Jan Baptist Jozef Nicolaas Hofman (Kortrijk, 2 maart 1758 - aldaar, 2 augustus 1835), beter bekend als Jan-Baptist Hofman, was een Vlaams rederijker, dichter en toneelschrijver. Hij behoorde tot de meest vooraanstaande dichters van zijn tijd en zijn werken werden vaak met prijzen bekroond.

Levensloop Hofman was van eenvoudige komaf, had enkel basisonderwijs gevolgd en was aanvankelijk werkzaam als schoenmaker. De kunst van het schrijven leerde hij zich zelf aan. Hij aanvaardde een positie als stadsomroeper, die hem niet alleen in staat stelde beter in het levensonderhoud van zijn vrouw en acht kinderen te voorzien, maar hem ook zijn vaardigheden als schrijver verder liet ontwikkelen.

Een van zijn kinderen was de toneelspeelster en dichteres Clara Hofman, die in 1827 vroegtijdig overleed.

Hij kreeg bekendheid toen hij lid werd van de Kortrijkse rederijkerskamer De Kruisbroeders en er zich vaak gelauwerd zag. Ook andere kamers kenden hem prijzen toe. Hij schreef immers tientallen gedichten die hij vaak bij wedstrijden aanbood. In 1812 won hij de eerste prijs in Ieper op het voorgestelde thema Het kwaad en goed van de drukpers, terwijl hij ook de eerste prijs kreeg voor de lierzang De lof der deugd. In 1817 kaapte hij in Brugge de eerste prijs weg met zijn heldenverzen op De wanhoop van Oedipus. Gedicht dat gepubliceerd werd in de Gazette van Brugge van 13 augustus 1817. In 1821 won hij opnieuw de eerste prijs in Brugge, met zijn lierzang Op de geboorte van koning Willem I.

Zijn dichtwerk bestond hoofdzakelijk uit gelegenheidsgedichten, met sommige in frisse, vlotte verzen, andere in meer bombastische stijl. Enkele latere gedichten tonen zijn orangistische gezindheid. Net voor zijn dood werkte hij aan een gedicht onder de titel De Belgen, beminnaars van kunsten en wetenschappen. Hij bezat, zo getuigde Snellaert, in hooge mate de gave van voor de vuist te dichten.

Hij was vooral auteur van een dertigtal drama's en blijspelen, die hij zelf als acteur op de planken bracht. Het ging om burgerlijke drama's waar veel tranen bij te pas kwamen. Hij schreef zowel treurspelen als blijspelen. Hij introduceerde nieuwe vormen in het Belgische toneel, zoals de vaudeville, de comédie larmoyante, het burgerlijk drama en toneel in proza.

Hij schreef ook de libretto's voor zeven 'zangspelen' of opera's, die op muziek werden gezet door Pieter Vanderghinste.

Erkenning De auteur Hofman werd in zijn tijd geapprecieerd in de rederijkerskringen en werd veelvuldig gelauwerd. Hij kreeg niet minder dan 60 prijzen, waarvan 25 voor zijn toneelwerk.

In de negentiende eeuw werd hij door Vlaamsgezinde auteurs bewonderd. Prudens Van Duyse noemde hem "Vlaanderens Meistersinger" en Ferdinand Snellaert prees zijn talenten als acteur. De acteur Frans Blieck noemde hem zijn leermeester.

Na zijn dood verscheen een bundel Treurzangen, met huldedichten aan het adres van Hofman, door o.a. Maria Doolaeghe, Frans Blieck, Prudens van Duyse en Frans Rens.

Werken De ware Vaderlander, 1788 Justina, of de onderwerping van Namen aen de gehoorzaamheid van Zijne Majesteit den keizer en koning Leopold II, 1791. Het verzinken der Oostendsche pontschuit (zj) De Lustige Bakkerin (zj) Het aangenaam geschenk op het jubelfeest Den onbermhartigen schuldeisscher, of de deugdzame in armoede, 1796 Clarinde of de rampzalige door de liefde, treurspel in vijf bedrijven. In druk gegeven door de liefhebbers der Tooneel- en Dichtkunde binnen Kortrijk, en op deszelfs schouwburg voor de eerste maal vertoond ten voordeele der armen dier stad den 10 Julij 1796, Gent, 1796. De onverwagte redding, 1797 De beloonde kinderliefde, 1800 Nederduitsche toneel-poëzy, 1806 Het Pruisisch soldatenkwartier, opera, 1816. Nederlandsche dichtstukjes, Kortrijk, Beyaert, 1819. De gerechtigheidsliefde van Karel den Stoute, in: Nederduitsch Letterkundig Jaarboekje, 1835.

Literatuur Jan-Frans WILLEMS, Verhandeling over de Nederduitsche Tael- en Letterkunde, Deel II, blz. 185, 1819-1824. Ferdinand A. SNELLAERT, Over de kamers van Rhetorica te Kortryk, 1836. A. J. VAN DER AA, Jan Baptist Jozef Hofman, in: Nieuw biographisch, anthologisch en critisch woordenboek van Nederlandsche dichters, Deel 2, 1845. Ferdinand A. SNELLAERT, Schets eener Geschiedenis der Nederlandse Letterkunde, 1850, bl. 192 A. J. VAN DER AA, Hofman J. B. J., in: Biographisch woordenboek der Nederlanden, Deel 8, 1867. J. VAN HOORDE, J.B.J. Hofman van Kortrijk, zijn leven en zijne werken, 1876. K. TER LAAN, J. B. J. Hofman, in: Letterkundig woordenboek voor Noord en Zuid, 1952. W. SIMAEY, Leven en tijd van J. Hofman, Kortrijks toneeldichter, in: De Leiegouw, 1965, p. 129-156. W. SIMAEY, J.B.J. Hofman 1758-1835 in: De Leiegouw, 1967, p. 231-245. W. SIMAEY, Hofman, J.B.J., in: Nationaal Biografisch Woordenboek, Deel III, Brussel, 1968. Jan SCHEPENS, Hofman Jan Baptist, in: Lexicon van Westvlaamse schrijvers, Deel 2, Torhout, 1985. Jozef SMEYERS, Jan Hofman, in: Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging, Tielt, 1998 Renaat RAMON, Jan Baptist Hofman, VWS-Cahiers 190, 1999. Tom VERSCHAFFEL, De weg naar het binnenland. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1700-1800. De Zuidelijke Nederlanden, Amsterdam, 2016. Marc CARLIER, De laatste Brugse rederijkers, Brugge, 2017.

Externe link

Categorie:Vlaams dichter Categorie:Vlaams toneelschrijver Categorie:Rederijker Categorie:Belgisch persoon in de 19e eeuw Categorie:Persoon in de Nederlanden in de 18e eeuw Categorie:18e-eeuws schrijver Categorie:Belgisch orangist (19e eeuw) Categorie:Stadsomroeper