De Noord-Amerikaanse staat Mexico bestaat sinds 1821. De geschiedenis van Mexico gaat echter duizenden jaren verder terug.
Precolumbiaanse tijd
Prehistorie thumb|Stenen hoofd van de Olmeken Mexico werd voor het eerst bevolkt door jagers-verzamelaars tijdens de lithische periode, 12.000 jaar geleden maar mogelijk veel eerder.
Tijdens de archaïsche periode deed aan het einde van het 3e millennium v.Chr. de landbouw er zijn intrede. Bonen, pompoenen en maïs werd verbouwd, tezamen de Drie Zusters genoemd, en de kalkoen werd gedomesticeerd.
Rond 1200 v.Chr. kwam in de formatieve periode de eerste van de beschavingen die worden aangeduid als Meso-Amerika op, de Olmeken. De Olmeken zijn vooral bekend vanwege de grote stenen hoofden die in Tabasco en Veracruz zijn gevonden.
Klassieke periode
thumb|Monte Albán Rond het begin van de jaartelling verdwenen de Olmeken, mogelijk gingen ze op in de Maya van de klassieke periode.
De Maya kenden het schrift, en hadden een kalender die nauwkeuriger was dan de gregoriaanse kalender. Ze leefden in stadstaten als Tikal, Palenque en Copán die regelmatig oorlog met elkaar voerden. Intussen was in het Dal van Mexico het rijk van Teotihuacán in opkomst. Teotihuacán was op haar hoogtepunt een van de grootste steden ter wereld. Onder Atlatl Cauac (de enige Teotihuacaanse leider van wie de naam bekend is) wist de stad haar macht uit te breiden tot Yucatán, het leefgebied van de Maya. In Oaxaca waren inmiddels de Zapoteken opgekomen, die hun hoofdstad Monte Albán bouwden op een afgevlakte bergtop. In de 7e eeuw werd Teotihuacán ontvolkt, waarschijnlijk nadat het was verslagen door nomadische stammen uit het noorden. Niet veel later werden ook een groot aantal Maya-steden verlaten, om redenen die nog steeds niet helemaal duidelijk zijn. De Mayacultuur bleef voortleven op het noorden van Yucatán.
Postklassieke periode thumb|De Tolteekse hoofdstad Tollan In de postklassieke periode werd het machtsvacuüm dat Teotihuacán had achtergelaten in het Dal van Mexico aanvankelijk opgevuld door Xochicalco, en rond 648 door de Tolteken.History of Mexico Zij wisten hun macht vanuit hun hoofdstad Tollan over een groot deel van Meso-Amerika uit te breiden. Ze stonden bij latere volken in groot aanzien, sommige Azteekse goden vinden waarschijnlijk hun oorsprong in Tolteekse leiders als Ce Tecpatl Mixcoatl en Topiltzin Ce Acatl Quetzalcoatl. In 1168 (jaartal onzeker) werd Tollan vernietigd door de Chichimeken, waar waarschijnlijk de Azteken deel van uitmaakten. De Azteken leefden eerst als onderhorigen van de Tepaneken. Ze hadden zich gevestigd in het Texcocomeer, waar ze op eilandjes hun hoofdstad Tenochtitlan bouwden. In 1427 verbond de Azteekse leider Itzcoatl met Nezahualcóyotl van Texcoco, om de tirannieke Tepaneken te verslaan. Ze slaagden hierin en samen met Tlacopan vormden ze het drievoudig verbond, dat de geschiedenis is ingegaan als het Azteekse Rijk. Onder Ahuitzotl wist het zich uit te breiden van de Pánuco tot Guatemala. Ahuitzotl versloeg onder anderen de Mixteken, die in Oaxaca de macht hadden overgenomen van de Zapoteken.
Verovering en koloniale periode Verovering thumb|De Spaanse verovering van Mexico (afbeelding van Theodoor de Bry) In 1517 bereikte de Spaanse conquistador Francisco Hernández de Córdoba Yucatán. Op deze en latere expedities kregen de Spanjaarden verhalen te horen over de rijke en machtige Azteken. Hernán Cortés landde in 1519 in Mexico. Hij sloot een bondgenootschap met Tlaxcala, gezworen vijanden van de Azteken. De Azteekse leider Motecuhzoma II dacht dat Cortés de teruggekeerde Quetzalcoatl was, en ontving hem in Tenochtitlan. Daar nam Cortés Moctezuma gevangen. Moctezuma bood geen weerstand, tot ergernis van de Azteken. De vlam sloeg in de pan toen Pedro de Alvarado een slachting aanrichtte tijdens een religieus feest. De Spanjaarden en Moctezuma werden belaagd, waarbij laatstgenoemde om het leven kwam. De Spanjaarden wisten uit de stad te vluchten, en richtten met steun van hun Tlaxcalteekse bondgenoten een belegering op. In 1521 capituleerden de Azteken. Tenochtitlan werd omgedoopt tot Mexico-Stad en het werd de hoofdstad van de Spaanse kolonie Nieuw-Spanje. In de decennia die daarop volgden werd ook de rest van Mexico onder Spaans gezag gebracht. De Maya bleken het hardnekkigst. Pas in de zeventiende eeuw werden de laatste Mayasteden veroverd.
In de jaren na 1520 deed zich in Mexico een van de grootste demografische catastrofes uit de geschiedenis van de mensheid voor. De eerste pokkenlijder, vermoedelijk een bemanningslid van Panfilo de Narvaéz, stapte in dat jaar aan land in Mexico. Binnen een paar maanden tijd richtte deze ziekte een ravage aan onder de Azteken en deze epidemie werd later gevolgd door griep, mazelen en cocoliztli (wsch. de pest). Van de 25,2 miljoen inwoners die Mexico naar schatting in 1520 had, waren er in 1623 nog slechts 0,7 miljoen over, ofwel een bevolkingsdaling van 97% in een eeuw tijd. Pas rond 1950 bereikte Mexico weer de bevolkingsomvang van 1520.
Nieuw-Spanje
thumb|Juan Vicente de Güemes, Revilla Gigedo II Het bestuur in koloniaal Mexico werd gevormd door peninsulares, Europese Spanjaarden. Zij kwamen naar Nieuw-Spanje om daar een bestuursfunctie te vervullen, en keerden na afloop weer terug. Om zeker te zijn van hun loyaliteit mochten ze geen grond bezitten in Nieuw-Spanje. Onder de peninsulares stonden de creolen, de Amerikaanse Spanjaarden. Dit waren de afstammelingen van kolonisten of conquistadores. Zij mochten de allerhoogste posities niet bekleden, maar hadden wel veel rijkdom. Onder de creolen stonden de castas. Dit waren allerlei mengvormen: mestiezen, mulatten, etc. Er werden 16 verschillende castas erkend. Nog onder de castas stonden de indianen. Onder de indianen bestonden overigens wel grote sociale verschillen. Stamhoofden mochten vaak gewoon aanblijven en hadden het aanzienlijk beter dan gewone indianen. Alhoewel er na de verovering door ziektes en dwangarbeid tientallen miljoenen indianen om het leven kwamen, bleven zij gedurende de hele koloniale periode de grootste groep vormen.
In 1701 ging de Spaanse monarchie over van de Spaanse Habsburgers naar de Bourbons. De Bourbons voerde een groot aantal hervormingen door. Zij vereenvoudigden het bestuursapparaat en bevorderden de economie. Deze hervormingen bereikten een hoogtepunt onder vicekoning Revilla Gigedo II (1789-1794).
Onder de Bourbons versterkte de economie van Mexico. De meeste opbrengsten stroomden echter direct door naar Spanje terwijl de welvaart in Mexico bij een kleine groep (voornamelijk creolen) bleef hangen. Creolen, geïnspireerd door de Verlichting begonnen gelijke rechten als de peninsulares te eisen, en ook mestiezen wilden een verbetering van hun positie.
Negentiende eeuw Onafhankelijkheidsoorlog
thumb|Keizer Agustín de Iturbide In 1808 was het moederland Spanje bezet door Napoleon Bonaparte en de Bourbons afgezet en vervangen door zijn broer Jozef Bonaparte. Conservatieven in Mexico zagen dit helemaal niet zitten en vormden eigen regeringen die trouw bleven zweren aan de Bourbonkoning Ferdinand VII.
Op 16 september 1810, Grito de Dolores, werd door Miguel Hidalgo dan uiteindelijk de onafhankelijkheid van Mexico uitgeroepen. Hidalgo wist snel een aantal successen te boeken, maar zijn inderhaast georganiseerde leger bleek uiteindelijk niet opgewassen te zijn tegen de Spanjaarden. In 1811 werd hij gevangengenomen en ter dood gebracht. Hierna werd de leiding van de opstand overgenomen door José María Morelos. Morelos was een beter strateeg, zelfs Napoleon had bewondering voor hem. Morelos liet een grondwetgevende vergadering bijeenkomen en in 1813 werd de eerste ontwerp-grondwet ondertekend. Ook Morelos werd door de Spanjaarden gevangengenomen en gedood (1815). Hierna zakte het animo voor de onafhankelijkheidsstrijd.
In 1812 was in Spanje een liberale grondwet aangenomen. In 1814 was deze weer teruggedraaid, maar na een staatsgreep in 1820 trad hij weer in werking. De conservatieven in Mexico waren hierdoor bang hun positie kwijt te raken. In 1820 liep de Spaanse generaal Agustín de Iturbide over naar de opstandelingen. Samen met de opstandelingenleiders Guadalupe Victoria en Vicente Guerrero ondertekenden ze het Plan van Iguala, dat de onafhankelijkheid van Mexico moest garanderen. Iturbide en vicekoning Juan O'Donojú ondertekenden op 24 augustus het Verdrag van Córdoba waarmee de onderkoning Mexico´s onafhankelijkheid erkende. Op 27 september 1821 maakten Iturbide, Victoria en Guerrero aan het hoofd van het Leger van de Drie Garantiën hun intrede in Mexico stad. Een dag later werd de acte van onafhankelijkheid ondertekend.
Onafhankelijk Mexico
Volgens het Plan van Iguala zou Ferdinand VII keizer van Mexico moeten worden. Ferdinand weigerde echter, en de Mexicanen vonden ook geen andere Europese vorst bereid keizer van Mexico te worden. Daarom werd in 1822 Iturbide tot keizer gekroond. Iturbides regering verliep echter rampzalig en dictatoriaal, waardoor er onder leiding van Antonio López de Santa Anna een opstand uitbrak. Iturbide werd afgezet waardoor er al na acht maanden een eind kwam een het Eerste Mexicaanse Keizerrijk.
In 1824 werd een nieuwe grondwet aangenomen waarmee Mexico een republiek werd. De eerste president was Guadalupe Victoria, die onder andere de slavernij afschafte. Toen hij aan het eind van zijn regering een conservatief als opvolger benoemde, werd hij omver geworpen door Vicente Guerrero. Guerrero regeerde maar vier maanden, hij werd op zijn beurt omvergeworpen door de conservatieven van Anastasio Bustamante.
De daaropvolgende decennia waren chaotisch en Mexico was voortdurend het toneel van staatsgrepen en burgeroorlogen. De belangrijkste man was Santa Anna. Hij was in totaal zeven keer (niet opeenvolgend) president en regeerde dictatoriaal. Hij beknotte de macht van de staten en verving ze door departementen. Als reactie hierop verklaarden verschillende staten zich onafhankelijk, waaronder de Republiek van de Rio Grande, Yucatán en Texas. Met uitzondering van Texas werden al deze gebieden uiteindelijk weer onder Mexicaans bestuur gebracht. In 1845 werd Texas geannexeerd door de Verenigde Staten en brak er onenigheid uit over de grens tussen Mexico en de Verenigde Staten. Toen er in 1846 een schermutseling plaatsvond in een gebied dat zowel door Mexico als de Verenigde Staten werd geclaimd, brak de Amerikaans-Mexicaanse Oorlog uit. Het Mexicaanse leger was geen partij voor het Amerikaanse leger. In 1848 werd de Vrede van Guadalupe Hidalgo getekend, waarbij Mexico een derde van zijn grondgebied aan de Verenigde Staten moest afstaan. In 1853 verkocht Santa Anna bovendien nog een stuk land aan de Verenigde Staten om zijn exorbitante levensstijl te kunnen bekostigen. Zijn regering was zo tiranniek geworden dat zelfs zijn voormalige conservatieve bondgenoten zich tegen hem keerden. Santa Anna werd definitief afgezet in 1855.
De reforma en Franse interventie
thumb|President Benito Juárez Na de omverwerping van Santa Anna namen de liberalen de macht over. Ze voerden een aantal liberale, antiklerikale hervormingswetten door; deze periode staat dan ook bekend als de Reforma (hervorming). De Ley Lerdo, die voorzag in de onteigening van kerkelijke en gemeenschappelijke eigendommen trof voornamelijk de Indianen. De bedoeling was om inkomsten te genereren om zo schulden af te betalen en deels om werk te maken van de secularisering van Mexico, maar het werd al snel door grootgrondbezitters gebruikt om hun machtspositie te verhogen. In 1857 werd een nieuwe grondwet aangenomen waarmee de macht van de Rooms-Katholieke Kerk gebroken zou moeten worden. De conservatieven kwamen hiertegen in opstand, en in 1858 brak de Hervormingsoorlog uit. De burgeroorlog werd gewonnen door de liberalen en in 1861 werd Benito Juárez tot president gekozen.