miniatuur|Voormalig premier David Cameron in gesprek met zijn Nederlandse collega Mark Rutte tijdens een bezoek aan Chequers in 2014 Chequers, ook Chequers Court genoemd, is een landhuis met landgoed nabij Ellesborough in het Engelse graafschap Buckinghamshire. Sinds 1921 dient het als officieel buitenverblijf van de premier van het Verenigd Koninkrijk. Het huidige landhuis werd in 1565 gebouwd voor William Hawtrey en heeft in Engeland de beschermde monumentenstatus Grade I. Arthur Lee en zijn echtgenote Ruth schonken het landgoed in 1917 aan de natie voor gebruik door opeenvolgende premiers.
Schenking door Arthur Lee Het herenhuis, dat uit de 16e eeuw dateert, was vele eeuwen in het bezit van verschillende adellijke Engelse families. In 1912 kwam het in handen van het echtpaar Arthur en Ruth Lee. Tijdens de Eerste Wereldoorlog diende het als lazaret. Het kinderloze echtpaar besloot het huis aan de natie te schenken als landgoed voor gebruik van de Prime Minister, de eerste minister. Het Lagerhuis aanvaardde in 1917 de schenking met de Chequers Estate Act.
Arthur Lee, Lord Lee of Fareham diende zelf tussen 1903 en 1922 in politieke functies. Zijn bedoeling was dat Chequers een vredige en besloten omgeving zou bieden aan Prime Ministers waar zij tot rust zouden komen. Verfrist konden zij dan weer naar hun werk in Downing Street terugkeren. De bedoeling was dat zij Chequers niet zozeer als een officiële residentie zou ervaren, maar als een thuis. Voor veel Prime Ministers is dit inderdaad realiteit geworden.
In 1917 was de bedoeling van de toenmalige Sir Arthur Lee dat het huis en landgoed Chequers in Buckinghamshire pas na de dood van hemzelf en zijn echtgenote in gebruik zou worden genomen als het officiële buitenverblijf van de Prime Minister. Drie jaar later werd de datum vervroegd en verhuisden de Lee's per omgaande naar elders opdat David Lloyd George er direct gebruik van kon gaan maken. Arthur Lee overleed pas in 1947. Arthur Lee schreef zelf een voorwoord bij de overdrachtsakte. Zijn bedoeling was toekomstige Prime Ministers, met name stedelijke personen, periodiek in aanraking zou komen met het plattelandsleven. Een verblijf zou hun gezondheid ten goede komen als gevolg de pure lucht in de heuvels en bossen van het landgoed. De hoofdbedoeling van Lee was daarom niet alleen om Chequers beschikbaar te maken als het officiële buitenverblijf van de Prime Minister van de dag, maar ook om hem mogelijk te maken om op een landgoed te leven, ook als zijn inkomen beperkt was tot een salaris van Prime Minister. Om er zeker van te zijn dat Chequers geen museum zou worden, zorgde Lee zelf voor passende meubels. Vanaf 8 januari 1921 ging Lloyd George, eerst formeel als huurder, gebruik maken van Chequers. Sindsdien is het huis regelmatig gebruikt, behalve door Andrew Bonar Law (1922-1923) door opeenvolgende Prime Ministers.
Aan het begin van de twintigste eeuw was het niet meer vanzelfsprekend dat politici van gegoeden huize waren of reeds (familie)vermogen hadden vergaard. David Lloyd George, zoon van een schoolmeester en opgegroeid binnen zijn moeders familie van schoenmakers in WalesKenneth O. Morgan, "George, David Lloyd, first Earl Lloyd-George of Dwyfor (1863–1945)". Oxford Dictionary of National Biograph, 14 november 2018. Toegang via een bibliotheek is noodzakelijk voor digitale versie., bezat zelf geen buitenverblijf. Met name tijdens de onderhandelingen rond de Vrede van Versailles maakte de radicaal liberale politicus daarom dankbaar gebruik van het aanbod van Philip Sassoon, zijn parlementaire persoonlijk secretaris, om diens buitenverblijf Port Lympne in de nabijheid van Dover te gebruiken - als locatie om buitenlandse gasten te ontvangen. Met name de gesprekken tussen de Britten en Fransen verliepen vaak moeizaam over de vraag hoe zwaar Duitsland gestraft moest worden over aan het aanrichten van oorlogsverwoestingen. In Port Lympne vonden zowel informele als formele gesprekken plaats. Ook latere internationale bilaterale gesprekken vonden vaak plaats in een van de drie huizen van Philip Sassoon. In alle drie de huizen van Sassoon kon Lloyd George zich laten vergezellen door zijn maîtresse en zich ontspannen via door Sassoon aangeboden luxueus vermaak. Lloyd George maakte in 1922 van Sassoons huis aan het Londense Park Lane zijn hoofdkwartier om parlementsverkiezingen voor te bereiden en de resultaten af te wachten.Peter Stansky, Sassoon. The Worlds of Philip and Sybil. Yale University Press, 2003,100-110. Damian Collins, Charmed Life. The Phenomenal World of Philip Sassoon. William Collins, 2016, 90-108. De puissant rijke Philip Sassoon, telg uit een bankiersgeslacht met wortels in Babylon (tegenwoordig Irak) en een moeder uit het bankiersgeslacht Rothschild, kon als gevolg van zijn diensten aan David Lloyd George vervolgens zelf politiek carrière maken. Zijn ambitie daarvoor maakt hij schriftelijk in 1921 kenbaar aan Lloyd George.Peter Stansky, Sassoon. The Worlds of Philip and Sybil. Yale University Press, 2003, 106-107. Damian Collins, Charmed Life. The Phenomenal World of Philip Sassoon. William Collins, 2016, 155-201.
Volgens historicus Plantagenet Somerset Fry is Chequers niet buitengewoon wat betreft architectuur. Het huidige pand is een Tudor-landhuis van gemiddelde grootte dat vooral bedoeld is om te ontspannen, niet om te imponeren. De geschiedenis van het landgoed gaat ten minste terug tot 1086. Het heeft een vermelding in het befaamde Domesday Book: een overzicht van Britse landgoederen waarin zelfs varkens en koeien werden geregistreerd. In de loop van de geschiedenis is met name aan het interieur van het landhuis veel veranderd. Arthur Lee schonk Chequers compleet met een kostbare inventaris aan verzamelde objecten aan de Britse natie. In zijn inleiding bij de officiële catalogus van de Chequers-kunstverzameling benadrukte Lee dat Chequers geen museum was. De meubels en decoratieve objecten waren door hem en zijn echtgenote uitgekozen om te bewijzen dat kunst kon samengaan met huiselijk comfort. Lee stond op dat moment bekend als een kunst-expert. De verzameling bestond uit schilderijen, meubels, klokken, keramiek, autografische manuscripten, relieken en boeken.
Gebruik door opeenvolgende Prime Ministers Alle Prime Ministers na 1923 hebben veel gebruik gemaakt van Chequers. Iedere Prime Minister gebruikte en gebruikt Chequers naar eigen, individuele benodigdheden en smaak. In toenemende mate kwam Chequers in gebruik voor zakelijke ontvangsten, maar de doelstelling van Arthur Lee is intact gebleven: het bieden van een thuis voor de zittende Prime Minister zodat hij of zij tot rust kan komen.
Winston Churchill Winston Churchill maakte Chequers tot zijn hoofdverblijf tijdens de Tweede Wereldoorlog omdat het veiliger was dan Downing Street in Londen of zijn eigen buitenhuis Chartwell in Kent. Uit veiligheidsoverwegingen verbleef Churchill ook elders, waaronder in Ditchley Park in Oxfordshire, indien er sprake van volle maan omdat Chequers dan een gemakkelijk doelwit kon vormen een Duitse nachtelijk bombardement. Vele belangrijke oorlogsredes werden door Churchill geschreven in Chequers. Na de oorlog bracht Churchill meer weekenden door in Chartwell, maar bleef Chequers gebruiken voor ontvangsten. Onder meer veldmaarschalk Montgomery werd getrakteerd met een diner gevolgd door een film in de tijdens oorlog tot bioscoop getransformeerde Long Gallery.Plantagnet Somerset Fry, Chequers. The Country Home of Britain's Prime Ministers. Her Majesty's Stationary Office, 1977, 63-66. Harold Wilson, Memoirs 1916-1964. The Making of a Prime Minister, Weidenfeld and Nicolson & Michael Joseph, 1986, 59-60. Norma Major, Chequers. The Prime Minister's Countrr House and its History, HarperCollinsPublishers, 1996, 189-202.
Harold Macmillan Harold Macmillan maakte minder gebruik van Chequers omdat hij zelf een buitenhuis bezat in de nabijheid van Londen waar hij zich thuis voelde en reeds een vertrouwde werkplek bezat. Hij maakte wel van Chequers gebruik om gasten te ontvangen, zowel privé als zakelijk. President Eisenhower van de Verenigde Staten en Konrad Adenauer, de West-Duitse bondskanslier, waren in 1959 de twee opmerkelijkste gasten.Plantagenet Somerset Fry, Chequers, 68. Norma Major, Chequers. The Prime Minister's Country House and its History. HarperCollinsPublishers, 1996, 214-221.
Harold Wilson Met de komst van Harold Wilson werd Chequers bijna net zo belangrijk als Downing Street in Londen. Kabinetsvergaderingen, met zowel senior als junior ministers, werden gehouden en het aantal bezoeken van buitenlandse staatshoofden nam toe.Plantagenet Somerset Fry, Chequers, 68. Harold Wilson, voormalig Britse Prime Minister namens Labour, heeft in een boek uitgelegd dat Downing Street 10 te klein is om het gehele kabinet te kunnen huisvesten voor een vergadering. Tijdens reguliere kabinetsvergaderingen in Downing Street zijn alleen de belangrijkste ministers aanwezig en wordt vooral gesproken over lopende politieke zaken. Chequers werd door Wilson vooral gebruikt voor contemplatieve discussies, met name voor strategische lange termijn vraagstukken. Behalve voor vergaderen is er ruimte voor een lunch-buffet en een wandeling door de tuin. Belangrijke problemen kunnen in de diepte en breedte besproken worden op een wijze die onmogelijk is tijdens een kabinetsvergadering. Harold Wilson gebruikte zelf Chequers in de jaren 1960 om de eerste kabinetsdiscussies te voeren over een Brits lidmaatschap van de Europese Economische Gemeenschap (EEG). In oktober 1967 ontstond daardoor een duidelijk kabinetsstandpunt. De echte beslissing werd twee dagen later genomen in Downing Street, tijdens een kabinetsvergadering.
Wilsons kabinet was voordien diep verdeeld over de vraag of een (nieuwe) poging wenselijk was om zich aan te sluiten bij de "Gemeenschappelijke markt". Bovendien hing een waas van onwerkelijkheid boven de discussie: een eerdere aanvraag, gedaan terwijl de Conservatieve Partij aan de macht was, was afgewezen door de EEG. Wilson vroeg en kreeg op 22 oktober 1966 tijdens een bijeenkomst in Chequers mandaat van zijn ministers om een rondreis langs de zes hoofdsteden van de lidstaten te maken als verkenning. Charles de Gaulle, de Franse president die eerder zijn veto had uitgesproken over een eventueel Brits lidmaatschap, ontving Wilson met veel ceremonieel vertoon op 24 januari 1967 en toonde geen directe weerzin. Na afloop van de tour kon Wilson aan zijn kabinet rapporteren dat hij toekomst zag in een lidmaatschap, nog voor de verkiezingen van 1970 of 1971. De ministers, tijdens een bijeenkomst gehouden in Chequers, stemden vervolgens met 13 tegen 8 vóór een bod aan de EEG zonder condities. De Franse president Charles de Gaulle antwoordde echter "nog niet" op de Britse aanvraag en ging voorwaarden stellen. De Britten moesten van de Franse president eerst een politieke en economische transformatie doormaken voordat zij de Zes continentale machten konden gaan versterken.
Edward Heath Edward Heath maakte zowel zakelijk als privé intensief gebruik van Chequers. Heath was de zoon van een timmerman en een voormalig dienstmeisje die opgroeide op de Britse subtiele grens tussen arbeidersklasse en lage middenklasse. Via opleiding en hard werken kwam hij vooruit in de wereld. Gestaag maakt Heath carrière binnen de Conservatieve partij en wist in 1965 partijleider te worden terwijl zijn partij in oppositie was. Heath werd Prime Minister in 1970.Douglas Hurd, "Heath, Sir Edward Richard George [Ted] (1916–2005)", Oxford Dictionary of National Biography, 4 oktober 2012. Digitale toegang: uitsluitend via een bibliotheek.