Zemst-Bos, kortweg ook wel Bos genoemd, is een gehucht in de Vlaams-Brabantse gemeente Zemst. Het telt een duizendtal inwoners en bestaat uit kleinschalige verkavelingen aan weerszijden van een woonlint langs de Spiltstraat dat de dorpen Zemst, Eppegem en Zemst-Laar met elkaar verbindt.

Toponymie In de late 18e eeuw werd Zemst-Bos vermeld als zowel Sempsebosch en Sempse Bosch als Bosch onder Sempse of zelfs Bosch Sempse. In de 19e eeuw werd geleidelijk aan Sempst Bosch de gebruikelijke spelling. Na de Tweede Wereldoorlog werd de schrijfwijze aangepast tot het huidige Zemst-Bos. De naam verwijst naar het historische bosachtige karakter van de plaats.

Geografie miniatuur|Het Spilt gezien van op de Spiltstraat, februari 2012. Ter hoogte van de Kesterbeek ligt Zemst-Bos op zo'n 12 meter hoogte, de rest ligt op 13 meter hoogte. Het laagste punt in de omgeving wordt gevormd door de vijver van het Dalemansbos, ten noordoosten van het gehucht (11 meter hoogte). De hoogste punten van Zemst-Bos liggen bij Haverenblok en het Zwartland (15 meter).

Hydrografie Ten westen van de plaats stroomt de Laarbeek die tevens de grens tussen Zemst en Grimbergen vormt. Centraal loopt de Kesterbeek, die net als de Laarbeek in noordelijke richting stroomt. De Kesterbeek vormt direct ten noorden van het gehucht een drassige zone, vooraleer deze zich naar het noorden en noordoosten begeeft om eveneens bij de Eglegemvijver in de Zennevallei uit te komen. De Laarbeek stroomt door het zeer drassige Kollinten vooraleer deze ten noorden van het Bos van Aa in de Aabeek uitmondt, een zijbeek van de Zenne. Vijfbunder-Spilt en het Zwartland bevinden zich op de waterscheiding tussen Laarbeek en Kesterbeek.

Geschiedenis Romeinse tijd In 1997-1998 werd het grootste archeologisch onderzoek ooit in Vlaanderen gehouden, namelijk bij de aanleg van de vTn-I aardgasleiding. De hele sleuf voor deze leiding werd onderzocht van in Voeren tot in Zeebrugge. Deze leiding loopt ook doorheen het Zwartland, het gehuchtje bij de landelijke Verbeetweg in het westen van Zemst-Bos. Er werden enkele niet te dateren kuilsporen gevonden, maar in een groep van kleine, onregelmatige kuilsporen werd ook één Romeins oxiderend gebakken bodemfragment ontaard., en , Een lijn door het landschap, 'D3ː Zemst - Verbeetweg', p. 116.

Late middeleeuwen In deze late middeleeuwen bestond de streek uit een enorm bosgebied. Vanuit enkele ontginningsboerderijen werd toen al begonnen met de ontginning en de kap van deze wouden om landbouwgrond te creëren. Het Hof van Cretenburg in de Nayaker stamt uit de late middeleeuwen, net als enkele andere oude boerderijen. Zo hebben de voorlopers van zowel het Schaliënhof als de Hoeve Laer hun oorsprong als 14e-eeuwse ontginningshoeves., Gids voor Vlaanderen, "Zemst".

16e eeuw In de periode van de Spaanse Nederlanden werd de Hoeve Laer alias het Hof ten Spilt door de Spanjaarden omgevormd tot een schanshoeve met grachten eromheen, ter bescherming van de Willebroekse Vaart.Heemkundige Kring de Semse, Nieuwsbrief september 2014.

Op de Kapel van de Heilige Familie op het Spilt (anno 1869) staat een gedenksteen van de vlakbij gelegen Hoeve Laer. Op de gedenksteen staat vermeld: De hoeve Laer met boomgaerd hof en plantagie zyn verkregen door Jonker Esquens in 't jaar 1595 met de landen daar aanbehoorende van 1600 tot 1612 de akte van eigendom berustende in handen van de Baron A. De Radzitzky d'Ostrowick te Schaerbeek door hem gebouwt 1869. De Hoeve Laer (ook wel de 'Spilthoeve') staat tot op de dag van vandaag, weliswaar grotendeels en meermaals verbouwd, vlak bij Het Spilt.

17e eeuw In Zemst-Bos zijn in de 17e eeuw, tijdens de Tachtigjarige Oorlog, verscheidene slachtoffers gevallen. Op 17 mei 1639 doodden Spaanse soldaten Anna Coeckelberchs en Arnoldus Moens, twee mensen van de Zemstse elite die pachtten van de familie de Boischot., Zemst:gezinsreconstructie anno ong. 1580-1850

Later in deze eeuw is Zemst-Bos vindbaar op een kaart van Carel Allard uit het jaar 1688. Dit plan, dat grofweg de hedendaagse provincie Antwerpen afbeeldt, toont de twee grootste hoven van het gehucht. Het betreft het Hoff ter Bosch (als Bosch) en de voorloper van het huidige landhuis Linterpoorten (als Lynterpoorten)., Sacri Romani Imperii sive Antverpiae Marchionatus et Dominium Mechliniae : cum orientalioribus Flandriae et Brabantiae hisce consequentibus terminis, "Landkaart", 1688, Amsterdam.

18e eeuw miniatuur|Het Schaliënhof, gebouwd anno 1739 Op de Ferrariskaarten uit de jaren 1770 zijn de Spiltstraat, Bosstraat, Verbeetweg en Heusstraat te zien., Kaart van Ferraris, 1771-1778. (Online raadpleging via Koninklijke Bibliotheek van België) Zemst-Bos en de directe omgeving ervan was nog zeer bosrijk en telde een 70-tal gebouwen. De twee bossen die met naam genoemd waren zijn het Grootemeuter Bosch en het Rollekots Bosch.Het Grootemeuter Bosch lag ten noorden van het gehucht, in de vlakte tussen de hedendaagse Vijfbunderweg en de Spiltstraat. Heden is er enkel nog een klein stukje bos overgebleven. Enkele andere bossen die zichtbaar waren, maar onbenoemd bleven, zijn onder andere het Verbertbos, Hogenbos, Heustbos en de Duivenmeuter. Het Hoff ter Bosch was bij verre het meest noemenswaardige gebouwencomplex van de plaats. Het bestond alles tezamen uit zo'n acht gebouwen met ook een grote tuin en vijver. Het Hof ter Bosch bevond zich waar vandaag de Bosstraat en de Linterpoortenlaan samenkomen, het enige zichtbare restant is de vijver. Rondom deze pachthoeve en het Schaliënhof was er een grote boomgaard, die zich uitstrekte van daar tot waar nu de Kesterbeek loopt. Ook de blok tussen de Linterpoortenlaan en de Stijn Streuvelslaan was één grote boomgaard. Alhoewel de twee belangrijkste hoven zich daar bevonden, stonden de meeste huizen toch in de buurt van het Spilt.

miniatuur|Veldweg richting de door bomen omringde 'Sooikesikhoeve'. Op de achtergrond staat het Kattemeuterbos.

19e eeuw Het gehucht verloor reeds in de late 18e en vroege 19e eeuw heel wat van zijn typerende bossen.Gemeentelijke kaart van Sempst (1849). Er waren wel halverwege de negentiende eeuw wel nog steeds een aantal kleine bosjes rondom het gehucht, de meesten niet veel groter dan een paar hectare. Dit waren ten zuiden van de Stijn Streuvelslaan het Klootbos, op de hoek van de Heusstraat en de Haverenblok het Heustbos, verder de Haverenblok in de Duivenmeuter en het Boekbos, aan het einde van de Bos-van-Steenstraat het Bos van Steen en op Het Zwartland het Hogenbos, Stomkensbos, Brusselaersbos en het Abos. Er stonden een honderdtal gebouwen. Ook waren heel wat straatnamen toen anders dan de huidige benamingen. De Heusstraat vanaf de Haverenblok tot aan de Korte Heusstraat heette ook Heuststraet, maar de andere helft Kaelborgstraet. De Korte Hagenstraat was de Taeblokstraet, de Bosstraat was de Ezelbroekstraet, de Linterpoortenlaan tot aan het kasteel was Bosdries Straet, de eerste helft van de Verbeetweg was Verbeertstraet geworden en de andere helft de Verbeertweg.

Op de Popp-kaarten, die ook uit de jaren 1850 zijn, staan Bosch en Spilt overigens als afzonderlijke gehuchten vermeld., Atlas cadastral de Belgique, XXVII, Brugge, Philippe Christian Popp, 1842-1879. Het Spilt kan dan ook gezien worden als een buurt van Zemst-Bos.

In de 19e en vroege 20e eeuw stond het gehucht bekend als een plaats waar geregeld wildstroperij plaatsvond. Heden herinnert de wandelroute Stroperspad aan dit verleden. De plaats had tot halverwege de 20e eeuw meer dan tien cafés. Het kleine boerenplaatsje werd voorts opgefleurd door de hoeve Schaliënhof (waar bedelaars na een gebedje te eten kregen) de Hoeve Spilt, die als boerderij werd gebruikt tot 1965 en het Blaesvelthof. Ook de lemen huisjes gaven een fraai uitzicht aan het gehucht.

Religieus conflict Op 5 januari 1874 werd Zemst-Bos van de kerkparochie Zemst-Sint-Pieter overgeheveld naar de parochie Zemst-Laar. De inwoners van Bos waren hiervan niet van tevoren op de hoogte gebracht en boden felle tegenkanting. De burgers van het gehucht wilden deel blijven uitmaken van de Zemstse Sint-Pietersparochie in plaats van naar de kerk van Zemst-Laar te gaan. Nagenoeg alle inwoners bleven naar de kerk van Zemst gaan en in deze periode waren er bijna dagelijks gevechten en iedere zondag betogingen tegen de pastoor van Laar. Drie maanden later stroomden vele mensen met kinderen de Sint-Pieterskerk in Zemst binnen, sloten de pastoor van Zemst op en lieten hem niet buiten voordat de kinderen gedoopt waren in Zemst. Er was zo'n grote sociale druk dat de weinige mensen die hun kinderen wilden laten dopen in Laar dit niet eens durfden. De andere inwoners van de gemeente Zemst vonden dit alles schandalig en heiligschennend. De strubbelingen tussen Zemst-Bos en het naburige Zemst-Laar zouden nog vele decennia blijven duren.Jaarboek van de Sempstse Spieghel Historiael (1999-2000)

Het conflict bleef voortduren en in de jaren 1930 speelde de lokale inwoners Corneel Goovaerts de rol van dominee. Op zondagen riep hij de inwoners bij elkaar en verkondigde dat niemand naar de kerk van Laar moest gaan, zelfs niet wanneer bevolen. In 1936 hadden Goovaerts en enkele kompanen in het anti-Laarse protest voor een grote menigte een stropop geplaatst die de pastoor van Laar moest voorstellen. Deze pop werd daarop "geëxecuteerd" door er onder andere op te schieten, er met een hakbijl op te slaan en ze uiteindelijk in brand te steken.

Sommige mensen gingen door heel de situatie liever niet meer naar de kerk dan naar Laar te gaan, wat toen erg ongewoon was. In de rest van de gemeente had men de buik stilletjes aan vol van de opstandige "Bosuilen" en er werd actie ondernomen. De burgemeester van Zemst liet tegenover de jongensschool in Laar een kleine gevangenis met twee stevige cellen bouwen. Geregeld moesten enkele herrieschoppers er een nachtje doorbrengen. Dit cellengebouw stond lange tijd leeg tot het werd afgebroken in 1991. Corneel Goovaerts, de leider van de opstandigheid, overleed onder geheimzinnige omstandigheden. De man woonde in een bakoven en op een dag verkoolde zijn lichaam helemaal toen zijn geweerpoeder ontvlamde. Sommigen zagen er een mogelijk moordcomplot af, anderen zag het als een straf van God zelf.

Alleszins brak niet veel later de Tweede Wereldoorlog uit en na deze ingrijpende periode was het grotendeels gedaan met de volksopstanden. Geleidelijk aan werd het conflict tussen Bos en Laar eerder iets van de lokale folklore.

Tweede Wereldoorlog Zemst-Bos werd in de Tweede Wereldoorlog vrij hard getroffen. Op 26 mei 1943 werd een Wellington bommenwerper die op weg was voor een luchtaanval op Düsseldorf omstreeks 2u40 neergeschoten door een Duitse Me-110 nachtjager. Het vliegtuig stortte neer in de velden tussen de Korte Heusstraat en de Verbeetweg en de brokstukken ervan lagen op een zeer grote oppervlakte verspreid. Een deel van de bemanningsleden sprong er nog uit met de parachute, maar het vliegtuig was al te laag en vloog nog te snel. Alle zes bemanningsleden kwamen om het leven; ze werden begraven in Evere.

Op 2 december 1944 deed er zich opnieuw een dodelijk evenement voor, ditmaal met burgerslachtoffers. In een bocht van de Bosstraat viel er een V1-bom die drie woonhuizen volledig vernietigde. Er vielen vier slachtoffers te betreuren bij de familie De Crée, met name de huisvader, zijn zoontje en twee nichtjes die toevallig op bezoek waren. Om deze familie te helpen werd er een inzameling gedaan in Bos en Laar, waarvan de opbrengst relatief groot was.Er werden volgens Clemens De Roover, de pastoor van Laar, "17.835 frank, 60.000 kg aardappelen, 1.300 kg tarwe en genoeg kleren voor 10 jaar" ingezameld. Er viel later nog een V1-bom op een alleenstaand huis in de Haverenblok. Ook hier was de verwoesting compleet, maar de inwoners waren gelukkig niet thuis op dat moment.