De Universiteit Leuven, in het Latijn Studium Generale Lovaniense, of Universitas Studii Lovaniensis, werd gesticht in 1425 en bleef actief tot aan haar opheffing einde 1797. Het was de eerste en gedurende anderhalve eeuw ook de enige universiteit van de Nederlanden.

Geschiedenis Stichting thumb|Cornelius Jansenius, een professor aan de oude Universiteit van Leuven. thumb|Albertus Risaeus, nam deel aan de reformatorische beweging in de Universiteit Leuven. thumb|Gerardus Mercator, nam deel aan de protestantse beweging in de Universiteit Leuven. Hij werd samen met een groep Leuvense burgers op verdenking van lutheranisme door de inquisitie gearresteerd en vluchtte naar Duitsland. thumb|Febronius, oud-student en leerling van Van Espen. thumb|Johannes van Neercassel, oud-student, jansenistisch bisschop van Utrecht. Gravure van J. van Munnikhuisen naar een portret van Willem van Ingen. thumb|Charles Lambrechts (1753-1825), professor in kerkelijk recht (1777), rector magnificus van de Universiteit van Leuven in 1786, minister van Justitie van de Franse Republiek en vrijmetselaar, lid van de loge Vraie et Parfaite Harmonie in Bergen.

De universiteit die in 1425 in Leuven haar lessen aanvatte kwam er door toedoen van hertog Jan IV van Brabant (1403-1427), gesteund door zijn raadgevers Engelbert van Nassau en Emond van DynterJan Roegiers e.a., 'The Old University 1425-1797', in: Emiel Lamberts en Jan Roegiers, Leuven University, Leuven, 1990, p. 21: "These universities [= de middeleeuwse universiteiten] were created either by sovereign princes or by towns, and were confirmed by the Pope", en verder: "The foundation of Louvain was the work of both ducal and municipal authorities. John IV, the Duke of Brabant, encouraged by two of his concillors, Engelbert van Nassau and Edmund van Dynter, strongly favoured the establishment of a higher centre of learning in his dukedom.", en nog anderenLijst gegeven door Edward Van Even, Louvain dans le passé et le présent, Leuven, 1895, p. 551. zoals Hendrik vander Leck, heer van Heeswyk; Jan van Glymes, heer van Bergen-op-Zoom; Jan t'Serjacobs, abt van Affligem; Jan Geeraerts, abt van Tongerloo; Jan Bont, lid van de Souveraine Raad van Brabant, en ook nog Pieter de Becker, rekeningenmeester van het hertogdom, samen met de burgerlijke overheid van de stad Leuven, die ook grotendeels de nieuwe instelling financierde.Jan Roegiers e.a., 'The Old University 1425-1797', in: Emiel Lamberts en Jan Roegiers, Leuven University, Leuven, 1990, p. 57: "The town had promised Pope Martin V that it would provide the University with premise [...]. The municipality also understood to pay for the repair, maintenance and extension of the four paedagogies", p. 36: "The Bull of Foundation in 1425 had made finance and appointment of professors a matter for the Civil authorities: the town gave the University its site and paid its professors", en p. 43: "On 20 June 1425 the Louvain magistrates agreed to engage the doctors, masters and other persons needed for the studium." De zwakke hertog werd in het genomen initiatief sterk ondersteund door zijn neef, hertog Filips de Goede, die hem weldra als hertog van Brabant zou opvolgen en vanaf 1422 de sterke man in Brabant was.Raymond Van Uytven e.a., Geschiedenis van Brabant, van hertogdom tot heden, Zwolle, 2004, p. 196-197. Voor Bourgondië had hij in 1422 de Universiteit van Dole gesticht, die een pendant moest krijgen in de noordelijke pool van zijn rijk (de Landen van herwaarts over). Anders dan Dole werd de universiteit in de Nederlanden geen studenten- maar een magisteruniversiteit. Ze was eerst aan Brussel aangeboden, maar die stad had geweigerd uit vrees voor studentengeweld zoals dat van 1419 in Parijs.

Willem Neve, scholaster van de Sint-Pieterskerk, werd naar Rome gestuurd om de toelating van de paus te vragen. Hij werd de eerste rector van de universiteit.Marc Nelissen, Jan Roegiers en Erik van Mingroot, De stichtingsbul van de Leuvense universiteit, 1425-1914, Leuven, 2000. De stichting van de nieuwe universiteit betekende wel het einde van de secundaire kapittelschool van de Sint-Pieterskerk. De stad vergoedde Willem Neve financieel voor het verlies van inkomen als scholaster. De universiteit werd een rechtspersoon, met een eigen jurisdictie, inbegrepen de fiscale autonomie en bevoegdheid voor strafrecht van toepassing op haar leden. Drie instanties moesten akkoord gaan met de overdracht van de eigen juridische bevoegdheid aan de universiteit: de hertog, het stadsbestuur en het kapittel van Sint-Pieter. Deze akkoorden kwamen er. Aanvankelijk waren de betrekkingen tussen de hoogleraren van de nieuwe Universiteit Leuven en dit kapittel niet bepaald vriendelijk omdat de nieuwe universiteit als een concurrent werd aangezien.Jan Roegiers e.a., 'The Old University 1425-1797', in: Emiel Lamberts en Jan Roegiers, Leuven University, Leuven, 1990, p. 53: "Initially, relations between the university professors and the Canon of the Chapter of St Peters' were not always amicable." Bovendien zat dit kapittel tussen hamer en aambeeld, namelijk tussen de universiteit en de bisschop van Luik. Leuven behoorde immers tot het bisdom Luik (tot 1559Zie pauselijke bul Super Universas over de creatie van nieuwe bisdommen in de Nederlanden.) en de Luikse bisschop was niet opgezet met het verlies van macht van het kapittel, lees: met verlies van zijn bisschoppelijke macht. Jan van Heinsberg, bisschop van Luik, begon een proces in Rome tegen de stichting van de universiteit in Leuven; hij dreigde ermee het hele kapittel van Sint-Pieter in de ban van de kerk te slaan. Zo ver is het niet gekomen, maar het geeft aan hoe heftig de spanningen opliepen.Edward Van Even, 'La Fondation de l'Ancienne Université de Louvain', in: Louvain dans le passé et le présent, Leuven, 1895, p. 551-555.

De stichting van het Leuvense Studium Generale gebeurde, volgens de normale procedure voor de oprichting van nieuwe kloosters of universiteiten, door een pauselijke bul: op 9 december 1425 vaardigde paus Martinus V Sapientie immarcescibilis uit en nog drie andere juridische bullen. Leuven werd de eerste en zeer lange tijd ook de enige universiteit in de Lage Landen. Ze verdedigde haar monopolie met succes tot in 1562 de Universiteit van Dowaai opende (die voor de Zuidelijke Nederlanden echter grotendeels haar betekenis verloor toen in 1668 Frans-Vlaanderen door de Franse koning werd veroverd en vervolgens door Spanje aan Frankrijk werd afgestaan). In 1575 werd de Universiteit van Leiden opgericht, als derde universiteit in de Nederlanden.

15e eeuw In haar oorspronkelijke vorm bestond de universiteit uit één basisfaculteit — de faculteit van de Artes, die als een soort propedeuse werd beschouwd — en twee hogere faculteiten, rechten (Facultas iuris utriusque, kerkelijk recht en burgerlijk recht) en geneeskunde, die een vervolgopleiding aanboden. In 1432 kwam daar ook nog een faculteit godsgeleerdheid bij.

De universiteit kreeg van de stad Leuven de beschikking over de Lakenhallen (waar later het bestuurlijke centrum van de huidige Katholieke Universiteit Leuven werd gehuisvest). Aanvankelijk kreeg de universiteit een deel van de Lakenhal als leslokaal; vanaf 1679 kreeg zij de hele Lakenhal in bezit, want de gilde der Lakenwevers verhuisde naar de overzijde van de Naamsestraat, in de pas gebouwde Dekenij.

De Faculteit Godgeleerdheid Leuven was eeuwenlang de meest eerbiedwaardige van alle faculteiten. Ze bood onderwijs in de scholastieke geest aan. Ook de basisfaculteit entte haar onderwijs in grote mate op de scholastiek. Inhoudelijk was het gebaseerd op de 'Septem Artes Liberales'. Deze vrije kunsten, of middeleeuwse wetenschappen, beheersten sinds de 11e eeuw het onderwijs in de klooster-, abdij-, kathedraal-, kapittel- en domscholen (het middeleeuwse middelbare onderwijs). In het universitaire onderwijs werden grammatica en retorica, die respectievelijk gericht waren op het leren schrijven en spreken van het Latijn, vervangen door fysica en metafysica. Het Latijn, werd immers gekend geacht en was dan ook de voertaal binnen een zeer multiculturele populatie van studenten en lectoren.Jozeph IJsewijn, Companion to Neo-Latin Studies, Amsterdam, New-York en Oxford, 1977, p. 102: "Latin survived as the language of the University of Louvain until the French Revolution but the abolition of this institution (1797) was a catastrophe for Latin in the Southern Netherlands."

Aan de faculteit van de Rechten kon men na het doorlopen van de opleiding in de Artes een opleiding in kerkelijk of burgerlijk (Romeins) recht kiezen. Afgestudeerden vervulden later functies in kerkelijke rechtbanken, de hertogelijke raad en de administratie van bisdommen.

Het onderwijs aan de medische faculteit bestond in de eerste plaats uit de bespreking van antieke en Arabische medische traktaten van auteurs zoals Hippocrates, Galenus en Averroës. Van wetenschappelijk onderzoek was nog geen sprake. Het aantal studenten aan deze faculteit was overigens heel beperkt. Medische ingrepen gebeurden in de middeleeuwen immers vooral door chirurgijnen, voor wie de geneeskunde een ambacht was dat ze vooral door praktijkervaring leerden. Andries van Wesel, beter bekend onder zijn geleerd pseudoniem Vesalius, zal hier verandering in brengen door zelf anatomisch onderzoek te verrichten.

16e eeuw Oorspronkelijk had het onderwijs aan de universiteiten een statisch en deductief karakter (cf. de scholastieke methode en de filosofie van Thomas van Aquino) en baseerde het zich op vertalingen en bloemlezingen van antieke geschriften, en geschriften door de kerkvaders.

In het begin van de zestiende eeuw kwam daar onder invloed van het humanisme verandering in. Onder inspiratie en leiding van de humanist Desiderius Erasmus werd in 1518 in Leuven het Collegium Trilingue' (Drietalencollege) opgericht. Daar werden de drie 'gewijde' talen Latijn, Grieks en Hebreeuws bestudeerd. In tegenstelling tot vroeger werden Griekse en Hebreeuwse teksten nu ook in hun oorspronkelijke taal bestudeerd en niet langer aan de hand van een Latijnse vertaling of bloemlezing. De terugkeer naar taal, literatuur en wetenschap van de oudheid stimuleerde ook de belangstelling voor de natuur en de aardse werkelijkheid waarin men leefde. Nieuwe methoden van persoonlijk en kritisch onderzoek verdrongen het middeleeuwse geloof in de autoriteit van gezaghebbende teksten. Rond deze tijd was de universiteit met zo'n 3.000 studenten uitgegroeid tot, na de Sorbonne, de grootste en belangrijkste van Europa.Jonathan Israël, De Republiek (1477-1806), I, Franeker, 1996, p. 43,

Tegelijk nam de universiteit het voortouw in het bestrijden van het protestantisme. In een vroeg stadium nam ze kennis van Luthers werken en ging ze een heftige polemiek aan. In overleg met de Keulse collega's veroordeelden de Leuvense theologen op 7 november 1519 de doctrines van Luther. Nadat paus Leo X hen hierin was gevolgd, beval keizer Karel V een algemene inbeslagname van lutherse publicaties. In Leuven werden voor een tribune een 80-tal boeken, vooral gedrukt bij Dirk Martens, aan de vlammen prijs gegeven. De Index van Leuven (1546, 1550, 1558) illustreerde de hechte samenwerking tussen universiteit, keizer en kerk om de orthodoxie te verdedigen. Ook bij het oprichten van de inquisitie namen de Leuvens theologen mee het initiatief, met onder meer Jacobus Latomus.

In de tweede helft van de 16e eeuw ging het wetenschappelijke leven in de Zuidelijke Nederlanden erop achteruit onder invloed van de godsdienstoorlogen (de protestantse Reformatie en — vooral — de katholieke reactie daarop onder de vorm van de Contrareformatie). Het natuurwetenschappelijke onderwijs aan de Leuvense universiteit knoopte opnieuw aan bij het middeleeuwse denken. De universiteit stagneerde dan ook als wetenschappelijk centrum, maar bleef het belangrijkste vormingscentrum voor de katholieke elite.