thumb|300px|Kaart van de belangrijkste migratieroutes door het noordwesten van de VS met huidige staatsgrenzen. De California Trail in rood. De California Trail was een route ("trail") waarlangs in de 19e eeuw kolonisten vanuit de Verenigde Staten naar het westen trokken, om in Oregon of Californië een nieuw bestaan op te bouwen. De zware route liep vanaf de Missouri over de Great Plains, over de Rocky Mountains, door de woestijn van het Grote Bekken (Great Basin) en over de Sierra Nevada.In de 19e eeuw was een bekend gezegde in Californië: “Ik heb de olifant gezien". Dit was een metafoor om aan te geven dat men grote tegenslagen en ontberingen had overwonnen, daarbij refererend aan de California Trail. De uitdrukking kwam uit het verhaal over een boer die hoorde dat het circus naar de stad zou komen. Olifanten waren in het begin van de 19e eeuw in Amerika zeer zeldzaam en toen de boer naar de stad ging om zijn groenten te verkopen, wilde hij per se de olifant zien. Onderweg ontmoette hij de circusoptocht met de olifant voorop. Zijn paard schrok zo van de olifant dat hij op hol sloeg. Kijkend naar zijn vernielde groenten riep de boer uit: “Kan me niet schelen, want ik heb de olifant gezien". Vanaf ongeveer 1840 trokken rond de 250.000 kolonisten en goudzoekers over de California Trail naar het westen, aangetrokken door het nog grotendeels onbewoonde, vruchtbare land van Californië, en de Californische goldrush vanaf 1848. Goudzoekers en kolonisten uit het oosten van Amerika konden gebruik maken van routes over land, over zee en gecombineerde routes over zee en land. De route over land werd gebruikt door ruim de helft van de Amerikaanse migranten omdat het de goedkoopste was. De reis kostte ongeveer 200 dollar, inclusief een wagen en proviand. , blz. 187 In totaal was de route ongeveer 8000 kilometer lang, maar er waren verschillende varianten en vertakkingen mogelijk. Tegenwoordig worden delen van de California Trail onderhouden door de National Park Service in het kader van het National Trail System.
thumb|300px|Kloof van de rivier de Humboldt, waar de California Trail doorheen liep. thumb|300px|Donner Pass, waar een van de vertakkingen van de California Trail over de Sierra Nevada liep.
Ontwikkeling van de route Eerste verkenningen In de eerste helft van de 19e eeuw viel Californië als Alta California onder achtereenvolgens Spaans en Mexicaans gezag. Vanwege de grote afstand tussen het bestuur in Mexico-City en Alta California bleef Califonië een dunbevolkte verre uithoek van Nieuw-Spanje en vanaf 1821 van het onafhankelijke Mexico. De eerste versies van de Oregon en California Trail werden tussen 1811 en 1840 verkend door verkenners/ontdekkingsreizigers (zogeheten mountain men) en bonthandelaars. Aanvankelijk waren de routes enkel begaanbaar te voet of te paard, eventueel met lastdieren (muildieren, paarden of ezels) voor bagage. Vanaf 1844 was er sprake van een gevestigde route en werd de tocht voor het eerst met huifkarren ondernomen.
In het begin van de negentiende eeuw wist men enkel dat achter de Great Plains de Rocky Mountains lagen, maar men had geen idee van de aard van het terrein tussen de Rockies en de oceaan. Vanwege de hoop achter de Rockies een bevaarbare rivier te vinden die in de Grote Oceaan uitkwam, verscheen vanaf het einde van de 18e eeuw een fictieve rivier met de naam Buenaventura op kaarten van het westen van Noord-Amerika. Deze moest stromen waar zich de woestijn van het Grote Bekken bevindt.
In 1812 werd South Pass (2259 m) in het huidige Wyoming ontdekt door verkenner Robert Stuart: een van de gemakkelijkste plaatsen om de Continental Divide over te steken. Stuart werd gefinancierd door John Jacob Astor en keerde terug van een van de eerste expedities naar het Oregon Country in het noordwesten. Twaalf jaar later herontdekten bonthandelaars Jedediah Smith en Thomas Fitzpatrick de route via South Pass. Deze kon gemakkelijk bereikt worden via de rivieren de Platte, North Platte en Sweetwater doorheen het toenmalige nog niet door blanken bevolkte gebied van het latere Nebraska en Wyoming. Het gebied tussen Missouri en de Continental Divide was toen niet-georganiseerd grondgebied van de Verenigde Staten. Het gebied ten westen van de Continental Divide was (nog) een weinig verkend gebied: de Oregon Country ten noorden van de 42e breedtegraad en territorium van de nieuwe Mexicaanse staat ten zuiden van de 42e breedtegraad. Beide territoria werden dus wel geleidelijk aan verkend door Amerikanen.
miniatuur|In rood de reis van Jedediah Smith in 1826-27, tevergeefs op zoek naar de Buenaventura/Humboldt De Amerikaanse ontdekkingsreiziger Jedediah Smith ging in 1826-27 op zoek naar de Buenaventura, en reisde tot diep in het Mexicaanse grondgebied van Alta California. Hierbij verkende hij onder meer de vallei van Las Vegas, in het zuiden van het hedendaagse Nevada, maar ontdekte de rivier de Humboldt niet. Ook op zijn terugtocht, dwars doorheen de droge woestijn van het Grote Bekken, waar hij bijna stierf door uitdroging, kon hij de Humboldt (of een andere goede route) niet vinden. In 1828 ontdekte Canadees Peter Skene Ogden de Humboldt wel, die van cruciaal belang zou worden voor de ontwikkeling van de California Trail. In de jaren 1830 werden delen van de latere California Trail ontdekt en ontwikkeld door pelsjagers van de Rocky Mountain Fur Company (vanaf 1834 de American Fur Company). Er leefden echter weinig bevers langs de Humboldt en de rivier was daarom minder interessant voor de pelsjagers. Bont werd minder gewild in de jaren 1840, maar er was zo wel een zekere groep die de nodige kennis van de routes, de rivieren en de Indianen had om reizen te ondernemen naar het westen. De Amerikaanse regering had haar oog laten vallen op het gebied ten westen van de Rocky Mountains en hoopte door het stimuleren van kolonisten haar invloed in het Mexicaanse Alta California te vergroten.
1834: Walker De pelshandelaar en officier Benjamin Bonneville, ook gefinancierd door John Jacob Astor, zond in 1833-34 de verkenner Joseph R. Walker eropuit om het gebied ten westen van de Green River in het huidige Utah te verkennen, met als doel een route te vinden naar Californië. Ten westen van de Green River ligt de bergachtige woestijn van het Grote Bekken en Walker ontdekte daar de Humboldt, de gehoopte Buenaventura, die een natuurlijke verbinding van oost naar west door het droge en bergachtige gebied vormt. De Humboldt was later van cruciaal belang omdat erlangs zoet water en gras te vinden was in het voor de rest droge gebied van het Grote Bekken. Walker ontdekte eveneens dat deze Humboldt niet tot de Grote Oceaan liep, maar eindigde in een zoutmeer. Hij stak de hete en droge Forty Mile Desert over en bereikte de Carson, een rivier die uit de Sierra Nevada stroomt. Hij vond en zocht een weg over deze bergen en via de rivier de Stanislaus bereikte hij de Centrale Vallei van Californië en ten slotte de Mexicaanse hoofdplaats van Californië, Monterey. Op aanraden van de Indianen keerde hij terug via een zuidelijkere en lagere pas over de Sierra Nevada, die later naar hem vernoemd werd (Walker Pass, 1600 m).
1841: Bidwell In 1836 was de eerste route naar de Oregon Country ondernomen via de route over South Pass naar Fort Hall in het huidige Idaho. Fort Hall was een handelspost gesticht in 1834 in het neutrale Oregon Country. Een kleine groep kolonisten onder leiding van John Bidwell was in 1841 de eerste groep kolonisten die via de "California Trail" door relatief onbekende gebieden Californië wist te bereiken. Deze groep was op weg naar Oregon, maar bij Soda Spring koos de helft van de groep ervoor om Californië te proberen te bereiken door naar het westen te gaan in plaats van naar het noordwesten (Fort Hall). Ze hadden geen gidsen of kaarten en wisten enkel dat de Humboldt gevonden diende te worden. Ze dwaalden door het Grote Bekken en vonden uiteindelijk de Humboldt. Later zou de Salt Lake Cutoff een succesvol alternatief voor de hoofdroute vormen. Deze liep in het oosten zuidelijker dan de route van Bidwell (via Salt Lakte City), maar liep daarna noordelijker naar de City of Rocks. Langs deze noordelijkere route, verder weg van het Great Salt Lake, was meer water en gras te vinden. Na Humboldt te volgen en de moeilijke oversteek van de Forty Mile Desert bereikte de groep van Bidwell de rivier de Walker, een rivier die uit de Sierra Nevada stroomt, zuidelijker dan de Carson die Joseph Walker twee jaar eerder had gevolgd. Bij wonder bereikten ze allemaal heelhuids Californië.
1842-43: Chiles-Walker Joseph B. Chiles, een lid van de Bidwell Party van 1841, keerde in 1842 terug naar het oosten. Hierbij ontdekte hij de route via Granite Pass, een efficiënte manier om vanuit het oosten de Humboldt te bereiken. Dit zou de standaardroute van de California Trail worden in de volgende jaren. In 1843 leidde hij de eerste van zeven "parties" naar het westen. Hij nam "mountain man" Joseph R. Walker in dienst als gids. Ze splitsen in twee groepen en de routes van de twee groepen splitsten ten westen van Fort Hall. Chiles stuurde Walker via de "Granite Pass" route naar de Humboldt. Walker's groep volgde ten westen van Fort Hall de Raft River, een zijrivier van de Snake, en ging zuidwestwaarts. Via de latere standaardroute bereikte ze de Humboldt, staken de Forty Mile Desert over en bereikte de Carson. De Sierra Nevada staken ze over bij Walker Pass in het zuiden, een moeilijk route in december 1843. Chiles bereikte Californië door de Oregon Trail langer te volgen en via de rivier de Malheur (een noordelijke route).
1843-44: Fremont In 1843-44 bracht de ontdekkingsreiziger en kolonel in het Amerikaanse leger John Charles Frémont het land ten westen van de Rocky Mountains voor het eerst gedetailleerd in kaart. Hij ontdekte eveneens de Carson Pass (2613 m) over de Sierra Nevada en staken deze in de winter over. Fremont gebruikte de vergaarde informatie van zijn tochten in 1843–44 en 1846–47 om in 1848 de eerste "goede" kaart van Californië te publiceren.
1844: Eerste konvooi met huifkarren In 1844 slaagden de eerste kolonisten erin met huifkarren over de Sierra Nevada te trekken. Deze Stephens-Townsend-Murphy Party volgde de in 1842 en 1843 door Chiles en Walker verkende route via Fort Hall, de Raft River en de City of Rocks. Na de Humboldt volgden ze wat de Truckee Trail zou worden, één takken van de California Trail over de Sierra Nevada. Deze staken ze als eerste blanken over bij de 2151 meter hoge Donner Pass.
Een gevestigde route Vanaf toen was de "California Trail" goed gevestigd en konden verschillende parties de tocht wagen. Frémont leidde samen met Lansford W. Hastings in de daarop volgende jaren meerdere honderden kolonisten over de Sierra Nevada. Er zouden ook verschillende "cutoffs" ontstaan met wisselend succes. In 1846 werd Alta California bezet door de Verenigde Staten en in 1848 werd het gebied door Mexico afgestaan. Ook in 1848 werd de Oregon Country officieel deel van de Verenigde Staten. Nog in hetzelfde jaar brak de Californische goudkoorts uit, wat honderdduizenden migranten de California Trail op stuurde in 1849 en de volgende jaren. De California Trail zou verder ontwikkeld worden; zo kwamen er ponten of werden er bruggen gebouwd bij de oversteek van grote rivieren en ontstonden er ondersteunende nederzettingen langs de Trail.
Route De gekozen route hing af van de keuze van bestemming en het soort en aantal dieren en huifkarren dat werd meegenomen.
Missouri – South Pass: over de Plains miniatuur|Het stroomgebied van de North Platte en zijrivier Sweetwater miniatuur|Wagensporen langs de North Platte nabij Guernsey in Wyoming, net voorbij Fort Laramie