Nijmegen Eendracht Combinatie, kortweg N.E.C., is een Nederlandse profvoetbalclub uit Nijmegen. De thuisbasis is het Goffertstadion dat 12.650 plaatsen biedt.Website N.E.C. Gearchiveerd op 7 december 2025. De clubkleuren zijn rood, groen en zwart. Het logo verwijst met de tweekoppige adelaar naar het wapen van Nijmegen.
N.E.C. is op 11 april 1910 voortgekomen uit een fusie tussen de club Eendracht die was opgericht op 15 november 1900, en het in 1908 opgerichte NVV Nijmegen.
Geschiedenis
Ontstaan Eendracht en NVV (1900-1910) Guus Lodestijn, Anton Kuijpers en Wouter van Lent waren afkomstig uit de oude Nijmeegse benedenstad, destijds niet veel meer dan een achterstandsbuurt waar de armste mensen van de stad woonden. Voetbal was toentertijd al een aardig populaire sport, maar werd gezien als een spelletje voor elitaire, hoge heren. Lodestijn, Kuijpers en van Lent lieten zich hier echter niet door tegenhouden en waren dag in, dag uit met een bal te vinden op de Waalkade of op de Grote Markt. Uiteindelijk namen de drie jongens op 15 november 1900 een besluit dat voor de nodige verbazing zorgde: zij, afkomstig uit de armoedige benedenstad, gingen een voetbalclub oprichten. Afgeleid van een spreuk die op een poort op de Grote Markt stond, ‘Eendracht maakt macht’, ontstond de clubnaam Eendracht. De contributie die bij lidmaatschap betaald moest worden bedroeg twee cent per week, waarvan om de zoveel tijd een nieuwe bal gekocht kon worden.
Terwijl Eendracht na een aantal promoties haar wedstrijden in de Tweede Klasse afwerkte, deed zich bij de elitaire voetbalvereniging van Nijmegen, Quick, een ontwikkeling voor. Een aantal spelers van de club voelden zich niet thuis in de wereld van de hoge heren en begon een eigen voetbalvereniging: NVV Nijmegen. Op 11 april van het jaar 1910 fuseerden Eendracht en NVV Nijmegen, onder de naam Nijmegen Eendracht Combinatie.
Weinig financiële middelen (1910-1920) In de beginjaren ontbrak het N.E.C. aan de broodnodige financiën, want de leden en de supporters kwamen als inwoners van de benedenstad niet bepaald uit het meest draagkrachtige deel van Nijmegen. Daar kwam nog bij dat N.E.C. geen vaste ondergrond had voor haar thuiswedstrijden. Omdat dit in het seizoen 1913/1914 nog altijd het geval was, werd besloten dat de club zich moest terugtrekken uit de competitie en zodoende belandde N.E.C. in de Oostelijke afdeling E, de laagste Klasse. Er werd aan de noodrem getrokken en voormalig oprichter Guus Lodestijn betrad de functie van voorzitter. Aan hem was het nu de taak om zijn club uit het slop te trekken en daarin slaagde hij behoorlijk: N.E.C. ging spelen op een veld dat gelegen was bij de kruising tussen de Sint Annastraat en de Groenestraat en driemaal op rij eindigde N.E.C. als tweede in de zogeheten ‘noodcompetities’, die gestart waren wegens de intrede van de Eerste Wereldoorlog.
Ondanks de bemoeilijkte omstandigheden was N.E.C. groeiende en werd er in 1917 zelfs een jeugdopleiding verwelkomd. Het kwam dan ook erg slecht uit dat N.E.C. de sportvelden aan de Sint Annastraat weer moest verlaten wegens woningbouw, maar voorzitter Lodestijn handelde even opmerkelijk als adequaat: Eliteclub Quick was gevestigd aan de Hazenkampseweg, maar liet een deel van het sportpark ongebruikt. Lodestijn kreeg toestemming om het ongebruikte stuk te huren en bestempelde Eendracht en Quick zodoende als tijdelijke buren.
Eigen terrein en eerste kampioenschap (1920-1930) Met ingang van de jaren twintig werd de aankoop van een eigen terrein aan de Hazenkampseweg en de Vossenlaan het belangrijkste agendapunt. Zeker voor een club uit de arbeidersklasse was dit een pittige klus, maar vanaf het seizoen 1923/1924 mocht N.E.C. zich de eigenaar noemen van een eigen sportveld. Het publiek bleef ondanks deze positieve ontwikkelingen slechts in kleine getale op komen dagen, en waren de financiën nog altijd niet op orde en werd er veel gezeurd door mensen die betrokken waren bij de club.
In het seizoen 1927/1928 leken deze problemen even naar de achtergrond te verdwijnen, want N.E.C. werd kampioen door al haar achttien wedstrijden te winnen en hierin maar liefst 82 maal het net te vinden. De aandacht en de lovende woorden van de pers waren voor N.E.C. een primeur, want nog nooit was de club zo interessant bevonden. Het kampioenschap van N.E.C. betekende echter niet direct promotie naar de Eerste Klasse: Destijds moest een promotiewedstrijd beslissen wie er de stap naar een hoger niveau mocht gaan maken en in dit duel trok Tubantia aan het langste eind. Een seizoen later deed zich eenzelfde soort scenario voor, alleen was PEC nu de gelukkige. Promotiewedstrijden en N.E.C. waren vooralsnog geen gelukkige combinatie, waardoor de club actief bleef in de Tweede Klasse.
Promotie en bouw Goffertstadion (1930-1950) Na de teleurstelling van het tweemaal op rij niet behalen van promotie naar de Eerste Klasse werd voor het seizoen 1930/1931 een nieuw bestuur aangesteld. Wederom schopte N.E.C. het tot de promotiewedstrijden en wederom werd er verloren. Wanneer N.E.C. in 1933/1934 eens te meer het kampioenschap in de Tweede Klasse behaalt, maar wederom niet in staat blijkt om de promotiewedstrijden te overleven, begint de uitspraak ‘Nooit Eerste Classer’ toch wel akelig veel weg te krijgen van de werkelijkheid. We schrijven 1935/1936 wanneer N.E.C. van deze benaming af weet te geraken. Na een serie spannende promotiewedstrijden volgde de beslissingswedstrijd in en tegen Borne. N.E.C. zegevierde met 0-2 en mocht zich op 28 juni 1936 voor het eerst in haar bestaan, en na vele gestrande pogingen, een Eersteklasser noemen.
De eerste twee seizoenen in de Eerste Klasse kunnen geschaard worden onder ‘alle begin is moeilijk’, getuige de voorlaatste en twee-na-laatste plaats die destijds behaald werden. Het derde seizoen werd echter het seizoen van de omgekeerde wereld: N.E.C. werd in 1939 kampioen van de Eerste Klasse en zodoende mochten de rood-groen-zwarten zich mengen in de strijd om de landstitel. Hierin kroonde Ajax zich tot landskampioen, maar N.E.C. boekte een enorm succes door als nummer drie van Nederland te eindigen. Gelijktijdig met alle teleurstellingen én successen die N.E.C. in de jaren dertig op haar veld aan de Hazenkampseweg beleefde, was er enkele honderden meters verderop een heel ander proces in volle gang. Duizenden werkloze Nijmegenaren waren hier in de weer met het uitgraven en bouwen van het Goffertstadion, dat op 8 juli 1939 werd geopend. Zowel N.E.C. als Quick werden benaderd om de vaste bespeler van het stadion te worden, maar beide clubs weigerden wegens het feit dat zij dan huur moesten betalen en al over een accommodatie beschikten.
De Tweede Wereldoorlog woedde inmiddels voort en zo goed en kwaad als het ging werd er ondertussen nog gevoetbald, maar de resultaten vielen tegen. Tijdens de oorlog had het speelveld van N.E.C. aan de Hazenkampseweg gediend als kampement, waardoor er van het terrein weinig meer over was. Daar kwam nog bovenop dat de gemeente in de toekomst wilde starten met woningbouw op het inmiddels voormalige speelveld van N.E.C., waardoor er geen andere optie was dan alweer op zoek te gaan naar een nieuw speelterrein. Natuurlijk was het Goffertstadion speelklaar en N.E.C. zag, met de wedstrijden om het kampioenschap van Nederland nog in het achterhoofd, hier de voordelen wel van in. Zodoende werd besloten de vaste bespeler te worden van het Goffertstadion en mocht N.E.C. het vanaf het seizoen 1945/1946 haar thuishaven noemen. In 1946 en 1947 werd N.E.C. kampioen van de Oostelijke Eerste Klasse. In 1947 werd N.E.C. wederom derde van Nederland in de kampioenscompetitie.
Moeizame overgang van amateur- naar profclub (1950-1970) Op de achtergrond werd gewerkt aan de invoering van profvoetbal in Nederland, waarbij N.E.C. een belangrijke beslissing te wachten stond: Ging men meedoen en haar spelers betalen, of zou N.E.C. een amateurvereniging blijven? Na een algemene ledenvergadering trad het bestuur naar buiten met de mededeling dat de knoop was doorgehakt: N.E.C. zou zich voortaan een profclub mogen noemen. Echter bleek al snel dat de transitie van een amateurvereniging naar een profclub geen gemakkelijke was. De eenheid binnen de club raakte verstoord, met onderling wantrouwen en bestuurlijke wanorde als voornaamste kenmerken. Al deze problemen achter de schermen droegen ook niet bij aan de sportieve prestaties, die de resterende jaren vijftig niet van het gewenste niveau waren.
N.E.C. zat in een dal. Het lukte de club al vijf seizoenen op een rij niet om te promoveren naar de Eerste Divisie, het voltallige bestuur besloot af te stappen en financieel was het niet om over naar huis te schrijven. Alsof dat niet genoeg was voerde de KNVB in het seizoen 1961/1962 een nieuwe regeling door: De onderste vijf ploegen uit de Tweede Divisie moesten terugkeren naar het amateurvoetbal. Na een dramatische seizoenstart wist N.E.C. maar niet weg te geraken van de gedoemde onderste regionen, waardoor de toekomst van N.E.C. als profclub aan een flinterdun draadje kwam te hangen. Uiteindelijk belandde N.E.C. in de nacompetitie, waarin beslist zou worden welke club het profvoetbal gedag moest zeggen. De tegenstander in de beslissingswedstrijd was Oldenzaal, tegen wie N.E.C. aantrad met een elftal vol Nijmeegse jongens. Van hen kroonde Tini van Reeken zich tot de grote held van N.E.C., door voor de enige en winnende treffer te tekenen en zijn club zodoende te behoeden voor amateurvoetbal.
In het seizoen 1962/1963 werd N.E.C. (samen met Alkmaar ‘54) de eerste club uit de Tweede Divisie die de halve finale van de KNVB beker bereikte. Het halen van de eerste bekerfinale bleek nog een brug te ver, tegen eredivisionist ADO werd met 3-1 verloren.
Enkele jaren later, in 1964, lukte het N.E.C. eindelijk om haar grote missie te volbrengen: Promotie naar de Eerste Divisie was een feit! Uiteraard moest N.E.C. om dit bereiken eerst weer een promotiewedstrijd spelen, maar deze keer trokken de Nijmegenaren in een confrontatie met Alkmaar aan het langste eind. Het verblijf van N.E.C. in de Eerste Divisie duurde vervolgens drie seizoenen, want in het seizoen 1966/1967 wist de ploeg voor de eerste keer in de geschiedenis promotie naar de Eredivisie af te dwingen. Daarmee werd het de eerste Eredivisieploeg uit Gelderland. De verwachting was dat N.E.C. hier moest gaan knokken voor lijfsbehoud, maar niets bleek minder waar. De Nijmegenaren weerden zich meer dan kranig tegen het Eredivisiegeweld en de club wist de eerste seizoenen op het hoogste niveau telkens zeer verdienstelijk rond de tiende plaats te eindigen.
Bekerfinales en jojo-periode (1970-1990) De goede lijn die N.E.C. in de Eredivisie had ingezet wist de ploeg nog een aantal jaar door te trekken. Sterker nog, N.E.C. ging daarnaast ook goed presteren in het bekertoernooi: Nadat achtereenvolgens Go Ahead Eagles, SVV, Feyenoord en AZ ’67 werden uitgeschakeld bereikte N.E.C. in 1973 voor de eerste keer de bekerfinale, waarin NAC de tegenstander was. Ondanks dat N.E.C. als favoriet werd beschouwd zegevierden de Bredanaren met 1-0. In het seizoen na de bekerfinale kwam de klad erin en degradeerde N.E.C. op de laatste speeldag van de competitie naar de Eerste Divisie. De club wilde uiteraard zo snel mogelijk weer terugkeren en precies zoals de club een jaar eerder op de laatste dag degradeerde, slaagde de ploeg er nu in om op de laatste speeldag weer te promoveren.