Herman Willem Daendels (Hattem, 21 oktober 1762 – Elmina, Goudkust, 2 mei 1818) was een Nederlands patriot, die in 1786 het heft in eigen handen nam toen hij bij een benoeming door stadhouder Willem V werd gepasseerd. Hij schoolde zich vervolgens als militair en vluchtte naar Noord-Frankrijk toen de stadhouder in zijn macht was hersteld. Na de Bataafse Revolutie was hij generaal. Van 1807 tot 1810 was hij gouverneur-generaal van Nederlands-Indië. In 1815 werd Daendels benoemd tot gouverneur-generaal van de Nederlandse bezittingen aan de Afrikaanse Goudkust.
Biografie thumb|Woonhuis van Daendels in Hattem
Daendels was de zoon van Burchard Johan Daendels, die als stadssecretaris magistraat was in Hattem en exploitant van een steenbakkerij in de uiterwaarden van de rivier de IJssel. Hij bezocht het Athenaeum Illustre te Deventer.Hij zou daar Rutger Jan Schimmelpenninck ontmoeten. Vanaf september 1781 volgde hij een studie in de rechten aan de Universiteit van Harderwijk, waar hij in april 1783 promoveerde. Een proefschrift, zo al vervaardigd, is niet bewaard gebleven.Veer, P. van 't (1963) Daendels, maarschalk van Holland (), p. 13. Tot in de 20e eeuw was het niet ongebruikelijk om op stellingen te promoveren. Er was in die gevallen géén promotieonderzoek gedaan. Vaak promoveerde men op de dag waarop men afstudeerde.Linnaeus promoveerde in 1735 in zes dagen aan de Universiteit van Harderwijk. Voor Christiaan Huygens werd een doctorstitel in de rechten - die hij nooit voerde - gekocht bij de Universiteit van Angers. (Bron: C.D. Andriesse: Titan kan niet slapen: een biografie van Christiaan Huygens (1993))
Troebelen in Hattem Na zijn studie werd Daendels advocaat in zijn geboorteplaats Hattem, een stadje met destijds ongeveer 1.000 inwoners. Zijn vader stierf in augustus 1785. Het zou niet ongebruikelijk geweest zijn als deze door zijn zoon zou zijn opgevolgd, maar in 1786 benoemde stadhouder Willem V een orangist in de opengevallen plaats. Bovendien werden twee vacatures niet opgevuld om de vroedschap in grootte te doen afnemen. Dit besluit riep verzet op bij Daendels, die als kapitein van het exercitiegenootschap St. Anna's Gilde, al een tijdje op de voorgrond trad.De officieren van het exercitiegenootschap waren al in december 1784 benoemd; de oprichting zal iets eerder zijn geweest. Daendels verzette zich tegen het privilege, waarmee de stadhouder veel invloed had op de samenstelling en grootte van de vroedschap.In juni 1785 was hij betrokken bij het opstellen van de Acte van Verbintenis tussen ontevreden patriotten uit Holland, Utrecht, Brabant, Zwolle en Gelderland. Zij werden, 89 in getal, ontvangen door de 29-jarige Johannes Conradus de Kock in Heusden. Hij riep zijn stadsgenoten op zelf het stadsbestuur aan te vullen. Hiermee zouden de inwoners zich weer een oud recht toe-eigenen, dat hun ontnomen was bij de vorming van de Unie van Utrecht (1579). Daendels liet zich inspireren door de veranderingen in Utrecht, toen hij in mei het stadsregeringsreglement buiten werking zette. Op woensdagochtend 2 augustus 1786 werden ten overstaan van de verzamelde exercitiegenootschappen zestien "democratisch" gekozen patriotten in de Utrechtse vroedschap beëdigd; Daendels was daarbij aanwezig.
Eind juli waren twee nieuwe schepenen benoemd, waaronder een voormalige lijfwacht van de prins. Op 8 augustus verkondigde Daendels het stadje militair te verdedigen. Ook de predikanten van Elburg hielpen de bolwerken en wallen te herstellen. Daendels richtte zijn huis in als munitieopslagplaats. Op 28 augustus nam de prins het besluit troepen naar Hattem en Elburg te zenden, onder het bevel van generaal Johan Carel Spengler. De Gelderse stadhouderlijke troepen werden verplaatst en bezetten op 5 september Hattem en Elburg zonder veel moeite. Daendels en zijn democratische medestanders namen de wijk naar Zwolle en beraamden een herovering van hun stad.
In januari 1787 was Daendels, lid van een 'nationale commissie ter expeditie van burgerzaken' die een defensieplan voor Holland, Utrecht, Gelderland en Overijssel moest ontwerpen om die gewesten te beschermen. Hij reisde met Aleida van VlierdenVisscher, Marja (2022), Het huis met de rode luiken p. 46 e.v., naar Bentheim waar zij op 9 maart of 19 augustus 1787, volgens de overlevering zonder toestemming van de prinsgezinde schoonouders, in het huwelijk traden. Daendels verdedigde Amsterdam tegen de Pruisen in oktober (1787) als majoor van een door hemzelf ingestelde Gelderse brigade.Veer, P. van 't (1963) Daendels, maarschalk van Holland, p. 31.
Vluchteling in Noord-Frankrijk thumb|Restanten van de abdij in Waten thumb|Deel van de vesting in Menen (langs de Leie), ontworpen door Vauban thumb|Generaal Daendels neemt afscheid van luitenant-kolonel Krayenhoff De restauratie van 1787 van het stadhouderlijk bewind betekende voor Daendels een dreigende gevangenneming. Door zijn vertrek ontkwam hij aan de tenuitvoerlegging van het vonnis van het Hof van Gelderland uit 1788, waarbij hem het burgerrecht werd ontnomen en hij "op poene van den dood" uit Gelderland werd verbannen.
Daendels, Johan Valckenaer en Adam Gerard Mappa huurden op initiatief van Wybo Fijnje een oud jezuïetenklooster, de Abdij van Waten, en restaureerden de kamers, verbouwden groente, afgewisseld met discussies en het spelen van biljart. Nadat Mappa naar Amerika was geëmigreerd en Daendels de huur niet meer kon betalen en naar Duinkerke was vertrokken, ontstonden er spanningen in de commune.Fijnje-Luzac, E. Myne beslommerde boedel; brieven in ballingschap 1787 - 1788, p. 62-63. Ed. Jacques J.M. Baartmans 2003. Daendels handelde met een vroegere studievriend in hout, kaas en tabak.Rosendaal, J. (2003) Bataven! Nederlandse vluchtelingen in Frankrijk 1787-1795, p. 182, 312. Hij kreeg al snel ruzie met Court Lambertus van Beyma die hem voor de rechter daagde.Rosendaal, J. (2003) Bataven! Nederlandse vluchtelingen in Frankrijk 1787-1795, p. 191. Daendels was in de Republiek bij verstek ter dood veroordeeld en inmiddels bang om vermoord te worden en zijn woning geplunderd.Rosendaal, J. (2003) Bataven! Nederlandse vluchtelingen in Frankrijk 1787-1795, p. 199.
In 1792 nam hij zitting in het Bataafs Comité, dat een omwenteling in de Republiek der Zeven Verenigde Provincies voorbereidde en zag voor zichzelf een adviseursrol in deze operatie.Rosendaal, J. (2003) Bataven! Nederlandse vluchtelingen in Frankrijk 1787-1795, p. 311-317. Daendels maakte indruk op de Fransen, want hij beschikte over een uitgebreid netwerk van informanten en zou de Franse generaals kunnen voorzien van informatie over troepenbewegingen van de Oostenrijkers tijdens de Eerste Coalitieoorlog. Eind mei vertrok hij naar Parijs. In het geheim werden 6.000 geweren gekocht in Engeland voor het nog op te richten Bataafs Legioen. Op 1 augustus 1792 werden hij en zijn handelscompagnon als officier benoemd en begon een rekruteringsbureau in Oostende. Gerrit Paape diende als zijn secretaris.
Op 1 februari 1793 verklaarde Frankrijk de oorlog aan de Nederlandse Republiek en Daendels maakte deel uit van het Franse Armée du Nord onder Dumouriez dat twee weken later Staats-Brabant en Maastricht aanviel. De Franse aanval mislukte, de troepen werden teruggetrokken en verslagen in de Slag bij Neerwinden (1793). Daarna leverde Daendels op 12/13 september 1793 de Slag bij Wervik tegen een geallieerd leger van Nederlanders, Zuid-Nederlanders en Oostenrijkers. Hij werd aangesteld als commandant van de vesting Menen. In de strijd langs de Frans-Nederlandse grensposten in het graafschap Vlaanderen, die een jaar duurde, leerde hij het kunstje van de oorlog.Rosendaal, J. (2003) Bataven! Nederlandse vluchtelingen in Frankrijk 1787-1795, p. 443. Als brigadegeneraal (sinds april 1794) in het leger van Pichegru keerde hij terug in de Nederlanden. Op 21 september 1794 kwam hij met zijn bataljon in 's-Hertogenbosch aan.Daendels werd ingekwartierd bij Caspar van Breugel. Het beleg van de stad zou drie weken duren.
Daendels' plannen tot eigenmachtig optreden, in een proclamatie op 21 oktober door Paape naar de krant verstuurd, verschrikten de Fransen. Hij probeerde Amsterdam over te halen een alvast revolutie te bewerkstelligen om een sterkere uitgangspositie te hebben tegenover de Fransen. Willem Irhoven van Dam met Cornelis Krayenhoff reisden naar het Franse hoofdkwartier in Den Bosch om Daendels te ontmoeten.Rosendaal, Joost (2003) Bataven! Nederlandse vluchtelingen in Frankrijk 1787-1795, p. 446-447, 449-450. Een aanval vanuit Crèvecoeur op de Bommelerwaard mislukt in eerste instantie. Onder steeds dreigender wordende omstandigheden wist Guillaume Anne de Constant Rebecque met zijn brigade op de rechter Waaloever stand te houden en de vijand drie dagen op te houden, tot hij door de prins van Oranje naar Leerdam werd gezonden, ter verdediging van de Linge. Op 17 januari stond Daendels in Leerdam aan het hoofd van een vooruitgeschoven brigade.
Bataafse jaren thumb|left|260px|Barthélemy Catherine Joubert thumb|left|260px|Guillaume Brune Op zondagmiddag 18 januari 1795 kwam Krayenhoff op last van Daendels de Amsterdamse burgemeesters vertellen dat ze de volgende dag beter konden aftreden. Op 20 februari was hij in Delft, dat zich weifelachtig opstelde om een nieuw stadsbestuur in te stellen. Na een bezoek aan Parijs kwam Daendels in juni als luitenant-generaal in dienst van de Bataafse Republiek, in dezelfde rang als Jean-Baptiste Dumonceau, wat hem dwars moet hebben gezeten.Veer, P. van 't (1963) Daendels, maarschalk van Holland, p. 57-58. Hij moest zijn excuses aanbieden na ontactisch optreden in Den Haag. In juli 1795 werd hem opgedragen het leger te reorganiseren en een jaar later werd het zijn taak de oostgrens te verdedigen. Het Kollumer oproer veroorzaakte grote tegenstellingen in Friesland, zodat Daendels te hulp werd geroepen. In het najaar van 1797 was de Republiek even ver als in het voorjaar van 1795.Veer, P. van 't (1963) Daendels, maarschalk van Holland, p. 67. Na het verlies van de Zeeslag bij Camperduin door Jan Willem de Winter greep hij in. Als unitariër organiseerde Herman Willem Daendels de staatsgreep van 22 januari 1798 door de al te fanatieke federalistische leden van de Nationale Vergadering op te sluiten om zodoende een einde te maken aan de besluiteloosheid van 40.000 kiesmannen en de lange debatten door de gewestelijke afgevaardigden. Hij wist de goedkeuring te verkrijgen van Talleyrand en kreeg medewerking van de Franse ambassadeur Charles Delacroix, en de generaals Dumonceau en Joubert. Vier uur later werd een Uitvoerend Bewind naar Frans model ingevoerd; de departementen en gemeenten kregen veel minder autonomie. Om twee uur 's middags is alles voorbij.Veer, P. van 't (1963) Daendels, maarschalk van Holland, p. 70. 21 leden van het Vertegenwoordigend Lichaam waren gearresteerd. In totaal werden 33 leden afgezet.
In overleg met Jacobus Spoors, Gogel en Joubert vertrok Daendels in mei naar Parijs. Hij had gesprekken met Talleyrand en Paul Barras van het Directoire. In twee weken tijd gaf Daendels 15.000 gulden uit. Er moet heel wat aan de strijkstok zijn blijven hangen.Veer, P. van 't (1963) Daendels, maarschalk van Holland, p. 76. Op 12 juni 1798 voerde Daendels een tweede staatsgreep uit tegen de radicale unitariërs; hun gedrag werd als schurkachtig ervaren. Delacroix en Van Langen werden gearresteerd, Pieter Vreede en Wijbo Fijnje ontsnapten door een raam. De gehate besluiten werden teruggedraaid; de aanstichters verdwenen. Delacroix werd teruggeroepen. Zonder dat er een schot was gevallen namen de Moderaten de macht over en de Bataafse Revolutie was voorbij.Kuiper, J. (2002) Een revolutie ontraveld. Politiek in Friesland 1795-1798, p. 14. Daendels, die gemakkelijk tot opwinding te brengen was, werd te kennen gegeven zich te matigen.Veer, P. van 't (1963) Daendels, maarschalk van Holland, p. 79.