thumb|De resten van het Hara kasteel

De was een opstand van merendeels Japanse boeren, de meesten katholieke christenen, in 1637-1638 tijdens de Edoperiode. In de nasleep van de bouw van een nieuw kasteel van de Matsukura-clan in Shimabara werden de belastingen drastisch verhoogd, wat woede uitlokte van lokale boeren en onafhankelijke samoerai. Bovendien verergerde de religieuze vervolging tegen de plaatselijke christenen de ontevredenheid, wat leidde tot een openlijke opstand in 1637. Het Tokugawa-shogunaat stuurde een leger van meer dan 125.000 man om de opstand te onderdrukken, en na een langdurige belegering van de rebellen in het kasteel Hara, versloegen ze hen. In de nasleep van de opstand werd de rebellenleider Amakusa Shiro onthoofd, en de vervolging van het christendom onverbiddelijk afgedwongen. Japans beleid van nationale afzondering werd aangescherpt, en vervolging van het christendom voortgezet tot de jaren 1850. Het neerslaan van de opstand betekende feitelijk ook het eind van de missie van de jezuïeten in Japan.

Aanleiding tot en uitbreken van de opstand Halverwege de jaren 1630 stonden de boeren van het schiereiland Shimabara en de Amakusa-eilanden op tegen hun heren omdat ze ontevreden waren over de hoge belasting en de hongersnood. Dit gebeurde in het bijzonder op het grondgebied dat werd geregeerd door twee heren: Matsukura Katsuie van het Shimabara-domein en Terasawa Katataka van het Karatsu-domein.Murray, Japan, pp. 258-259. Hoewel veel historici de opstand uitleggen als een religieuze opstand, gaan zij voorbij aan de vraagstukken over de ontevredenheid door de hongersnood en hoge belasting. Onder de betrokkenen waren ook vissers, ambachtslieden en handelaren. Toen de opstand zich uitbreidde, sloten onafhankelijke samoerai, die ooit families hadden gediend die vroeger in het gebied leefden, zoals de Amakusa en Shiki, zich daar bij aan, evenals voormalige vazallen van de Arima-clan en de Konishi.Ibid. Daarom is het beeld van een volledige "boeren"-opstand ook niet helemaal juist."... een boerenopstand, bekend in de geschiedenis als de Shimabara-rebellie, dat als een storm over het gebied ging ..." De Bary et al.. Sources of Japanese Tradition: From Earliest Times to 1600, blz. 150.

Shimabara was ooit het domein van de vorstelijke familie Arima, die christen was, en als gevolg daarvan waren veel plaatselijke inwoners ook christen. De Arima werden in 1614 weggestuurd en vervangen door de Matsukura.Murray, P. 258. De nieuwe heer, Matsukura Shigemasa, hoopte in de hiërarchie van het shogunaat te stijgen, en daarom was hij betrokken bij diverse bouwprojecten, waaronder de bouw en uitbreiding van het Edokasteel, evenals een geplande invasie van Luzon. Hij bouwde ook een nieuw kasteel op Shimabara.Naramoto, Nihon no Kassen, blz. 394 Als gevolg daarvan plaatste hij een sterk onevenredige belastingdruk op de mensen van zijn nieuwe domein, en wekte verder verbolgenheid door een onverbiddelijke vervolging van het christendom.Naramoto, blz. 394 Zelfs de VOC, die een handelspost in de buurt had en anti-katholiek was, nam slechts met tegenzin deel aan de repressie. Dit beleid werd voortgezet door Katsuie, de erfgenaam van Shigemasa.

De bewoners van de Amakusa-eilanden, die deel hadden uitgemaakt van het leen van Konishi Yukinaga, ondergingen eenzelfde soort vervolging door de Terasawa-familie, die het, net als de Matsukura, van elders kwamen.Murray, blz. 259. Andere onafhankelijke samoerai in de regio waren voormalige bedienden van Kato Tadahiro en Sassa Narimasa, die beiden ooit delen van de provincie Higo bestuurden.

De opstand Het ontstaan van de opstand thumb|Boeddhistische beelden van Jizo, de bosatsu van genade, onthoofd door opstandige christenen. De ontevreden onafhankelijke samoerai in het gebied begonnen, net als de boeren, elkaar in het geheim te ontmoeten en een opstand te beramen, die uitbrak in de herfst van 1637,Morton, Japan, p. 260 toen de lokale daikan (belastingambtenaar) Hayashi Hyōzaemon werd vermoord. Tegelijkertijd kwamen anderen in opstand op de Amakusa-eilanden. De rebellen namen snel in aantal toe door iedereen in de overwonnen gebieden te dwingen zich aan te sluiten bij de opstand. Een charismatische 16-jarige jongeman, Amakusa Shiro, werd al snel gekozen als leider van de opstand.Naramoto, blz. 395.

De rebellen belegerden de kastelen Tomioka en Hondo van de Terasawa-clan, maar net voordat de kastelen op het punt stonden te vallen, arriveerden legers uit de naburige domeinen in Kyushu, en dwongen hen zich terug te trekken. De rebellen staken vervolgens de Ariake-zee over en belegerden kort het kasteel Shimabara van Matsukura Katsuie, maar werden opnieuw afgeslagen. Toen verzamelden zij zich op de plaats van het ontmantelde kasteel Hara, dat het kasteel was van de Arima-clan vóór hun verhuizing naar het Nobeoka-domein.Nihon no Meijōshū, pp. 168-169. Ze richtten palissaden op met het hout van de boten waarmee ze waren overgevaren, en de wapens, munitie en middelen die zij hadden geplunderd uit opslagplaatsen van de Matsukura-clan kwamen hun voorbereidingen bovendien goed van pasNaramoto, blz. 397; Perrin, Giving Up the Gun, blz. 65.

Beleg van Hara-kasteel thumb|Kaart van de belegering van het Hara kasteel. thumb|VOC-schepen bij het beleg (detail). De geallieerde legers van de lokale domeinen, onder het commando van Itakura Shigemasa van het Tokugawa-shogunaat, begonnen daarna hun belegering van het kasteel Hara. De zwaardvechter Miyamoto Musashi was aanwezig in het aanvallende leger als adviseur voor Hosokawa Tadatoshi.Harris, Introduction to A Book of Five Rings, blz. 18.

Zij vroegen vervolgens om steun bij de Nederlanders.Murray, blz. 262. Nicolaes Coeckebacker, opperhoofd van de VOC-handelspost op Hirado, zorgde voor kruit en kanonnen, en toen het shogunaat verzocht een schip te sturen, begeleidde hij persoonlijk het schip de Ryp naar een positie op zee voor het kasteel Hara. De kanonnen die eerder waren gestuurd werden in een batterij opgesteld en een intensief bombardement van het kasteel begon, zowel vanaf de kanonnen op de wal als vanaf de twintig kanonnen van de Ryp.Murray, pp. 262-264. Deze kanonnen losten zonder veel resultaat circa 425 schoten in een tijdsbestek van vijftien dagen en twee Nederlandse wachters werden gedood door de rebellen.Murray, blz. 264. Van het kasteel werd een pijl met een brief geschoten met de tekst:Hendrik Doeff, Herinneringen uit Japan p. 46 De Nederlanders trokken zich vooraf aan de bestorming terug.

thumb|left|De ruïnes van het kasteel Hara, gezien vanaf de zee

Laatste slag en nederlaag Bij een poging om het kasteel in te nemen werd Itakura Shigemasa gedood. Nieuwe troepen van het shogunaat onder aanvoering van Matsudaira Nobutsuna, de vervanger van Itakura, arriveerden snel.Harbottle, blz. 13. De rebellen in het kasteel Hara weerstonden het beleg echter gedurende meerdere maanden en veroorzaakten zware verliezen aan het shogunaat. Beide partijen hadden het moeilijk om onder winterse omstandigheden te strijden. Op 3 februari 1638 werden bij een aanval van de opstandelingen 2.000 krijgers uit het Hizen-gebied gedood. Ondanks deze kleine overwinning raakten de rebellen langzaam zonder voedsel, munitie en andere middelen.

In april 1638 waren er meer dan 27.000 rebellen die tegenover ongeveer 125.000 soldatenNaramoto, blz. 399 van het shogunaat stonden. Wanhopige rebellen voerden tegen hen een aanval uit op 4 april maar waren gedwongen zich terug te trekken. Gevangengenomen rebellen en de (volgens geruchten) enige verrader, Yamada Uemonsaku, brachten aan het licht dat de vesting zonder eten en buskruit zat.

Op 12 april 1638 bestormden troepen onder het commando van de Kuroda-clan van Hizen het fort en veroverden de buitenste verdediging. De rebellen hielden stand en veroorzaakten zware verliezen totdat ze op 15 april op de vlucht werden gedreven.

Legers op Shimabara De Shimabara-opstand was de eerste massieve militaire inspanning na het beleg van Osaka, waarbij het shogunaat leiding gaf aan een geallieerd leger bestaande uit troepen uit verschillende regio's. De eerste algemene commandant, Itakura Shigemasa, had 800 man onder zijn bevel; zijn vervanger, Matsudaira Nobutsuna, had er 1.500. Vice-commandant Toda Ujikane had 2.500 van zijn eigen troepen. Van het Shimabara-domein waren ook 2.500 samoerai beschikbaar. Het grootste deel van het leger van het shogunaat werd betrokken van naburige domeinen van Shimabara. Het grootste aantal, meer dan 35.000 man, kwam uit het Saga-domein, en stond onder het commando van Nabeshima Katsushige. Op de tweede plaats kwamen de troepen van de Kumamoto- en Fukuoka-domeinen; respectievelijk 23.500 mannen onder Hosokawa Tadatoshi en 18.000 man onder Kuroda Tadayuki. Van het Kurume-domein kwamen 8.300 mannen onder Arima Toyouji, van het Yanagawa-domein 5.500 mannen onder Tachibana Muneshige, van het Karatsu-domein, 7570 onder Terasawa Katataka, van Nobeoka 3.300 onder Arima Naozumi, van Kokura 6.000 onder Ogasawara Tadazane en zijn senior-beambte Takada Matabei; uit Nakatsu 2.500 onder Ogasawara Nagatsugu; van Bungo-Takada 1.500 onder Matsudaira Shigenao, en uit Kagoshima 1.000 onder Yamada Arinaga, een senior-beambte van de Shimazu-clan. De enige troepen die niet uit Kyushu kwamen, afgezien van de persoonlijke troepen van de commandanten, waren 5.600 mannen uit het Fukuyama-domein onder het commando van Mizuno Katsunari,Naramoto, blz. 401. Katsutoshi, en Katsusada. Er was ook een klein aantal troepen uit diverse andere plaatsen, in totaal 800 man. In totaal bestond het leger van het shogunaat uit meer dan 125.800 man. Daar tegenover is de sterkte van de rebellen niet precies bekend. Het aantal strijders was naar schatting meer dan 14.000 man, het aantal overige personen die in het kasteel tijdens de belegering beschutting zochten was meer dan 13.000. Eén bron schat het totale aantal rebellen op ergens tussen 27.000 en 37.000, een fractie van de troepenmacht van het shogunaat.Morton, blz. 260.

Nasleep Nadat het kasteel viel onthoofdden de troepen van het shogunaat een geschatte 37.000 rebellen en sympathisanten. Amakusa Shiro's afgehakte hoofd werd meegenomen naar Nagasaki voor openbare vertoning en het gehele complex van het kasteel Hara werd tot aan de grond verbrand en samen met de lichamen van de doden begraven.

Het shogunaat vermoedde dat westerse katholieken betrokken waren geweest bij de verspreiding van de opstand en de Portugese handelaren werden uit het land verdreven. Het beleid van de nationale afzondering werd in 1639 strenger gemaakt.Mason, A History of Japan, pp. 204-205. Een reeds bestaand verbod op de christelijke godsdienst werd daarna onverbiddelijk gehandhaafd en het christendom in Japan overleefde alleen door ondergronds te gaan.Morton, Japan: Its History and Culture, p. 122. Voor de Nederlanders was de opstand de climax van hun strijd om commerciële suprematie ten opzichte van de Portugezen. Nog eeuwenlang moesten ze zich daarna in Europa verdedigen tegen hun wekenlange hulp bij een aanval op christenen. Ze verweerden zich voornamelijk door te zeggen dat het niet een religieuze maar een burgeroorlog was geweest.Grant K. Goodman, Japan and the Dutch, 1600-1853, 2013, p. 14-15

Voorts onthief het shogunaat na de opstand de clans die met militaire inspanningen hadden bijgedragen aan de strijd, van de voor de domeinen verplichte belasting op gebouwen.Bolitho, Treasures among Men, blz. 105. Matsukura Katsuie werd onthoofd, en zijn domein werd overgedragen aan een andere heer, Kōriki Tadafusa. De Terazawa-clan overleefde, maar verloor alle domeinen.