thumb|Vlag van het Britse Rijk (1707-1800)
Het Britse Rijk was het grootste imperium aller tijden. Het Rijk omvatte op zijn hoogtepunt, kort na de Eerste Wereldoorlog, een bevolking van 458 miljoen mensen, een kwart van de toenmalige wereldbevolking. Met zijn bijna 31 miljoen km² strekte het zich uit over ongeveer een kwart van het landoppervlak. Aan het hoofd van het Britse Rijk stond de monarch van het Verenigd Koninkrijk.
Het Britse Rijk werd samengevoegd tijdens 300 jaar uitbreiding door middel van handel, kolonisatie en annexatie. Het Rijk omvatte gebieden op elk continent en in elke oceaan. Tussen 1890 en 1910 bereikte het zijn hoogtepunt qua macht, en rond 1921 qua oppervlakte.Vanuit het perspectief van de plaatselijk bevolking kan ook over een dieptepunt worden gesproken.
Het Rijk vergemakkelijkte de verspreiding van Britse technologie, handel, regeringsvormen en de Engelse taal in de wereld. Imperialistische overheersing hielp de Britse economische groei, en maakte van het land de invloedrijkste natie ter wereld. In het moederland werd ondertussen de parlementaire democratische structuur verder ontwikkeld.
De overheerste kolonies kregen het Engels als taal en een Brits bestuursapparaat opgelegd. Tijdens de dekolonisatie probeerde het Verenigd Koninkrijk van deze landen democratieën te maken, met wisselend succes. Bijna alle vroegere Britse kolonies hebben zich nadien aangesloten bij het Britse Gemenebest, de organisatie die de culturele erfenis van het Rijk beheert.
Het Britse koloniale beleid werd bepaald door Britse handelsbelangen. Terwijl sommige landen hun eigen economie uitbouwden, dienden andere gebieden enkel om grondstoffen op te brengen. Het Rijk werd bijeengehouden door een handige politiek volgens de aloude principes van het verdelen en heersen, gecombineerd met het afhankelijk houden van de koloniale economieën van investeringen en materialen uit het moederland. Deze strategieën zorgden echter voor interculturele conflicten (in Ierland, India, Zimbabwe, Soedan, Oeganda, Irak, Guyana, Fiji, ...) en economische problemen die nog altijd voelbaar zijn. thumb|400px|Het Britse Rijk in 1921 thumb|400px|Animatie die de groei en het verval van het Britse Rijk laat zien
Ontstaan van het Verenigd Koninkrijk thumb|200px|Koningin Elizabeth I, gekroond in 1558
De middeleeuwen kenmerkten het begin van de Engelse politieke uitbreiding op de Britse eilanden. De Normandische invasie van Ierland (1169-1175) leidde tot de stichting van de Heerlijkheid Ierland in 1171, daarna de verovering van Wales in (1282). Een Engelse triomf in Schotland in 1296 werd ongedaan gemaakt tijdens de Slag om Bannockburn in 1314. In 1603 kwam er een personele unie tussen de koninkrijken Engeland en Schotland. In 1707 ontstond het Koninkrijk Groot-Brittannië, tussen 1714 en 1837 zou dat koninkrijk, ook in personele unie verbonden zijn met het latere Koninkrijk Hannover.
Eerste Britse Rijk (1583-1783) Begin van Britse overzeese handel Onder koning Hendrik VII van Engeland, die van 1485 tot 1509 regeerde, werd het overzeese handelssysteem van Engeland opgebouwd, dat later zou uitgroeien tot het overzeese koloniale Britse Rijk. Hendrik bouwde ook het eerste droogdok, in Portsmouth, en verbeterde de kleine Engelse marine. John Cabot kreeg van de koning toestemming om op zoek te gaan naar nieuwe landen. Hij ontdekte Newfoundland in 1497.
De Royal Navy, die opgericht was onder Hendrik VII, werd uitgebreid onder Hendrik VIII van Engeland. Hij verdrievoudigde het aantal oorlogsschepen, en bouwde de eerste grote schepen met zware langeafstandskanonnen. Hij bouwde een netwerk van vuurtorens en bakens die kustvaart vergemakkelijkten, en bouwde verschillende nieuwe dokken.
Ontdekkingsreizigers Tijdens de regeerperiode van Elizabeth I van Engeland, koningin van 1558 tot 1603, zeilde Sir Francis Drake de wereld rond tussen 1577 en 1580, als tweede na de Portugees Ferdinand Magellaan. Hij legde ergens in Californië aan, en stichtte Nova Albion (Nieuw Engeland), hoewel dit stuk land niet werd gekoloniseerd. Humphrey Gilbert volgde, bereikte Newfoundland in 1583 en claimde het eiland voor Engeland, maar stichtte geen kolonie. Er waren toen echter reeds seizoensgebonden Europese vissersnederzettingen op het eiland, zoals St. John's, waar hij aanmeerde.
Sir Walter Raleigh stichtte in 1585 de eerste kolonie op Roanoke Island in het huidige North Carolina (V.S.), mede wegens felle conflicten met de inheemse bevolking bliezen de Engelsen het volgende jaar alweer de aftocht. In 1587 probeerde Walter Raleigh er opnieuw een kolonie, bij een eerstvolgend bezoek daar van Raleigh vier jaar later bleken alle kolonisten raadselachtig verdwenen te zijn. De Spaans-Engelse Oorlog (1585-1604) brak uit vanwege godsdienstige tegenstellingen tussen het protestantse Engeland en het katholieke Spanje, dat toen op het hoogtepunt van zijn macht was en al een groot koloniaal rijk had. De overwinning op de Spaanse Armada in 1588 zette Engeland op de kaart als maritieme mogendheid.
Handelsmaatschappijen
Het idee voor het oprichten van de handelscompagnie had zijn oorsprong in de Spaans-Engelse Oorlog (1585-1604), waarbij de kaapvaart een belangrijke rol speelde. De buit van de Portugese kraak, de Madre de Deus door Walter Raleigh, deed de ogen open gaan. Na de ondertekening van het Verdrag van Londen (1604), die de Spaans-Engelse Oorlog eindigde, kon de compagnie zich volledig ontplooien.
Ze slaagde er niet in een vaste vestigingsplaats te bemachtigen in Indië. Uiteindelijk arriveerden schepen van de Compagnie in India, meerden af bij Surat en stichtten er in 1608 een handelspost. Gedurende de volgende twee jaren slaagde ze erin om een eerste factorij te stichten in de stad Machilipatnam aan de Coromandelkust in de Golf van Bengalen.
Kolonisatie van het Amerikaanse continent
thumb|New York in 1731 Tijdens het bewind van Elizabeth I werden echter nog geen blijvende successen geboekt met het stichten van koloniën. Pas tijdens de regering van koning Jacobus I van Engeland werd de eerste permanente Engelse nederzetting buiten Europa in 1607 opgericht in Jamestown, in Virginia.
Het Britse Rijk begon serieuze vormen aan te nemen vanaf het begin van de 17e eeuw, met Dertien koloniën in Noord-Amerika, die later de Verenigde Staten zouden vormen. Ook in Canada bezat Engeland gebieden, en in de Caraïben werden veel eilanden en eilandjes zoals Jamaica en Barbados gekoloniseerd.
Na de Engels-Nederlandse Oorlogen en de kroning van de Nederlandse stadhouder Willem III van Oranje tot tevens koning Willem III van Engeland (1688) was de koloniale concurrent van Engeland, de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden grotendeels uit de weg geruimd. Engeland kon Nieuw-Amsterdam bemachtigen, en de Amerikaanse kolonies werden steeds meer naar het westen uitgebreid. In 1707 werden de parlementen van Engeland en Schotland verenigd in Londen als het parlement van Groot-Brittannië. Tijdens de Zevenjarige Oorlog konden de Britten de Fransen overwinnen, en konden Nieuw-Frankrijk in 1763 bemachtigen. Hierna hadden de Britten controle over bijna heel Noord-Amerika, met uitzondering van Quebec.
Tweede Britse Rijk (1783-1837) De onafhankelijkheid van de Amerikaanse kolonies wordt vaak het einde van het eerste Britse Rijk genoemd. Mercantilisme, de bescherming van de economie door de staat, die de eerste periode van koloniale expansie kenmerkte (bijvoorbeeld de Engelse Scheepvaartwetten) werd langzaamaan vervangen door het economische liberalisme ontwikkeld door Adam Smith en opvolgers zoals Richard Cobden.
Na deze eerste periode van kolonialisme verschoof de aandacht naar Azië en Oceanië, later Afrika. Het verlies van de Verenigde Staten toonde trouwens aan dat kolonies op economisch vlak niet altijd zo'n zegen waren. Groot-Brittannië had nog altijd een monopolie op de handel met zijn ex-kolonies, maar hoefde niet meer te betalen voor de verdediging en het bestuur van deze gebieden.
De kolonisatie van Australië volgde vanaf 1788. Het land trok enorme aantallen kolonisten aan, en de oorspronkelijke bevolking werd verdrongen. Door oorlogen en ziekten die voor de aankomst van de kolonisten niet voor waren gekomen, stierf op sommige plaatsen 60-70% van de oorspronkelijke bewoners.
In 1795 hield de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden op te bestaan. Ze werd een onderdeel van de Eerste Franse Republiek, de Bataafse Republiek. Engeland maakte van deze nieuwe situatie gebruik om de Kaapkolonie in te lijven. Ook Ceylon werd Brits bezit. Ierland werd geïntegreerd in het Verenigd Koninkrijk in 1801.
De grootste opposant tijdens de Franse revolutionaire en napoleontische oorlogen was het Britse Rijk. De Zeeslag bij Trafalgar, onder Horatio Nelson was een keerpunt in de militaire oorlogsvoering. Napoleon Bonaparte veranderde van strategie en richtte in 1806 het Continentaal stelsel in, het sluiten van alle Europese continentale havens voor Britse handelsproducten. Deze periode (1806-1814) was voor het Britse Rijk een moeilijke economische tijd.
De zogenaamde altruïstische tegenzet was de afschaffing van de slavenhandel (vanaf 1807), en ze begonnen dit principe aan andere landen op te dringen. Tegen 1850 had het Verenigd Koninkrijk de slavenhandel grotendeels opgeruimd. Slavernij zelf werd in de Britse kolonies afgeschaft in 1834, hoewel gedwongen arbeid en de slechte omstandigheden die daarbij gepaard gingen officieus bleven bestaan tot 1920.
In 1810 werd Nederland ingelijfd bij Frankrijk en werd Herman Willem Daendels, gouverneur-generaal van Nederlands-Indië, teruggeroepen naar Europa. De Britten veroverden Java in 1811.
Alhoewel de Verenigde Staten inmiddels onafhankelijk waren, maakte het Britse Rijk dit nieuwe land het leven zuur. Ze maakten van het continentaal stelsel gebruik om de VS een handelsembargo op te leggen en steunden openlijk de inheemse bevolking. In 1812 verklaarden de Verenigde Staten de oorlog.
Met het Verdrag van Londen (1814) gaf Groot-Brittannië aan Nederland diens voormalige koloniën terug, behalve Berbice, Essequibo, Demerara in de West, de Kaapkolonie in Afrika en Ceylon.
De napoleontische oorlogen eindigden met het Congres van Wenen. De Engelse koning George III werd wederom erkend als koning van Hannover. Hij eigende zich rechtmatig Malta, Ceylon, de Kaapkolonie en Helgoland toe waardoor het overzeese Britse Rijk vergroot werd. Daarbij verbood Groot-Brittannië Denemarken een handelsvloot te bezitten. Groot-Brittannië verkreeg ook de voogdij over de Ionische Eilanden dat sindsdien de Verenigde Staten van de Ionische Eilanden werd genoemd.
Na de val van Napoleon in 1815 was het Verenigd Koninkrijk de succesvolste internationale macht. De industriële revolutie zorgde voor een ongeëvenaarde economische positie, terwijl de zeeën gedomineerd werden door de Royal Navy. Terwijl rivaliserende machten werden afgeleid door zaken op het vasteland kon het geïsoleerde Verenigd Koninkrijk zich volledig toeleggen op het uitbreiden van zijn economische en politieke invloed door de tactiek van het "informele rijk", gebaseerd op vrije handel en strategische inmengingen. Sommigen beweren dat de opkomst van de vrije handel enkel de Britse economische belangen diende, en niet voortkwam uit oprechte overtuigingen. Het Verenigd Koninkrijk was dan ook veel meer geneigd om vrije handel op te dringen aan andere landen, dan deze toe te passen op zijn eigen markten.
Tijdens de regeerperiode van George IV (1820-1830) en Willem IV (1830-1837) werden enkele nieuwe kroonkolonies gesticht : Gambia (1821), Straits Settlements (1826) en Brits-Guiana (1831).