De uitgeefgeschiedenis van het boek Max Havelaar begon in 1860 met een uitgave met als titel Max Havelaar, of De koffij-veilingen der Nederlandsche Handel-Maatschappij. Tijdens het leven van de schrijver Multatuli verschenen er zes drukken van de Max Havelaar in het Nederlands, bij drie verschillende uitgevers. Bij de laatste - vijfde druk - wijzigde Dekker de spelling van de boektitel de titel in: Max Havelaar, of de Koffi-veilingen der Nederlandsche Handel-Maatschappy. Dekker leverde verder een belangrijke bijdrage aan de eerste vertaling van het boek in het Engels. Na Dekkers overlijden is het boek keer op keer herdrukt. De tekst in de herdrukken die men tegenwoordig in de boekwinkels aantreft is soms gebaseerd op de versie van 1875, soms op het handschrift, en steeds vaker op de vijfde druk uit 1881, de laatste door de schrijver herziene druk.

Voorgeschiedenis thumb|Manuscript (titelpagina) Jaren voor er sprake was van een boek als Max Havelaar had Eduard Douwes Dekker een kopie van zijn toneelstuk De Eerloze aan de Amsterdamse advocaat en schrijver Jacob van Lennep gestuurd. Toen het manuscript van Max Havelaar af was, overlegde Douwes Dekker eerst met zijn vermogende broer Jan, hoe ze een uitgever voor de Max Havelaar konden vinden. Daarvoor kwam de armlastige Amsterdamse uitgever Günst in beeld. Günst was net als Eduard, Jan en Jacob van Lennep lid van de Vrijmetselarij.

Maar een kopie van het manuscript kwam uiteindelijk ook bij 'broeder' Van Lennep terecht, die erg enthousiast was. Douwes Dekker werd door Van Lennep uitgenodigd om vanuit Brussel naar Amsterdam te komen. Van Lennep adviseerde hem geld te vragen voor de uitgave. De progressieve atheïst Günst schilderde Van Lennep af als onfatsoenlijk. Later zou Günst het vervolg op de Havelaar uitgeven: de Minnebrieven.Chris van de Ven, Een en ander over Van Lennep Multatuli's Mecenas? Haal je de Koekoek!. Mathijsens Mythe!, p. 6-7, Duiven 2019

Allereerst probeerde Van Lennep een uitgave te voorkomen. Hij ging in overleg met oud-Kamerlid en voormalig rechter Van Hasselt en de Minister van Koloniën Rochussen. Om te onderzoeken of Dekker terug naar Indië zou kunnen, of naar Sint Maarten. Alles om een uitgave van Max Havelaar te voorkomen. Er dreigde in Amsterdam sociale onrust volgens Van Lennep, Dekker moest weg uit Amsterdam, daar kon Dekker niet spreken. Multatuli, VW-X, p. 167

Als koloniaal ambtenaar kon Dekker niet meer aan de slag. En Van Lennep kan een uitgave niet meer tegenhouden. Van Lennep past zijn tactiek aan:

Tijdens een bijeenkomst in Amsterdam op 11 januari 1860 viel het besluit om het boek uit te geven. Van Lennep beloofde een uitgever te zoeken en kende Dekker voor de eerste zes maanden een uitkering toe van 200 gulden per maand. Bovendien beloofde Van Lennep aan Dekker om te zorgen voor gunstige voorwaarden voor de auteur.

Met de 1200 gulden kon Dekker zijn gezin voor een tijdje onderhouden. Alleen had Van Lennep niet geheel duidelijk gemaakt waarvoor het geld precies bedoeld was. Tijdens de bijeenkomst op 11 januari was nog niet over betaling van kopijrecht gesproken. Het geld diende als ondersteuning en kon ook als lening worden opgevat. Doel van dit alles is Dekker uit Amsterdam te krijgen. Later zou Van Lennep aanvoeren dat het een betaling was voor het kopijrecht., Het advocaten-briefje in het conflict Douwes-Dekker-Van Lennep, Raster 4 (1970-1971), p. 38-59 Achteraf werd duidelijk dat Van Lennep de 1200 gulden uit eigen zak betaald had.

Op 23 januari schreef Van Lennep een brief aan Dekker:

`Om nu met De Ruyter een kontrakt te kunnen maken, dien ik het bewijs te hebben, dat ik daartoe het recht heb. Nog hij noch eenig uitgever zal natuurlijk drukken, veelmin geld geven, zonder overdracht van 't kopijregt, en dat kan ik hem niet overdragen zonder te kunnen aantoonen dat ik het bezit. Wees daarom zoo goed mij, met het adres aan Sire, een stuk op Zegel (belgisch) te zenden, waarbij gij verklaart mij het kopijregt over het werk getiteld enz. te hebben afgestaan en daarvoor te zijn voldaan naar uw genoegen.' Daarna vervolgt Van Lennep met: 'Dat gij nog verkouden zijt, verwondert mij niet. Gevatte kou en zenuwen zijn slechte makkers in een en dezelfde woning en zouden op den duur die woning sloopen.'

Zo liet Van Lennep aan Dekker weten, dat hij zonder het eigendom van het kopijrecht het boek niet bij een uitgever kon onderbrengen. De brief is bekend geworden als het 'advocatenbriefje'., Het proces Douwes Dekker-Van Lennep, Maatstaf 11, 17e jaargang, p. 712-727, maart 1970, Arbeiderspers Bij dit alles: 'Om met De Ruyter een contract te kunnen maken [...] Marita Mathijsen, Jacob van Lennep, p. 454 dicteerde Van Lennep de briefopzet, en vroeg Dekker om bij het kruisje te tekenen, en om het briefje aangetekend naar Van Lennep op te sturen. Maar... een volmacht, een mandaat of een lastgeving was juridisch voldoende geweest.David Peeperkorn: `Het goed recht van Multatuli. De rechtspositie van Multatuli met betrekking tot Max Havelaar'. In: Ika Sorgdrager en Dik van der Meulen (red), Ik heb u den Havelaar niet verkocht p. 63-91

Dekker stuurde het document met een Belgisch zegel terug aan Van Lennep, zo werd alles geregeld zoals gevraagd. Direct na ontvangst vervoegde Van Lennep zich bij een notaris om het officieel te registreren.

Pas daarna begon Van Lennep met het persklaar maken van het boek. De Max Havelaar was het eigendom van Van Lennep geworden. Het manuscript werd aangepast: zinnen werden geschrapt, namen werden afgekort, plaatsnamen werden met puntjes onherkenbaar gemaakt. Ook werd er een hoofdstukindeling aangebracht. Bij latere rechtszaken brengt het briefje Dekker in problemen.

Voor deze afdracht van het kopijrecht heeft Dekker nooit enige betaling ontvangen. Ook in juridische zin is er geen sprake van een koopovereenkomst.

Eerste druk

thumb|Pagina 1 van eerste druk 1860 thumb|"lieve lezers" (eerste zetfout in dubbeldruk) Toen Van Lennep het manuscript in eigendom had, werd tussen De Ruyter en Van Lennep een contract afgesloten, daardoor was Van Lennep niet meer juridisch verantwoordelijk. Van Lennep gebruikte De Ruyter als verlengstuk, en onderaannemer. Zo kon hij zich achter de katvanger De Ruyter verschuilen.

De eerste druk verscheen op 17 mei 1860 in twee delen bij uitgeverij J. de Ruyter te Amsterdam.verschijningsdatum = datum advertentie in het Nieuwsblad voor den boekhandel Drie dagen eerder, op 14 mei, was het boek al in de handel verkrijgbaar., Multatuli, 2002, p. 412: De eerste redacteur van de Volledige Werken, Garmt Stuiveling, heeft ervoor gekozen om Eduard Douwes Dekker vanaf 14 mei 1860, de dag dat Max Havelaar in de handel kwam, Multatuli te noemen., Max Havelaar, deel 2, p. XXV

De oplage van 1300 exemplaren werd op groot octavo gedrukt bij drukkerij Van Munster en Zonen op een snelpers., Multatuli, Max Havelaar, deel 2, p. XLVIII Er waren twee delen, van 212 en 185 pagina's. De boeken werden verkocht voor 4 gulden, een heel bedrag in die tijd. Veel gezinnen moesten daar een week of langer van rond zien te komen.

Van Lennep veranderde een aantal gedichten omdat hij vond dat 'ij' niet op 'ei' rijmt. Dekker heeft dat waarschijnlijk niet gemerkt. Bij één gedicht lukte het Van Lennep niet de tekst te veranderen en voegde hij een voetnoot toe (Dekker noemde dat kinderachtig). Hij verwijderde een aantal stukken, zoals de vragen van Frits over de Bijbel. Bovendien deelde Van Lennep de tekst in hoofdstukken in en voegde hij onderschriften toe aan het begin van de hoofdstukken, zoals 'door Stern opgesteld' of 'Vervolg van het opstel van Stern'. Multatuli heeft ze bij de vierde druk weer verwijderd.

Multatuli bedoelde het boek als een aanklacht die een breed publiek moest bereiken. Van Lennep maakte er echter een dure editie van. Hij zwakte bovendien de politieke boodschap af door plaatsnamen en jaartallen door puntjes te vervangen. Het aantal exemplaren dat naar Indië werd gestuurd was bovendien klein.

Toch was Dekker in eerste instantie heel tevreden met de uitgave. Hij schrijft aan Van Lennep: '[...] het boek behoort u. Mag ik het vertalen?'Multatuli;, VW. X. p. 222 Daarnaast ook nog de opmerking: '[..] al de vragen van Frits zie ik niet. [...] Er is trouwens niets aan verloren.' Multatuli, VW-X, p. 229

Het duurde even, maar toen ging er een 'rilling door het land'. Ondanks de hoge prijs verkocht de eerste druk goed. Maar de volksuitgave, die Dekker had gewild, bleef uit. Dekker wilde een zo groot mogelijk lezerspubliek bereiken.

Tweede druk Nog hetzelfde jaar bleek een tweede druk Aanvraagnummer 2e druk De Ruyter (1860) KB: 1145 C 50 nodig. Dekker drong er bij De Ruyter op aan, dat het een 'volkseditie' zou worden: vele duizenden exemplaren aan een lage prijs, zodat het boek een ruime verspreiding zou krijgen. Ook wilde Dekker dat er meer exemplaren naar Nederlands-Indië zouden worden gestuurd.

Toen werd duidelijk dat Dekker alle zeggenschap over zijn boek kwijt was. Er kwam geen reactie van De Ruyter. Dekker beklaagde zich bij Van Lennep, maar ook die liet niets van zich horen. De schrijver was hierover erg ontstemd, want het boek kreeg vooralsnog niet de verspreiding waarop hij gehoopt had. Eerst probeerde Dekker nog via bemiddeling een reactie te krijgen, maar ook dat leverde niets op. Uiteindelijk zou het tot een proces leiden, waarbij Dekker via het gerecht 'rekening en verantwoording' probeerde af te dwingen.

Het uiterlijk van het boek en de typografie bleven in de tweede druk gelijk. De pagina-indeling bleef dezelfde en regels braken op een identieke manier af, zodat het lijkt of het van hetzelfde zetsel is gedrukt als de eerste druk. Toch is het boek geheel opnieuw gezet. Het boek verscheen opnieuw in twee delen. Op 8 november 1860 verscheen het eerste deel, op 22 november het tweede., Multatuli, Max Havelaar, deel 2, p. XLIX De precieze omvang van deze oplage is onbekend, maar lag vermoedelijk tussen 700 en 1200 stuks. De prijs voor de beide delen was opnieuw 4 gulden.

Dubbeldruk Van de tweede druk bestaat ook een dubbeldruk. Uiterlijk en typografie van het boek zijn identiek en de titelpagina vermeldt nog steeds 'Tweede druk'. Het boek is echter voor de derde keer met de hand gezet. De dubbeldruk is te herkennen aan een zetfout in regel 5 van het eerste hoofdstuk: "lieve lezers" in plaats van "lieve lezer":

Verdere identificatie van verschillen tussen twee uitgaven is mogelijk door:

1) beschadigde letters met elkaar te vergelijken. 2) te kijken waar de regels afbreken 3) een liniaal over de pagina's van twee boeken te leggen, en te kijken waar de letters op de regels staan. Alle spaties even breed maken als in het "voorbeeld" is een haast onmogelijke taak.

Deze in 1985 door A. Kets-Vree ontdekte oplage,, Een onbekende druk van de "Max Havelaar" uit de negentiende eeuw, in: De nieuwe taalgids 78, OV (1985) p. 330-340. compliceert de drukgeschiedenis van het boek. Over het waarom van deze 'stiekeme' extra druk kan alleen gegist worden., Multatuli, Max Havelaar, deel 2, p. XXIX. Mogelijk vreesde De Ruyter voor een nieuw proces, als hij een volgende - derde - druk zou aankondigen.

Hoeveel er van de 'geheime' dubbeldruk zijn gedrukt is niet bekend. Gezien de benodigde investering in nieuw zetsel zal het aantal exemplaren zeker niet hebben ondergedaan voor de eerdere drukken.

Winstdeling met De Ruyter