De Militaire Willems-Orde, kortweg MWO, is een Nederlandse militaire onderscheiding en tevens de oudste en hoogste Nederlandse ridderorde. De orde werd op 30 april 1815 ingesteld door koning Willem I en is genoemd naar Willem met de Hoorn (Willem de Heilige, Willem de Hoorndrager, Willem met de Korte Neus, Willem van Aquitanië), de eerste prins van Oranje.Willem de Heilige - website van de KRO Ook niet-Nederlanders of burgers (zoals verzetsstrijders), alsmede een geheel legerkorps kunnen deze onderscheiding ontvangen.

In de Wet op de Militaire Willems-Orde en het Reglement op de Militaire Willems-Orde wordt een aantal gedetailleerde regels over toekennen en dragen van deze orde geformuleerd.

De orde wordt verleend voor daden die getuigen van "Moed, Beleid en Trouw"; bij de instelling in 1815 geformuleerd als "tot belooning van uitstekende daden van moed, beleid en trouw, bedreven door diegenen, welke, zoo ter zee als te lande, in welke betrekking ook, en zonder onderscheid van stand of rang, Ons en het Vaderland dienen. Deze Orde zal echter in bijzondere gevallen ook kunnen worden gegeven aan vreemde militairen, niet in Nederlandschen dienst zijnde." Voor inlandse soldaten van het KNIL was er tussen 1839 en 1898 een Medaille voor Moed en Trouw, maar aangezien deze te veel leek op het gewone onderscheidingsteken voor langdurige en trouwe dienst werd in 1898 een "Kruis voor Moed en Trouw" ingesteld. Vanaf 1927 kwamen ook inlandse soldaten in aanmerking voor de Militaire Willems-Orde. Sinds de instelling zijn ruim 6000 Ridders in de Orde opgenomen.

Rangen en versierselen Het ontwerp voor een ordekruis is in 1815 aan koning Willem I voorgelegd door de Hoge Raad van Adel en is waarschijnlijk van de hand van de tekenaar Antonie Frederik Zurcher. Er zijn een aantal schetsen bewaard gebleven van een keten van de Orde. Deze zou door de koning-grootmeester en de grootkruisen kunnen worden gedragen maar het bleef bij tekeningen. Het kruis van de Orde is een Maltezer kruis, en in de armen behoort zich volgens de bepaling van de Wet op de Militaire Willems-Orde, artikel 6, een "Bourgondisch kruis" te bevinden. De kroon boven het kruis is de heraldisch voorgeschreven Nederlandse koningskroon.

Waar de armen van het kruis samenkomen wordt het juweel van de orde gedekt door de vuurslag van de Orde van het Gulden Vlies. Het lint is in de kleuren van het huis van Oranje-Nassau uitgevoerd in oranje met twee nassaublauwe biezen.

De Koning der Nederlanden is grootmeester van deze ridderorde. Er bestaan vier graden binnen de Militaire Willems-Orde:

Graad versierselen uitleg baton Ridder-grootkruis 250px 100px groot uitgevoerd kruis van de orde aan een breed lint over de rechterschouder en een zilveren ster met het kruis van de orde 100px Commandeur 250px100px kruis van de orde aan een lint om de hals en op de linkerborst ditzelfde kruis 100px Ridder 3e klasse 100px gouden kruis van de orde, met een gouden kroon aan een lint met rozet op de linkerborst 100px Ridder 4e klasse 100px zilveren kruis, maar met de vuurslag in goud, en een zilveren kroon aan een lint op de linkerborst 100px

Het lint is oranje met twee nassaublauwe strepen.

Het is in de heraldiek niet ongebruikelijk om het lint en het kruis ook in het wapen van een ridder op te nemen. Het grootkruis hangt in de standaard van de koning der Nederlanden om het Nederlandse wapenschild.

Over de vier graden zijn in de 19e eeuw misverstanden ontstaan. Britse marineofficieren waren verbaasd over het feit dat hun, die vanwege hun rang in de marine op commandeurskruisen en grootkruisen in vreemde orden mochten rekenen, het ridderkruis in de Militaire Willems-Orde werd verleend.Van Zelm van Eldik, blz. 215.In het internationaal geldende protocol bepaalt de dienstgraad welke onderscheiding men mag verwachten. Koning Willem I heeft in 1815 gekozen voor een orde naar het voorbeeld van de Orde van Maria Theresia waarin het grootkruis voor veldmaarschalken, admiraals en staatshoofden gereserveerd is. Het commandeurskruis is voor zegevierende bevelhebbers van legers en vloten gedacht. Het ridderkruis der derde klasse of vierde klasse kunnen aan succesvolle bevelhebbers van schepen en legereenheden worden toegekend. In feite is alleen de 4e klasse een onderscheiding voor persoonlijke dapperheid. Wie nogmaals zo moedig is dat hij of zij opnieuw de Willems-Orde verdient, kan tot ridder 3e klasse in de Orde worden bevorderd. Om te voorkomen dat men een officier beneden de rangen der vlagofficieren voor een derde dappere actie het commandeurskruis zou moeten omhangen is de eresabel ingesteld.J.A. van Zelm van Eldik, Moed en Deugd, 2003. In 1927 ontving Henri Behrens, kapitein der Infanterie van het KNIL, de laatste eresabel.

Standmodel Vanaf het begin zijn andreaskruisen gebruikt, in plaats van de voorgeschreven Bourgondische kruisen. Door bezuinigen op het juwelierswerk of onkunde gingen deze in de loop der tijden steeds minder op de beoogde versiering lijken. Volgens Van Zelm van Eldik was het de ambtenaren en de juweliers vanaf het begin onduidelijk hoe een dergelijk kruis er precies uit behoort te zien.Van Zelm van Eldik, blz. 179. Pas in 2000, bij het vaststellen van het standmodel door de Kanselarij der Nederlandse Orden, is het kruis van de orde weer voorzien van een kruis met knoestige stokken zoals dat de Hoge Raad van Adel in 1815 voor ogen zou hebben gestaan.

Ridders miniatuur|300px|Zes ridders op het Binnenhof in 2009 (vlnr): Giovanni Narcis Hakkenberg (in de rolstoel), Cornelis Pieter van den Hoek, Baron Pierre Louis d’Aulnis de Bourouill, Albert Hoeben, Wilford Hiram Kirk en Frits Jan Willem den Ouden

Vanwege de zeldzaamheid waarmee de Militaire Willems-Orde wordt toegekend, zijn er nog maar enkele persoonlijke dragers van deze orde in leven. Zo waren in 1990 nog 63"De laatste ridders", Wagenaar/Steur 1990. en in 1999 nog 25 dragers van de Militaire Willems-Orde in leven. Hiervan was prins Bernhard ridder tweede klasse en de overigen ridder vierde klasse. De laatst levende ridder uit de Tweede Wereldoorlog, de Britse majoor K.G. Mayhew (ridder 4e klasse, 24 april 1946)Achtergronden: Kenneth Mayhew: "Na de bevrijding moest ik werken voor mijn gezin", www.nieuws-wo2.tk, 3 november 2011., overleed op 14 mei 2021 op 104-jarige leeftijd.Oudste Ridder Militaire Willems-Orde Kenneth George Mayhew overleden Website Defensie.nl, 14 mei 2021

Anno 2025 bestaat de orde uit drie ridders, die allen zijn benoemd in relatie tot de Afghaanse Oorlog (2001-2021).

M.J. Kroon (Ridder 4e klasse, benoemd op 29 mei 2009) G.P. Tuinman (Ridder 4e klasse, benoemd op 4 december 2014) R. de Ruiter (Ridder 4e klasse, benoemd op 31 augustus 2018)

Geschiedenis van de orde De instelling in 1815 Nederland bezat in 1815 geen eigen ridderorden. De Nederlandse Grondwet bepaalde ook toen al dat ridderorden alleen bij wet mochten worden ingesteld; de organisatie en toekenning van de Militaire Willems-Orde is dan ook bij wet geregeld. Koning Willem I speelde met de gedachte om ook een eigen afdeling van de Orde van het Gulden Vlies of een orde van het Bourgondisch Kruis in te stellen, maar zag daar van af. De vuurslag van het Gulden Vlies en het Bourgondische kruis, twee groene laurierstokken, kregen uiteindelijk een plek op het kruis van de Militaire Willems-Orde. Omdat de orde in een wet moest worden vastgelegd werden ontwerp en statuten niet door de koning maar door bureaucraten in de Raad van State, Hoge Raad van Adel en de ministeries vastgelegd. De bemoeienis van koning Willem I ging niet verder dan de, aan hem gelaten, keuze voor de kleur van het lint en het metaal waarin de ridderkruisen zouden worden uitgevoerd. De koning koos zilver.

De Militaire Willems-Orde is vooral geïnspireerd door de in die tijd modern georganiseerde Oostenrijkse Orde van Maria Theresia, de Franse Ordre du Mérite militaire en de Russische Orde van Sint-George. Ook het napoleontische Legioen van Eer deed zijn invloed gelden.Johannes Jacobus Wilhelmus Eliza Verstege, Voorheen en thans. Eene vergelijkende beschouwing bij het zeventigjarig bestaan der Militaire Willems Orde. 1815-30 April-1885. Blz. 86 e.v. Amsterdam, J.H. de Bussy, 1885. De oudste orden waren steeds gemeenschappen van ridders en kenden vaak maar een enkele rang; moderne orden stonden ook voor niet-adellijke personen open en de nadruk lag meer op het erekruis en lint dat men mocht dragen. Koning Willem I die behoefte had aan eretekens om daarmee dappere en verdienstelijke soldaten en burgers te onderscheiden,Johannes Jacobus Wilhelmus Eliza Verstege, blz. 83. stichtte twee orden: de Militaire Willems-Orde en de Orde van de Nederlandse Leeuw. De Militaire Willems-Orde kon vanaf het eerste begin aan militairen van alle rangen worden verleend. De ridders der 4e klasse beneden de rang van officier genieten een toelage, volgens de rang of stand, bekleed op het ogenblik, dat zij zich de onderscheiding hebben waardig gemaakt. Deze soldij wordt bij de ridder der Derde Klasse verdubbeld.

De naam van de orde is niet ontleend aan de stichter, koning Willem I, maar is door het lid van de Hoge Raad van Adel, R. Metelerkamp, voorgesteld om te herinneren aan Willem met de Korte Neus ook wel Willem met de Hoorn, de eerste prins van Oranje. De herkomst van de ordespreuk “Voor Moed, Beleid, Trouw” is onduidelijk.

De Wet op de Militaire Willems-Orde is in het voorjaar van 1815 door de Staten-Generaal aangenomen, door de koning en zijn ministers getekend. Op 30 april of 6 mei, dat is onduidelijk, werd de wet in de Staatscourant gepubliceerd.Van Zelm van Eldik, blz. 188.

Op 4 mei 1814 was echter op onregelmatige wijze al de eerste toezegging voor een benoeming van de orde gedaan. Een officier in Nederlandse dienst, de prins van Saksen-Weimar vroeg de koning of hij zijn Legioen van Eer mocht blijven dragen. De koning schreef terug dat “Wij de door hem ontvangen decoratie door de Militaire Willems Order zullen remplaceren”. In de daaropvolgende jaren werd aan meerdere officieren die onder Napoleon hadden gediend desgevraagd verlof gegeven om hun Franse orden te verruilen voor een Willems-orde. De eerste reguliere benoemingen dateren van 8 juli 1815.

De Militaire Willems-Orde in de 19e eeuw De eerste 1004 benoemingen gingen naar de officieren en soldaten die de teruggekeerde keizer Napoleon Bonaparte I in juni 1815 bij Quatre-Bras en Waterloo definitief versloegen. De eerste 6 grootkruisen en 998 ridders in alle klassen van de Orde werden op 8 juli benoemd. De eersten die een grootkruis kregen, waren:

Willem, prins van Oranje (1792-1849), de Nederlandse bevelhebber tijdens de Slag om Waterloo Frederik Willem Karel van Pruisen (1783-1851), Pruisisch generaal Arthur Wellesley, hertog van Wellington (1769-1852), Brits veldmaarschalk Gebhard Leberecht von Blücher (1741-1819), Pruisisch veldmaarschalk Friedrich Wilhelm Bülow von Dennewitz, (1755-1816) Pruisisch generaal August Neidhardt von Gneisenau (1760-1831), Pruisisch veldmaarschalk

Willem II der Nederlanden staat officieel te boek als de eerste ridder in de Militaire Willems-Orde.

De douaneambtenaar Augustin-Joseph Piton werd die dag als eerste burger in de Militaire Willems-Orde opgenomen omdat hij twintig Franse kanonnen in beslag wist te nemen.

De koning verleende ook aan een aantal generaals het recht om een vastgesteld aantal onderscheidingen in de Willems-orde te verlenen; de koning bekrachtigde de toekenning dan achteraf. De Britse vlootvoogd, burggraaf Torrington, kreeg begin 1816 een grootkruis en het recht om een commandeur en enige ridders der derde klasse en vierde klasse in de Militaire Willems-Orde te verlenen. Hij mocht de onderscheiding zelf echter niet aannemen, omdat hij niet onder Nederlands commando stond en geen werkelijke militaire actie had bevolen.