Vliegbasis Soesterberg was een militair vliegveld nabij Soesterberg, tussen Utrecht en Amersfoort. Het vliegveld was de bakermat van de militaire luchtvaart in Nederland; in 1913 maakte de Luchtvaartafdeeling (LVA) van het leger hier haar eerste vluchten. Vanwege bezuinigingen op defensie is de basis in november 2008 gesloten en opgeheven. Het grootste deel ervan wordt sindsdien beheerd als natuurgebied: het Park Vliegbasis Soesterberg.
Vliegbasis Soesterberg is aangelegd op de Sandr van Soesterberg, een nagenoeg vlakke waaier van zand en grind, die uitgespoeld is tijdens het Saalien, de voorlaatste ijstijd.
Bijzonderheden 1 hoofdstartbaan; 09-27; lengte: 3077 meter, breedte 45 meter. Verharding: asfalt. Onbruikbaar sinds sluiting. de nevenstartbaan, ook wel bekend als de Queen's startbaan (zowel genoemd naar het gebruik voor Koninklijke doelen voor de bewoners van het nabijgelegen Paleis Soestdijk als naar het USAF squadron dat "Queen's Own" als erenaam droeg), is al meerdere keren door Defensie veranderd. Het noordeinde ervan wordt nu nog voor zweefvliegen gebruikt. Inrichtings- en beheerplan voormalige Vliegbasis Soesterberg locatie vliegbasis Soesterberg: 52°.07.63'N 5°.16.59'E ICAO-Luchthaven identificatie Code: EHSB meteogegevens voor EHSB: zie de KNMI METAR onbeschikbaar. Apparatuur verwijderd 2009. instrumenten-vliegprocedures: militaire Terminal Instrument Procedures zijn vervallen. navigatiehulpmiddelen: 1 militaire radio; navigatiebaken: SOESTERBERG TACAN (SSB CH105 X)U/ verwijderd 2009. communicatie Approach: VHF unavailable; UHF 340.725MHz vervallen; Tower: VHF 129.925MHz en UHF 341.575MHz beide vervallen Soesterberg Grond (zweefvliegen): VHF 129.975 zweefvliegactiviteiten door de Amsterdamsche Club voor Zweefvliegen (ACvZ) door de week, in de weekeinden en op feestdagen.
De start De autohandelaren Verwey en Lugard uit Den Haag richtten in 1910 een heideveld nabij Soesterberg in als vliegveld. Het terrein had een oppervlakte van 300 hectare en werd voor een periode van vijf jaar gehuurd.De Winter, p.34-60 Naast vliegdemonstraties was het de bedoeling ook vliegtuigen te gaan maken en hiervoor werden een aantal vliegtuigloodsen en een constructiewerkplaats gebouwd. De eerste successen leidden tot een professionelere aanpak en Verwey richtte in maart 1911 de NV Maatschappij voor Luchtvaart (MLV) op.. Om het vliegveld beter bereikbaar te maken, werd in mei 1911 een tramlijn vanaf station Den Dolder aangelegd. De aandacht voor luchtfestijnen nam echter af en Verwey kwam in conflict met enkele van zijn belangrijkste medewerkers waarvan een aantal vertrok. Op 29 januari 1912 ging de MLV failliet.
In die jaren was de belangstelling van de militairen in de luchtvaart toegenomen. In maart 1910 had de minister van Oorlog de Militaire Luchtvaart Commissie in het leven geroepen.De Winter, p.68-79 Deze moest voorstellen doen voor de oprichting van een luchtvaartorganisatie binnen het Nederlandse leger. Op basis van het onderzoek werd in april 1913 een luchtvaartafdeling onder bevel van de Chef van de Generale Staf opgericht en werd Soesterberg aangewezen als vestigingsplaats. Soesterberg lag centraal, achter de verdedigingslinies, in de buurt van garnizoenen en er was de infrastructuur van het voormalige MLV. Na lange onderhandelingen werden de gebouwen en inventaris in maart 1913 voor 46.000 gulden door de Staat der Nederlanden aangekocht om als basis te gaan dienen voor de nog op te richten Luchtvaartafdeeling (LVA) (1 juli 1913), de voorloper van de huidige Koninklijke Luchtmacht. De eerste commandant was een kapitein van de Genie Henk Walaardt Sacré.
Gebruikers Luchtvaartafdeeling (LVA) thumb|Farman HF.20 thumb|Replica van een Koolhoven F.K. 51 lesvliegtuig in het Militaire Luchtvaart Museum thumb|"Jonkheer Asch van Wijk verbetert Nederlands hoogterecord" tot 9587 m vanaf de Vliegbasis Soesterberg (1938) (00:52, zonder geluid) Walaardt Sacré pakte de zaken direct met veel enthousiasme aan. Het terrein werd militair gebied. Er kwam een hek en wegen die over het vliegveld liepen werden afgesloten voor onbevoegden.De Winter, p.82-88 Er kwamen nieuwe gebouwen en hangars en de machines in de werkplaats werden vernieuwd. Er kwam een meteorologische en vliegmedische dienst, een fotografie-afdeling en een radiomast voor de radiotelegrafiedienst. De personeelssterkte steeg dramatisch met legeringsproblemen tot gevolg. Aan het eind van de Eerste Wereldoorlog was het een volwaardig militair vliegveld.
Door de oorlog waren landen niet bereid vliegtuigen te leveren aan de LVA. Voor het uitbreken van de oorlog had het de beschikking over twee Nederlands vliegtuigen van Van Meel, vier tweepersoons Farham HF.20-anderhalfdekker vliegtuigen en vier Farman HF.22 toestellen. Deze laatste vier maakten deel uit van een bestelling voor zes exemplaren, maar de laatste twee zijn door het uitbreken van de oorlog niet meer geleverd. Ondernemers zoals Henri Wijnmalen, kochten in het buitenland licenties om in Nederland vliegtuigen te mogen bouwen. Zijn vliegtuigfabriek leverde met veel vertraging 11 HF.22 vliegtuigen en tientallen lesvliegtuigen aan de LVA. Verder werd de vloot aangevuld met zo’n 70 buitenlandse vliegtuigen die op Nederlands grondgebied waren terechtgekomen. Deze werden geïnterneerd en overgebracht naar de vliegbasis.
Na de oorlog werd kapitein Hardenberg de opvolger van Walaardt Sacré.De Winter, p.94 Van november 1919 tot en met 1929 was hij commandant van de LVA. In deze jaren was sprake van internationale veiligheid en politieke ontspanning. Er werd bezuinigd en de LVA beperkte zich tot verkennings- en waarnemingstaken. Voor de luchtverdediging en bombarderen was geen geld beschikbaar.
In de tweede helft van de jaren dertig kwam de politiek erachter dat de neutraliteit gewapenderhand verdedigd moest worden bij een volgende oorlog. Er kwam geld beschikbaar om de vloot uit te breiden. De bestellingen die in 1938 en 1939 werden geplaatst kwamen te laat of nooit aan om de neutraliteit te handhaven. Van de buitenlandse vliegtuigorders waren in mei 1940 achttien Douglas verkenners /lichte bommenwerpers en vijf Focke Wulf Weihe lesvliegtuigen geleverd.De Winter, p.97-99 Van de binnenlandse orders waren 54 Koolhoven F.K. 51 lesvliegtuigen en door Fokker 108 diverse jacht- en 19 lesvliegtuigen geleverd. Tot 1935 vonden bijna alle militaire luchtvaartactiviteiten plaats op de vliegbasis. Met de nieuwe vliegtuigorders werd de basis te klein en de concentratie op een plaats maakte het geheel heel kwetsbaar bij een vijandelijke aanval. Nieuwe militaire vliegvelden waren noodzakelijk, maar omdat het enige tijd zou duren voordat deze gereed zouden zijn, werden vliegtuigen overgebracht naar bestaande vliegvelden zoals Waalhaven en Ypenburg. In 1938 viel het besluit drie nieuwe vliegvelden aan te leggen, bij Bergen, Gilze-Rijen en Valkenburg, maar in mei 1940 was alleen Bergen gereed.
Fliegerhorst In de Tweede Wereldoorlog speelde Soesterberg – door de Duitsers hernoemd tot ‘Fliegerhorst’ – niet zo'n belangrijke rol als bijvoorbeeld Leeuwarden, Deelen en Gilze Rijen. De basis werd in 1940 door de Luftwaffe gebombardeerd. Direct na het einde van de strijd herstelden ze het vliegveld en bouwden het uit tot een groot complex met drie startbanen, rolbanen en uitgestrekte verspreide opstelplaatsen (Luftparken) voor vliegtuigen (tot aan Amersfoort toe) en veel nog bestaande kampementen in de omgeving. In de oorlogsjaren waren tussen de 3.000 en 5.000 Duitse militairen gelegerd op de basis.
De Duitsers lieten in 1942 vanaf Soestduinen een goederenspoorlijn aanleggen naar de vliegbasis voor de aanvoer van munitie, die een directe aansluiting had op de spoorlijn Utrecht - Amersfoort. Na de oorlog werd dit spoorlijntje incidenteel nog gebruikt voor het vervoer van hoge buitenlandse gasten, die per vliegtuig of helikopter aankwamen op de vliegbasis. In 1974 is dit spoor opgebrokenTot het rode licht gedoofd is, overwegen in Nederland toen en nu (2018) door Carel van Gestel, blz. 33.
Soesterberg was zeer geschikt voor het stationeren van zware vliegtuigen en eind juli 1940 werd het de thuisbasis voor Heinkel He 111 bommenwerpers.NIMH Vliegvelden tijdens de Tweede Wereldoorlog: Soesterberg, geraadpleegd op 18 oktober 2016 Zij bleven tot eind juni 1941 aanwezig en namen deel aan de slag om Engeland en legden later mijnen in de Britse kustwateren en vielen koopvaardijschepen aan. Tussen eind 1941 en 1944 voerden Dornier Do 217’s bombardementsvluchten uit vanaf Soesterberg. Zij richtten zich op scheepsdoelen en op steden en havens in Groot-Brittannië. Jachtvliegtuigen en nachtjagers maakten slechts incidenteel gebruik van het vliegveld.
De nog bestaande commandobunker vormde een cruciale schakel in de Duitse commandovoering op de basis; onder deze bunker bevindt zich een onderaardse gang van circa 100 meter lang. Ook het voormalige en zelfs monumentale "Offizierskasino" in het dorp Soesterberg was geruime tijd bij Defensie in gebruik. Het werd in 2016 te koop gezet. De Duitsers bouwden ook een verkeerstoren. De huidige verkeerstoren werd gebouwd in 1952, toen de eerste straaljagers vanaf Soesterberg vlogen. De koepel en de omloop zijn in 1981 aangebracht. De toren is tot de sluiting van de basis in gebruik geweest en tot 2008 bemand geweest. De toren staat aan de zuidzijde van de startbaan zodat de verkeersleiders niet tegen de zon in zouden kijken.
Ondanks de activiteiten van de Luftwaffe bombardeerde de Royal Air Force tussen 1940 en 1942 maar sporadisch het vliegveld. Pas vanaf begin 1944 nam de intensiteit toe en op 8 maart 1944 raakte het vliegveld tijdelijk buiten gebruik na zware Amerikaanse aanvallen. Op 11 april 1945 verlieten de Duitsers het vliegveld definitief. Ze lieten de startbanen en een groot deel van de infrastructuur zwaar beschadigd achter.
Na de oorlog In 1951 was Soesterberg weer herbouwd en operationeel. Het veld werd gebruikt door diverse jachtsquadrons, waaronder ook het 322 Squadron met in eerste instantie Gloster Meteors , later (tot 1968) met Hawker Hunters en ook enige tijd met North American F-86K Sabres. Daarna werd 334 Sq van Vliegveld Ypenburg met F 27M Troopships naar Soesterberg verplaatst om vele jaren later de Vliegbasis Eindhoven als eindbestemming te krijgen.
De vliegbasis Soesterberg was met de Vliegbasis Gilze-Rijen sinds 1995 thuisbasis voor de Tactische Helikopter Groep (THG). Deze bestond toen uit 3 helikoptersquadrons. De THG ondersteunde 11 Luchtmobiele Brigade van de Koninklijke Landmacht en vormde samen de Air Manoeuvrable Brigade (AMB).
Als laatste waren op de vliegbasis Soesterberg gelegerd: 298 Sq; met 11 middelzware transporthelikopters van het type Chinook CH-47D voor troepen- en materieeltransport. 300 Sq; met 4 lichte Aérospatiale Alouette III en 17 middelzware Cougar MK2 helikopters. De Alouettes (Royal Flight) waren voor klein transport en zgn Royal en VIP flights voor het Koninklijk Huis. De Cougars waren bedoeld voor troepentransport, bevoorrading en gewondentransport. 334 Sq; van 1968 tot 1992 met de Fokker F-27 Troopships. 932 Sq; logistiek en onderhoud. 933 Sq; belast met de 'platformtaken' (lucht)verkeersleiding, brandweer, meteo, bewaking, geneeskundige dienst. 934 Sq; facilitair sq belast met niet-luchtmacht gerelateerde taken (vooruitlopend op de verplaatsing naar Gilze-Rijen in 2004 opgeheven).
Tevens was de basis gastheer voor de Defensie Telematica Organisatie (DTO) en de Defensie Verkeers- en Vervoers Organisatie (DVVO).
USAF 32 Tactical Fighter Sq thumb|De F-86 Sabre (1954-1955) thumb|De F-100 Super Sabre (1956-1960) thumb|De F-102 Delta Dagger (1961-1969) thumb|De F-4 Phantom (1969-1978) thumb|De F-15 Eagle (1978-1994)