De Slag in de Wildernis was een veldslag tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog die werd uitgevochten van 5 tot en met 7 mei 1864. Het was de eerste veldslag van de Overland Campaign in Virginia door de Uniegeneraal Ulysses Grant tegen het Army of Northern Virginia van Robert E. Lee. Aan beide zijden vielen er veel slachtoffers en de slag staat bekend als een schoolvoorbeeld van uitputtingsoorlogsvoering. De slag eindigde onbeslist omdat Grant zich terugtrok en zijn offensief richting Richmond voortzette.

Grant probeerde om zo snel mogelijk zijn leger door de ruige bossen van de Wilderness van Spotsylvania te loodsen. Lee probeerde echter met twee korpsen via parallelle wegen de opmars van Grant te stoppen. In de ochtend van 5 mei 1864 viel het V Corps onder leiding van generaal-majoor Gouverneur K. Warren het Zuidelijke Second Corps onder leiding van luitenant-generaal Richard S. Ewell aan bij Orange Turnpike. Die namiddag botste het Zuidelijke Third Corps van luitenant-generaal A.P. Hill op de divisie van brigadegeneraal George W. Getty die deel uitmaakte van het VI Corps van generaal-majoor Winfield S. Hancock op de Orange Plank Road. De gevechten duurden tot het invallen van de duisternis. Geen van beide partijen kon de overhand halen.

In de ochtend van 6 mei opende Hancock de aanval langs de Plank Road. Hierbij werd Hills korps teruggedrongen. Het Zuidelijke First Corps van luitenant-generaal James Longstreet arriveerde net op tijd om de volledige implosie van de Zuidelijke rechterflank te voorkomen. Longstreet kon zijn flankeerbeweging ten volle uitbuiten door via een onafgewerkte spoorweg de soldaten van Hancock voor zich uit te drijven. De vaart in de aanval stokte toen Longstreet gewond raakte door eigen vuur. Een avondlijke aanval door generaal-majoor John B. Gordon gericht tegen de Noordelijke rechterflank zorgde voor paniek in het Noordelijke hoofdkwartier. Toch werden de linies vrijwel behouden en de gevechten stopten. Op 7 mei trok Grant zich terug van de stellingen en rukte hij met zijn leger verder op in zuidoostelijke richting. Hij wilde zich tussen Lee's leger en Richmond manoeuvreren. Dit zou leiden tot de Slag bij Spotsylvania Court House.

Samenstelling van de legers Bij het begin van de veldtocht telde Grants leger uit 118.700 soldaten en 316 kanonnen.Eicher, p. 660; Rhea, p. 34. Het leger was samengesteld uit het Army of the Potomac onder leiding van generaal-majoor George G. Meade en het IX Corps. (Dit korps maakte tot 24 mei formeel deel uit van het Army of the Ohio en rapporteerde rechtstreeks aan Grant.) Dit samengesteld leger bestond uit 5 korpsen.Welcher, p. 956–59. Namelijk het: II Corps onder leiding van generaal-majoor Winfield S. Hancock bestaande uit de divisies onder aanvoering van generaal-majoor David B. Birney en brigadegeneraals Francis C. Barlow, John Gibbon en Gershom Mott. V Corps onder leiding van generaal-majoor Gouverneur K. Warren bestaande uit de divisies van brigadegeneraals Charles Griffin, John C. Robinson, Samuel W. Crawford en James S. Wadsworth. VI Corps onder leiding van generaal-majoor John Sedgwick bestaande uit de divisies van brigadegeneraals Horatio G. Wright, George W. Getty en James B. Ricketts. IX Corps onder leiding van generaal-majoor Ambrose Burnside bestaande uit de divisies van brigadegeneraals Thomas G. Stevenson, Robert B. Potter, Orlando B. Willcox en Edward Ferrero. Cavalry Corps onder leiding van generaal-majoor Philip H. Sheridan bestaande uit de divisies van brigadegeneraals Alfred T.A. Torbert, David McM. Gregg en James H. Wilson.

Lee’s Army of Northern Virginia telde 64.000 soldaten en 274 vuurmonden. Het leger was georganiseerd in vier korpsen, namelijk:Eicher, p. 660; Alexander, p. 497. William N. Pendleton's report after the campaign in the Official Records, Series I, Volume 36, Part 1, p. 1036–40. First Corps onder leiding van luitenant-generaal James Longstreet bestaande uit de divisies van generaal-majoor Charles W. Field en brigadegeneraal Joseph B. Kershaw. Second Corps onder leiding van luitenant-generaal Richard S. Ewell bestaande uit de divisies van generaal-majoors Jubal A. Early, Edward "Allegheny" Johnson en Robert E. Rodes. Third Corps onder leiding van luitenant-generaal A.P. Hill bestaande uit de divisies van generaal-majoors Richard H. Anderson, Henry Heth en Cadmus M. Wilcox. Cavalry Corps onder leiding van generaal-majoor J.E.B. Stuart bestaande uit de divisies van generaal-majoors Wade Hampton, Fitzhugh Lee en W.H.F. "Rooney" Lee.

Opstelling en manoeuvres voor de slag Op 4 mei 1864 stak de Army of the Potomac op drie verschillende plaatsen de Rapidan over. De drie speerpunten kwamen opnieuw samen bij de Wilderness Tavern aan de rand van de Wilderness van Spotsylvania, een ontoegankelijk gebied van 181 km² groot in centraal Virginia. Door de lage begroeiing en ruw terrein was het zeer moeilijk voor 19e-eeuwse infanterie en artillerie om in dit gebied te opereren. Tussen 1862 en 1864 vonden in de omgeving al enkele veldslagen plaats, waaronder de bloedige Slag bij Chancellorsville in mei 1863. Tijdens deze slag was de Wilderness het verzamelpunt van de Zuidelijken die onder leiding van Stonewall Jackson een vernietigende aanval uitvoerde op de Noordelijke rechterflank bij Chancellorsville. In 1864 koos Grant ervoor, om de tenten op te zetten enkele kilometers ten westen van het oude slagveld voor hij in zuidelijke richting zou oprukken. In tegenstelling tot de Noordelijke legers het jaar ervoor had Grant geen zin om in de Wilderness slag te leveren. Hij wilde de open vlaktes opzoeken om Robert E. Lee's leger met de volle kracht van zijn infanterie en artillerie aan te vallen.Rhea, p. 51–52; Salmon, p. 265.

thumb|600px|Begin van de Overland-veldtocht op 4 mei 1864 Grants algemeen plan zag er als volgt uit. Het V en VI Corps kregen het bevel om de Rapidan over te steken bij Germanna Ford. Deze zouden al vlug gevolgd worden door het IX Corps nadat de bagagetreinen op verschillende nabijgelegen oversteekplaatsen de andere oever bereikt hadden. De Wilderness Tavern was het centraal ontmoetingspunt. Het II Corps zou ten oosten van Ely’s Ford oversteken en oprukken naar Spotsylvania Court House via Chancellorsville en Todd’s Tavern. Snelheid was van kapitaal belang, omdat de marscolonnes te lang waren om elkaar voldoende steun te kunnen geven in geval van nood. Hoewel Grant erop stond om met een minimumaantal kanonnen en bevoorradingswagens te marcheren, was de colonne toch nog altijd 100 km lang. Sylvanus Cadwallader, een journalist die meetrok met het Army of the Potomac schatte dat Meades bagagetrein, die uit 4.300 karren, 835 ambulances en een grote kudde vee bestond, in één lange lijn van de Rapidan tot onder Richmond zou reiken. Grant gokte erop, dat Meade zijn leger snel genoeg kon laten oprukken, zodat het niet letterlijk in de Wilderness zou verstrikt geraken. Meade liet echter zijn leger bij de Wilderness overnachten, zodat zijn bagagetrein zich opnieuw kon aansluiten. Grant misrekende zich een tweede maal, toen hij aannam dat Robert E. Lee's leger te zwak was om het Noordelijke leger nu aan te vallen. Ook had Meade geen cavaleriescherm uitgezet om een eventuele nadering van vijandelijke eenheden te melden.Rhea, p. 34; Grimsley, p. 27, 33–34; Esposito, text to map 121; Salmon, p. 251–52; Eicher, p. 663.

Op 2 mei belegde Robert E. Lee een vergadering met zijn generaals op Clark Mountain. Daar had hij een prachtig uitzicht over het landschap en over de vijandelijke tentenkampen. Hij wist, dat Grant zich opmaakte om binnenkort tot de aanval over te gaan, maar hij had geen idee over de marsroute van de vijand. Hij voorspelde terecht, dat Grant ten oosten van de Zuidelijke versterkingen de Rapidan zou oversteken bij Germanna en Ely Fords. Dit was hij toen nog niet zeker. Om adequaat te kunnen reageren, had Lee zijn leger over een groot front verspreid. Longstreets korps bevond zich in de buurt van Gordonsville in Virginia. Van daaruit kon Longstreet zowel naar de Shenandoahvallei of Richmond oprukken. Lee's hoofdkwartier en het Third Corps van A.P. Hill bevonden zich bij Orange Court House. Ewells korps lag het dichtst bij de Wilderness en Morton’s Ford.Salmon, p. 251–52; Trudeau, p. 25–26.

Toen voor Lee op 4 mei het plan van Grant duidelijk werd, wist Lee dat het noodzakelijk was om Grant aan te vallen in de Wilderness. En dit om dezelfde reden als in 1863, namelijk omdat het Zuidelijke leger duidelijk in de minderheid was met een Noordelijke overmacht van bijna 2 tegen 1, en omdat de Zuidelijke artillerie eveneens ver in de minderheid was en van een mindere kwaliteit dan hun Noordelijke tegenstander. Daarom kon het Zuidelijke leger alleen maar het opnemen in man-tegen-mangevechten in de ondoordringbare Wilderness, waar het Noordelijke overwicht volledig geneutraliseerd werd. Daarom gaf Lee het bevel aan zijn leger om de Noordelijke marscolonne aan te vallen in de Wilderness zelf. Ewell marcheerde in oostelijke richting via de Orange Court House Turnpike en bereikte Robertston’s Tavern op ongeveer 5 tot 7 km van de nietsvermoedende soldaten van Warrens korps. A.P. Hill rukte via de Orange Pland Road op naar het dorpje New Verdiersville. Deze twee korpsen waren dus in staat om de Noordelijke opmars vast te pinnen tot het korps van Longstreet zou arriveren. Zo kon Longstreet de vijandelijke flank treffen zoals Jackson had gedaan bij Chancellorsville.Salmon, p. 252, 267; Rhea, p. 81–83.

De ontoegankelijkheid van de wouden belemmerde de Noordelijken om de nabijheid van de Zuidelijken te detecteren. Om de verwarring nog te vergroten, kreeg Meade een foutief rapport over de aanwezigheid van de Zuidelijke cavalerie in zijn achterhoede bij Fredericksburg. Meade ontplooide het merendeel van zijn cavalerie in oostelijke richting om deze vermeende dreiging op te vangen. Hij was ervan overtuigd dat de korpsen van Sedgwick, Warren en Hancock wel alle Zuidelijke aanvallen konden afslaan tot zijn bagagetrein ter plaatse geraakte.Rhea, p. 91–92; Salmon, p. 267.

Veldslag 5 mei: Orange Turnpike thumb|600px|Uitgangsposities van beide legers op 5 mei 1864 om 07.00 uur thumb|400px|Verschillende acties op 5 mei 1864

In de vroege ochtend van 5 mei marcheerde Warrens V Corps langs landwegen richting de Plank Road toen Ewells korps verscheen in het westen. Toen Grant via een koerier het nieuws ontving, stuurde hij per kerende het order om iedere mogelijkheid met beide handen aan te pakken om een deel van Lees leger aan te vallen en te vernietigen. Meade liet zijn leger halt houden en gaf het bevel aan Warren om tot de aanval over te gaan. De Noordelijken gingen er foutief van uit dat het toch maar om een geïsoleerde vijandelijke eenheid ging en niet om een volledig infanteriekorps. Ewells soldaten wierpen borstweringen op aan het westelijke uiteinde van hun front bij Saunders Field. Warren rukte op aan de oostelijke uiteinde van het vijandelijke front met de divisie van brigadegeneraal Charles Griffin op de rechterzijde en de divisie van brigadegeneraal James S. Wadsworth op de linkerzijde. Warren aarzelde om tot de aanval over te gaan, omdat hij de vijandelijke borstweringen had opgemerkt. Hij vroeg versterking aan Meade in de vorm van het VI Corps van Sedgwick om zijn eigen front uit te breiden. Tegen 13.00 uur was Meade de vertraging beu en gaf Warren het bevel om aan te vallen nog voordat Sedgwick kon arriveren.Rhea, p. 101–103, 130; Grimsley, p. 35–36; Eicher, p. 664.

thumb|left|Zicht op Manor die dienstdeed als hoofdkwartier van het V Corps. Het is het enige bouwwerk dat nog bestaat uit de tijd van de Slag in de Wilderness.