De Veldtocht in noordelijk Virginia vond plaats tussen 19 juli en 1 september 1862 in het noordelijk deel van Virginia tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog. Deze veldtocht is ook gekend onder de naam Tweede Bull Runveldtocht of Tweede Manassasveldtocht. Na het afslaan van de Noordelijke aanval op Richmond in de Schiereilandveldtocht en de Zevendagenslag verplaatste Robert E. Lee de strijd in noordelijke richting naar Washington D.C. Daar hoopte Lee de Army of Virginia van generaal-majoor John Pope te verslaan.

Lee was bezorgd over een samenvoeging van de legers van generaal-majoor John Pope en generaal-majoor George B. McClellan. Daarom stuurde Lee generaal-majoor Thomas J. "Stonewall" Jackson in noordelijke richting om de voorhoede van Popes leger te onderscheppen bij Gordonsville, Virginia. Op 9 augustus vond de eerste botsing plaats bij Ceder Mountain wat resulteerde in een Zuidelijke overwinning. Lee oordeelde dat McClellans leger niet langer een dreiging vormde voor Richmond, waarop hij de rest van zijn leger onder leiding van generaal-majoor James Longstreet eveneens naar het noorden stuurde. Ondertussen voerde Jackson een grote flankeerbeweging uit rond Popes rechterflank. Hij veroverde het Noordelijk depot bij Manassas Junction. Met deze manoeuvre positioneerde Jackson zijn strijdmacht tussen Pope en Washington. Hij stelde zich op in een sterke defensieve positie nabij de locatie van de Eerste Slag bij Bull Run. Op 29 augustus en 30 augustus sloeg Jackson verschillende Noordelijke aanvallen af terwijl Longstreet en Lee zijn positie naderden. Op 30 augustus viel Pope opnieuw aan. Hij werd verrast door de dubbele aanval van Longstreet en Jackson. Pope moest zijn leger terugtrekken met zware verliezen. De veldtocht eindigde met een nieuwe flankeerbeweging van Jackson waarna Pope opnieuw verslagen werd in de Slag bij Chantilly op 1 september.

Lees veldtocht tegen Pope wordt beschouwd als een briljante militaire operatie. Historicus John J. Hennessy zei hierover het volgende: "Lee heeft veel veldslagen goed gevoerd, maar deze veldtocht was toch zijn grootste."Hennessy, p. 458.

Achtergrond en samenstelling van de legers Na de ineenstorting van McClellans leger na de Schiereilandveldtocht en de Zevendagenslag benoemde Abraham Lincoln John Pope tot bevelhebber van de nieuw geformeerde Army of Virginia. Pope had enige successen geboekt in het westelijk deel van de oorlog en Lincoln zocht een agressievere bevelhebber dan McClellan. Pope was niet erg populair bij zijn officieren. Zijn drie korpscommandanten hadden technisch een hogere rang dan Pope.Eicher, p. 318; Martin, pp. 24, 32-33; Hennessy, p. 12.

De Army of Virginia werd opgericht op 26 juni 1862 en werd samengesteld uit verschillende eenheden die reeds actief waren in of rond Virginia zoals generaal-majoor John C. Frémonts Mountain Departement, generaal-majoor Irvin McDowells Department of the Rappahannock, generaal-majoor Nathaniel P. Bankss Department of the Shenandoah, brigadegeneraal Samuel D. Sturgisss brigade van het Military District of Washington en brigadegeneraal Jacob D. Coxs divisies van westelijk Virginia. Het nieuwe leger telde 51.000 soldaten en werd ingedeeld in drie korpsen. Het I Corps werd geleid door generaal-majoor Franz Sigel die Frémont verving nadat hij ontslag genomen had toen hij hoorde van Popes benoeming. Het II Corps stond onder leiding van Banks en het III Corps werd geleid door McDowell. De reserve stond onder leiding van Sturgis. De cavaleriebrigades van kolonel John Beardsley en brigadegeneraals John P. Hatch en George D. Bayard werden ingedeeld bij de drie infanteriekorpsen. Dit zou nog gevolgen hebben in de komende veldtocht. Delen van het III Corps, het V Corps en het VI Corps van McClellans leger en generaal-majoor Ambrose Burnsides IX Corps (onder leiding van generaal-majoor Jesse L. Reno) werden bij Popes leger gevoegd, wat de sterkte van zijn leger op 77.000 soldaten bracht.Martin, p. 280; Eicher, p. 318; Hennessy, p. 6.

De Army of Northern Virginia onder leiding van Robert E. Lee werd ingedeeld in twee vleugels samen goed voor 55.000 soldaten. De rechtervleugel stond onder het bevel van generaal-majoor James Longstreet, de linkervleugel onder generaal-majoor Jackson. De cavaleriedivisie werd geleid door generaal-majoor J.E.B. Stuart en toegevoegd aan Jacksons vleugel. De organisatie van het leger was vereenvoudigd na de Zevendagenslag. Lee had verschillende divisiecommandanten ontslagen en die divisies verdeeld over de twee vleugels.Hennessy, pp. 561-67; Langellier, pp. 90-93.

Plannen en eerste manoeuvres Popes opdracht was tweeledig. Hij moest enerzijds Washington en de Shenandoahvallei beschermen en anderzijds de Zuidelijke eenheden naar zich toe trekken om McClellans leger te ontlasten.Esposito, Map 54. Om het tweede deel van zijn opdracht aan te pakken stuurde hij cavalerie naar de Virginia Central Railroad om deze te vernietigen. Deze spoorweg verbond Gordonsville met Charlottesville, Virginia. De cavalerie onder leiding van Hatch was te traag. Op 19 juli had Jackson Gordonsville al bezet met 14.000 soldaten. (Na een tweede mislukte poging op 22 juli om de spoorweg te saboteren werd Hatch overgeplaatst naar een infanteriebrigade van brigadegeneraal Rufus Kings divisie in het III Corps.)Esposito, Map 55; Martin, pp. 45-46. Daarnaast had Pope, aangemoedigd door Lincoln, nog een andere opdracht. Voor de eerste keer in het conflict zouden de Noordelijken de Zuidelijke burgers rechtstreeks in contact proberen te brengen met de oorlog. Pope bracht drie zogenaamde General Orders uit. In General Order No. 5 stond te lezen dat het leger van het land moest leven. Alleen de loyale burgers zouden voor de voorraden vergoed worden. Sommige soldaten lazen hier officieuze orders in om te plunderen en te stelen. General Orders 7 en 11 gingen over de problemen en bestrijding van de guerrilla’s in de achterhoede. Ieder huis of eigendom van waaruit soldaten beschoten worden zal platgebrand worden en de bewoners zullen afgevoerd worden als krijgsgevangenen. Deze filosofie ging lijnrecht in tegen die van McClellan wat de veelvuldige wrijvingen tussen de twee generaals kan verklaren tijdens de veldtocht. De Zuidelijke regering was woest en Robert E. Lee bombardeerde Pope tot een gedrocht.Hennessy, pp. 14-21; Martin, pp. 36-37.

Na de Zevendagenslag kwam Lee tot het besluit dat McClellan uitgeteld was na de Schiereilandveldtocht. Zo was het niet meer nodig voor Lee om zijn volledig leger bij Richmond te houden ter verdediging van de stad. Daarop stuurde Lee Jackson naar Gordonsville om Pope te blokkeren en de Virginia Central Railroad te beschermen. Lee broedde ambitieuzere plannen uit. Het Noordelijke leger was verdeeld tussen Pope en McClellan. Beide legers waren niet in staat om onmiddellijke steun aan elkaar te verlenen. Lee zou daarom eerste Pope verslaan voor hij zijn aandacht opnieuw op McClellan zou richten.

Op 26 juli ontmoette Lee kapitein John S. Mosby, een partizaan en cavalerielegende die recent vrijgekomen was na een uitwisseling van gevangenen. Mosby had in Hampton Roads een groot aantal transportschepen gezien. Hieruit leidde hij af dat de eenheden van generaal-majoor Ambrose Burnside uit Nort Carolina overgebracht werden om Pope te versterken. Lee gaf de volgende dag het bevel aan generaal-majoor A.P. Hill om Jackson te versterken met 12.000 soldaten terwijl hijzelf McClellan zou afleiden met artilleriebeschietingen. McClellan stuurde een eenheid van Harrison’s Landing naar Malvern Hill. Lee stuurde eveneens soldaten. McClellan trok zich echter terug . Op 3 augustus gaf Henry W. Halleck, de opperbevelhebber, het bevel aan McClellan om zich volledig terug te trekken van het schiereiland naar noordelijke Virginia toe om Pope te ondersteunen in zijn operaties. McClellan protesteerde en zou pas op 14 augustus aan de definitieve terugtrekking beginnen.Hennessy, p. 10; Esposito, Map 56.

De veldslagen en tussentijdse manoeuvres thumb|400px|Veldtocht in Noord-Virginia van 7 augustus tot 28 augustus 1862. Op 29 juli verplaatste Pope zijn hoofdkwartier naar zijn leger te velde. Hij werd op de hoogte gebracht van Hallecks bevel aan McClellan om zich bij hem aan te sluiten. In plaats van hierop te wachten, stuurde Pope een deel van zijn leger naar stellingen bij Cedar Mountain. Van daaruit kon hij cavalerieraids uitvoeren op Gordonsville. Jackson marcheerde naar Culpeper Court House op 7 augustus in de hoop om een korps van Pope te verslaan vooraleer de rest van zijn leger zou oprukken.Esposito, Map 56.

De Slag bij Cedar Mountain Op 9 augustus viel Nathaniel Banks’ korps de Zuidelijke stellingen aan bij Cedar Mountain. Brigadegeneraal Charles S. Winder sneuvelde en zijn divisie werd van de kaart geveegd. Een Zuidelijke tegenaanval onder leiding van A.P. Hill dreef Banks over de Cedar Creek. De Zuidelijke aanval werd gestopt door de Noordelijke divisie van James B. Ricketts. Ondertussen besefte Jackson dat Popes korpsen elkaar steun verleenden waardoor hij in zijn opzet mislukte om ieder korps afzonderlijk te vernietigen. Jackson bleef bij Cedar Mountain tot 12 augustus toen hij zich terug trok naar Gordonsville.NPS Cedar Mountain summary.

Lees opmars naar de Rappahannock Op 13 augustus stuurde Lee Longstreet naar Jackson te versterking. De volgende dag stuurde Lee de rest van zijn eenheden (uitgezonderd twee brigades) naar Jackson toen hij zeker was dat McClellan geen bedreiging meer vormde. Lee arriveerde op 15 augustus in Gordonsville om het bevel op zich te nemen. Hij concentreerde zijn leger ten zuiden van Clark’s Mountain. Hij plande een draaibeweging om Popes leger te vernietigen voor McClellan zou arriveren. Lee zou op 18 augustus Stuarts cavalerie vooruit sturen, gevolgd door de rest van het leger, over de rivier de Rapidan waarbij zijn opmars onopgemerkt zou blijven door Clark’s Mountain. Stuart zou dan de spoorwegbrug bij Somerville Ford oversteken en vernietigen. Waarna hij een weidse flankeerbeweging zou uitvoeren om in de achterhoede van Pope terecht te komen. Dit zou een eventuele terugtocht van Pope afsnijden. Door logistieke problemen zou dit plan echter verlaten worden.Hennessy, pp. 35-51; Eicher, p. 322; Esposito, Map 57.

Op 20 en 21 augustus trok Pope zich terug naar de rivier de Rappahannock. Pope was op de hoogte van Lees originele plannen. Een Noordelijke cavalerieraid had een kopie van de geschreven orders gevonden. Stuart werd bijna gevangengenomen tijdens diezelfde raid. Zijn jas en gevederde hoed werden wel buitgemaakt door de vijandelijke cavalerie. Op 22 augustus voerde Stuart ter vergelding zijn eigen raid uit op het hoofdkwartier van Pope bij Catlett’s Station. Hierbij veroverde hij de jas van Pope. Stuarts raid toonde aan dat de Noordelijke rechterflank kwetsbaar was voor een vijandelijke flankeerbeweging, hoewel recente zware regenval dit bemoeilijkt zou hebben. Stuart had ook informatie bemachtigd over de verwachte versterkingen voor Pope. Zijn leger zou aangroeien tot 130.000 manschappen.Martin, pp. 92, 101-02; Eicher, p. 322; Esposito, Map 57.

De Eerste slag bij Rappahannock Station