Het Hotel (Frans: Hôtel) van Eetvelde is een art-nouveauherenhuis, ontworpen door de Belgische architect Victor Horta (1861–1947) in opdracht van baron Edmond van Eetvelde (1852–1925), baron sinds oktober 1897 en de toenmalige administrateur-generaal van Kongo-Vrijstaat. Het werd gebouwd in drie fases tussen 1895 en 1901 en is gelegen op de hoek van de Palmerstonlaan 2-4 en de Marie-Louisesquare in de Brusselse wijk van de Squares.

Het is de eerste privéwoning die gebruik maakt van staal als zichtbare en dragende structuur. Horta schrijft in zijn memoires dat het grondplan van het huis van Eetvelde ‘het meest gewaagde' was dat hij tot dan toe had ontworpen. Tot de meest indrukwekkende onderdelen van het interieur behoren de wintertuin in nummer 4 en de werkplek van de toenmalige eigenaar als een voorbeeld van totaalkunst (gesamtkunstwerk) in nummer 2.

Beide gebouwen zijn Brussels cultureel onroerend erfgoed (nummer 2 sinds 1971 en nummer 4 vanaf 1976) en werden in 2000 UNESCO-werelderfgoed als een van de vier onderdelen van de Herenhuizen van Victor Horta. Het gebouw nummer 4 werd grondig gerestaureerd in de twintigste en de 21ste eeuw en beide gebouwen zijn (beperkt) open voor het publiek sinds 13 mei 2023.

Situering { "type": "ExternalData", "service": "geopoint", "ids": "Q1818182" } thumb|left|250px|Kadastraal plan

Brusselse Squareswijk Het Hotel van Eetvelde is gelegen aan de Palmerstonlaan 2-4 in de Brusselse Squareswijk. Het gebouw op de hoekpositie nabij de Marie-Louisesquare ligt in het woonblok begrenst door de Palmerstonlaan, de Marie-Louisesquare, de Kardinaalsstraat, de Eburonenstraat en het Ambiorixplein. Het vormt een onderdeel van een geconcentreerd geheel van art-nouveau-architectuur uit het einde van de negentiende eeuw.

De Palmerstonlaan ontwikkelde zich rond 1900 als een residentiële as voor de hogere burgerij, waar vooruitstrevende architectuur geïntegreerd werd in een klassiek stedelijk stratenpatroon. In deze context vormt het herenhuis samen met nabijgelegen woningen een architecturaal samenhangend geheel. Aan dezelfde laan, op nummer 3, bevindt zich het Hotel Deprez-Van de Velde (1896), eveneens ontworpen door Horta, dat stilistisch verwant is maar een meer conventionele gevelcompositie vertoont. Ook bij het Hotel Defize (op nummer 14), door Léon Gova (1860-1930), viel de nadruk op ornamentiek en geveldecoratie. Deze combinatie van benaderingen binnen een stedelijk kader maakt de Squareswijk tot een uitzonderlijk coherent voorbeeld van fin-de-siècle-architectuur. Binnen dit geheel fungeert het Hotel van Eetvelde als een scharnierpunt, zowel door zijn architecturale innovatie als door zijn stedelijke ligging. Het gebouw vormt een overgang tussen de representatieve lanen en de open pleinen van de wijk en draagt bij aan het karakter van de Squareswijk als een van de meest significante concentraties van art-nouveau-architectuur in Europa.

Percelen Palmerstonlaan 2 is gekend onder de kadastrale perceelsidentificator (CaPaKey) F167vDe CaPaKey bevat de sectie (hier F), het grond- of perceelnummer (hier 167) en het bisnummer (een onderverdeling van het oorspronkelijke perceel 167, hier v). bij het Belgische kadaster. Het heeft een breedte van 8,9 meter tot aan de hoek en 14,1 meter om de hoek, dus een totale gevelbreedte van 23 meter. Het vierhoekige perceel heeft een diepte van 28 meter aan de rechterzijde en een oppervlakte van 335 vierkante meter.

Het nummer 4, met nummer F167p, was initieel een perceel van negen meter breed en ongeveer 32 meter diep. Het huidig perceel is 13,2 meter breed (na toevoeging van 4,22 meterDernie (2018), p. 71 van het toenmalige nummer 6) en een diepte van 28 meter aan de linkerzijde tot 43 meter aan de rechterzijde. De totale oppervlakte van het perceel bedraagt 523 vierkante meter. Het gebouw zelf heeft een bouwdiepte van 23 meter.

Geschiedenis

thumb|left|De eerste fase van het Hotel van Eetvelde, zonder de uitbreidingen Het herenhuis, van de hand van Horta in opdracht van van Eetvelde, werd in drie fases gebouwd. Het hoofdgebouw werd tussen 1895 en 1898 gebouwd op nummer 4 van de laan als privéwoning met de mogelijkheid om officiële ontvangsten te organiseren voor de politieke wereld. In 1899 gaf van Eetvelde Horta de opdracht om het hoekgebouw te bouwen ter uitbreiding van zijn woning. Een deel deed dienst als officiële ambtswoning en werd verenigd met het gebouw op nummer 4. Het andere deel, met een eigen ingang op nummer 2, werd verhuurd. In 1901 voegde Horta een vier meter brede aanbouw toe aan het hoofdgebouw op een deel van nummer 6, met daarin een salon en een biljartkamer, bereikbaar vanaf nummer 4 of via de toenmalige doorgang (nu garage).

In 1920, na het overlijden van zijn vrouw, liet de eigenaar het interieur verbouwen. De kamers op nummer 2, voorheen onderdeel van het hoofdgebouw, werden bij nummer 2 gevoegd, waardoor beiden woningen volledig van elkaar gescheiden geraakten. Het huis op nummer 4 werd in 1920 verkocht aan Antoine Pouppez de Kettenis de Hollaeken (1880-1949) en zijn familie die het bijna 30 jaar zou bewonen. Toen de familie Nicolaides-Hoffman het gebouw op nummer 2 in 1926 verwierf, wilden ze het slopen in 1936. De stad Brussel weigerde de bouwtoelating.

In 1938 werd voor het huis, intussen verkocht aan architect Jean Delhaye (1908-1993), een voormalige student van Horta, opnieuw een sloopaanvraag ingediend, die echter zonder gevolg bleef. Dezelfde architect diende in 1957 opnieuw een aanvraag in die nogmaals geweigerd werd. In 1958 ten slotte, besloot Delhaye om het huis te verbouwen, er zijn bureau te vestigen en er met zijn familie te gaan wonen.

De Federatie van de Gasindustrie (FIGAZ, sinds 2005 opgegaan in Synergrid) kocht in 1950 het gebouw op nummer 4 met de bedoeling het om te bouwen tot kantoren. Sindsdien werd het gebouw ook wel Maison du Gaz genoemd. Het glazen dak van de grote achthoekige hal werd omgevormd tot kantoorruimte. De architect Delhaye die op nummer 2 woonde, slaagde erin enkele glas-in-loodramen van de sloop te redden. De kantoren werden in 1988 gesloopt en het glazen koepel werd in zijn oorspronkelijke staat hersteld.

Het hoekgebouw werd door de erfgenamen van Delhaye verhuurd. In 2000, bij de evaluatie van het UNESCO-dossier door ICOMOS (The International Council on Monuments and Sites), was er de hoop dat de eigenaren van nummer 4 overgehaald zouden kunnen worden om ook nummer 2 aan te kopen, zodat de toevoeging van Horta weer een integraal onderdeel zou worden met de centrale trap en de wintertuin. Het gebouw stond in juli 2005 te koop voor het bedrag van 1.575.000 euro. Het werd toen verkocht aan de Kroatische Economische Kamer.

In juni 2020 stond dit hoekhuis opnieuw te koop, nu voor 2,25 miljoen euro. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wilde het niet kopen door geldgebrek en verkoos de piste van een privé-investeerder. Dit gebeurde dus niet, want in september 2022 werd het toch aangekocht door het Gewest met de steun van het federale fonds Beliris. Beliris droeg twee miljoen euro bij voor de aankoop en heeft daarnaast ook ongeveer anderhalf miljoen euro beschikbaar gesteld voor de restauratie van het gebouw.

Tijdens de Erfgoeddagen van 2021 bezocht de Koninklijke familie onverwacht het Hotel Van Eetvelde. Sinds 13 mei 2023 werden beide gebouwen opengesteld voor het publiek naar aanleiding van het Art Nouveau Brussels 2023 jaar. Op 15 mei 2023 vond de officiële, plechtige opening plaats. Sindsdien is het gebouw individueel en begeleid in groep te bezoeken.

Erfgoedstatus

Het huis, gelegen Palmerstonlaan 2, werd beschermd als monument door het koninklijk besluit van 21 juni 1971. Het geheel met inbegrip van Palmerstonlaan 4 werd beschermd op 18 november 1976.

Een ICOMOS-expertmissie bezocht in januari 2000 de vier herenhuizen van Horta, waaronder het Hotel van Eetvelde, als onderdeel van hun evaluatie ter voorbereiding van een eventuele inschrijving later dat jaar. De vier art-nouveauhuizen behoren sinds 30 november 2000 tot de werelderfgoedlijst van de UNESCO, onder de inschrijving "Herenhuizen van de architect Victor Horta". UNESCO herkent dat de authenticiteit van de omgeving van Hotel van Eetvelde zeer hoog is dankzij de uitstekende bescherming van de omgeving, die deel uitmaakt van de gedefinieerde bufferzone rond het huis.

Het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 29 november 2012 bakent rond het Hotel van Eetvelde een vrijwaringszone af. Deze vrijwaringszone omvat het geheel van de percelen en wegen en hun onderdelen zoals opgenomen in de omtrek afgebakend op het plan in bijlage van het besluit. Er werd een negatief advies afgeleverd door de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen op 23 november 2011 aangezien de vrijwaringszone niet samenvalt met de voor de UNESCO-gedefinieerde bufferzone.

Restauraties Originele bouwplannen In de archieven van FIGAZ / Synergrid zijn negen originele bouwtekeningen bewaard op schaal 1/50. Het materiaalgebruik werd op deze plannen traditioneel als volgt ingekleurd: rood voor de bouwonderdelen in baksteen en natuursteen, blauw voor metalen onderdelen en tot slot sepia of bruin voor delen in hout, dus meestal buitenschrijnwerk, interieurelementen en meubilair.

Ook in de collectie van het Sint-Lukasarchief in Brussel zijn grondplannen van het huis bewaard gebleven. Deze plannen bevatten de kelderverdieping, de benedenverdieping, de bel-étage en de eerste verdieping. Elk plan bevat nummers en de legende verduidelijkt aan de hand van de nummers de functie van elke ruimte.

Restauratie twintigste eeuw Restauratie nummer 2

In 1986 werden onderhoudswerkzaamheden aan de gevel uitgevoerd: reiniging van de gevel, schilderen van de kroonlijst, raamkozijnen en ijzerwerk, en het verwijderen van oude verf en het restaureren van bepaalde gevelonderdelen.Major Town Houses of the Architect Victor Horta (Brussels), p. 33.

Restauratie nummer 4

In 1988 startte FIGAZ een restauratie, uitgevoerd door een voormalige leerling van Horta, de architect Delhaye, en de architecte Barbara Van der Wee. De restauratie neemt de gouden eeuw van het hotel als referentieperiode, dat wil zeggen de jaren 1901-1920.

De lichtschacht boven de glazen koepel was in 1966 dichtgemetseld om extra kantoorruimte te creëren toen FIGAZ het gebouw kocht en er hun hoofdkantoor vestigde. De lichtschachtconstructie werd toen gedemonteerd en opgeslagen, zodat FIGAZ, toen ze later werden overgehaald om het gebouw te restaureren, de betreffende kantoorverdiepingen konden verwijderen en de lichtschachtconstructie konden herstellen. De restauratie omvatte naast deze lichtschacht, ook de gevel, de voortuin, de salon en de uitbreiding van de salon. De restauratie werd nadien voortgezet met de glazen koepel boven de trap en de wintertuin, en met de restauratie van het dak.

In 1992 hadden onderhouds- en restauratiewerkzaamheden plaats aan de voortuin. Later in 1992 en in 1993 had de restauratie van de voorgevel plaats. Deze hield in het reinigen en schilderen in de originele kleur (zalm-oker), alsook de restauratie van het buitenschrijnwerk, de metalen elementen en de gevelmozaïeken. Tot slot hadden er ook een aantal werkzaamheden plaats aan het balkon.

Vervolgens had in 1996 een restauratie plaats van het kleine salon en in 1997-98 ook van de grote salon, waarbij onder andere gordijnen werden ophangen en behang in art-nouveaustijl werd aangebracht.

Restauratie 21e eeuw In de eerste helft van 2015 vatte de raad van bestuur van Synergrid het plan op om een globale restauratie te ondernemen met als doel het gebouw als monument te herwaarderen en om het gebruikscomfort te optimaliseren. Dit resulteerde op 15 mei 2015 in een "Voorstudie & restauratie masterplan" door de architecte Van der Wee en haar team gespecialiseerd in het werk van Horta.