Honoré de Balzac, geboren als Honoré Balzac (Tours, 20 mei 1799 – Parijs, 18 augustus 1850) was een Franse romanschrijver, toneelschrijver en theoreticus, die algemeen gezien wordt als een van de belangrijkste schrijvers van de negentiende eeuw. Balzac wordt gezien als een van de grondleggers van het realisme in de literatuur en heeft hierdoor een enorme invloed uitgeoefend op de literatuur die na hem is geschreven.

Zijn bekendste werk is La Comédie humaine, een reeks romans geschreven met de bedoeling een volledig beeld te geven van de Franse maatschappij na de val van Napoleon. Balzac schreef hiervoor zo'n honderdtal romans die een beeld toonden van de sociale toestanden in de verschillende klassen. Enkele romans zijn uitgegroeid tot klassiekers in de Franse literatuur, zoals Eugénie Grandet en Le Père Goriot. Hierdoor wordt Balzac beschouwd als een van de grote romanciers van de Franse en zelfs van de wereldliteratuur.

Biografie Jeugd thumb|Het kasteel van Saché, waar Balzac vaak verbleef thumb|Het college van de oratorianen te Vendôme (gravure van A. Queyroy) Honoré Balzac (het adelspartikel de werd door Honoré zelf, zonder dat hij daar recht op had, aan de naam toegevoegd)De site https://web.archive.org/web/20080719103117/http://www.19e.org/ vermeldt dat het partikel de vanaf 1802 verscheen. De Spectrum Encyclopedie noemt 1838. In het eerste geval is het de vader die het partikel toevoegde, in het tweede geval Honoré zelf. De familie was niet van adel werd geboren in een welgestelde familie uit de kleine burgerij in Tours. Zijn vader heette Bernard-François BalssaHij veranderde de achternaam in Balzac, deze naam is ontleend aan een oude adellijke familie, de Balzac d'Entraigues (1746-1829) en was staatsambtenaar en zijn moeder was Anne-Charlotte-Laure Sallambier (1778-1854), afkomstig uit de kleine handelsburgerij van Parijs. Balzac was het tweede kind van het koppel. Een eerste zoon, Louis-Daniel, geboren in 1798, leefde maar een maand. Na Balzac volgden nog Laure (1800-1871), Laurence (1802-1825) en Henri (1807-1858). Deze laatste was geboren uit overspel van zijn moeder met Jean de Margonne, de kasteelheer van Saché en vriend van de familie. Tijdens zijn leven zou Balzac verscheidene malen te Saché verblijven.In het kasteel van Saché is een museum gewijd aan Balzac ondergebracht

Balzac kende een normale jeugd voor kinderen van zijn tijd: hij werd ondergebracht bij een min, de vrouw van een veldwachter te Saint-Cyr-sur-Loire, ging op pensionaat en studeerde aan het internaat van de oratorianen te Vendôme. De middelmatige leerling hield daar weinig goede herinneringen aan over, want hij kon zich maar moeilijk aanpassen aan het strikte leerregime van de school en bracht vaak tijd door in een soort strafkamertje. Bovendien stuurde zijn vader hem weinig geld met de bedoeling hem dezelfde werkethiek aan te leren die hem zijn aanzien in de maatschappij had opgeleverd. Dit alles zorgde ervoor dat hij door zijn medeleerlingen vaak werd bespot. Deze ervaringen gebruikte Balzac later bij het schrijven van Louis Lambert. In november 1814 werd Balzacs vader benoemd tot directeur van een Parijse onderneming in legermateriaal en verhuisde de familie naar de hoofdstad, waar Honoré school liep aan het Institut Lepître en vervolgens aan een instituut geleid door abbé Ganser. Hij kreeg ook les van privéleraren. In 1816 stopte Balzac met school en begon zijn rechtenstudies aan de Sorbonne. Op aanraden van zijn vader, die vond dat zijn zoon ook met de praktische kant van de rechtspraktijk moest kennismaken, nam hij een baan als klerk bij een advocaat en vriend van de familie, Jean-Baptiste Guillonnet-Merville, en later bij een notaris, Victor Passez, die een kantoor had in het gebouw waar de familie Balzac verbleef. In 1819 stopte Balzac tot ongenoegen van zijn vader met zijn studie om te gaan schrijven. Datzelfde jaar ging Balzacs vader met pensioen en verhuisde de familie naar Villeparisis. Balzac mocht echter in Parijs blijven wonen, in een mansarde in de rue Lesdiguères.

Beginnend schrijver left|thumb|Tekening, toegeschreven aan Achille Devéria, van Balzac in het midden van de jaren 1820 Aanvankelijk was Balzac geïnteresseerd in filosofie en hij schreef verscheidene filosofische essays die alle onvoltooid zijn gebleven. Uiteindelijk legde hij zich toe op de literatuur om zo de status en bekendheid te verwerven waar hij van droomde. Zijn ouders financierden hem en hij kreeg van zijn vader twee jaar om zich te bewijzen. Het succes bleef echter uit en Balzac beleefde jaren van armoede. Zijn eerste werk, Cromwell (1820), een tragedie, werd slecht beoordeeld door de academicus die het op Balzacs verzoek las. Balzac legde zich vervolgens toe op de roman. Hij schreef eerst onder verschillende pseudoniemen als Lord R’Hoone – een anagram van Honoré – en Horace de Saint-Aubin en later onder zijn eigen naam. De meeste romans schreef hij samen met andere, mindere, schrijvers. Het waren populaire werken (zoals melodramatische en sentimentele verhalen en griezelromans) die beantwoordden aan de smaak van zijn tijd, maar nauwelijks iets van zijn literair genie lieten zien.De site https://web.archive.org/web/20080719103117/http://www.19e.org/ vermeldt dat Balzac deze werken zelf cochonneries littéraires (literaire rotzooi) noemde Door het uitblijven van succes moest hij ook weer gedurende drie jaar (1821-1824) onder het ouderlijke dak gaan wonen. Ondanks zijn verhouding met de rijke en getrouwde Laure de Berny (1777-1836), die hij in 1821 had leren kennen, had hij altijd grote schulden. Madame de Berny, die door Balzac la Dilecta (de geliefde) werd genoemd, wijdde Balzac in de geheimen van de liefde in en was tot aan haar dood een grote steun en toeverlaat, zelfs toen Balzac had besloten in zaken te gaan. Hij begon onder andere een uitgeverij/boekhandel (1826), een drukkerij (1826) en een lettergieterij (1827), vaak met geld van zijn familie. De bedrijven gingen echter failliet en lieten Balzac achter met schulden die hem, ondanks zijn grote literaire productiviteit, zijn hele leven zouden achtervolgen. Toch zou Balzac de zakenwereld niet de rug toekeren en zocht hij telkens projecten uit waarmee hij dacht winst te maken. Zo had hij in de jaren 1837-38 het plan opgevat om de slakken van oude Romeinse mijnen op Sardinië te exploiteren. Een maatschappij uit Marseille was hem echter te snel af.

Jaren van succes thumb|Laure Junot, de hertogin van Abrantès, minnares van Balzac Balzac ging weer aan het schrijven en verwierf eindelijk bekendheid onder zijn eigen naam met de historische roman Le dernier chouan ou la Bretagne en 1800 (later kreeg het de titel Les Chouans) en het essay Physiologie du mariage, beide uitgegeven in 1829, het jaar waarin ook zijn vader stierf. Deze werken gaven de aanzet tot een periode van grote literaire productiviteit, waarin hij zo’n 85 romans schreef. Zijn eerste echt grote successen kwamen in 1833 met de verschijning van Eugénie Grandet en in 1835 met Le Père Goriot. De grote productiviteit in het schrijven was nodig omdat Balzac een grote schuldenlast had én ook vertoefde in de hogere Parijse kringen, waar hij bekendstond als een dandy. Vanaf 1830 werd Balzac door Laure Junot, de hertogin van Abrantès (1784-1838), geïntroduceerd in de belangrijke salons. Zo frequenteerde hij onder andere die van gravin Guidoboni-Visconti (vanaf 1834) en van Madame Récamier. De gravin werd in 1835 zelfs zijn minnares en bleef voor de rest van zijn leven een trouwe vriendin. Later werd Balzac haar raadgever en medewerker toen zij haar memoires schreef. Balzac kreeg ook toegang tot de vriendenkring van de uitgever Émile de Girardin. Hij werkte mee aan verscheidene uitgaven en stortte zich volledig op het mondaine leven. Tijdens deze periode ontving hij de eerste brieven (de eerste op 28 februari 1832) van de Étrangère, Madame Éveline Hanska (1805-1882), een getrouwde Poolse gravin uit Polen, die hem bewonderde en die hij voor de eerste maal zou ontmoeten in september 1833 in Neuchâtel (Zwitserland). Hij schreef haar bijna dagelijks. Deze correspondentie is verzameld onder de titel Lettres à l’Étrangère. left|thumb|Portret van Éveline Hanska (1825)

In dezelfde periode ervoer Balzac een soort crisis, waarvan de ware toedracht nog steeds stof tot discussie geeft. In ieder geval sloot Balzac zich aan bij de legitimisten, misschien om in de gunst te komen bij de markiezin de Castries die hij tot zijn minnares wilde maken. Balzacs leven werd toen zeer hectisch: hij had een druk mondain leven, maakte meerdere reizen, bracht vele bezoeken aan belangrijke personen én zijn talrijke minnaressen en publiceerde een groot aantal artikelen voor kranten en tijdschriften. Enkele van die geschreven stukken leverden hem ook een proces op, die een groot deel van zijn energie vergden. In de periode 1833-1837 schreef Balzac het overgrote deel van wat later zijn Etudes de moeurs zouden vormen. In 1833 begon hij een relatie met Marie Dauminois, die hem een dochter zou schenken, Marie-Caroline Du Fresnay, geboren op 4 juni 1834 (en overleden in 1930). In 1836 schonk de gravin Guidoboni-Visconti het leven aan een zoon, Lionel-Richard, waarvan men vermoedt dat hij een zoon van Balzac was.Balzac, Honoré de, Sarrasine. Gambara. Massimilla Doni, Éditions Gallimard, 1995, p. 266

In 1836, het jaar dat zijn trouwe vriendin Madame de Berny overleed, kreeg Balzac opnieuw financiële tegenslag te verwerken. De krant die hij had gekocht en waarvoor hij een aantal artikelen schreef, de Chronique de Paris, waaraan onder anderen ook Théophile Gautier, Charles Nodier, Gustave Planche en Henri Monnier meewerkten, ging in staat van vereffening en liet Balzac achter met 46.000 frank aan schulden. Het maandelijkse Revue parisienne, dat hij had gesticht in 1840, was hetzelfde lot beschoren en verdween al na het derde nummer. Balzac probeerde via reizen te ontsnappen aan zijn schuldeisers en veranderde een paar maal van adres in Parijs, zelfs onder valse identiteit (zoals die van de weduwe Durand).Balzac, Honoré de, Sarrasine. Gambara. Massimilla Doni, Éditions Gallimard, 1995, p. 267 Als gevolg hiervan verminderde ook zijn literaire productie.

In 1839 werd Balzac voorzitter van de Société des gens de lettres (tot 1841) en stelde hij zich ook voor de eerste maal kandidaat voor de Académie française (drie andere kandidaturen volgden: tweemaal in 1842 en nog eens in 1848). Op 2 oktober 1841 ondertekende hij het contract voor het uitgeven van zijn verzameld werk onder de titel van La Comédie humaine, dat in de jaren 1842-1848 werd uitgegeven. In 1845 werd hij benoemd tot Ridder in het Legioen van Eer.

Levenseinde thumb|De buste van Balzac op het Cimetière du Père-Lachaise, gemaakt door Pierre Jean David Op 5 januari 1842 vernam Balzac dat graaf Hanski op 10 november 1841 overleden was en vanaf die dag stelde hij alles in de weer om te huwen met Madame Hanska. Hij zag haar uiteindelijk na acht jaar, in 1843, terug in Sint-Petersburg. Madame Hanska stelde hun huwelijk echter uit, misschien omdat ze niet echt gehaast was of misschien omdat het tsaristisch regime haar goederen in beslag zou nemen als zij een huwelijk aanging met een buitenlander. Balzacs gezondheid was echter aan het verslechteren en de vele reizen door Europa die zij samen maakten (Frankrijk, Nederland, België, Duitsland, Napels, Zwitserland) namen veel van zijn tijd in beslag. Madame Hanska was inmiddels zwanger maar beviel in november 1846 van een doodgeboren kind.