thumb|Crème de cassis Het arrest Rewe-Zentral AG/Bundesmonopolverwaltung für Branntwein, meestal aangeduid als het arrest Cassis de Dijon, is een uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 20 februari 1979 (zaak 120/78) die betrekking heeft op het vrije verkeer van goederen, en het begrip "maatregelen van gelijke werking".
In deze zaak ontwikkelde het Hof ook de jurisprudentiële rule of reason.
Casus De coöperatieve vereniging Rewe-Zentral wil in 1976 sterke drank uit Frankrijk importeren, waaronder een lading Cassis de Dijon (zwartebessenlikeur). Naar aanleiding van een verzoek om een importvergunning kreeg Rewe bericht dat deze drank in Duitsland niet mocht worden verhandeld en dat de Bundesmonopolverwaltung für Branntwein niet bevoegd was om ontheffing te verlenen. De likeur bevat namelijk 15-20% alcohol, terwijl in de Bondsrepubliek Duitsland volgens een toenmalige wettelijke bepaling slechts vruchtenlikeur met een alcoholpercentage van ten minste 25% mocht worden verhandeld.
Procesverloop Rewe-Zentral AG acht het importverbod in strijd met artikel 30 EEG-Verdrag (thans art. 34 VWEU)Artikel 34 VwEU: "Kwantitatieve invoerbeperkingen en alle maatregelen van gelijke werking zijn tussen de lidstaten verboden.", dat kwantitatieve beperkingen en alle maatregelen van gelijke werking tussen de lidstaten verbiedt. De bevoegde Duitse rechter, het Hessische Finanzgericht, heeft het Hof van Justitie verzocht om een prejudiciële beslissing.
Rechtsvraag Is het Duitse handelsverbod voor een Franse vruchtenlikeur zoals Cassis de Dijon een "maatregel van gelijke werking" in de zin van artikel 30 EEG-verdrag (tegenwoordig artikel 34 VWEU)? De tweede vraag van de verwijzende rechter is rechtshistorisch van minder belang.
Uitspraak Hof Het Hof gaf enige criteria op grond waarvan uitzonderingen op het vrije handelsverkeer binnen de EEG konden worden geduld:
Het Hof achtte dergelijke dringende behoeften hier niet bewezen en verklaarde voor recht:
Betekenis De betekenis van het arrest Cassis de Dijon ligt vooral in de criteria die het Hof geeft ten aanzien van uitzonderingen die mogelijk zijn op het vrije verkeer van goederen. Er zijn meer rechtvaardigingsgronden dan de gronden die expliciet genoemd worden in het huidige artikel 36 VWEU. Dit wordt wel de Rule of reason genoemd. Bij die zogenaamde Rule of reason wordt gekeken of er wellicht harmonisatie heeft plaatsgevonden, of de maatregel een publiek belang dient, of de maatregel evenredig is toegepast en of het geval geen willekeurige discriminatie betreft. Het arrest zou later een belangrijke rol spelen in volmaking van de Europese interne markt.
Deze rechtvaardigingsgronden mogen echter niet louter economisch zijn. Het moet gaan om een dwingende reden van algemeen belang. Voorbeelden zijn consumentenbescherming en het milieu.
Cassis de Dijon