Deurne, een plaats en gemeente in de Nederlandse provincie Noord-Brabant, kent een rijke geschiedenis die onlosmakelijk verbonden is met het natuurlijk landschap in de gemeente.
Geomorfologie left|thumb|300px|Markering van de Peelrandbreuk met een park en bomenrij in de wijk Heiakker.
De gemeente Deurne is gelegen op de grens van het dekzandlandschap van de Centrale Slenk en het heide- en hoogveenlandschap van de Peelhorst. Daardoor zijn in zijn algemeenheid twee landschapstypen te onderscheiden.Voor meer achtergrondinformatie, zie de bodemkaarten en geomorfologische kaarten zoals die 1:25.000 door de Stichting voor Bodemkartering werden vervaardigd, en de verschillende series Geologische kaarten van de Geologische Dienst. De grens tussen de beide landschapstypen, een geologische breuklijn met de naam Peelrandbreuk, loopt door de gemeente. Het tracé is binnen de bebouwde kom zichtbaar gemaakt in de wijk Heiakker door middel van natuurstenen putten en een dubbele bomenrij. De breuklijn wordt gekenmerkt door diverse zijbreuken, die ook zichtbaar zijn in structuren als beken en wegen.
Ten oosten van de breuk wordt het landschap naar het oosten toe steeds natter, van het reeds vanaf de late achttiende eeuw ontgonnen Riet tot aan het hoogveenlandschap met dikke veenmospakketten in het midden van de horst. De kern Helenaveen is een veenkolonie op de Peelhorst, die in 1853 is gesticht.
Ten westen van de breuk ligt een dekzandlandschap, dat wordt doorsneden door beekdalen die in noordwestelijke richting afwateren. Het dekzand is door de wind afgezet in een fijnmazig reliëf van hogere ruggen, veelal langs de beken, en vlakke gebieden op grotere afstand van de beekdalen. Een belangrijk gebied met dekzandreliëf ligt ten zuidoosten van de dorpskom. In de late middeleeuwen werden zeer waarschijnlijk de toppen van meerdere van deze dekzandruggen en -kopjes de laagte in geschoven om een aaneengesloten beakkerbaar areaal te krijgen. Door de plaggenbemesting, die in dit gebied vermoedelijk in de dertiende of veertiende eeuw op gang kwamSpek, Th., 2004. Het Drentse esdorpenlandschap. Een historisch-geografische studie. Dissertatie. Matrijs, Utrecht., werd het terrein nog verder genivelleerd. Op deze manier ontstond een aaneengesloten, hoger gebied dat bruikbaar was voor de akkerbouw. Dit gebied zou bekend worden als de Deurnese akker.
De Deurnese akker is tegenwoordig vrijwel volledig volgebouwd. We vinden er de woonwijk Koolhof en het bedrijventerrein Kranenmortel. Het reliëf van het dekzandeiland van de Deurnese akker is nog enigszins te reconstrueren. Zo moet de Wolfsberg onder het noordelijk deel van de Koolhof een hogere terreinvorm zijn geweest, en lag in het midden van die wijk een depressie, het Hellegat. Het winkelgebied Wolfsberg is gelegen aan de flank van deze hogere terreinvorm en is er ook naar genoemd.
Veel namen van buurtschappen, straten, akkers, weiden en waterlopen herinneren nog aan het historisch-landschappelijke karakter. Buurtschappen als Zeilberg, Merlenberg en Heuvel geven aan, dat zij ontstonden bij een kleine hoogte in het landschap. De veldnamen Goor en Voort wijzen juist op respectievelijk een moerassig gebied en een doorgang door een beekdal of moerassig terrein. Door verklaring van de veldnamen kan men achterhalen, hoe het landschap er op enig moment in de geschiedenis moet hebben uitgezien.Over de waarde van toponiemen voor de landschapsgeschiedenis, zie: Blok, D.P., 1994. Plaats- en waternamen, hun betekenis voor de bestudering van de geschiedenis van het landschap. Bouwen aan een levend landschap, nr. 22. Min. Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Den Haag. Voor Deurne specifiek, zie: Spamer, A.P.G., 1998. Deurne en de Peel in Brons- en IJzertijd ca. 2000 v.C. - ca. 450 n.C. Het Maas-Aa-gebied van Grave tot Roggel op grond van plaats- en waternamen. Deurnese Historische Reeks 1. Heemkundekring H.N. Ouwerling, Deurne.
Betekenis plaatsnaam De plaatsnaam Deurne in de oudste vermelding Durninum (721) is een dativus in de betekenis van met doornstruiken begroeide plek. Deze omschrijving duidt waarschijnlijk op een karakteristieke vegetatie in de late prehistorie of vroege middeleeuwen. Eenzelfde landschappelijke betekenis had Vlierden; de oudste vorm Fleododrum (721) wijst op een met vlierstruiken begroeide plek.Berkel, Gerald van & Kees Samplonius, 1989. Het plaatsnamenboek. De herkomst en betekenis van Nederlandse plaatsnamen. Van Holkema & Warendorf, Amsterdam.
Prehistorie en vroege middeleeuwen thumb|De Peelhelm Op verschillende locaties in Deurne zijn vondsten uit de steentijd gedaan, onder meer aan het Leegveld en bij de Hoekse Kuilen.Archeologisch GIS Archis, Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten, Amersfoort. Belangrijk is een vondst uit de IJzertijd; in 1837 werd een urnenveld op de heide opgegraven door ingekwartierde militairen. Door schatgraverij gingen vele vondsten verloren. Het gaat om het gebied rondom de huidige Potbosstraat, genoemd naar een verdwenen bosje, het Potbos, dat hier eens gestaan moet hebben.Koolen, Pieter, 2002. ...die bedroefde plagen... Deurne tijdens de Belgische Opstand 1830-1839. Deurnese Historische Reeks nr. 3. Durninum fonds voor cultuurhistorische publicaties over Deurne, Deurne. De bewoning verplaatste zich in de prehistorie en vroege middeleeuwen nog zeer regelmatig binnen een bepaald voor landbouw vruchtbaar areaal en was niet altijd even plaatsvast.
In 1910 werd in het veen bij Helenaveen bovendien een verguld-zilveren Romeinse helm aangetroffen. Deze helm is te bezichtigen in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Het gaat vermoedelijk om een offergave, zoals er meer in het veen zijn aangetroffen.Voordracht door dr. Carol van Driel-Murray (Universiteit van Amsterdam), Meijel, 5 maart 2005. Zij verkondigde de meest recente wetenschappelijke visie. Lokale 'zieners' zijn een andere mening toegedaan over de herkomst van de helm.
De ligging van de vroegmiddeleeuwse basis voor het huidige dorp Deurne is onbekend, al moet die gezien een schriftelijke vermelding in een oorkonde uit 721 wel bestaan hebben. Die oorkonde vermeldt een schenking aan de kerk van Bakel, die onder beheer van Willibrordus stond. Later is het goed via Willibrordus aan de abdij van Echternach gekomen.http://www.deurnewiki.nl/wiki/index.php?title=Schenkingsoorkonde_uit_721 Er zijn enige aanwijzingen waar een nederzetting uit die periode moet liggen. Bekend is, dat de nederzettingen in grote delen van het dekzandlandschap van Nederland in die tijd op de grotere dekzandeilanden lagen. Dat wordt ondersteund door de liggend van het Echternachse domeingoed Ten Velde. Dergelijke domeingoederen wijzen ons vaak op vroeg- of volmiddeleeuwse bewoningslocatiesZie hiervoor onder meer de publicaties van de mediëvisten drs. P. Noomen over Groningen (Boersma, J.W. e.a. (red.). Groningen 1040. Archeologie en oudste geschiedenis van de stad Groningen. Profiel, Bedum, 1990.), dr. B. van Bavel over het westelijk Gelders rivierengebied (Bavel, B.J.P. van, 1999. Transitie en continuïteit. De bezitsverhoudingen en de plattelands-economie in het westelijke gedeelte van het Gelderse rivierengebied, ca. 1300 - ca. 1570. Werken Gelre 52. Verloren, Hilversum), en Th. Spek en L. van Exter over Raalte in een bredere ADC-monografie over Oost-Nederland., en Ten Velde lag nu juist aan het grote dekzandeiland van de Deurnese akker. Meer precies lag het aan de lage flank van de eerder genoemde Wolfsberg. Ten Velde diende vermoedelijk als domeinhof voor de Echternachse bezittingen in Deurne, Vlierden en Bakel.In de zeventiende eeuw werd Ten Velde nog door de Raad van Brabant als laathof verbonden aan de grondheerlijkheid Liessel. Er zijn gegronde redenen dat een deel van de rechten van de hertog, voorganger van de Raad, geüsurpeerd Echternachs bezit zijn. Zo zien we vrijwel zeker de nazaten van de Echternachse hoevenaren uit de periode 1175-1200 in de veertiende eeuw als hertogelijke ministerialen ten tonele verschijnen. Zij waren de heren van Deurne. De Deurnese akker is volgebouwd zonder archeologisch onderzoek, zodat we wellicht deze theorie nooit zullen kunnen toetsen.
thumb|250px|De Sint-Willibrorduskerk vanuit de Martinetstraat, 1 februari 2004. Een tweede kern uit de vroege middeleeuwen moet op de Bottelse akker hebben gelegen. In 2005 zijn uitgebreide bewoningssporen uit ijzertijd, Romeinse Tijd en vroege middeleeuwen aangetroffen op deze akker, een kleinere dekzandrug ten westen van de Deurnese akker. Wellicht gaat het hier om een dekzandrug die voor bewoning gebruikt werd in perioden van bevolkingsexpansie, want er is geen sprake van continue bewoning. De hoofdnederzetting kan onder de Deurnese akker gelegen hebben.
Buurtschappen in de gemeente Deurne In de late middeleeuwen kwam een nederzettingspatroon met een groot aantal buurtschappen tot stand. Zij lagen aan de verschillende kleinere dekzandruggen langs de beekdalen van de Aa, langs kleine dekzandkoppen in het veld en rondom het grote dekzandeiland van de Deurnese akker. De buurtschappen kwamen doorgaans voort uit één hoeve, die vaak al in de late middeleeuwen in meerdere hoeven was gesplitst. De buurtschappen Grote en Kleine Bottel, Derp, Lage Kerk, Heuvel, Veldheuvel (ook wel als zuidelijk deel van het Derp beschouwd), Zeilberg, Walsberg (vóór 1950 Wasberg genoemd), Haageind, Kerkeind en Vreekwijk gingen in de twintigste eeuw volledig op in de bebouwing van het groeiende dorp Deurne, of raakten er ruimtelijk mee verbonden. Buurtschappen als Breemortel, Heitrak, Hazeldonk, Baarschot, Donschot en Ruth bleven tot op heden van de verschillende kernen gescheiden en dragen een sterk (modern-)agrarisch karakter.
Op een van de buurtschappen gaan we nu wat dieper in. Veldheuvel neemt in dit rijtje namelijk een speciale plaats in. In deze buurtschap lagen in de middeleeuwen onder meer het kasteeltje Stakenborch, de Veldheuvelse of Sint-Antoniuskapel en het gasthuis.Deurnese toponiemen 721-1900. A.P.G. Spamer. De boerderij die werd gebouwd op de plaats van de Stakenborch werd omstreeks 1962 gesloopt, en in 1971 sneuvelde ook de tot woningen verbouwde kapel. Deze kapel had al sinds het begin de reformatie in 1648 niet meer als kapel gediend. Slechts het huis dat omstreeks 1767 op het terrein van het toen al verdwenen gasthuis werd gebouwd, bestaat nog (Fabriekstraat 39 en 41).Meulendijks, Th.H., 1996. Het Derp. Eigen uitgave, Helmond. Dit gebouw geniet echter geen juridische bescherming. Ook de fundamenten van de boerderij, die wellicht nog deel hebben uitgemaakt van de Stakenborch, zijn vermoedelijk nog onder de bestaande bebouwing op het bedrijventerrein aanwezig.Vriendelijke mededeling van ir. L. Boeije, die de fundamenten waarnam bij de reconstructie van de Liesselseweg, waar hij vanuit zijn functie bij de gemeente bij betrokken was, en van J.C. Keunen, landbouwer en vroegere bewoner van de boerderij, die de sloop en afdekking van de fundamenten meemaakte.
thumb|left|Deurne in 1866 Religie in Deurne vóór 1795 Door een schenking van goederen in Deurne van Herelaef aan de kerk in Bakel, onder beheer van Willibrordus in het jaar 721, heeft Deurne tot 1795 banden gehad met de Abdij van Echternach in Luxemburg.Spamer, T. et al., 2002. De Sint Willibrorduskerk belicht. 1200 jaar Deurnese geschiedenis. Lions club, Deurne. De eerste kerk van Deurne behoorde eveneens aan de abdij toe. In 1069 wordt de Sint-Willibrorduskerk voor het eerst genoemd, en bij opgravingen is een kerkje in romaanse stijl uit die eeuw terug gevonden. Aanwijzingen dat er een veel oudere kerk aanwezig was, zijn er niet. Waarschijnlijk was men daarvóór aangewezen op de aantoonbaar oudere kerk van Bakel.Vriendelijke mededeling prof. dr. A.J.A. Bijsterveld, Universiteit van Tilburg. De oudste bovengrondse bouwdelen van de huidige kerk dateren uit de dertiende eeuw.