Vliedorp (historisch: Fledorp, Gronings: Vliedörp) is de naam van een streek en een voormalig wierdedorp ongeveer 200 meter ten noorden van Houwerzijl in de gemeente Het Hogeland in de Nederlandse provincie Groningen. Het ligt direct ten noorden van de Houwerzijlstervaart en ten zuiden van de weg (vroeger waterloop) Vlakke Riet.

Het wierdekerkhof wordt beheerd door Het Groninger Landschap. Veel oudere grafzerken (waaronder zeven uit de 17e eeuw) zijn in de loop van de tijd verdwenen. Er liggen nu nog twaalf zerken op het kerkhof, waarvan de oudste uit 1737 dateert.

Geschiedenis

Naam Het dorp wordt voor het eerst vermeld in 1418 als 'Vleghum' en in 1475 als 'Flegum alias Fledorp'.W. de Vries, Groninger plaatsnamen, Groningen 1946, p. 251 De naam wordt van oudsher verklaard uit het Oudfriese fliach-hêm, wat wordt vertaald als 'vluchtplaats'; de plek (heem) waar men bij hoogwater naartoe kon vluchten (vlieden). Dit wordt door Zijlma echter betwist gezien lage hoogte van de wierde en het feit dat deze oorspronkelijk buitendijks lag: men zou er bij vloeden onvoldoende beschermd geweest zijn. Hij denkt dat 'vlie' slaat op de Oude Riet (nu Houwerzijlstervaart). In een oorkonde van 1495 wordt gesproken van Fledorper karspel. Vanaf die tijd wordt de naam met het achtervoegsel -dorp geschreven.Berkel, G. van & K. Samplonius (2007), Nederlandse plaatsnamen: herkomst en historie. 4e dr. p. 469.

Wierde Vliedorp is ontstaan op een wierde uit het begin van de jaartelling. De wierde is nooit archeologisch onderzocht.

Sagen en legenden Over Vliedorp zijn in de loop der geschiedenis verschillende volksverhalen ontstaan. Van der Aa schreef bijvoorbeeld dat sommigen dachten dat Vliedorp het oudste dorp van Groningen zou zijn en dat dit (net als overigens Leens en Zoutkamp) de plek zou kunnen zijn van zowel de Romeinse vestingen Phleum en Flevum (lichte naamsgelijkenis met Vliedorp) en de Romeinse haven 'Manarmanis Portus' waarover Ptolemaeus schreef.Van der Aa., A.J. (1848), "Vliedorp", Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden, Elfde deel. pp. 746-747. Bebouwing

Vliedorp was een van de vier dorpen binnen de rechtstoel het Grote Reedschap van Ulrum. Zijlma vermoedt dat de wierde oorspronkelijk niet meer dan een kapel vormde binnen de parochie van Ulrum. In de 13e eeuw werd het gebied rondom Vliedorp ingedijkt en werd er vermoedelijk midden op de wierde een stenen kerk gebouwd.

Aan noordzijde stond de weem (pastorieboerderij). Het is niet bekend wanneer deze ook daadwerkelijk door een kerkleider bewoond is geweest, daar Vliedorp, Niekerk en Ulrum al in de middeleeuwen werden bediend door een pastoor, die vermoedelijk in Ulrum woonde en werd aangewezen door de heer van Asinga. Dit kan mogelijk bij latere kerkwijzigingen anders zijn geweest, maar is niet zeker. De weem zal in die tijd door een meier zijn bewoond.

In de zuidwesthoek bevond zich een aanlegplaats voor vermoedelijk pramen voor het vervoer van de doden over de Houwerzijlstervaart naar de begraafplaats in de herfst en de winter, als de wegen onbegaanbaar waren.

Mogelijk hebben er nog enkele huizen gestaan, maar de 19e-eeuwse verkaveling suggereert dat dit er niet veel zijn geweest. Van een echt dorp was geen sprake. De kosterij (met de school) bevond zich in 1577 in het nabijgelegen havenplaatsje Houwerzijl, waar waarschijnlijk toen ook al de meeste mensen woonden. Volgens Jan Zijlma stond ook de toren van de kerk in Houwerzijl.In zijn boek: De Marne. Eene geschiedkundige beschrijving van de Ommelanden in het algemeen en van het westelijk gedeelte van Hunsingo in het bijzonder (1884) Deze toren was een 'aan het boveneind dichtgekleede houten stoel' met bovenin een uurwerk.

De wierde blijkt op een kaart van Beckeringh uit 1771 vroeger door de Vlakke Riet, de Ottemertil (over het toenmalige Boterdiep) en de Bosjesweg (langs de boerderijen de Bus en de kleine Bus) en de verbonden met Leens. De Ottemertil wordt hier echter al aangeduid als 'oudt' en het stuk vanaf het diep als 'oude vervallen Wegh'. Op de kadastrale minuut van 1832 is de verbinding verbroken.

Kerk links|miniatuur|De kerk van Viedorp en de weem op een fragment van een kaartje behorend bij een kaart over de oude loop van de Hunze (Swalve) vóór 1620. De kaart zelf is vermoedelijk van rond 1685. Linksonder een deel van de bebouwing van Houwerzijl. Rechts de oude Vlakke Riet die rond 1712 vergraven werd tot de Houwerzijlstervaart. Het onderste deel kwam daarbij te vervallen. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog werd de kerk bezet door Staatsgezinde soldaten en later, in 1593, door Spaanse soldaten.

Bij de reductie in 1594 werd het kerspel Vliedorp kerkelijk verenigd met Niekerk en Ulrum. In 1651 kregen Vliedorp en Niekerk een eigen gezamenlijke predikant. Een afbeelding van de kerk is terug te zien op een kaart van Jannes Tideman uit 1685. In de kerk werd vermoedelijk weinig geïnvesteerd, daar de bevolking waarschijnlijk vooral bestond uit kleine burgers en arbeiders, daar de rijkere boeren vaker mennisten waren.

In 1689 werd door de kerkenraad vanwege de bouwvalligheid van de kerk voorgesteld om voortaan alleen nog te kerken in Niekerk, maar collator Haro Casper von Inn- und Kniphausen (van Nienoord) wilde dit niet. In 1693 werd het laatste avondmaal gehouden in de kerk en in 1694 de laatste bruiloft. Na 1695 werd de kerk door verval niet meer gebruikt en is kort voor 1700 deels afgebroken. De stenen werden hergebruikt voor de pastorie van Leens.

Volgens een belastinglijst uit 1702 woonden er 22 gezinnen, voornamelijk in Houwerzijl. Bij de Kerstvloed van 1717 gingen in het kerspel Vliedorp 17 huizen verloren. Bij deze overstroming kwamen 40 mensen om het leven. De schade moet enorm geweest zijn. De huizen werden echter herbouwd, want in 1806 stonden er (weer) 22 huizen in het kerspel.

De bij de overstroming nog zwaarder beschadigde kerkruïne zou rond 1730 volledig zijn afgebroken. Op een voorstudiekaart van Theodorus Beckeringh van 1771 staat op de wierde echter nog steeds de benaming 'kerkruïne' ingetekend.Het betreft de kaart van de jurisdictieën Leens, Wehe, Zuurdijk en Nijenklooster en delen van omringende jurisdictiën uit 1771. In een korte notitie schrijft Beckeringh: "eertijds Vliedorp, alwaar nog maar een huis is staande en aldaar nog het oude kerkhof met de graven, zijnde de meeste huisen van Vliedorp thans tot Houwerzijl, alwaar een torentje en molen".Hillenga, M., R. Reinders & A. van der Woud [red.] (2016), De atlas van Beckeringh. Het Groninger landschap in de 18e eeuw. p. 152, noot 170: archieftoegang: UB AS20-65a

De houten toren in Houwerzijl stortte in 1780 in.

Latere geschiedenis In de volksmond werd vanaf 1708 de wierde van Vliedorp naar de toen nog aanwezige pastorieboerderij Ol Weem (ook Olle Weem of Olweem) genoemd. De weem werd ergens na 1850 afgebroken. In 1868 werd het kerkhof officieel gesloten voor begrafenissen; de laatste begrafenis vond plaats in 1894.

Na de sloop van de weem werd het noordelijk deel van de wierde eind 19e en begin 20e eeuw afgegraven vanwege de vruchtbare grond. De wierde werd vervolgens verwaarloosd en begraasd met koeien. Begin 20e eeuw was de wierde omringd door iepen, die tijdens de Tweede Wereldoorlog werden gekapt.

In 1958 werd de wierde voor het symbolische bedrag van 1 gulden overgedragen aan stichting Het Groninger Landschap. Deze plantte er weer een aantal bomen en stuitte daarbij op de graven en een oud stenen voetpad. De aanplant was echter geen succes.

In 1999 werd de wierde gerenoveerd. Na de aanleg van een fietspad in de ruilverkaveling is de plek weer over land te bezoeken.

Zie ook Lijst van historische kerkhoven zonder kerk in Groningen

Externe link Groninger Landschap Vliedorp

Categorie:Geografie van Het Hogeland Categorie:Plaats in Groningen Categorie:Het Groninger Landschap Categorie:Verdwenen plaats in Groningen Categorie:Wierde