Het ProCall-arrest (HR 13 juni 2003, NJ 2004/196) is een arrest van de Nederlandse Hoge Raad, dat betrekking heeft op de strikte eisen die moeten worden gesteld aan een zogenaamde kwaliteitsrekening voor derdengelden. De Hoge Raad is zeer terughoudend en wil dit vooralsnog alleen toestaan bij notarissen, gerechtsdeurwaarders, advocaten en accountants.
Casus Betrokkenen: Coöperatie vrijgevestigde geneeskundigen Beatrixziekenhuis B.A. ProCall Factureerdiensten BV De curator in het faillissement van ProCall
Rechtsvraag De Hoge Raad overwoog:
Procesgang De Coöperatie vordert dat de curator medewerking verleent aan hetgeen van ProCall wordt gevorderd: uitbetaling van het saldo op de derdenrekening op het moment van het faillissement en van alle gelden welke nadien op de rekening zijn of worden ontvangen. De vordering is door de rechtbank toegewezen. Dit vonnis is in hoger beroep door het gerechtshof vernietigd en de vordering van de Coöperatie is alsnog afgewezen. Het cassatieberoep is verworpen. De rechtbank oordeelde dat inderdaad sprake was van een kwaliteitsrekening ten gunste van de Coöperatie. Het hof kwam tot een tegengesteld oordeel.
Hoge Raad De Hoge Raad overwoog:
Conclusie De derdenrekening bij Generale Bank ten gunste van de Coöperatie voldeed aan alle criteria van het arrest Slis-Stroom. Maar een administratiekantoor is geen notariskantoor en de betreffende bankrekening werd door de Hoge Raad niet geaccepteerd als kwaliteitsrekening.Een kwaliteitsrekening valt buiten de failliete boedel.
Een separate bankrekening voor derdengelden wordt slechts in zeer specifieke gevallen geaccepteerd als kwaliteitsrekening: Notarissen en gerechtsdeurwaarders (op basis van de wet); Advocaten en accountants (naar analogie).
Opmerking De conclusie van de advocaat-generaal bij het arrest geeft een heldere uiteenzetting over de voorgeschiedenis, het arrest Slis-Stroom, enz. enz.
Zie ook (1968) Teixeira de Mattos (oneigenlijke schuldvermenging) Derdenrekening
Procall Categorie:Insolventierecht