Simon Bolivar Buckner (Munfordville, 1 april 1823 - Munfordville, 8 januari 1914) was tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog een generaal in het leger van de Geconfedereerde Staten van Amerika en van 1887 tot 1891 gouverneur van de staat Kentucky.
Vroege jaren Simon B. Buckner (Sr.) werd geboren op 1 april 1823 op Glen Lily, het familielandgoed gelegen bij Munfordville in Kentucky. Harrison in The Kentucky Encyclopedia, p. 136 Hij was het derde kind en tweede zoon van Aylett Hartswell en Elizabeth Ann (Morehead) Buckner.Stickles, p. 4 Hij werd vernoemd naar de soldaat en staatsman van Venezuela Simón Bolívar. Deze had de onafhankelijkheidsstrijd gevoerd tegen het Spaanse rijk en stond aan de wieg van Venezuela, Bolivia, Colombia, Ecuador, Peru en Panama. Stickles, p. 5 Pas op negenjarige leeftijd werd Buckner ingeschreven in een privéschool in Munfordville.Stickles, p. 6 Zijn jeugdvriend was Thomas J. Wood die tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog een Noordelijke officier werd. Buckner en Wood waren elkaars tegenstander in de Slag bij Perryville en de Slag bij Chickamauga.Noe, pp. 96–97 Buckners vader had een smeltoven voor ijzer in Hart County. Door een tekort aan hout om zijn smeltoven operationeel te houden, verhuisde het gezin in 1838 naar Muhlenberg County. Daar richtte Buckners vader een coöperatie op met verschillende smeltovens. Buckner volgde les in Greenville en aan de Christian County Seminary in Hopkinsville.Stickles, p. 9
Op 1 juli 1840 werd Buckner toegelaten tot de United States Military Academy in West Point.Harrison in Kentucky's Governors, p. 119 Hij studeerde in 1844 af als elfde in een klas van vijfentwintig en werd benoemd tot gebrevetteerd Tweede luitenant in het 2nd U.S. Infantry Regiment.Eicher, pp. 151–52 Tot en met 28 augustus 1845 diende hij in het garnizoen van Sackett's Harbor aan het Ontariomeer. Daarna keerde hij terug naar de militaire academie waar hij een assistent professor werd in Aardrijkskunde, Geschiedenis en Ethiek.Stickles, p. 15, 24; Hewitt, p. 139
Mexicaans-Amerikaanse Oorlog In mei 1846 nam Buckner ontslag om deel te nemen aan de Mexicaans-Amerikaanse Oorlog. Hij nam dienst in het 6th U.S. Infantry Regiment. Zijn eerste taak omvatte onder andere het rekruteren van nieuwe soldaten en die tot aan de grens met Texas te begeleiden. In november 1846 meldde hij zich bij zijn compagnie die onderweg was naar Parras in Mexico. In januari 1847 werd Buckner naar Veracruz gestuurd als deel van William J. Worths divisie. Terwijl het Beleg van Veracruz in volle gang was, rekende Buckners eenheid af met enkele duizenden Mexicaanse cavaleristen bij Amazoque.Stickles, pp. 16–17 Op 8 augustus 1847 werd Buckner benoemd tot kwartiermeester van het 6th Infantry. Kort daarna nam hij deel aan de Slag bij San Antonio en de Slag bij Churubusco waar hij licht gewond raakte. Wegens betoonde moed tijdens de slagen van Churubusco en Contreras werd hij bevorderd tot gebrevetteerde Eerste luitenant.Stickles, p. 17
Na de Slag bij Molino del Rey werd Buckner opnieuw geroemd voor zijn moed. Hij werd tot gebrevetteerd kapitein benoemd. Daarna nam hij nog deel aan de Slag bij Chapultepec, de Slag bij de poort van Belen en de bestorming van Mexico-Stad. Na de Amerikaanse overwinning werden de soldaten ingezet als bezettingsmacht. Hierbij had Buckner veel vrije tijd. In april 1848 nam hij deel aan de expeditie naar de Popocatépetl, een vulkaan ten zuidoosten van Mexico-Stad.Stickles, pp. 17–19 Buckner kreeg de eer om als laatste de vlag te strijken in Mexico-Stad toen de bezettingstroepen zich terugtrokken.Hewitt, p. 139 Buckner zou in 1891 toetreden tot de Aztec Club, een veteranenvereniging van officieren die hadden meegevochten tegen Mexico.
Interbellum Na de oorlog keerde Buckner terug naar West Point. Hij gaf les in infanterietactieken.Stickles, p. 20 Een klein jaar later nam hij opnieuw ontslag omdat hij het niet eens was enkele nieuwe regels aan de academie.Stickles, p. 22 Na zijn ontslag werd hij naar Fort Columbus gestuurd om soldaten te rekruteren.Stickles, p. 23
Op 2 mei 1850 huwde hij met Mary Jane Kingsbury. Kort na hun huwelijk kreeg Buckner een aanstelling in Fort Snelling in Minnesota om daarna naar Fort Atkinson langs de Arkansas in Kansas te verhuizen. Op 31 december 1851 werd hij bevorderd tot eerste luitenant. En op 3 november 1852 werd hij benoemd tot kapitein in het 6th U.S. Infantry die op dit moment in New York gekazerneerd was. Buckner hielp nog zijn oude vriend kapitein Ulysses S. Grant die hij kende van West Point en de Mexicaans-Amerikaanse Oorlog. Grant had op dit moment geldgebrek en Buckner betaalde de kosten van zijn hotel in New York tot Grant zijn loon zou krijgen en kon terugkeren naar Ohio. Op 26 maart 1856 nam Buckner ontslag uit het leger om zijn schoonvader te helpen. Zijn schoonvader had uitgebreide portefeuille aan vastgoed in Chicago Illinois. Na zijn overlijden in 1856 nam Buckner het beheer van het vastgoed op zich.Stickles, pp. 34–37
Hij bleef geïnteresseerd in militaire zaken. Daarom werd hij lid van de Illinois State Militia in Cook County met de rang van majoor. Op 3 april 1857 werd hij benoemd tot adjudant generaal door de gouverneur van Illinois William Henry Bissel. Buckner werd verantwoordelijk voor de personeelszaken van de militietroepen. In oktober nam hij alweer ontslag uit deze functie. Na de Mountain Meadows massacre werd een regiment van vrijwilligers uit Illinois opgeroepen om deel te nemen aan een strafexpeditie tegen de Mormonen. Buckner werd aangesteld als kolonel van het regiment. Ze zouden echter niet in actie komen door de succesvolle onderhandelingen tussen de federale overheid en de Mormonen.Stickles, p. 38
In het najaar van 1857 keerde Buckner en zijn gezin terug naar zijn thuisstaat. Ze vestigden zich in Louisville, Kentucky. Op 7 maart 1858 werd zijn dochter Lily geboren. Later datzelfde jaar werd de Citizens’ Guard opgericht, de lokale militie van Louisville. Buckner werd hun kapitein. Tot in 1860 diende hij in deze functie tot dat de militie opgenomen werd in het 2nd Regiment van de Kentucky State Guard.Stickles, pp. 41–43 Buckner werd in 1860 benoemd tot inspecteur generaal voor de staat Kentucky.
Amerikaanse Burgeroorlog In 1861 benoemde gouverneur Beriah Magoffin Buckner tot adjudant generaal en kreeg hierbij de rang van generaal-majoor bij de militie. Hij kreeg de opdracht om de militiewetten van de staat te moderniseren.Powell, p. 68"Kentucky Governor Simon Bolivar Buckner", National Governors Association De staat werd verscheurd tussen Noordelijke en Zuidelijke sympathieën. De legislatuur stond diametraal tegenover de gouverneur. Uiteindelijk verklaarde Kentucky zich neutraal in het conflict. Buckner kreeg de taak om eenheden op te richten om deze neutraliteit te waarborgen.
De staatsraad, die controle had over de militie, vreesde de te sterke sympathieën van de militie voor de Zuidelijke zaak. De militie moest hun wapens inleveren.Stickles, p. 78 Uit onvrede nam Buckner op 20 juli 1861 ontslag. In de loop van augustus kreeg Buckner tot twee maal toe het aanbod voor een aanstelling als brigadegeneraal in het Union Army. Het eerste aanbod kwam van generaal Winfield Scott. Het tweede aanbod kwam van minister van oorlog Simon Cameron op aandringen van president Abraham Lincoln. Buckner weigerde beide voorstellen.Woodworth, Jefferson Davis and His Generals, p. 44; Harrison in Kentucky's Governors, p. 120; Hewitt, p. 140 Toen de Zuidelijke generaal-majoor Leonidas Polk Columbus bezette en hiermee de neutraliteit van Kentucky schond, aanvaardde Buckner op 14 september 1861 een aanstelling als brigadegeneraal in het Confederate States Army. Vrijwel alle soldaten uit de voormalige militie die onder zijn bevel stonden, volgden hun aanvoerder.Gott, p. 37 Toen zijn aanstelling formeel werd goedgekeurd, werd hij in het Noorden als verrader veroordeeld. Zijn eigendommen werden in beslag genomen. Om te vermijden dat ook de eigendommen van zijn vrouw in Chicago zouden worden geconfisceerd, had Buckner alles op naam van zijn schoonbroer gezet.Hewitt, p. 140 Buckner werd bevelhebber van een divisie in het Army of Central Kentucky onder leiding van brigadegeneraal William J. Hardee. Zijn eenheid werd gekazerneerd in Bowling Green Kentucky.Gott, p. 38
Fort Donelson Nadat brigadegeneraal Ulysses S. Grant in februari 1862 Fort Henry had ingenomen langs de Tennessee, richtte hij zijn pijlen op Fort Donelson die de Cumberland controleerde. De Zuidelijke bevelhebber van het westelijke front, generaal Albert Sidney Johnston, stuurde Buckner naar het fort als een van de vier brigadegeneraals die het fort dienden te verdedigen. John B. Floyd werd aangesteld als bevelhebber met Buckner, Gideon J. Pillow en Bushrod R. Johnson als onderbevelhebbers.Gott, pp. 133–35
Buckners divisie verdedigde de rechterflank van de Zuidelijke verdedigingswerken die zich rond Dover concentreerden. Op 14 februari beslisten de Zuidelijke generaals dat het fort niet kon behouden worden. Ze planden een uitbraakpoging om aansluiting te vinden met het hoofdleger van Johnston dat zich in Nashville bevond. Bij zonsopgang van de volgende dag viel Pillow de Noordelijke rechterflank aan. Ze slaagden erin om de Noordelijke linies 2 tot 3 km terug te dringen. Buckner, die de slaagkansen laag inschatte en op slechte voet stond met Pillow, wachtte bijna twee uur om zelf tot de aanval over te gaan. Grant kreeg dus de tijd om versterkingen aan te voeren en zijn slaglinie te verstevigen. Ondanks het treuzelen van Buckner was er toch een smalle corridor ontstaan waarlangs de Zuidelijken zouden kunnen ontsnappen. Floyd en Pillow lieten deze kans liggen toen ze de Zuidelijke eenheden terugriepen naar hun eigen loopgraven.Gott, pp. 191–217; Connelly, Army of the Heartland, pp. 121–23
In de late avond werd een krijgsraad belegd waarbij Floyd en Pillow optimistisch waren over de gebeurtenissen van de voorbije dag. Buckner echter laakte hun weinig realistische inschatting. De Zuidelijken waren niet sterk genoeg om het fort te behouden en de uitbraakpoging was mislukt. Ondertussen werd Grants leger voortdurend versterkt. Floyd, die vreesde voor een aanklacht van hoogverraad indien hij het fort zou opgeven, vroeg aan Buckner om hem voldoende tijd te geven om samen met zijn regimenten uit Virginia te ontsnappen. Buckner ging hiermee akkoord. Pillow kreeg het bevel over het fort, die het onmiddellijk doorgaf aan Buckner. Na de ontsnapping van Floyd, Pillow en Nathan Bedford Forrest (de bevelhebber van de aanwezige Zuidelijke cavalerie), hees Buckner de witte vlag boven het fort.Gott, pp. 238–49; Connelly, Army of the Heartland, pp. 123–24
De volgende ochtend stuurde hij een koerier naar de Noordelijke linies om een wapenstilstand te bekomen en de voorwaarden tot overgave te bespreken.Stickles, p. 164 Buckner hoopte op milde voorwaarden omdat hij Grant in het verleden geholpen had. Grants antwoord was kort. Hij stuurde zijn aide-de-camp William S. Hillyer met het antwoord. Grant verlangde niets minder kan een onvoorwaardelijke en onmiddellijke overgave.Stickles, pp. 165–166 Hierop antwoordde Buckner: Door het beperkte aantal manschappen onder mijn bevel die na een onvoorziene verandering in de bevelstructuur verder verzwakt werden en de numeriek sterkere troepen aan uw kant; voel ik mij genoodzaakt om, niet tegenstaande het dappere verzet van de geconfedereerde eenheden, de zware en onedelmoedige voorwaarden tot overgave te accepteren.Gott, p. 257