Het arrest Vervoeren en voorhanden hebben van heroïne (HR 1 juli 1981, NJ 1981/616) is een arrest van de Nederlandse Hoge Raad dat betrekking heeft op eendaadse samenloop in het strafrecht.
Casus en procesgang Verdachte is door de rechtbank veroordeeld tot tweemaal een maand hechtenis wegens het (in een auto) vervoeren en wegens het voorhanden hebben van 9,80 gram heroïne. Zie art. 2 lid 1 Opiumwet onder B en onder C.
In cassatie wordt namens verdachte aangevoerd, dat de rechtbank voormelde feiten ten onrechte niet als eendaadse samenloop (art. 55 lid 1 Sr) heeft opgevat, aangezien het vervoeren van de heroïne automatisch inhoudt het voorhanden hebben daarvan.
Hoge Raad De Hoge Raad heeft de strafoplegging in het vonnis vernietigd en ten principale rechtdoend een straf van één maand hechtenis uitgesproken. De Hoge Raad overwoog:
Tot besluit Deze casus is een voorbeeld van eendaadse samenloop, zodat niet art. 57 maar art. 55 lid 1 Sr van toepassing is.
Zie ook (1932) Arrest Oude Kijk in 't Jatstraat (meerdaadse samenloop)
Vervoeren en voorhanden hebben