Adam Haag (ook Adem Hagion, pseudoniemen voor Jacob Pieter Haag) (Amsterdam, 6 juni 1893 - Hilversum, 21 april 1971) was een Nederlandse grafisch kunstenaar, schrijver van kunstboeken, esoterische lectuur en romans.

Leven en werk In 1926 woonde Haag in Lage Vuursche. In dat jaar was hij redacteur van het tijdschrift De Idea.O.a. Delftsche Courant d.d. 8 juni 1926: De Idea en Algemeen Handelsblad d.d. 7 september 1926: De Idea In 1927 verscheen zijn boek Nomaden, kunstenaars wel en wee in Nederland. Hierin beschrijft Haag het leven dat kunstenaars in de eerste jaren van de 20e eeuw in de marge van de samenleving leiden, geïllustreerd door Henri Pieck. De criticus A.M. de Jong noemde Haag om dit boek een literaire beunhaas. Een door Haag ingediende aanklacht tegen De Jong leidde niet tot vervolging. Zijn toneelstuk De Lafaard werd in 1931 in Den Haag opgevoerd door Het Speeltoneel.Haagsche Courant d.d. 1 mei 1931: De Lafaard door Adam Haag en Het Volk d.d. 2 mei 1931: Averechtse vredespropaganda In 1946 verscheen de roman Brandende harten, in 1948 gevolgd door de detectiveroman Het signaal in de nacht, die zich afspeelde rond Kasteel Drakensteijn op de Lage Vuursche. Onder het pseudoniem Adem Hagion zijn van zijn hand verschenen De witte Bijbel en De grote omissie. Na de Tweede Wereldoorlog was hij bevriend met kunstvervalser Han van Meegeren. Haag sprak bij diens crematie.Leidsch Dagblad d.d. 5 januari 1948: Crematie van Han van Meegeren. Gearchiveerd op 28 februari 2017.

Haag was de vader van Stan Haag, diskjockey bij Veronica.

Categorie:Nederlands graficus Categorie:Nederlands schrijver