Het Examen-arrest (HR 24 januari 1950, NJ 1950/287) is een arrest van de Nederlandse Hoge Raad dat betrekking heeft op de strafbaarheid van deelname aan deelneming.
Casus Tijdens een schriftelijk examen voor het Middenstandsdiploma werd een kandidaat betrapt die zich voor een ander uitgaf. De valse kandidaat was tot deze poging tot oplichting uitgelokt door degene voor wie hij zich uitgaf, omdat deze erg tegen het examen opzag. De uitlokker had hulp gevraagd en gekregen van zijn docent, die hem een lijstje had gegeven met namen van geschikte dubbelgangers die al voor hetzelfde examen waren geslaagd. Deze docent werd vervolgd wegens medeplichtigheid aan uitlokking van een strafbare poging tot oplichting. Rechtsvraag Is medeplichtigheid tot uitlokking van een misdrijf strafbaar? (Ja) Procesgang De docent is door de rechtbank veroordeeld tot drie weken gevangenisstraf en in hoger beroep door het hof tot vier weken. Het cassatieberoep is verworpen.
Hoge Raad De Hoge Raad acht deze vorm van samengestelde deelneming strafbaar. Hij stelt dat handelingen steeds vaker ‘niet rechtstreeks doch door méér tusschenkomende personen’ worden verricht en onaanvaardbaar zou zijn dat men straffeloosheid zou kunnen bewerkstelligen door een tussenschakel in te lassen.
De Hoge Raad overwoog:
Tot besluit De Hoge Raad heeft beslist op een punt waar deze deelnemingsvorm (deelneming aan uitlokking) destijds in de literatuur niet strafbaar werd geacht.Noot 1 van BVAR in NJ
Categorie:Nederlands arrest (strafrecht)