De vrije wil is het vermogen van rationeel handelende personen om controle uit te oefenen over eigen daden en beslissingen. Om antwoord te kunnen geven op de vraag of dit vermogen werkelijk bestaat, moet het verband tussen vrijheid en oorzakelijkheid onderzocht worden, dat wil zeggen de vraag of, en in welke mate, de natuurwetten het menselijk gedrag bepalen.
De twee uitgesproken tegengestelde posities binnen dit debat zijn die van enerzijds het metafysisch libertarisme, dat betoogt dat de vrije wil (keuzevrijheid) een essentieel onderdeel vormt van het leven van het menselijk individu, en anderzijds die van het harde determinisme dat stelt dat de individuele vrije wil niet bestaat. Een tussenpositie vormt de opvatting dat het determinisme een gegeven is, maar dat menselijke vrije wil desondanks niet is uitgesloten.
De vraag naar het al of niet bestaan van de menselijke vrije wil is een klassieke vraag binnen de filosofie van de geest. Het antwoord op deze vraag heeft ook theologische (religieuze), ethische (morele) en wetenschappelijke implicaties. In religieuze zin impliceert het bestaan van een vrije wil dat er geen alvermogende godheid bestaat die macht uitoefent over de menselijke wil en de keuzes die eruit voortvloeien. In ethische zin impliceert het bestaan van een menselijke vrije wil dat individuen voor hun daden moreel verantwoordelijk zijn. In wetenschappelijke zin gaat het om de vraag of menselijk handelen en denken biologisch (biochemisch) vooraf bepaald is, met name door processen in de menselijke hersenen.
Vrije wil in de filosofie thumb|360px|Een vereenvoudigde taxonomie van de belangrijkste filosofische standpunten over de vrije wil. Wat de vrije wil betreft bestaan er in de filosofie de volgende stromingen:
Determinisme: de leer dat alle gebeurtenissen onder invloed van de natuurwetten volledig bepaald worden door voorafgaande gebeurtenissen en impliceert dat de wil niet vrij is.McKenna, Michael, "Compatibilism", The Stanford Encyclopedia of Philosophy (Summer 2004 Edition), Edward N. Zalta (ed.),(online) Compatibilisme: de visie dat vrije wil en determinisme met elkaar verenigbaar zijn. Incompatibilisme: is de visie dat het onmogelijk is om een geloof in een deterministisch universum in overeenstemming te brengen met een geloof in vrije wil.Ginet, C. 1983. "In Defense of Incompatibilism" in Philosophical Studies 44, pp. 391–400 Het harde determinisme is de versie van het incompatibilisme die het determinisme omarmt en het idee dat mensen een vrije wil hebben rigoureus verwerpt.Koons, J.R. "Is Hard Determinism a Form of Compatibilism?" in The Philosophical Forum. 33:1 Het metafysisch libertarisme heeft maar één ding gemeen met het Harde Determinisme, en dat is dat het de compatibilistische visie verwerpt. Aangezien libertariërs het bestaan van volledige vrije wil accepteren, moeten zij het determinisme ontkennen en uitgaan van een indeterminisme dat compatibel is met vrijheid.Strawson, G. (1998, 2004). "Free will". In E. Craig (Ed.), Routledge Encyclopedia of Philosophy. London: Routledge. Retrieved August 17, 2006, (online)
Determinisme
Het determinisme is een ruim begrip dat een verscheidenheid aan meningen omvat. Overeenkomstig deze verschillende meningen ontstaan verschillende problemen betreffende de vrije wil.Vihvelin, Kadri, "Arguments for Incompatibilism", The Stanford Encyclopedia of Philosophy (Winter 2003 Edition), Edward N. Zalta (ed.),(online)
Het causaal (oorzakelijk of nomologisch) determinisme is de hypothese die stelt dat toekomstige gebeurtenissen bepaald zijn door voorafgaande en huidige gebeurtenissen in combinatie met de natuurwetten. Dit determinisme wordt soms verduidelijkt met het gedachte-experiment van de demon van Laplace. Stel je een entiteit voor die alle feiten van het verleden en heden kent, en ook alle heersende natuurwetten van het universum. Een dergelijke entiteit zou, onder bepaalde omstandigheden, deze kennis kunnen gebruiken voor het voorspellen van de toekomst, tot in het kleinste detail.Suppes, P., 1993, “The Transcendental Character of Determinism,” Midwest Studies in Philosophy, 18: 242–257. Het logisch determinisme gaat ervan uit dat alle proposities, zowel betreffende het verleden, het heden alsmede de toekomst, waar of niet waar zijn. In deze context is het probleem van de vrije wil in hoeverre keuzes vrij kunnen zijn, ervan uitgaande dat alle handelingen in de toekomst, in het heden reeds bepaald zijn als waar of niet waar. Het theologisch determinisme is de hypothese die uitgaat van het bestaan van een God die alle menselijke handelingen bepaalt, hetzij door voorkennis van hun handelingen, middels een vorm van alwetendheid,Fischer, John Martin (1989) God, Foreknowledge and Freedom. Stanford, CA: Stanford University Press. of door het vooraf verordonneren van hun handelingenWatt, Montgomery (1948) Free-Will and Predestination in Early Islam. London:Luzac & Co. Het probleem van de vrije wil in deze context is, hoe ons handelen ooit vrij kan zijn, als er een opperwezen bestaat dat onze handelingen bij voorbaat bepaalt. Het biologisch determinisme is het idee dat alle vormen van gedrag, geloof en wil bepaald zijn door onze genetisch gedetermineerde eigenschappen. Er zijn meerdere hypothesen betreffende determinisme, zoals het culturele determinisme en het psychologisch determinisme, terwijl combinaties en samenvoegingen van deterministische hypothesen, zoals bio-environmental determinisme, zelfs meer voorkomen.
In dit artikel is alleen het causaal (oorzakelijk) determinisme beschreven.
Determinisme en emergentiegedrag
Sommige emergentisten, cognitiewetenschappers en evolutionair psychologen gaan ervan uit dat vrije wil niet bestaat.Kenrick, D. T., Li, N. P., & Butner, J. (2003). "Dynamical evolutionary psychology: Individual decision rules and emergent social norms." Psychological Review, 2003 Jan;110(1):3–28. Epstein J.M. and Axtell R. (1996) Growing Artificial Societies - Social Science from the Bottom. Cambridge MA, MIT Press. Een illusie van vrije wil ontstaat volgens hen echter doordat de interactie tussen een eindige reeks van regels en parameters schier oneindige gedragsmogelijkheden oplevert. De onvoorspelbaarheid van het emergente gedrag van deterministische processen leidt dus tot een perceptie van vrije wil, zelfs als vrije wil als een ontologische entiteit aangenomen wordt niet te bestaan. In dit geheel, ook al zou het gedrag van tevoren kunnen worden berekend, zal niets eenvoudiger zijn dan het louter waarnemen van het resultaat van de eigen berekeningen van de hersenen.Wolfram, Stephen, A New Kind of Science. Wolfram Media, Inc., May 14, 2002.
Sommige strategische bordspellen, ter verduidelijking, hebben strenge regels waarbij geen informatie (zoals de voorkant van een kaart bij kaartspellen) verborgen is voor geen van beide spelers, en waarin geen gebruik wordt gemaakt van willekeur (zoals het gooien van dobbelstenen) tijdens het spel. Desondanks kunnen strategische spellen zoals schaak en vooral Go, met zijn eenvoudige deterministische regels, een extreem hoog aantal van onvoorspelbare zetten hebben. Analoog gezien, suggereren “emergentisten” dat de ervaring van vrije wil voortkomt uit de interactie tussen eindige regels en parameters die oneindig en onvoorspelbaar gedrag genereren. Wanneer echter “al” deze gebeurtenissen verklaard zouden zijn, en er zou een mogelijkheid bekend zijn om deze gebeurtenissen te evalueren, dan zou het schijnbaar onvoorspelbaar gedrag voorspelbaar worden.Epstein J.M. and Axtell R. 1996; Epstein J.M. 1999Kenrick, D. T., Li, N. P., & Butner, J. 2003; Nowak A., Vallacher R.R., Tesser A., Borkowski W., 2000
Cellulaire automata en de generatieve wetenschappen modelleren emergentie-processen van sociaal gedrag binnen deze filosofie, aantonend dat de ervaring van vrije wil een gave van onwetendheid is, of een product van onvolledige informatie.
Compatibilisme thumb|Thomas Hobbes was een klassiek compatibilist. Compatibilisten handhaven de mening dat het determinisme compatibel is met de vrije wil. Een gebruikelijke strategie van "klassieke compatibilisten", zoals Thomas Hobbes, is te beweren dat mensen uit vrije wil handelen wanneer zij de handeling willen en anders hadden kunnen handelen als zij dit besloten hadden. Hobbes schrijft een dergelijke compatibilistische vrijheid soms toe aan de persoon, en niet aan een of ander abstract begrip van de wil. Bijvoorbeeld: "Ten slotte kan uit het gebruik van de term vrije wil geen vrijheid van wil, verlangen of karakter worden afgeleid, alleen de vrijheid van een persoon; die bestaat erin dat hij ongehinderd kan doen wat zijn wil, verlangen of karakter hem ingeeft" ("Lastly, from the use of the word free-will, no liberty can be inferred of the will, desire, or inclination, but the liberty of the man; which consisteth in this, that he finds no stop, in doing what he has the will, desire, or inclination to do.")Hobbes, T. (1651) Leviathan (1968 edition). London:Penguin Books Ter verduidelijking van deze cruciale stipulatie schrijft David Hume, “this hypothetical liberty is universally allowed to belong to every one who is not a prisoner and in chains".Hume, D. (1740). A Treatise of Human Nature (1967 edition). Oxford University Press, Oxford. Ter verduidelijking van hun standpunt, wijzen compatibilisten op uitgesproken situaties waarin iemands vrije wil wordt ontkend door verkrachting, moord, diefstal of andere vormen van dwang. In deze situatie ontbreekt de vrije wil, niet omdat de toekomst causaal door het verleden is bepaald, maar omdat de aanvaller de wil en voorkeuren van het slachtoffer om eigen handelingen te bepalen, tenietdoet. De aanvaller domineert het slachtoffer en, volgens compatibilisten, is dit het wat de vrije wil tenietdoet. Zo stellen de compatibilisten dat het determinisme niet van belang is, maar wat van belang is, is dat de keuzes van het individu de resultaten zijn van zijn eigen wens en voorkeuren, en dat deze niet worden opgeheven door een of andere externe of interne macht. Om een compatibilist te zijn hoeft men geen enkel concept van vrije wil te onderschrijven, maar enkel en alleen ontkennen dat het determinisme incompatibel is met vrije wil.
De opvattingen van William James waren ambivalent. Hoewel hij op ethische gronden geloofde in de vrije wil, geloofde hij niet dat er vanuit wetenschappelijk standpunt enig bewijs voor was, en zijn eigen introspecties konden dit evenmin onderschrijven.See Bricklin, Jonathan, "A Variety of Religious Experience: William James and the Non-Reality of Free Will", in Libet (1999), The Volitional Brain: Toward a Neuroscience of Free Will (Thorverton UK: Imprint Academic). Bovendien accepteerde hij het incompatibilisme niet, zoals hierna onder incompatibilisme wordt geformuleerd; hij geloofde niet dat het indeterminisme van het menselijk handelen een voorwaarde was voor morele verantwoordelijkheid. In zijn werk Pragmatism, schrijft hij dat "instinct and utility between them can safely be trusted to carry on the social business of punishment and praise", ongeacht metafysische theorieën.James, W. (1907) Pragmatism (1979 edition). Cambridge, MA: Harvard University Press Hij geloofde dat het indeterminisme van belang is als een "doctrine of relief" (leer van verlichting)- die de opvatting toestaat dat, alhoewel de wereld in veel opzichten wellicht slecht is, het door handelingen van individuen een betere kan worden. Volgens hem ondermijnt het determinisme het meliorisme - het idee dat vooruitgang een werkelijk concept is dat leidt tot verbetering in de wereld.