 is deze zeer ruime maatstaf wat ingeperkt.

Een onderzoeksplicht wordt in Brandao/Joral niet geformuleerd, dit gebeurt wel in het arrest HR ABN Amro/Dijkema q.q. (2006).

Latere wetgeving voor stichting en vereniging Per 1 juli 2021 is de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (WBTR) in werking getreden waarmee wetgever onder andere de tegenstrijdig belang regeling die al gold voor ondernemingen, de besloten vennootschap (BV) en de naamloze vennootschap (NV) een wettelijke basis gaf voor de stichting en de vereniging. Zie ook (1996, 1998) Mediasafe (2007) Bruil-Kombex

Brandao/Joral Categorie:Ondernemingsrecht Categorie:Bestuur